Werkgevers/
Werknemers
Pensioenfonds passé? Nee, pensioenfonds oké!
Personal finance4 min lezen

Pensioenfonds passé? Nee, pensioenfonds oké!

Jongeren bouwen liever zelf pensioen op dan dat ze meedoen met een collectieve regeling. Daar zit wat in, maar een collectief pensioen heeft meer voordelen dan je misschien denkt, zegt financieel adviseur Paul van der Kwast.


Als werkende heb je meestal geen keuze: je bent verplicht om mee te doen met het pensioenfonds of de verzekeraar waarbij je werkgever is aangesloten. Niet jij maar je baas, en de wettelijke regels, bepalen of je bij het ABP, het Philips Pensioenfonds of het Bedrijfstakpensioenfonds voor de Bouwnijverheid een oudedagsvoorziening opbouwt.

Eerder deze maand bleek uit onderzoek dat jongeren liever een individuele regeling afspreken. Dat klinkt goed: dan kies je zelf waar en hoeveel pensioen je opbouwt en zit je niet vast aan één partij. Bovendien heb je dan geen last van de lage rekenrente die ervoor zorgt dat de pensioenen al jaren niet meer worden geïndexeerd en misschien zelfs binnenkort worden gekort.

Toch is het niet terecht om pensioenfondsen en pensioenverzekeraars alleen te zien als dure fossielen die zijn bedacht door 50-plussers. Ze staan dan nu wel in een kwaad daglicht vanwege de dreigende kortingen, maar een pensioenfonds heeft veel voordelen. Zo heb je als deelnemer aan een pensioenfonds recht op een hoop extraatjes. Dit zijn de voordelen van een collectieve pensioenregeling:

Levenslang pensioen

Een pensioenfonds keert levenslang pensioen uit. Mensen die zelf een oudedagsvoorziening opbouwen, bijvoorbeeld met een lijfrente, gaan er vaak van uit na hun pensionering nog een jaar of tien een behoorlijk inkomen nodig te hebben. Daarna denken ze toch geen leuke dingen meer te kunnen doen. Maar een vrouw die op haar 67ste met pensioen gaat, leeft statistisch gezien nog twintig jaar. Wel lekker om ook na je 77ste een goed inkomen te hebben.

Eerder stoppen met werken

Je kunt bij de meeste pensioenfondsen kiezen voor een hoog/laag-pensioen. Dan krijg je in de jaren vóór je AOW ingaat een hoger pensioen en vanaf je AOW-leeftijd een lager pensioen. Handig als je eerder wilt stoppen met werken, maar wel inkomen nodig hebt om de jaren tot je AOW-leeftijd te overbruggen.

Beter dan sparen

Je pensioenpremie wordt belegd. Ondanks de absurd lage rekenrente levert dit een veel hoger rendement op dan sparen. Pensioenfondsen maken al jaren een gemiddeld rendement van 6 tot 7 procent (dat is overigens iets anders dan de beruchte rekenrente van iets meer dan 1 procent). Vind maar eens een spaarrekening waar je dat krijgt.

Ziek, zwak en misselijk

Dit weten veel mensen niet, maar pensioenregelingen zijn doorgaans erg royaal als je vanwege ziekte of na een ongeluk niet langer kunt werken. Meestal wordt de premie geheel of gedeeltelijk doorbetaald, zodat de pensioenopbouw gewoon doorloopt. Verder krijg je bij sommige regelingen zelfs een uitkering tot aan je pensionering. Dat heet een arbeidsongeschiktheidspensioen. Dat krijg je dus bovenop je wettelijke WIA-uitkering.

Overlijden

Als je overlijdt, krijgen je partner en je eventuele kinderen meestal een uitkering. Voor je partner is die levenslang, je kinderen krijgen meestal tot een bepaalde leeftijd – bijvoorbeeld 18 jaar of totdat ze zijn afgestudeerd – een uitkering. Die uitkering is vaak niet mals, want die is veelal gebaseerd op het pensioen dat je zou krijgen als je zou doorwerken tot je officiële pensioenleeftijd.

Kortom, je pensioen mag dan al jaren niet zijn geïndexeerd, zo slecht als het soms lijkt te zijn, is het nu ook weer niet. En zelf tuig je niet zo makkelijk een oudedagsvoorziening met zo veel toeters en bellen op.


Afbeelding van de auteur

Paul van der Kwast

financieel planner

Paul van der Kwast is journalist en financieel planner, gespecialiseerd in het adviseren van particulieren en kleine ondernemers. Hij heeft een adviesbureau voor personal finance, waar hij klanten dagelijks adviseert over hypotheken, pensioenen en inkomen.