:focal(802x746:803x747)&w=3840&q=75)
Het gevaar van de 'soepele' vergadering: waarom je juist frictie op moet (durven) zoeken
In veel vergaderingen gebeurt iets ongemerkt. Je zit aan tafel, luistert mee, doet wat er van je wordt verwacht. Agenda’s worden afgewerkt, besluiten genomen. Iedereen doet zijn werk. En toch verdwijnt er onderweg iets essentieels: samenhang. HR-expert Diana van Asten ziet het zelf vaak gebeuren, de vergadering waarin iedereen het met elkaar eens is. Ze waarschuwt ervoor in deze blog.
Je blijft niet stil omdat je niets meer te zeggen hebben, maar omdat je merkt dat hardop denken niet altijd meer vanzelfsprekend is. Dat je eerst afweegt of een vraag wel op zijn plek is. Of dat het juiste moment is. Of iemand op jouw inbreng zit te wachten. Terwijl het juist in dit soort gesprekken nodig is dat je je mond open kunt doen, ook als het schuurt.
De verschuiving van gezamenlijk gesprek naar individuele eilanden
Wat ooit een gezamenlijk gesprek was, verandert langzaam in een optelsom van individuele verantwoordelijkheden. Ieder vanuit zijn eigen portefeuille, zijn eigen targets, zijn eigen gelijk. Taken worden uitgerold, voortgang bewaakt, maar het grotere geheel raakt uit beeld. En precies daar begint iets te schuiven.
Wat opvalt, is niet dat mensen afhaken, maar dat ze stiller worden. Niet omdat ze niets meer te zeggen hebben, maar omdat ze gaandeweg leren wanneer spreken weinig oplevert. Ideeën worden intern afgewogen en vervolgens ingeslikt. Vragen blijven liggen. Niet uit desinteresse, maar uit ervaring.
Dat mechanisme herkende ik jaren geleden ook bij mezelf, in een MT waar ik onderdeel van was. Ik merkte dat ik minder zei. Niet omdat ik minder betrokken was, maar omdat het vertrouwen afnam. Iedereen leek vooral bezig met het eigen domein, het eigen stuk werk, het eigen gelijk. Wat ik inbracht, voelde steeds minder als onderdeel van een gezamenlijk verhaal. En dan ga je jezelf iets fundamenteels afvragen: heeft het nog zin om het grotere geheel te blijven benoemen als iedereen vooral zijn eigen eiland verder uitrolt?
Die ervaring bleef niet op zichzelf staan. Als consultant kom ik in uiteenlopende organisaties, teams en sectoren. En opvallend vaak zie ik hetzelfde patroon terug. Niet in extreme vorm, niet met openlijke conflicten, maar juist in het alledaagse. In vergaderingen die soepel verlopen. In besluiten waar niemand écht tegenin gaat. In professionals die keurig leveren, maar steeds minder toevoegen.
Wanneer stilte wordt verward met draagvlak
In veel organisaties wordt openheid benoemd als belangrijke kernwaarde. Feedback is welkom, kritisch meedenken wordt aangemoedigd en men zegt ruimte te bieden voor verschillende perspectieven. Tot het moment waarop die eerlijkheid daadwerkelijk iets blootlegt wat ongemakkelijk is, een patroon zichtbaar maakt dat liever onbenoemd blijft, of een besluit raakt dat al genomen is. Dan verandert de dynamiek. Meestal niet openlijk, maar wel voelbaar.
Mensen worden stiller. Niet plotseling en niet demonstratief, maar geleidelijk. Ze blijven hun werk doen, leveren kwaliteit en nemen verantwoordelijkheid, maar hun inbreng verschuift. Vragen worden zorgvuldiger geformuleerd, twijfels blijven vaker voor zich, observaties die eerder hardop werden gedeeld, verdwijnen naar de achtergrond.
Wat vaak over het hoofd wordt gezien, is dat stilte geen teken is van instemming. Vergaderingen zonder discussie worden door leidinggevenden regelmatig als prettig en overzichtelijk ervaren. Besluiten worden genomen, acties verdeeld en iedereen gaat weer verder. Aan de oppervlakte lijkt er rust.
Waarom rust niet hetzelfde is als veiligheid
Psychologische veiligheid verdwijnt zelden plotseling. Het gaat langzaam, in kleine momenten waarop iemand denkt dat het weinig toevoegt om dit nogmaals te benoemen. Waarin professionaliteit wordt verward met inslikken en loyaliteit met zwijgen. Voor de buitenwereld lijkt er weinig aan de hand.
Wat me daarbij regelmatig opvalt, is dat dit zelden leidt tot openlijke onvrede. Integendeel. Veel mensen blijven loyaal en professioneel functioneren. Ze zoeken naar manieren om zich te voegen, om niet lastig te zijn, om het werk “gewoon goed te doen”. Maar ondertussen wordt er steeds meer ingehouden.
Totdat ze merken dat ze zichzelf structureel moeten bijstellen om te passen.
Het vertrek dat daarop volgt, komt voor de omgeving vaak onverwacht. “Het ging toch goed?” is een veelgehoorde reactie. Voor degene die vertrekt, voelt het zelden abrupt. Dat besluit is meestal al veel eerder genomen, op het moment dat spreken plaatsmaakte voor zwijgen.
Het verschil tussen stilte en draagvlak
Misschien is dat wel wat mij het meest bezighoudt in organisaties: dat we stilte zo vaak verwarren met draagvlak. En het ontbreken van frictie met veiligheid. Terwijl juist het uitblijven van het echte gesprek vaak het signaal is dat mensen al lang zijn afgehaakt.
Niet omdat ze niets meer te zeggen hebben, maar omdat ze hebben geleerd dat zeggen weinig verandert. Misschien begint het echte probleem niet bij de mensen die vertrekken, maar bij alles wat al eerder niet meer werd gezegd.
Meer weten over hoe de werkvloer verandert? Lees dan ook deze artikelen:
'Dat Gen Z'ers een burn-out krijgen ligt niet aan hen, maar aan het bedrijf en de manager'
De grote paradox: de wereld lijkt in brand te staan, maar de economie floreert als nooit tevoren
Mijlpaal op de arbeidsmarkt: Vrouwelijke zzp'ers verdienen voor het eerst meer dan mannen
:focal(2883x292:2884x293)&w=256&q=75)