:focal(554x400:555x401)&w=3840&q=75)
Benut elke aftrekpost bij je belastingaangifte: deze veelgemaakte fouten kosten je geld
Sinds 1 maart kun je weer belastingaangifte doen. Jaarlijks laten Nederlanders honderden euro’s liggen, van vergeten aftrekposten tot verkeerde afrondingen. Maar fouten zijn vaak simpel te voorkomen. Met deze tien praktische adviezen haal je er het meeste uit.
1. Belastingrente betalen door te laat insturen
Belastingaangifte doen is niet het leukste klusje, maar stuur je aangifte wel op tijd in. Stuur je die pas na 1 mei in en moet je belasting betalen, dan betaal je 5 procent rente bovenop het te betalen bedrag, zo is te lezen bij het AD. „Check de vooraf ingevulde informatie”, tipt financieel planner Nihal Vogels. „Dan hoef je alleen de aftrekposten bij elkaar te verzamelen.”
Weet je nu al dat je in belastingjaar 2026 moet betalen, dan kun je ook een voorlopige aanslag aanvragen.
2. Foutief afronden
Bij de belastingaangifte mag je bedragen op hele euro’s afronden in je voordeel. Loon en vermogen rond je dus af naar beneden, aftrekposten juist naar boven.
3. Gul geven, maar niet aftrekken
Aftrekposten zorgen ervoor dat je minder belasting betaalt of meer terugkrijgt. Juist daar laten mensen soms honderden euro’s liggen, omdat de Belastingdienst dit niet voor je invult. Je moet dus zelf aan de slag.
Meer dan driekwart van de Nederlandse huishoudens steunt goede doelen. Volgens onderzoek van Goede Doelen Nederland is dat gemiddeld meer dan 350 euro per jaar. Giften zijn aftrekbaar bij de Belastingdienst als je aan een aantal voorwaarden voldoet, waardoor je minder belasting betaalt.
Als je doneert aan een Anbi (Algemeen Nut Beogende Instelling), is je gift aftrekbaar. Daarvoor geldt wel een minimum. Geef je minder dan deze drempel, dan is je gift niet aftrekbaar. De drempel bedraagt 1 procent van je drempelinkomen, met een minimum van 60 euro. Het drempelinkomen is het inkomen uit de drie boxen samen, vóór aftrek van persoonsgebonden aftrekposten. Er geldt ook een maximum: je kunt maximaal 10 procent van je drempelinkomen aftrekken.
Contante giften zijn niet aftrekbaar. De Belastingdienst kan dan namelijk niet controleren of je de gift daadwerkelijk in de collectebus hebt gedaan. Gebruik je een QR-code, dan kun je je bankafschrift indienen als bewijs.
4. Extra aftrek zorgkosten bij laag inkomen vergeten
Als je drempelinkomen niet hoger is dan 40.502 euro, mag je soms meer zorgkosten aftrekken dan je daadwerkelijk hebt betaald. Had je op 1 januari de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt, dan bedraagt die extra aftrek 113 procent. Wie op die datum jonger was, krijgt 40 procent extra aftrek op bepaalde zorgkosten, zoals voorgeschreven medicijnen. Deze verhoging helpt om sneller boven het drempelbedrag uit te komen.
Zorgkosten zoals geneeskundige hulp, medicijnen en reiskosten voor medische behandelingen mag je aftrekken. Daarbij is een aantal zaken van belang: je moet alle facturen en betalingsbewijzen bewaren, het eigen risico is niet aftrekbaar en je mag geen kosten aftrekken die door je zorgverzekering worden vergoed. „Via je zorgverzekeraar kun je in principe een overzicht van de gemaakte zorgkosten downloaden”, tipt Vogels. „Dan zie je meteen welke specialisten je hebt bezocht en kun je ook de gemaakte kilometers berekenen.”
Voorbeeld:
In 2025 heb je 100 euro aan aftrekbare medische kosten gemaakt en is je inkomen niet hoger dan 40.502 euro. Je aftrekpost bedraagt dan 213 euro (100 + 113 euro) als je op 1 januari de AOW-leeftijd had bereikt. Ben je jonger, dan is dat 140 euro (100 + 40 euro)
5. Vervoerskosten laten zitten
Niet-vergoede zorgkosten zijn aftrekbaar, maar ook de weg ernaartoe. Voor 2025 mag je 0,23 euro per kilometer rekenen voor ritten naar de arts, het ziekenhuis of de tandarts. Houd hiervoor wel een rittenregistratie bij.
Wie geen 100 meter kan lopen en dat ook aannemelijk kan maken, mag nog eens 925 euro aan vervoerskosten aftrekken. Dit kun je aantonen met bijvoorbeeld een gehandicaptenkaart, pgb, doktersverklaring of Wmo-besluit.
6. Geld lenen van familie, maar niet aftrekken
Hoewel het in de praktijk meestal gaat om hypothecaire leningen, is de rente aftrekbaar van alle leningen die worden gebruikt voor de aankoop, verbouwing of het onderhoud van de eigen woning. Ook rente over een familiehypotheek mag je aftrekken, net als de kosten die je hebt gemaakt om de lening te krijgen. Denk aan boeterente, taxatiekosten en notariskosten.
„Let hierbij wel op dat de familiehypotheek ook moet voldoen aan de voorwaarden voor hypotheekrenteaftrek”, zegt Vogels. „Een familiehypotheek moet je vaak in 360 maanden aflossen. In uitzonderlijke gevallen kun je nog recht hebben op hypotheekrenteaftrek voor een aflossingsvrije hypotheek, maar dan bestond die al vóór 31 december 2012 en is deze gebruikt voor de aankoop, verbouwing of het onderhoud van de eigen woning.”
7. Verkeerd opgeven (bijna) afgeloste hypotheek
Wie een eigen woning heeft, geeft de waarde hiervan op in box 1. Een percentage hiervan wordt daardoor bij je inkomen opgeteld. Maar voor die eigen woning heb je ook aftrekposten, zoals de hypotheekrenteaftrek. De rente die je hebt betaald over je hypotheek mag je van je inkomen aftrekken, waardoor je minder belasting betaalt. Wie een hoge hypotheek en dus veel hypotheekrenteaftrek heeft, betaalt dus minder belasting dan iemand die zijn lening bijna heeft afgelost.
Om aflossen toch te stimuleren werd in 2005 de Wet Hillen in het leven geroepen die dit compenseert. Dit was altijd 100 procent van het eigenwoningforfait, maar sinds 2019 wordt dit afgebouwd. Voor het belastingjaar 2025 is de maximale aftrek nog 76,67 procent, waardoor woningeigenaren steeds meer belasting gaan betalen.
Heb je een fiscale partner, dan kan het lonen om met deze post te schuiven.
8. Ouderenkorting alleenstaande vergeten
Wie de AOW-leeftijd heeft bereikt en alleenstaand is, mag de alleenstaande ouderenkorting van 531 euro toepassen. Het maakt daarbij niet uit of je het hele jaar alleenstaand was of slechts een deel ervan. Ook gehuwden die niet meer samenwonen omdat de partner in een verzorgingshuis woont, hebben beiden recht op de alleenstaande ouderenkorting.
Deze gegevens zouden bij de Belastingdienst bekend moeten zijn via de Sociale Verzekeringsbank, maar het is belangrijk om dit te controleren.
9. Kleine schulden buiten beschouwing laten
Heb je schulden, dan mag je die in box 3 van je bezittingen aftrekken. Die schulden moeten wel hoger zijn dan de schuldendrempel van 3800 euro. Heb je een fiscale partner, dan geldt het dubbele bedrag. Vergeet ook je ‘kleine’ schulden niet, zoals een creditcardschuld, roodstand bij de bank of een autolening.
De hypotheekschuld van de eigen woning mag je niet aftrekken.
10. Belasting op vermogen
Wie vermogen heeft, kan kiezen tussen belasting betalen over het fictieve of het werkelijke rendement. Bij het eerste wordt gerekend met gemiddelden. Bij het werkelijke rendement kijk je naar het rendement dat je zelf hebt behaald. In de aangifte voor 2025 kun je in het aangifteprogramma beide opties invullen. Het programma berekent wat in jouw geval het meest gunstig is.
