:focal(1144x522:1145x523)&w=3840&q=75)
Huidige focus ‘funest’ voor toekomst economie stelt econoom Paul Schenderling
Binnen de huidige, op groei gerichte economie voelen werknemers zich niet betrokken bij hun werkgever. Dit gaat ten koste van hun motivatie, creativiteit én productiviteit. In het nieuwe boek ‘Continent van de kwaliteit’ schetst Paul Schenderling een economisch model waarbij werkgevers de geboekte winst investeren in de ontwikkeling van hun werknemers.
Terwijl Europa, met Nederland voorop, eerder erom bekend stond dat zij goed voor haar werknemers zorgde, draait de economie de laatste decennia om groei en winst. Dit gaat volgens econoom Schenderling niet alleen ten koste van de natuur en het milieu, maar ook de producten en diensten, evenals de kwaliteit van onze banen. Sterker nog: op de lange termijn is de huidige focus op kwantiteit boven kwaliteit ten aanzien van zowel de productie als de consumptie volgens Schenderling, auteur van ‘Leven na de groei’ (2022) en het recente ‘Continent van de kwaliteit’ (2025), funest voor onze economie.
Flexibele arbeidsmarkt gaat ten koste van werknemersbetrokkenheid
‘Schokkend’ noemt Schenderling de cijfers uit de recente Employee Engagement Survey van het Amerikaanse onderzoek- en adviesbureau Gallup. Daaruit blijkt namelijk dat slechts 14 procent van de Nederlanders zich betrokken voelt bij diens werkgever. Terwijl Scandinavische landen het veel beter doen en zelfs een land als de VS op 30 procent uitkomt.
Schenderling: ‘Daarmee doen we het dus niet alleen wereldwijd maar ook binnen Europa behoorlijk slecht. Dat was in de jaren na de oorlog, zeg maar tussen 1945 en de jaren ‘70, wel anders. Bedrijven als Philips kenden toen een sterke werknemersbetrokkenheid. Op zijn beurt was ook de oude Anton Philips enorm betrokken bij zijn werknemers. Mensen bleven er dan ook vaak hun leven lang werken.’
Door globalisering zijn bedrijven, in tegenstelling tot vroeger, veel vaker internationaal actief. En bevindt het hoofdkantoor zich vaak op afstand. Daardoor voelt de werknemer zich minder betrokken bij diens werkgever. Daarnaast zorgt ook de flexibilisering van de arbeidsmarkt voor een afnemende werknemersbetrokkenheid, ziet Schenderling. ‘Tegenwoordig denken werknemers: alles verandert razendsnel, waardoor mijn baan ieder moment overbodig kan worden. Dus waarom zou ik me eraan hechten? Andersom denken werkgevers: die werknemer is zo weer vertrokken, dus waarom zou in diens ontwikkeling investeren?’
Kwantiteit boven kwaliteit: lange termijn gevolgen
Het onderliggende probleem achter deze ontwikkelingen volgens Schenderling is de eenzijdige, korte termijn focus op winst en groei. ‘Het moet altijd maar meer, meer, meer zijn. Dit heeft niet alleen gevolgen voor de natuur en milieu, maar ook voedseltekorten. Economen hebben berekend dat, als we op deze voet verdergaan, Nederlandin aanloop naar 2040 rekening moet houden met een stijging van de algehele inflatie met 1 procent per jaar. Dat lijkt misschien niet zo veel. Maar doordat de inflatie ieder jaar toeneemt, vallen de kosten voor je levensonderhoud op jaarbasis straks duizenden euro's' duurder uit.’
Dit terwijl de verwachting is dat de lonen niet in hetzelfde tempo zullen meegroeien, voegt Schenderling eraan toe. ‘De vreemde paradox is namelijk dat de winst die bedrijven maken dánkzij de productiviteit van hun werknemers, uiteindelijk niet bij de werknemers terechtkomt. De winst verdwijnt in de zakken van de aandeelhouders of vennoten in plaats van die te herinvesteren in de ontwikkeling van de werknemers, evenals onderzoek en ontwikkeling.'
Geen investeringen in onderzoek en ontwikkeling en dalend levenstandaard
Alles bij elkaar zorgt dit voor een zwakke concurrentiepositie van Nederland, waarbij goedkope, kwalitatief inferieure producten die de Europese markt overspoelen.
‘De lange termijn gevolgen van dit korte termijn-denken ga je uiteindelijk ook in je portemonnee voelen’, verwacht Schenderling. ‘Dit zal met name het geval zijn voor de mensen met de laagste inkomens met weinig promotiekansen. Maar onder deze omstandigheden zullen ook jongere werknemers op weinig financiële vooruitgang kunnen rekenen.’
Gemeenschappen vormen en creativiteit bevorderen
Om deze vicieuze cirkel te doorbreken pleit Schenderling een ander, beter economisch model waarbij niet de winst maar de mens centraal staat. Zo betalen investeringen in de ontwikkeling van medewerkers zich terug en zijn ze een voorwaarde voor duurzaam werkgeverschap.
Daarnaast zouden werkgevers beter kunnen inzetten op de betrokkenheid met collega’s in plaats van individueel succes en prestaties. ‘Het is bewezen dat mensen die zich onderdeel voelen van een gemeenschap ook productiever zijn. Bovendien zijn werknemers, die zich betrokken voelen bij hun werkgever, creatiever. Geef ze de ruimte die nodig is om hun hoofd leeg te maken. Dit helpt ze om nieuwe ideeën te ontwikkelen.’
:focal(803x1135:804x1136)&w=256&q=75)