
Politiechef Miriam Barendse: ‘Je moet je als jonge vrouw op drie fronten bewijzen’
Miriam Barendse (54) is politiechef Midden-Nederland. Een doorgewinterde vakvrouw met 34 dienstjaren, die zich opwerkte tussen mannen ‘die het de hele tijd hadden over “die goeie oude tijd”, toen er nog geen vrouwen bij de politie zaten’.
In tegenstelling tot sommigen die van jongs af aan een toekomstdroom najagen, had Barendse als kind geen idee wat ze ‘later’ wilde worden. Inmiddels is Barendse alweer een kleine zes jaar politiechef Midden-Nederland en geeft zij leiding aan vijfduizend man personeel. En terwijl ze naar eigen zeggen aanvankelijk ‘niets van de vrouwenzaak moest hebben’, beseft ze steeds meer hoe belangrijk het is om als vrouw een boegbeeld te hebben. Of er zelfs eentje te zijn.
‘Ik kom uit een tuindersgezin uit Naaldwijk met zes kinderen: vier jongens en twee meisjes. Ik kan dus wel zeggen dat ik tussen mannen ben opgegroeid. Maar ik ben ook de oudste van het stel. Nu was het bij tuinders altijd de gewoonte dat de oudste het bedrijf overnam. Maar ik was een meisje, dus nam mijn oudste broer het bedrijf van mijn ouders over. Niet dat ik dat erg vond, overigens.
&w=1200&q=75)
‘Ik had een vwo-diploma, maar het kwam niet in me op om naar de universiteit te gaan, dat deed niemand in mijn omgeving. Na twee jaar een hbo-opleiding facilitair management te hebben gevolgd, besefte ik dat die studie helemaal niks voor mij was, en heb ik me voor een politieopleiding aangemeld, zodat ik later geen spijt zou hebben dat ik het nooit geprobeerd had. Ik was sportief, bovendien sprak de gedachte om iets goeds te doen me wel aan.
‘Tot mijn verbazing ben ik toen aangenomen. Wel werd ik, omdat ik vwo had gedaan, doorgestuurd naar de Politieacademie. Daar word je automatisch opgeleid tot leidinggevende. Wel heb je binnen de opleiding twee stageperiodes om de praktijk van binnenuit te leren kennen: een halfjaar straatwerk en een halfjaar bij het middenkader, waarbij je kleinere teams moet aansturen.’
Wie is Miriam Barendse?
1984 – 1988: Nederlandse Politie Academie
1991 – 1994: Politieke en Sociale Wetenschappen, Universiteit van Amsterdam
1988 – 2017: Diverse functies binnen de politie Utrecht, Twente en Brabant Noord,
waaronder teamchef, districtschef en korpschef
2011 – 2013: Kwartiermaker Nationale Politie Midden-Nederland, Waarnemend
Korpschef Regio Utrecht
2013 – heden: Politiechef Midden-Nederland, Nationale Politie
Miriam Barendse is getrouwd en heeft drie kinderen uit een eerdere relatie.
Vrouw tussen mannen
‘Op de Politieacademie zaten wij met vijfentwintig in de klas, vijf meisjes op twintig jongens. De verhoudingen lagen een paar jaar eerder nog heel anders. Dat merkte ik in de praktijk toen ik aan het werk ging.
‘Mijn loopbaan bij de politie begon ook in Utrecht, als teamchef Hoog Catharijne. Dat was destijds, in de jaren tachtig, een gebied waar junks en zwervers voor een hoop overlast zorgden. Ik was pas 24, en dan moet je opeens leidinggeven aan een gemengd team van 25 man. Ook moest ik weleens een dienst draaien waarbij ik acht uur lang in een dienstauto zat met mannen die het de hele tijd hadden over “die goeie oude tijd”, toen er nog geen vrouwen bij de politie zaten.
‘Gelukkig werd ik destijds bij Hoog Catharijne aan een oudere, mannelijke collega met veel ervaring gekoppeld die me wegwijs moest maken. Zo’n eerste mentor, die ervoor zorgt dat je je welkom voelt, en die je aan de hand neemt tot je op eigen benen kunt staan, is heel belangrijk.
‘Ik denk dat je in zo’n positie je als jonge, vrouwelijke chef op drie fronten moet bewijzen: als vrouw, als beginneling en als leidinggevende. Dat laatste kost tijd. En je moet al gaande van je fouten kunnen leren.
‘Later, in mijn functie als politiechef, heb ik ervoor gezorgd dat we binnen de eenheidsleiding, maar ook in de laag daaronder, bij de teamchefs, een zo gelijk mogelijke man-vrouwverdeling hebben. Dat is ook heel belangrijk voor een goed evenwicht binnen een organisatie als de politie.’
Werk-privé
‘De werkdruk binnen de politie is heel hoog. Dat was vroeger, toen mijn kinderen nog klein waren, ook al zo. Ik was toen districtschef. Ik kreeg wel de gelegenheid om vier dagen per week te werken. Mijn toenmalige echtgenoot zat ook bij de politie, hij begreep dus wel wat het vak inhield, hij is zelf ook een dag minder gaan werken. En na de scheiding hadden wij gelukkig een goed functionerende co-ouderschapsregeling.
‘Als leidinggevende vond ik het nog best lastig dat ik steeds op tijd weg moest, bijvoorbeeld als een vergadering uitliep, terwijl ik mijn kinderen van de crèche moest halen. Op een gegeven moment heb ik daar iets van gezegd. En wat bleek: uiteindelijk vond iedereen het alleen maar prettig om op tijd naar huis te kunnen!
Cijfers en feiten
Er werken 60.920 mensen bij de politie (eind 2017), de grootste overheidsorganisatie in Nederland. Ruim 80 procent is daarvan operationeel, de rest is werkzaam in ondersteunende functies. Het aandeel vrouwen binnen de politieorganisatie neemt gestaag toe als onderdeel van een actief diversiteitsbeleid en bedraagt momenteel ongeveer eenderde. De politietop bestaat inmiddels voor 40 procent uit vrouwen.
‘Maar ik moest destijds ook af en toe 24-uurs piketdiensten draaien, dat was onderdeel van het werk. Wat ook betekende dat het arrestatieteam mij steeds moest bellen voor toestemming voor een aanhouding. Dat was met drie kinderen nog in de luiers echt niet te doen. Nu zijn sommige aanhoudingen acuut, bijvoorbeeld wanneer iemand doordraait, terwijl andere zaken van tevoren kunnen worden ingepland. Ik heb toen met mijn mensen afgesproken dat ze voor acute gevallen mij altijd konden bellen, maar voor geplande zaken liever niet ’s avonds tussen vijf en acht.’
Bezorgde moeder
‘Of zaken, zoals de dood van Romy, Savannah en Anne Faber in het afgelopen jaar, mij persoonlijk raken? Ik doe mijn werk zo professioneel mogelijk en doe wat er moet gebeuren. Maar natuurlijk raken zulke dramatische gevallen je, zeker als je zelf kinderen hebt. Ik zou mezelf dan ook als een bezorgde moeder bestempelen. Ik heb kinderen in de leeftijd van 19, 17 en 15, twee meiden en een jongen. Mijn oudste dochter studeert ondertussen in Leiden en woont op kamers. Met haar heb ik de afspraak dat ze iedere dag een teken van leven geeft. Dat doet zij ook echt. Soms zelfs letterlijk, dan krijg ik een appje als: “Ik ben zojuist levend en wel aangekomen in Rotterdam.” Gelukkig ziet ze daar zelf ook de humor van in.’
It's a (wo)man’s world
In deze rubriek vertellen vrouwen hoe het is om te werken in een traditioneel door mannen gedomineerde werkomgeving.
:focal(803x1135:804x1136)&w=256&q=75)