We kunnen meer van chimpansees en vleermuizen leren dan we denken. Naar aanleiding van zijn autobiografie spraken we met Jan van Hooff, de David Attenborough van Nederland, over de elementaire wetten in de natuur die ook bepalen hoe wij met elkaar omgaan op de werkvloer.

Fotografie: Tycho Müller

Er cirkelen enorme vleermuizen met de kop van een hond en een spanwijdte van 1,5 meter boven ons terwijl we wachten totdat Jan van Hooff terugkomt met koffie en gebak. Het duurt niet lang voordat de vogels in Burgers’ Bush (een overdekt oerwoud in Burgers’ Zoo) dat doorhebben. ‘Zit jij aan mijn taart, kleine opdonder?’, zegt Van Hooff op luide toon tegen een exotisch uitziende mus. Het zal niet de laatste keer zijn dat er tropische vogels aanschuiven. Ze lijken zich prima op hun gemak te voelen. 

Niet alleen op de gebaksbordjes maar vooral bij Van Hooff, die 83 jaar geleden in het dierenpark werd geboren en gewend is omringd te worden door de meest uiteenlopende diersoorten. Van Hooff wordt ook wel de David Attenborough van Nederland genoemd. De markante emeritus hoogleraar ethologie en socio-ecologie, die gespecialiseerd is in het gedrag van primaten, is een graag geziene gast in talkshows. Hij weet dan ook als geen ander de vergelijking te maken tussen mens en dier. Onlangs bracht hij zijn autobiografie Gebiologeerd uit.

U heeft kort geleden, op 83-jarige leeftijd, uw autobiografie uitgebracht. Wat heeft u geleerd van een leven lang apen kijken?

‘Ik denk dat ik daardoor een heel genuanceerde en ook boeiende kijk op het leven en de werkelijkheid heb gekregen. Stilaan begin ik te doorzien hoe alles in elkaar steekt en hoe niet alleen alle levensverschijnselen, maar ook wat we zien aan sociale, maatschappelijke en politieke processen op dezelfde elementaire wetten berusten. Wetten als: ‘al te goed is buurmans gek’, ‘voor niks gaat de zon op’. Maar ook ‘voor wat hoort wat’ en ‘wie goed doet, goed ontmoet’.

Die wetten klinken meer als tegeltjeswijsheden…

‘Ik denk dat het de wezenlijke regels zijn die overal in de geschiedenis van het leven opduiken en waardoor alle levensvormen, die uit meer dan twee cellen bestaan, in leven blijven. Maar ook elke andere sociale organisatie, elk bedrijf, elk land, elke religie en elke regering heeft daar zijn grondbeginselen in liggen. Het is de theorie van het leven.’

Kunt u een voorbeeld geven?

‘Zullen we vleermuizen met de mensen op de werkvloer vergelijken? Vampieren zijn kleine, bloedzuigende vleermuisjes die in grote kolonies bij elkaar in grotten leven. Ze kunnen maximaal 48 uur zonder bloedmaal. Als zij dus een nacht niet hebben gegeten, daalt de levensverwachting tot 24 uur. Ze gaan dan bedelen bij de vleermuizen die hun bloedmaal wel hebben gehad. Het is dus van groot belang dat een van zijn collega’s wat van het bloed afstaat dat hij die nacht heeft gevangen. Hierdoor neemt zijn eigen levensverwachting af, maar dat doet hij omdat hun ’sociale zorgstelsel’ bestaat bij de gratie van wederkerigheid. Als uitvreters die niets terugdoen daarmee zouden wegkomen, dan dondert het stelsel in elkaar.’

Hoe vertaalt u dat naar de werkvloer?

‘Ga je voor samenwerken of hou je bepaalde informatie voor jezelf om de eer op te strijken? Degene die over de informatie beschikt waardoor een andere collega er ook goed op kan komen te staan, heeft dus het bloedmaal in handen van de ander. Het dilemma dat je telkens weer in het leven terug ziet komen is dit: ‘Vind ik dat mijn individuele voordeel uiteindelijk beter gediend is bij individualiteit dan bij het groepsbelang? 

‘Je ziet dit dilemma op alle vlakken terugkomen in de samenleving. Het communisme is mislukt. Op papier werkte het prachtig, maar in de praktijk niet. Iedereen opte out. En bij het liberalisme is het vrije van het individu verworden tot ‘ieder voor zich en God voor ons allen’. We proberen met zijn allen steeds het juiste evenwicht te vinden dat bij de omstandigheden past.’

Wederzijdse dienstbaarheid dus. Delen we moraliteit met dieren?

‘Mag ik een voorbeeld geven met de kans dat we hier vanavond nog zitten? Als ik met een groep door de dierentuin loop, doe ik vaak een moraliteitsproefje met de chimpansees. Ik vraag de mensen om ieder een bepaalde aap in de gaten te houden. Ik vertel ze dat ik een kiwi naar een aap zal gooien en zij moeten bijhouden, wie, wie heeft zien bijten, slaan, krabben of afpakken. 

‘Ik gooi de eerste kiwi naar een aap die laag op de rangorde staat. Zodra de kiwi die kant uitvliegt en de laagrangige de intentie toont om die kiwi te pakken, houdt de hoograngige, dominante aap zich in. Waarom, zult u zich afvragen? Als de hoog op de rangorde staande aap hem zou afpakken, gaat die laagrangige aap protesteren en zeggen zijn vriendjes tegen elkaar: ‘Wat gebeurt er?’ Dat kan zorgen voor een conflict. Dus doet die hoograngige aap niets. Moraal, zo zou je kunnen zeggen, zijn normatieve verwachtingen. Als wij met elkaar willen samenleven dan moet het ook voor de ander leuk blijven, dus moeten we inleveren en de ander ‘zijn deel’ gunnen.’

Wat kunnen wij van apen leren?

‘Niet zoveel. Zij doen het net zo goed en net zo slecht als wij. Maar wij kunnen wel bewust worden van de hele dynamiek die in een sociale organisatie speelt. En daar zijn chimpansees een prachtig voorbeeld van omdat we 98 procent van onze genen met hen delen. Je pakt dus geen kansen of ideeën van je collega’s af, want dan verknol je de win-win situatie van het samenwerken. Dat is een modus vivendi die je ook in het bedrijfsleven moet vinden.’

Wie is Jan van Hooff?

Geboren op 15 mei 1936 te Arnhem 
1954-2001 Professor ethologie en socio-ecologie Universiteit Utrecht
1971-heden Science Supervisor Burgers’ Zoo te Arnhem
1988 Guest Professor Universiteit Zürich-Irchel
1988-heden Fellow Royal Netherlands Academy of Arts and Sciences
2001 Guest Professor ENS, Parijs en honorary professor Universitas Nasional Jakarta Indonesia en fellow Royal Netherlands Academy of Arts and Sciences

Is samenwerken en collegialiteit een natuurlijk verschijnsel?

‘Ja, maar het komt niet vanzelf. Het zijn de omstandigheden die dieren en mensen laten samenwerken. Er zijn nog steeds solitaire soorten die niet samenwerken, maar de meeste levensvormen vormen gemeenschappen. Wij, als mensen, blinken daar in uit.’

Maakt dat van ons een uitzonderlijke diersoort?

‘Niet uitzonderlijk, wel bijzonder. Wij zijn een diersoort met een extreem vermogen om controle over ons eigen gedrag uit te oefenen en ons rekenschap te geven van ons gedrag. Een vleermuis is bijvoorbeeld weer bijzonder doordat hij leeft in een wereld van uiterst complexe geluidsecho’s. We hebben alleen de neiging om onze soort een aparte plek in het dierenrijk te geven.’

Jan van Hooff ziet verschil tussen diersoorten, waarvan de mens er één is. Wij maken ook onderscheid tussen mensen onderling. Variërend van afkomst tot gender. Dat laatste is nu een hot topic doordat voor het eind van dit jaar 30 procent van de top in het bedrijfsleven uit vrouwen had moeten bestaan.

Hoe kijkt u naar dat vrouwenquotum vanuit de bril van het dierenrijk?

‘Dat is een onderwerp dat eindeloze controverses oproept. De emoties daar omheen zijn interessant, omdat het meestal teruggebracht wordt tot de nature nurture controverse. Maar die wil ik hier voor eens en altijd beslechten. Mag ik?’

Uiteraard.

‘Elk kenmerk is 100 procent aangeboren en 100 procent milieu. Hé, maar dat is 200 procent, zul je nu zeggen en dat kan niet. Maar je kunt die twee niet uit elkaar trekken. De uitkomst is namelijk altijd de interactie van beide. Laat ik een ridicuul maar duidelijk voorbeeld nemen. Wat is bouillabaisse? Is dat het recept of de ingrediënten? Als het voor 100 procent de ingrediënten zouden zijn, eet je toch gewoon de viswinkel leeg? En als het voor 100 procent het recept zou zijn, eet je pagina 64 uit je kookboek op. Het is beide, voor 100 procent.’

En hoe vertaalt u dat naar een onderwerp als diversiteit op de werkvloer?

‘Je kunt verschillen terugbrengen tot genetische verschillen en omgevingsverschillen. Neem voormalig burgemeester Pauline Krikke als voorbeeld. Mevrouw Krikke is zeer empathisch, maar ook conflictmijdend en nam geen hard standpunt in over de vreugdevuren op het strand. Ze durfde niet te zeggen: ‘En nou is het potverdomme afgelopen. Er wordt niet gestookt op die stranden. Oprotten met die vuren.’ In haar plaats zou ‘iron lady’ Margaret Thatcher het waarschijnlijk wel gedaan hebben. Dat verschil kan berusten op verschillen in genetische aanleg, maar ook op verschillen in de opvoedingsgeschiedenis. Die invloeden kun je niet zonder gedegen onderzoek uit elkaar pellen. 

‘Ook Boris Johnson, om maar een ander voorbeeld te noemen, zou dit anders hebben aangepakt. Hij heeft op Eton en Oxford gezeten, waar er constant sprake was van wedijver en rivaliteit. Maar hij is ook een man met een andere genetische aanleg. Ook hij zou vast en zeker anders hebben gehandeld bij de Haagse vreugdevuren. Dat is uiteraard een aanname, maar wat ik hiermee wil laten zien is de ingewikkelde interactie tussen genetische- en omgevingsinvloeden. Dat wil overigens niet zeggen dat vrouwen geen typisch mannelijke eigenschappen kunnen hebben of andersom. Denk maar aan Thatcher! 

‘Afijn. Dat hele gegoochel of iets ofwel 100 procent natuur is ofwel 100 procent aangeleerd, is dus per definitie onzin. Het is altijd beide en het gaat om de interactie van die twee. Is alles dus terug te voeren op het man-vrouw verschil? Nee. Kom je er dus met een regel die 30 procent vrouwen in de top voorschrijft? Nee.’

Als het nature nurture debat en die 30 procent onzinnig is, komt ook dit debat dan neer op die elementaire wetten waar u mee begon?

‘Dat denk ik wel. Die gelden voor elke levensvorm in de natuur, dus ook voor een man of vrouw. Komt u maar mee, dan gaan we de maki’s voeren. Misschien niet met kiwi’s, maar wel met iets anders. Dan kunt u zien hoe die elementaire wetten in de praktijk werken.’

Jolie Jacobs

Meest gelezen

  • Personal finance

    Hoe verdeel je thuis de financiën? ‘Zakgeldmethode is het eerlijkst’

    Hoe verdeel je thuis de financiën? ‘Zakgeldmethode is het eerlijkst’
  • Personal finance

    Op je 40ste met pensioen? Zo lukt het

    Op je 40ste met pensioen? Zo lukt het
  • Personal finance

    Administratiecheck: ‘Abonnementen afsluiten voor één jaar loont’

    Administratiecheck: ‘Abonnementen afsluiten voor één jaar loont’
  • Personal finance

    Zo ga je positiever denken over geld (en meer verdienen)

    Zo ga je positiever denken over geld (en meer verdienen)

Aanbevolen opleidingen

  • Opleidingsontwikkeling

    YEARTH Academy helpt mensen, teams en organisaties hun prestaties te verbeteren. We kijken naar alle...
    10 (4 ervaringen)
  • Business Development & Innovation (Post HBO)

    De Post HBO opleiding ‘Business Development & Innovatie’ duurt ongeveer 3 maanden en omvat 10 colleges...
    8.1 (13 ervaringen)
  • Leiderschap bij Transities (Cursus)

    De cursus ‘Leiderschap bij Transities’ duurt ongeveer 2 maanden en omvat 5 colleges van 3 uur. U volgt...
    9.5 (2 ervaringen)
Bekijk alle Cursussen rond Bedrijfscultuur

Wie is Jan van Hooff?

Geboren op 15 mei 1936 te Arnhem 
1954-2001 Professor ethologie en socio-ecologie Universiteit Utrecht
1971-heden Science Supervisor Burgers’ Zoo te Arnhem
1988 Guest Professor Universiteit Zürich-Irchel
1988-heden Fellow Royal Netherlands Academy of Arts and Sciences
2001 Guest Professor ENS, Parijs en honorary professor Universitas Nasional Jakarta Indonesia en fellow Royal Netherlands Academy of Arts and Sciences

Is samenwerken en collegialiteit een natuurlijk verschijnsel?

‘Ja, maar het komt niet vanzelf. Het zijn de omstandigheden die dieren en mensen laten samenwerken. Er zijn nog steeds solitaire soorten die niet samenwerken, maar de meeste levensvormen vormen gemeenschappen. Wij, als mensen, blinken daar in uit.’

Maakt dat van ons een uitzonderlijke diersoort?

‘Niet uitzonderlijk, wel bijzonder. Wij zijn een diersoort met een extreem vermogen om controle over ons eigen gedrag uit te oefenen en ons rekenschap te geven van ons gedrag. Een vleermuis is bijvoorbeeld weer bijzonder doordat hij leeft in een wereld van uiterst complexe geluidsecho’s. We hebben alleen de neiging om onze soort een aparte plek in het dierenrijk te geven.’

Jan van Hooff ziet verschil tussen diersoorten, waarvan de mens er één is. Wij maken ook onderscheid tussen mensen onderling. Variërend van afkomst tot gender. Dat laatste is nu een hot topic doordat voor het eind van dit jaar 30 procent van de top in het bedrijfsleven uit vrouwen had moeten bestaan.

Hoe kijkt u naar dat vrouwenquotum vanuit de bril van het dierenrijk?

‘Dat is een onderwerp dat eindeloze controverses oproept. De emoties daar omheen zijn interessant, omdat het meestal teruggebracht wordt tot de nature nurture controverse. Maar die wil ik hier voor eens en altijd beslechten. Mag ik?’

Uiteraard.

‘Elk kenmerk is 100 procent aangeboren en 100 procent milieu. Hé, maar dat is 200 procent, zul je nu zeggen en dat kan niet. Maar je kunt die twee niet uit elkaar trekken. De uitkomst is namelijk altijd de interactie van beide. Laat ik een ridicuul maar duidelijk voorbeeld nemen. Wat is bouillabaisse? Is dat het recept of de ingrediënten? Als het voor 100 procent de ingrediënten zouden zijn, eet je toch gewoon de viswinkel leeg? En als het voor 100 procent het recept zou zijn, eet je pagina 64 uit je kookboek op. Het is beide, voor 100 procent.’

En hoe vertaalt u dat naar een onderwerp als diversiteit op de werkvloer?

‘Je kunt verschillen terugbrengen tot genetische verschillen en omgevingsverschillen. Neem voormalig burgemeester Pauline Krikke als voorbeeld. Mevrouw Krikke is zeer empathisch, maar ook conflictmijdend en nam geen hard standpunt in over de vreugdevuren op het strand. Ze durfde niet te zeggen: ‘En nou is het potverdomme afgelopen. Er wordt niet gestookt op die stranden. Oprotten met die vuren.’ In haar plaats zou ‘iron lady’ Margaret Thatcher het waarschijnlijk wel gedaan hebben. Dat verschil kan berusten op verschillen in genetische aanleg, maar ook op verschillen in de opvoedingsgeschiedenis. Die invloeden kun je niet zonder gedegen onderzoek uit elkaar pellen. 

‘Ook Boris Johnson, om maar een ander voorbeeld te noemen, zou dit anders hebben aangepakt. Hij heeft op Eton en Oxford gezeten, waar er constant sprake was van wedijver en rivaliteit. Maar hij is ook een man met een andere genetische aanleg. Ook hij zou vast en zeker anders hebben gehandeld bij de Haagse vreugdevuren. Dat is uiteraard een aanname, maar wat ik hiermee wil laten zien is de ingewikkelde interactie tussen genetische- en omgevingsinvloeden. Dat wil overigens niet zeggen dat vrouwen geen typisch mannelijke eigenschappen kunnen hebben of andersom. Denk maar aan Thatcher! 

‘Afijn. Dat hele gegoochel of iets ofwel 100 procent natuur is ofwel 100 procent aangeleerd, is dus per definitie onzin. Het is altijd beide en het gaat om de interactie van die twee. Is alles dus terug te voeren op het man-vrouw verschil? Nee. Kom je er dus met een regel die 30 procent vrouwen in de top voorschrijft? Nee.’

Als het nature nurture debat en die 30 procent onzinnig is, komt ook dit debat dan neer op die elementaire wetten waar u mee begon?

‘Dat denk ik wel. Die gelden voor elke levensvorm in de natuur, dus ook voor een man of vrouw. Komt u maar mee, dan gaan we de maki’s voeren. Misschien niet met kiwi’s, maar wel met iets anders. Dan kunt u zien hoe die elementaire wetten in de praktijk werken.’

Relevante vacatures