Werkgevers/
Werknemers
Quin Blokzijl naast Brigitte van den Berg in het Europees Parlement
Werk en carriere5 min lezen

‘Ik kreeg als mbo-stagiair binnen het Europese Parlement de vraag of ik er via de catering was binnengekomen’

Quin Blokzijl (23) loopt als allereerste mbo-er stage bij het Europees Parlement. Daarmee levert hij een bijdrage aan de erkenning van zogenaamde ‘lageropgeleiden’. ‘Waarom zou iemand met een mbo-opleiding minder waardering verdienen dan iemand met een hbo- of wo-diploma?’


Toen Blokzijl, net klaar met zijn mbo 4-opleiding Media & Redactie, de vacature kreeg doorgestuurd waarin de ‘eerste mbo-stagiair bij het Europees Parlement’ werd gezocht, aarzelde hij geen moment. ‘Ik dacht: let’s go!’ 

Stagelopen bij D66 in Europees Parlement

Blokzijl is met zijn mbo-opleiding bij het Europees Parlement een vreemde eend in de bijt. Toen hij en zijn begeleider, D66-Europarlementariër Brigitte van den Berg, zijn stage wereldkundig maakten, waren de online reacties dan ook niet mals, vertelt Quin. Hij ontving reacties uiteenlopend van ‘Een mbo-er kan nooit het land besturen’ tot en met ‘Laat hem gaan’.

Ook werd hem door zijn nieuwe collega’s in het voorbijgaand steeds gevraagd op welke universiteit hij had gezeten. ‘Nadat ik voor de zoveelste keer had uitgelegd dat ik van het mbo kwam, kreeg ik een keer zelfs de vraag: of ik via de catering was binnengekomen.’

Diploma (niet) vereist voor Quin Blokzijl

Ondertussen heeft Quin, die in april aan zijn stage bij het Europees Parlement is begonnen en er nog tot augustus een contract heeft lopen, zijn draai gevonden. ‘Ik ondersteun mijn begeleider met van alles en nog wat. Zoals het organiseren van het bezoek onlangs van een MBO-klas uit Rotterdam, maar ook van een delegatie met stakeholders uit het Noorden van het land. Ik lever een bijdrage aan media en woordvoering. Daarnaast ben ik bezig met research met het oog op een wetsvoorstel voor de integrale erkenning van mbo-diploma’s binnen Europa.’

Hoe leuk hij zijn werk echter ook vindt, Quin blijft zich verbazen over de fixatie op diploma’s en het gebrek aan erkenning van het talent van jongens en meisjes met een beroepsopleiding, zoals hij zelf. ‘Mbo-ers worden verondersteld “dom” te zijn. Je hebt geen rechten op allerlei voorzieningen en je moet, om een stage of baan binnen de overheid te bemachtigen, over een hbo-, of liever nog, een universitair diploma beschikken. Zo heb ik, om een stageplek te kunnen krijgen bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken me, nadat ik er keer op keer voor werd afgewezen, nog even ingeschreven voor een hbo-opleiding.’ 

Hoewel hij zich meteen weer bij die opleiding uitschreef, was dit feit alleen genoeg om een voet tussen te krijgen en verliep zijn stage vervolgens zonder problemen. Het werk bleek ook helemaal niet zo ingewikkeld als het wordt voorgedaan. 

Diezelfde ervaring heeft Quin nu binnen het Europees Parlement. Waarin hij inmiddels zelfs door collega’s is bevestigd. ‘Toen ik op een gegeven moment aan wat mensen binnen het EP voorlegde dat ik het werk ook zonder hbo of een universitaire graad zelfs prima aankon, en dat het zelfs voor iemand zonder een diploma te doen was, konden ze niet anders dan dit te beamen.’

Quin, zelf opgegroeid met gesprekken aan de keukentafel over de diepe scheidslijn tussen ‘hoger-’ versus ‘lager-opgeleiden, blijft zich inzetten voor gelijke waardering van mensen met een praktisch beroep.

Zoals zijn eigen moeder. ‘Mijn moeder is mbo verpleegkundige in een klein ziekenhuis. Ze is er dag in dag uit - letterlijk - bezig met levens redden. Maar, hoewel ze ook nog eens twintig jaar ervaring heeft, heeft ze in de voorbijgaande jaren twintigers met een mbo-diploma aan haar voorbij zien snellen. Ze kunnen binnen de kortste keren een leidinggevende functie krijgen en verdienen meer. Dat is toch niet eerlijk?’

Quin wil zich in de toekomst dan ook graag inzetten voor meer waardering voor ‘praktisch opgeleiden’. ‘Ik weet nog niet precies wat ik na dit traineeship ga doen, ik laat het een beetje op me afkomen. Maar in ieder geval wil ik iets doen waarmee ik verandering in deze ongelijke situatie kan brengen. Ik zou niet weten waarom je met of zonder diploma’s meer gewaardeerd zou worden. Ik begrijp ook niet waarom je in de financiële dienstverlening bijvoorbeeld zoveel meer zou moeten verdienen dan iemand als mijn moeder, die als verpleegkundige echt een maatschappelijke bijdrage levert.’


Afbeelding van de auteur

Erzsó Alföldy