
Teksten componeren als Mozart of Beethoven
Effectief leren componeren, pardon, schrijven, doe je met Mozart en Beethoven. Ben jij een Amadeus of een Ludwig? Bepaal jij van tevoren de hele tekststructuur zodat je alleen nog details hoeft in te vullen? Of ploeter je creatief door een dozijn tekstversies heen?
Veel schrijvers hebben moeite om (snel) een goede tekst te schrijven. Eindeloos puzzelen ze over de juiste structuur, hun formuleringen, de afbakening van de inhoud, de doel- en doelgroepgerichtheid. Daardoor kost het produceren van teksten vaak enorm veel tijd. Om sneller tot effectieve teksten te komen, helpt het om inzicht te hebben in het type schrijver dat je bent. Ben jij een mozartiaan of een beethoveniaan? En wat betekent dat vervolgens voor je schrijfaanpak?
Klassiek maar totaal anders
Zowel Mozart als Beethoven behoren tot de absolute top van de klassieke componisten. Beiden componeerden onsterfelijke muziek. Interessant daarbij is echter de manier waarop beide heren tot hun composities kwamen; daarin schuilt namelijk nogal een verschil.
Van Mozart is bekend dat hij zijn composities in grote lijnen al in zijn hoofd had zitten voordat hij ze aan het papier toevertrouwde. Hij werkte altijd vanuit een hecht voorbereide structuur en concentreerde zich tijdens het componeren met name puur op het ‘neerzetten van de juiste noten’. Revisie achteraf was nauwelijks nodig.
Beethoven daarentegen ging geheel anders te werk: hij zette zijn composities vaak direct op papier, zonder voorafgaand stramien, en bleef die vervolgens continu wijzigen, waarbij hij steeds weer zijn eerdere versies bewerkte. Geen vooraf bepaalde structuur dus, maar een structuur die zich langzaam maar zeker vormde door voorafgaande pogingen te bewerken. De definitieve versie vergde dus heel wat voorafgaande hele en halve versies.
Van componeren naar schrijven
In boeken over schrijven wordt ook vaak een onderscheid gemaakt tussen mozartianen en beethovenianen. Schrijvers met een op Mozart geënt schrijfproces werken daarbij veelal een structuur die in hun hoofd zit uit op papier, waarbij zij zich volledig kunnen concentreren op de formuleringen, het eigenlijke schrijven dus, en snel de definitieve tekst klaar hebben.
De beethovenianen wijzigen hun tekst voortdurend tijdens het schrijven en dat betekent niet zelden dat ook de aanvankelijke structuur aan het eind van de rit niet meer te herkennen is. Natuurlijk kunnen beide processen uiteindelijk prachtige teksten opleveren, maar het is toch handig om van jezelf te weten tot welk type schrijver jij behoort. Daarmee kun je namelijk vooraf bepalen waar jouw extra aandacht tijdens het schrijven naar moet uitgaan.
Stappenplan of niet?
Herken jij jezelf in Mozarts manier van werken en ben jij door de bank genomen dus weinig tijd kwijt met het ontwikkelen van je uiteindelijke tekststructuur? Dan is het niet echt nodig om voorafgaand aan het schrijven je structuur nauwgezet uit te werken en kun je eigenlijk meteen met schrijven beginnen.
Pas daarbij wel op dat de structuur die je bedacht hebt, niet als een keurslijf gaat fungeren: hou altijd de mogelijkheid open om je structuur aan te passen en giet deze niet vooraf in beton. Het helpt daarbij vaak om voor jezelf toch nog even na te gaan wat het doel van je tekst is, welke doelgroep je bedient en welke vraag je exact wilt beantwoorden in je tekst.
Structuur, structuur, structuur
Herken je jezelf meer in Beethovens aanpak? Dan is het laatste advies gewoon een eis. Prijs jezelf gelukkig voor de creatieve manier waarop je te werk gaat, maar realiseer je dat structuur voor jou hét aandachtspunt is. Om te voorkomen dat je je lezers opsluit in een tekst als een achtbaan en dat je eindeloos blijft (her)schrijven, kun je je beter overgeven aan een vrij streng stappenplan bij het schrijven van je tekst. Dat bespaart je veel tijd.
Zorg er als beethoveniaan dus voor dat je precies weet wat je doel is, wie je lezer is en welke vraag je wilt beantwoorden. Verzamel vervolgens de inhoud die je hiervoor nodig hebt en zet deze in een logische volgorde/structuur. Begin pas met schrijven als je dat allemaal gedaan hebt. Natuurlijk mag je daarna alsnog creatief helemaal losgaan tijdens het ‘echte’ schrijven, maar weet je dat je meteen aan je ‘definitieve’ versie bezig bent. Op die manier combineer je mozartiaanse structuur met beethoveniaanse creativiteit: klassieke teksten gegarandeerd!
