Werkgevers/
Werknemers
Meer zelfvertrouwen? Maak je bed op en eet een kikker

Meer zelfvertrouwen? Maak je bed op en eet een kikker

‘Ik heb het weer niet goed gedaan.’ In een hoek van de kamer ligt, onder een dekentje bedolven met knuffelberen, een pratende berg. De berg moppert. Hij moet zo veel en hij kan niets. Ja, zo is het toch? Hij had een toets op school en maakte een paar fouten. Hij moest gitaar oefenen. Niet gedaan. En toen was-ie even heel moe en ging-ie maar voetballen. Dus van zijn huiswerk is ook niets terecht gekomen. Zie je wel? Hij doet niks. En hij kan nog minder.


Jarenlang was ik ook zo’n pratende berg. Toen het zelfvertrouwen werd uitgedeeld stonden mijn oudste zoon en ik bepaald niet vooraan. Het gevolg is dat we onze taken eindeloos uitstellen en onszelf hiervoor op ons falie geven, waardoor we nog minder geneigd zijn aan een klus te beginnen. Zo is de vicieuze cirkel van de faalangst compleet.

Pas sinds een tijdje ben ik er enigszins van verlost. Dat komt door een belangrijk inzicht. Zelfvertrouwen kun je verwerven door je aan twee eenvoudige regels te houden: maak je bed op en eet een kikker.

In een YouTubefilmpje zag ik een speech van admiraal William McRaven, een met decoraties behangen militair die vertelt wat jarenlange dienst hem heeft geleerd. Nee, dat is niet alleen wapentuig hanteren of oorlogsstrategieën bedenken. Zijn belangrijkste les: maak altijd je bed op. Geef jezelf aan het begin van de dag een simpele taak, voer die uit en je hebt meteen een duidelijke intentie voor de uren die volgen.

Die intentie is simpel. Doe wat je moet doen. Klaar. Ik vond het een mooi idee. Want iets kleins kan meteen al voldoening geven, en als je de zure lappen achteloos laat liggen om scharrig en saggerijnig richting koffieapparaat te schuifelen, voel je je toch net wat minder lekker over jezelf.

Dus maak ik braaf mijn bed op. Om vervolgens verwoed op een kikker te kauwen. Het boek Eat that frog van Brian Tracy gaf me namelijk een andere handreiking. Zoek datgene op je to-dolist waar je het meest tegenop ziet. Dat is je kikker. Als je vervolgens aan het werk gaat, begin je onmiddellijk aan dat beest. Werk hem naar binnen, verzwelg hem, versplinter zijn botjes tussen je kiezen tot er niets van overblijft. Hap. Slik. Weg.

Het gevolg: de rest van de dag kun je procrastineren tot je een ons weegt. Je kunt koffie drinken, je teennagels bijknippen, een Spotify-playlist ‘Ongelofelijk vervelende zeikliedjes’ samenstellen. Of je kunt als een malle de rest van de je to-dolijstje afwerken omdat je nu zo lekker op weg bent. De kans dat je dat laatste doet is groot. Zo niet, dan voel je je toch goed over jezelf. Omdat je je bed opmaakte en een kikker at.

Het klinkt allemaal te lullig voor woorden, maar het is juist lulligheid die de mens vooruit helpt. Ja, we kunnen allemaal wel groots en meeslepend ‘Go get them, tiger!’ roepen als we ’s morgens ons eigen spiegelbeeld treffen, maar de verstandigen onder ons voelen zich op zo’n moment eerder belachelijk dan een mens van de wereld. Dan kun je beter je bed opmaken. En domweg aan de slag gaan.

Dus pak ik de berg en til hem naar zijn bed dat we nu lekker rommelig mogen maken.

‘Mam, wil je een verhaaltje vertellen?’ En ik begin te praten. ‘Dit is het sprookje van de kikker en het bed…’


Afbeelding van de auteur

Roos Schlikker

Roos Schlikker (A’dam, 1975) belandde na haar studie Nederlands in de financiële journalistiek. Nu schrijft ze columns in Het Parool, TPO Magazine en Intermediair.