:focal(1436x706:1437x707)&w=3840&q=75)
Dierenarts Rowena (28) verruilt de praktijk voor de schapenstal: ‘Hier kan geen kantoorbaan tegenop’
De meeste mensen trekken in het vroege voorjaar hun regenjas weer aan en klagen over motregen op de fiets of vertrekken tijdens de voorjaarsvakantie naar de zon. Rowena Spaans (28) trekt dan haar laarzen aan, zet haar wekker op onmogelijke tijden en verhuist tijdelijk naar de stal. Overdag helpt ze normaal gesproken honden, katten en konijnen in de dierenartspraktijk. Tijdens het lammerseizoen - wat loopt van februari tot april - laat ze de huisdieren los, en gaat voor het vee, dan staat ze tussen 160 drachtige schapen, strobalen en pasgeboren lammetjes.
Volgens Rowena is het vroege opstaan en het harde werken het zeker waard: “Het is intensief, maar ook zó mooi. Er zijn dagen dat ik letterlijk op mijn knieën in het stro lig om een lammetje te helpen dat verkeerd ligt. Als het dan geboren is en begint te ademen… daar kan geen kantoorbaan tegenop!”
In deze rubriek ‘Dat hoor je niet vaak!’ spreken we mensen met een loopbaan die nét anders loopt dan de gemiddelde Teams-meeting-carrière. Rowena laat zien hoe je werkleven eruitziet als je bewust kiest voor iets praktisch, fysieks en zorgends, én belicht de grote verschillen tussen haar leven en dat van mensen met een kantoorbaan.
Van biofarmacie naar iets met dieren
Dat ze “iets met dieren” wilde, was als kind al duidelijk. Maar rond haar studiekeuze twijfelde Rowena. “Ik heb ook kort naar biologie, geneeskunde en biofarmaceutische wetenschappen gekeken,” vertelt ze. “De interesse in het lichaam en in biologie was er sowieso. Maar bij biofarmacie stond ik de hele dag in een lab. Dat zag ik niet voor me. Geneeskunde dan? Dan ben ik de hele dag met mensen bezig, mensen onderzoeken. Daar werd ik ook niet direct enthousiast van.”
Diergeneeskunde werd uiteindelijk de logische middenweg. “De medische kant sprak me enorm aan, plus het contact met mensen, maar dan wél via hun dieren. En ik hoefde niet de hele dag in een labjas of spreekkamer te staan. Dat bleek precies mijn mix.”
In de winter agenda’s, in het voorjaar weeën
Doordeweeks werkt Rowena als dierenarts in een gezelschapsdierenpraktijk. Maar zodra het lammerseizoen nadert, verandert alles. “Mijn vriend heeft schapen en sinds een paar jaar organiseren wij zelf het hele lammerseizoen van zijn kudde,” legt ze uit. “Dat is echt topsport. De ooien (vrouwelijke schaap, red.) halen we ongeveer een week voor de uitgerekende datum naar binnen. Vorig jaar waren we net te laat. Toen lagen er ineens al lammetjes in de wei, dat was even schakelen.”
Omdat het werk in de stal niet te combineren is met de werkdruk in de praktijk, neemt ze ieder jaar vrij in de drukste weken. “Dat betekent: heel vroeg op, heel laat naar bed, fysiek werk, nat, koud, moe, maar ik geniet er oprecht van. Het is zó tastbaar. Je ziet wat je doet, je ziet leven erbij komen.” Daarnaast begeleiden zij en haar vriend stagiairs van de opleiding Diergeneeskunde. “Dat vind ik echt leuk. Het is een soort tijdreis naar mijn eigen studietijd. Je wordt gedwongen uit te leggen wat je doet en waarom, daar word je zelf ook scherper van.”
Signalen lezen: van schaap tot collega
Wat leert het werken met dieren je dat ook geldt voor mensen? Best veel, volgens Rowena. “Als dierenarts leer je heel goed naar kleine signalen te kijken. Een dier kan niet zeggen: ‘Ik voel pijn achter mijn linkerschouderblad’. Je moet het hebben van kleine veranderingen: een andere houding, een andere ademhaling, de manier waarop een dier naar je kijkt.”
“Ook in het contact met eigenaren zie je veel aan lichaamstaal. Soms zegt iemand dat het ‘wel meevalt’, maar zie je in hun gezicht dat ze zich grote zorgen maken. Door echt te kijken en luisteren, voorkom je misverstanden.”
Die vaardigheid is rechtstreeks vertaalbaar naar de kantoortuin of Teams-call. Let eens op:
Die collega die opeens stiller is (geworden) in meetings.
De manager die “ik heb geen stress, hoor” zegt, maar met gebalde vuisten zijn pen vasthoudt.
Die medewerker die altijd ‘ja’ zegt, maar het eigenlijk al te druk heeft.
Wat Rowena in de stal doet, is precies wat in veel kantooromgevingen ontbreekt: bewust observeren, signalen serieus nemen en eerder ingrijpen. Niet wachten tot de boel “klinisch acuut” is. Train jezelf om kleine signalen op te pikken bij anderen én bij jezelf. Vermoeidheid, irritatie, uitstelgedrag: het zijn jouw ‘klinische symptomen’. Hoe eerder je erbij bent, hoe minder “spoedoperaties” er nodig zijn.
Flexibiliteit: dieren houden zich niet aan kantooruren
Als er íets is dat je leert van werken met dieren, is het dat planning relatief is. “Dieren houden zich niet aan kantooruren,” zegt Rowena nuchter. “Dat geldt voor de praktijk én voor de schapen. Je kunt een volle agenda hebben en dan belt er iemand met een spoedgeval.. Tja, dan schuif je wat heen en weer in je agenda.”
Flexibiliteit draait niet alleen om alles maar slikken. Het gaat er om in chaos je hoofd koel houden, prioriteren en durven zeggen: dit is nú belangrijk, de rest schuift even. Dat is een spier die je kunt trainen.
Werkdruk: alleen te dragen met voldoening (en een roedel)
In de diergeneeskunde is werkdruk geen uitzondering, maar standaard. “Problemen zijn vaak acuut en emotioneel beladen,” vertelt Rowena. “Een volle agenda, spoedgevallen tussendoor… Je dag loopt zelden zoals gepland.”
Dat is herkenbaar voor veel kenniswerkers, maar bij Rowena komt er nog iets bij: de emotionele kant van het vak. “We kunnen niet elk dier beter maken. Ik moet vaak dieren inslapen. Dat is zwaar, maar ik ben er ook dankbaar voor dat we die mogelijkheid hebben: een dier niet onnodig laten lijden.”
Hoe houd je dat vol? “Zonder voldoening hou je een hoge werkdruk niet lang vol,” zegt ze. “Een dier dat opknapt, een moeilijke bevalling die goed eindigt, en dan uiteindelijk later al die lammetjes in de wei zien rennen. Dat geeft zóveel motivatie.”
Daarnaast is er nog iets dat cruciaal is: een goed team. “Een planning kan nog zo strak zijn, de onvoorspelbaarheid blijft. Als je dan collega’s hebt op wie je kunt terugvallen en die je vertrouwt in hun handelen, is dat goud waard.”
Welke inzicht geeft dit voor op kantoor?
Hoge werkdruk zonder betekenis is een uitputtingsslag. Check regelmatig: waar doe ik het eigenlijk voor?
Je ‘roedel’ is cruciaal. Investeer in collega’s met wie je kunt sparren, lachen én klagen.
Vier de kleine successen. In de stal is dat een gezond lammetje; op kantoor kan dat een goed gesprek, opgelost issue of tevreden klant zijn.
Autonomie: handelen zonder altijd eerst te overleggen
In de stal en in de spreekkamer is niet altijd tijd om rustig een overleg in te plannen. “Je moet kunnen vertrouwen op je eigen kennis, inschattingen en ervaring,” zegt Rowena. “Een dier in nood wacht niet tot jij klaar bent met je Miro-board of teamoverleg.” Dat betekent: beslissingen durven nemen zonder dat alles 100% zeker is. “Tegelijkertijd is overleg met collega’s juist heel belangrijk om te kunnen blijven groeien. Sparren, samen casussen bespreken… Daardoor blijf je leren.”
Die combinatie, dus het zelf durven beslissen en toch niet in je eentje alles dragen, is precies waar veel professionals mee worstelen. Autonomie is niet: alles zelf doen. Het is: verantwoordelijk durven zijn voor je keuzes, én op tijd hulp of een second opinion vragen. Je hoeft niet eerst om te vallen voor je aan de bel trekt.
Je kunt niet iedereen redden (en dat is óók een les)
Misschien wel een van de meest confronterende kanten van Rowena’s werk: soms verlies je een dier. “Dat blijft moeilijk,” zegt ze. “Of het nu in de praktijk is of in de stal: we kunnen niet elk dier redden. Inslapen blijft emotioneel, maar ik vind het ook geruststellend dat we een dier uit zijn lijden kunnen verlossen. Dat voelt als iets goeds doen, hoe verdrietig het ook is.”
Voor mensen die hun identiteit sterk aan hun werk ophangen, ligt hier een herkenbare parallel. Je kunt niet elk project redden. Niet elke klant tevreden houden. Niet elk conflict oplossen. Volledige controle is een illusie. Je kunt alleen je inzet, je zorgvuldigheid en je intentie sturen. Soms is “het minste kwaad kiezen” óók professioneel handelen.
Een loopbaan bestaat niet als een one-size-fits-all
Als Rowena wordt gevraagd naar één inzicht dat de “kantoor-professional” zou moeten meenemen uit haar werk(verhaal), moet ze even nadenken. “Ik kan natuurlijk niet goed oordelen hoe het echt is op kantoor, want ik heb die ervaring niet,” zegt ze eerlijk. “Maar wat ik wél zie, is dat veel mensen op zoek zijn naar betekenis in hun werk.” Haar eigen conclusie is verrassend nuchter: “Betekenis zit niet altijd in status of indrukwekkende projecten. Soms zit het in iets heel concreets: één dier dat niet meer lijdt. Eén bevalling die wél goed gaat. Iets kleins dat je goed doet, kan enorm veel voldoening geven.”
Voor professionals die twijfelen over hun loopbaan, heeft ze geen kant-en-klaar antwoord, maar haar eigen keuze is misschien wel een uitnodiging om zelf eens na te denken over de volgende dingen:
Kies niet alleen met je hoofd, maar óók met je lijf. Word je blij van een fysieke, praktische omgeving? Of juist niet?
Durf combinaties te maken. Een beroep hóeft niet in één hokje te passen. Dierenarts én schaapsherder-assistent? Blijkbaar kan dat.
Vraag je af waar jij jouw ‘lammerseizoen’ van zou willen maken: iets waar je zó achter staat dat je er echt tijd, energie en misschien zelfs vakantiedagen voor over hebt.
Wie in de stal naar Rowena kijkt terwijl ze met stro in haar haar een kersvers lammetje droogwrijft, ziet geen hippe LinkedIn-titel of glanzende carrièrestap. Je ziet iemand die heel precies weet waarom ze doet wat ze doet.
En dat is misschien wel de meest universele les uit dit niet-alledaagse beroep: Je werk hoeft niet doorsnee te zijn, als jij maar snapt waarom het bij jóu past.
Deze artikelen worden nu ook veel gelezen op Intermediair.nl:
“Overdag onderzoek ik kankercellen, ’s avonds duw ik een bobslee de baan af”
:focal()&w=256&q=75)