Werkgevers/
Werknemers
Portret van voormalig MBO stagiair in de EU en nu vuilnisman Quin Blokzijl
Werk en carriere7 min lezen

Quin (24) ruilde het Europees Parlement in voor de vuilniswagen: ‘Mijn omgeving verklaarde me voor gek’

Toen hij na een stage in het Europees Parlement als vuilnisophaler aan de slag ging, verklaarde zijn omgeving hem voor gek. Maar voor Quin Blokzijl (24) biedt zijn huidige job naast een goed belegde boterham ook een nieuwe manier om de kloof tussen ‘hoog’- en ‘laagopgeleiden’ te dichten.


Het begon met zijn sollicitatie bij het Amsterdamse afvalverwerkingsbedrijf waar hij sinds enkele maanden als vuilnisophaler werkt. Toen hij tijdens zijn sollicitatiegesprek vertelde dat hij daarvoor als stagiair, of beter gezegd trainee, bij het Europees Parlement had gewerkt, reageerde de man die tegenover hem zat met: ‘Oh, bedoel je het Europa-Park (attractiepark in Duitsland, red)?’ 

Het gesprek maakte voor Blokzijl na zijn eerdere ervaringen bij het Europees Parlement opnieuw duidelijk: de wereld van hoger- versus lageropgeleiden loopt soms kilometers uit elkaar. Daar probeert hij ook in zijn huidige hoedanigheid als vuilnisman verandering in te brengen.

Géén kantoorbaan

Maar, waarom vuilnisman? En hoe reageerde je omgeving op dit besluit?

‘Mijn moeder vond het verschrikkelijk, maar begint ondertussen aan het idee te wennen. Ook mijn vrienden verklaarden me voor gek. Maar eerlijk gezegd was het een intuïtief besluit. Ik dacht: een kantoorbaan, van 9 tot 5 tussen vier muren? Dat is niets voor mij.’

Wat hij dan wel wilde wist hij niet zo goed, dus legde hij het maar even aan ChatGTP voor: ‘Wat is het beroep dat het minst lijkt op een kantoorbaan?’ 

‘Daar kwamen verschillende opties uit’, vertelt Blokzijl. ‘Zoals bouwvakker. Maar daar moest je weer een opleiding voor volgen. En na al die jaren in de schoolbanken te hebben gezeten had ik daar helemaal geen zin in.’

Als vuilnisman kon hij meteen aan de slag. Het werk in de buitenlucht leek hem bovendien heel fijn. Daar kan hij ook elke dag van genieten: ‘Ik zie nu, zeker met die korte dagen in de winter, elke dag de zon opkomen en weer ondergaan. Maar ook laatst, met die sneeuw, is het geweldig om de hele dag buiten te kunnen zijn.’

Onderdeel vormen van de samenleving

Wat Blokzijl ook heel leuk aan zijn werk vindt, is het contact met mensen op straat: ‘Je komt zo in hele rijke en in hele arme buurten. ‘Zo word je ‘s ochtends vroeg door buurtbewoners in een ochtendjas begroet die hun vuilnis buiten zetten. En word je door kleine kinderen achterop de fiets enthousiast toegezwaaid terwijl ze naar school worden gebracht. Als je zo in je oranje pak door die straten rijdt, voel je je echt een onderdeel van de samenleving.’

Heel fijn vindt Blokzijl bovenal het contact met zijn collega’s. ‘Wij werken altijd met drie man op de wagen: één chauffeur en twee vuilnisophalers. En op zo’n dag komen allerlei onderwerpen ter sprake: van gesprekken over kinderen tot politiek.’

Het is een heel divers gezelschap, vertelt Blokzijl lachend. ‘Er zitten mensen tussen met een crimineel verleden. Die het hebben over het leven in de gevangenis. Maar we hebben bijvoorbeeld ook een kunstenaar uit de Amsterdamse Grachtengordel, die op deze manier zijn opdrachten aanvult.’ 

Verfrissende gesprekken

Heel verfrissend vindt Blokzijl de gesprekken met zijn collega’s over politiek. ‘Zoals laatst in aanloop naar de verkiezingen. Als die politici het op de radio dan hebben over het ‘Klimaatakkoord’ of de ‘Spreidingswet’, dan hebben ze geen idee waar het over gaat. In plaats van een gesprek te beginnen over ‘importheffingen tegen Europa’ zeggen ze dan gewoon: ‘Die Trump is gek’.

Wel moest Blokzijl even wennen toen hij voor het eerst de kantine binnenstapte, waar naast vergeelde Ajax-posters ook posters met blote vrouwen hingen. ‘Dat is wel iets heel anders dan het Europees Parlement. Waar mensen in nette pakken rondlopen, waarbij je eerst door de security moet. Vuilnisophaal is ook echt een mannenwereld: ik ben er nog geen enkele vrouw tegengekomen.’

Zwaar werk en onzekerheid

Hoewel hij zijn baan als vuilnisman over de hele linie erg leuk vindt, zitten er ook een aantal minder prettige kanten aan, vertelt Blokzijl. ‘Het werk is fysiek best pittig. Zoals die vuilniszakken de wagen in tillen. Mensen proppen die bakken ook vol met van alles, tot aan stenen toe. Om die te legen heb je wel de nodige spierkracht nodig. Dat is uiteindelijk niet zo goed voor je rug en schouders. Sommige oudere collega’s vragen dan ook wel eens: wil jij die bak even van mij overnemen? Gelukkig ben ik nog jong en sterk. En hoef ik door dit werk ‘s avonds ook niet meer naar de sportschool, hahaha.’

Het werk betaalt ook prima, al hoeft hij er, nu hij tijdelijk bij zijn oma is gaan wonen, geen huur van te betalen. Laat staan er een gezin mee te onderhouden. Veel vervelender vindt hij de onzekerheid die hij als vuilnisman heeft. 

‘Je moet je voorstellen: je moet je ‘s ochtends om 6 uur melden op het bedrijfsterrein, waar een colonne vuilniswagens klaarstaat. En vervolgens vindt er een soort veiling plaats. De werkgever bepaalt waar je aan het werk gaat. Dat kan in principe in het hele land zijn. Ook met wie je op die dag in de wagen zit weet je niet van tevoren. Dat maakt het contact met collega’s behalve heel leuk ook wel vluchtig. Misschien zie je ze wel nooit meer terug.’

Lezingen en opiniestukken 

Maar zijn parttime job als vuilnisman stelt Blokzijl ook in staat om daarnaast zijn andere activiteiten te blijven ondernemen. Want al gaande is Blokzijl steeds meer gaan beseffen dat zijn werk als vuilnisman hem ook (juist) in de gelegenheid stelt om het gebrek aan maatschappelijke waardering voor lageropgeleiden bespreekbaar te maken.

‘Ik kan als opiniemaker allerlei dingen onder de aandacht brengen die ik in de dagelijkse praktijk meemaak. Dat maakt een verschil met hoogopgeleiden, ook politici, die óver het hoofd van mensen heen van alles roepen. Ik schrijf opiniestukken en geef lezingen. Zo moet ik ook morgen naar een mbo-school in Amersfoort, waar ik als keynote spreker ben uitgenodigd in het kader van burgerschapsonderwijs.’


Afbeelding van de auteur

Erzsó Alföldy