:focal(411x150:511x250)&w=3840&q=75)
Gilles de l’interruption: hoe we elkaar kapotmaken met goedbedoelde afleiding
Je bent net lekker bezig. Eindelijk een uurtje ruimte in je agenda om die ene taaie concentratieklus aan te pakken. Tot ineens, vanuit het bureau tegenover je, “HUH?!” klinkt. Gevolgd door een: “Dat meen je toch niet!”. En jij? Jij doet wat elk sociaal wezen doet: je schiet in de Wat-is-er?!-stand. Wég concentratie. Productiviteitsexpert Björn Deusings schrijft in zijn blog over wat hij noemt Gilles de l'interruption.
En waarvoor is die afleiding? Voor niks. Helemaal niks. Je collega was gewoon… verbaasd. Over iets in een mail. En omdat jullie samen een kantoor delen, is er geen filter. Hij hoeft het niet te bewaren, niet te noteren, niet eens af te wegen of het het delen waard is. Hij flikkert het gewoon de ether in. En jij ontvangt het. Gevolg: jij bent je focus kwijt. Je flow is kapot. Dat ene uurtje geconcentreerd werken? Geëxplodeerd door een verbaasde “huh”.
Gilles de l’interruption
Het gaat mij niet om déze collega. Sterker nog: hij werkt hard, is scherp, en ik ben blij dat hij in mijn team zit. Maar - en hier komt-ie - hij is chronisch besmet met een hardnekkig virus dat ik, met lichte spot, ben gaan noemen: Gilles de l’interruption.
Een mild ogende, maar genadeloos besmettelijke werkplekaandoening. Symptomen: de onweerstaanbare drang om alles wat in je opkomt - gedachten, gevoelens, hersenspinsels - hardop te delen. Zonder aanleiding. Zonder vraag. En vooral: zonder rekening te houden met de mensen om je heen die proberen te focussen.
Dat is geen samenwerken. Het is ook geen hulpvraag. Want dan ben je je bewust van het moment. Dan wacht je even. Dan stel je een duidelijke vraag, en besef je: dit kost iemand tijd, aandacht, mentale bandbreedte.
Lees ook: 'Zoek jij een goede werk-privebalans? Verwacht dan niet dat je écht impact maakt'
Maar Gilles? Die kent dat onderscheid niet. Die roept gewoon: “Weet je nog die klant van vorige week? Nou, dat is dus opgelost!” Alsof dat nu relevant is. Alsof jij, tot je wenkbrauwen in een complexe analyse, zat te wachten op een random klanten-update. Je kijkt op. Verstoord. Verward. Ver weg van je denklijn. “Klant? Kwestie? Waar heb je het over?”
Wat als diezelfde collega thuis had gewerkt? Had hij het dan gedeeld? Was hij gaan bellen? Een mail gaan tikken? Het op de agenda gezet voor het teamoverleg? Tuurlijk niet. Veel te veel gedoe voor een brainfart. En dát is precies het punt: het was niet belangrijk. Het was een mentale oprisping. Nul urgentie. Nul filter. Jij was gewoon toevallig de eerste de beste in de buurt, en dus de pineut.
De kudde en het pad van de minste weerstand
Waarom doen we dit eigenlijk? Omdat we sociale kuddedieren zijn. En omdat ons brein lui is, en dus altijd de weg van de minste weerstand zoekt. En in een gedeelde ruimte is dat: gewoon. even. wat. roepen. Want het is makkelijk. Het lucht op. Het kan. En niemand houdt je tegen.
Maar het gevolg? Eén collega die “HUH?!” roept, en drie anderen die uit hun focus worden getikt. In plaats van een uur geconcentreerd werken krijg je zestig minuten vol halve zinnen, onderbroken gedachten en verloren tijd. En de ironie? We bedoelen het goed. We willen gewoon “even iets delen”. Of “even sparren”. “Even iets kwijt”.
Tekst gaat verder onder de vacatures.
Collegialiteit is geen vrijbrief voor afleiding
We gooien het vaak op “gezelligheid”. “Verbondenheid”. “Fijn dat we in een team zitten, toch?” Maar eerlijk: iemand van z’n werk houden zonder dat jij weet waarom of wat je eigenlijk wil melden, is niet collegiaal. Het is gemakzucht met een glimlach. En het ondermijnt waar goed kenniswerk op draait: concentratie.
Kenniswerk is geen lopendebandwerk waarbij je zonder veel aandacht hetzelfde kunstje herhaalt. Je denkt. Je lost op. Je creëert. En dat lukt alleen in rust. In focus. In die diepe flow waar geen “Zeg, even iets heel anders! Weet jij toevallig…” tussen past.
Gelukkig is er een tegengif voor Gilles de l’interruption. Geen pil, wel een filter. Een snelle reality check waarmee je voorkomt dat je je hersenscheet over het kantoor laat vliegen. Ik noem ‘m The 4 I’s of Interruption. Vier vragen die je jezelf stelt vóór je iets roept, deelt of vraagt:
What is the Issue? – Wat is er eigenlijk aan de hand? Wat wil ik precies delen?
What is the Impact? – Wat gebeurt er als ik dit níét nu meteen deel? Is het echt urgent?
What have I already done? – Wat heb ik zelf al geprobeerd? Of verwacht ik stiekem dat iemand anders het voor me oplost?
What is the Intent? – Waarom wil ik dit delen? Wat wil ik bereiken? Wat verwacht ik van de ander?
Overleeft jouw onderbreking deze vier checkpoints? Prima. Onderbreek gerust. Dan weet je: het is helder, nodig én op z’n plek. Maar blijf je al hangen bij vraag 1 met iets als “Ja… het is gewoon vaag, snap je?” Dan is het antwoord simpel: nee. Geen reden om je collega's uit hun focus te rammen.
Aandacht = respect
Je hoeft niet stil te zijn op het werk. Maar wees wél zorgvuldig. Focus is de zuurstof van goed kenniswerk. En dus ook de meest onderschatte vorm van collegialiteit. Help elkaar daarom om in een flow te komen - én erin te blijven. Dat betekent: minder roepen, meer richten. Minder zenden, meer nadenken.
En als je dan tóch iets kwijt wil, stel jezelf één simpele vraag: past dit binnen de 4 I’s? Zo niet: schrijf het op, parkeer het voor later of gooi het er thuis uit tegen je hond. Die vindt ook alles interessant. Maar je saboteert tenminste niemand z’n concentratie.
Ook hoe je kantoor eruit ziet heeft impact op je concentratie. Björn schreef ook deze blog, waarin hij trots uitlegt waarom hun kantoor, in zijn ogen het saaiste van Nederland, zo effectief is.
:focal()&w=256&q=75)