
Corona had in 2020 nauwelijks invloed op ons werk (volgens CBS en TNO)
Dat zijn nog eens opvallende conclusies van het CBS en TNO: bijna de helft van de werkenden ziet geen enkele verandering van het werk door corona, 80 procent mist de collega’s niet of nauwelijks en het percentage burn-outs is aanzienlijk gedaald.
Soms moet je net even anders kijken om niet in de val te trappen je eigen verwachtingen te bevestigen. Media kloppen onderzoeken soms op en spreken eigen vooroordelen niet altijd tegen.
Dat geldt ook over de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA) over 2020 van CBS en TNO, die dankzij corona een bijzonder tintje heeft. De beroerde gevolgen voor het werk vallen, afgaande op de grote cijfers, nogal mee, na alles wat we – onderbouwd – hebben bericht over eenzaamheid, ‘beeldbelsleur’, verveling, vervagende werk-privégrenzen en de echte ellende: het krijgen van Covid of burn-outs. Daar staat een aantal opvallende uitkomsten uit de NEA 2020 tegenover:
Geen invloed op werk
Van de respondenten zegt bijna de helft (47 procent) dat corona geen enkele invloed op het werk heeft. Naar weerskanten zijn de uitkomsten curieus: in de bouw zegt 34 procent dat het werk wel veranderd is en ook in de landbouw ervaart nog 17 procent verandering door corona, ofschoon alles doorgroeit.
Daartegenover staat dat 40 procent van het onderwijzend personeel antwoordde dat er niets is gewijzigd in 2020, ofschoon de grootste verandering ooit zich in het onderwijs voltrok: het massaal lesgeven op afstand. Ook in de recreatiesector zei 37 procent ‘nee hoor, niets veranderd’, terwijl wij dachten dat toerisme en vermaak vrijwel geheel tot stilstand zijn gekomen in 2020.
In de horeca ervoer nog 28 procent ‘geen verandering’ door corona. Is een groot deel van de horeca ongezien ondergronds gegaan? Vroeg de thuistap permanent om bediening? Een alcoholische partner ontdekt dankzij thuiswerken? Het zijn raadselachtige uitkomsten.
&w=1200&q=75)
Solowerk
Het CBS zelf bracht uit de enquête als nieuwsbericht dat 1 op de 5 werknemers maar een of helemaal geen contacten met collega’s had, oftewel: het percentage werknemers dat tijdens het werk (vrijwel) nooit iemand tegenkomt, verdubbelde van 10 in 2018 naar 22 in 2020.
Dat normaliter 10 procent solitair of in geïsoleerde toestand werkt, is al opvallend. De grootste percentages die volledig op zelfvermaak waren aangewezen in 2020 betreffen werkers in financiële instellingen en in informatie en communicatie, beide (bijna) 50 procent, in het openbaar bestuur is dit 40 procent.
Ook opvallend is dat de percentages aan digitale contacten nauwelijks veranderden tussen 2018 en 2020, dus niet stegen. Dat ligt wellicht aan de vraagstelling: er werd gevraagd naar het aantal keren digitaal vergaderen per dag en niet naar de tijdsduur. Dat mensen regelmatig hartstikke gaar uit een dagje zoomen komen, blijft zo onder de radar.
Ook is er een vraagteken te plaatsen bij de uitkomst dat 30 procent van de thuiswerkers nog zegt regelmatig fysiek collega’s, patiënten, klanten of leerlingen te ontmoeten. Hoe kan dat? Was dat de bedoeling van de regering en OMT?
Thuiswerken lijkt geen gemis
De tevredenheid over het werk werd nauwelijks geraakt door het thuiswerken, zeker niet bij arbeiders die regelmatig thuiswerken. Of ze nu nog persoonlijk contact hebben of niet, ze missen hun collega’s niet. Ook hier een opvallende uitkomst: werknemers die uitsluitend bij de werkgever op locatie werken, voelen zich gemiddeld genomen minder tevreden.
Hoeveel uur werken thuiswerkers gemiddeld thuis voor de baas? Bijna 20 uur. Opvallend: in de transportsector is dat meer dan 20 uur. Hoe kan dat? Vervoeren ze personen en goederen achter hun Playstation of Xbox? Ook bouwvakkers zeiden gemiddeld 17 uur thuis te werken. Dus ze zijn thuis aan het zagen, metselen en boren; prettig voor de buren ook.
Resultaten enquête
Van de 58.000 mensen die de online enquête invulden, werkt 17 procent in de handel, 17,5 procent in de zorg en 14 procent in de zakelijke diensten. Daarna volgen industrie (11,5 procent) en onderwijs (7 procent) als grootste sectoren.
We werken gemiddeld iets minder dan 30 uur per week. 47 procent werkt vijf dagen, zo’n 24 procent werkt vier dagen in de week. Bijna 5 procent 6 of 7 dagen, het meest in de landbouw, maar ook in het onderwijs, waarbij geënquêteerden wellicht hun vakanties niet verrekenen.
17 procent van de mensen die de enquête hebben ingevuld, geeft aan geen vast dienstverband te hebben. Bij 40 procent van hen komt dit omdat ze een nieuwe betrekking hebben, bij ook zo’n 40 procent heeft dit de voorkeur, de rest zou graag in vaste dienst willen. Ruim de helft werkt vaak of soms ’s avonds (door), de kleinste helft doet dat niet. Ruim de helft werkt ook op zaterdag, een kleine helft (ook) op zondag.
Toch is het gemiddeld gemelde aantal overuren maar drie per week. In het transport (ruim 4 uur) en onderwijs (bijna 4 uur) is dit het meest.
Tekst gaat verder onder de banner
Verdiep je in de resultaten van het Nationaal Salaris Onderzoek
In de vijfde editie van het Nationaal Salaris Onderzoek verdiepen wij ons in de whitepaper in de trends op het gebied van beloning en de ontwikkeling van de salariskloof tussen mannen en vrouwen. De whitepaper biedt gedetailleerd inzicht in onder andere de loonkloof, salarisontwikkeling en vertrekintenties.
Ervaren onrust
Meer thuiswerken en minder reizen geeft ook meer rust. Het percentage burn-outs daalde volgens CBS en TNO in 2020, maar ze geven in hun rapportage geen cijfers. De enquête van 2019 is nauwelijks vindbaar, hier nog, en geeft voor burn-outklachten op een schaal van 1 (nooit) tot 7 (dagelijks) een gemiddelde van 2,19 voor alle respondenten. In coronajaar 2020 is dat gedaald tot 2,14.
Of er sprake is van burn-outklachten, kwam in 2019 nog op een percentage van 17 procent en in 2020 op 15,7. Dus de daling is niet enorm, maar rechtvaardigt de voorzichtige conclusie dat het werkvolk niet grootscheeps is ingestort van ellende van het werken thuis. Of positief: dat het vermijden van het gedoe op de werkvloer en het haasten naar het werk ’s morgens goed uitpakken voor de burn-outellende.
In dit opzicht is de vraag boeiend: Hoe vaak krijgt u op een werkdag zo veel informatie, dat u moeite heeft om dit snel genoeg te verwerken? Vaak, zegt 20 procent, altijd, volgens 5 procent en 45 procent antwoordt ‘soms’.
Toch had in 2020 een derde te maken met reorganisatie, fusie, overname-inkrimping, ontslagen en vervanging door computers; gedoe dat tot onrust en nachtelijk gewoel kan leiden.
&w=1200&q=75)
Geweld tijdens het werk
Nog erger in de categorie onrust: het verscholen feitje dat ruim 7 procent dreiging met geweld ervaart: 16 procent in het bestuur (politie), en maar liefst 20 procent in de zorg. Wordt het tijd om verpleging met pepperspray en wapenstokken uit te rusten?
Aan de andere kant leven we in een vrij land qua werk: 53 procent kan verlof opnemen wanneer het henzelf uitkomt, nog 31 procent kan dat soms en 16 procent is voor een dag vrij overgeleverd aan de nukken van de baas. Aan de andere kant kan maar 45 procent zelf de werktijden bepalen.
En ook vindt twee derde het werk altijd of vaak gevarieerd. Ruim 80 procent vindt dat de leidinggevende oog heeft voor het welzijn van de werknemers en 90 procent vindt de collega’s medelevend. Dit alles ondanks dat een kwart zegt tenminste één keer een kort- of langdurig conflict op het werk te hebben gehad in 2020.
Eenzaamheid verdrijven
Marian Bosma, in opleiding als lead auditor business assurance bij Dekra Audits, miste haar collega's, maar plaatste een openbare oproep om met vier of vijf anderen samen via beeldbellen een ‘dagstart’ te doen om 9 uur. Het doel: ‘Oog hebben voor elkaar en structuur bieden door resultaten van gisteren en plannen voor vandaag te bespreken. Zo kregen we wat dagritme, een scherpere pitch en legden we aan elkaar verantwoording af voor de plannen van die dag.’
Ook Harold Wassink, teamleider Sportfunctionarissen en cultuurcoaches bij Samenwerkingsorganisatie De Wolden Hoogeveen, zocht en vond oplossingen: ‘Ik miste mijn collega's om mij heen. Dat informele contact, even elkaar opzoeken wanneer je van of naar een vergadering loopt. Juist die verbinding met je collega's en de ruimte voor informeel contact is in deze tijd enorm belangrijk.’
Dus Harold en zijn collega’s besloten leuke dingen te gaan doen, zoals het stellen van ‘check-in-vragen’. ‘Dat zijn vragen in de trant van: wat heb je op dit moment aan je voeten? Ook hebben we het teamoverleg met een half uur verlengd voor een informele uitwisseling, filmpjes delen, verhalen vertellen over werkplezier en werkstress, of zelfs muziekoptredens op gitaar, piano of mondharmonica en verrassende stand-upcomedy.’
