
Hoogleraar Nelissen: ‘Het blijft heel lastig om vrouwelijke collega’s binnen te halen’
Elphi Nelissen was in de bouwsector gewend aan het werken met alleen maar mannen. Maar bij de Technische Universiteit Eindhoven vond ze een veel heftiger machowereld. Vrouwenquotum dan maar? Ja, want ‘in het tempo waarin het nu gaat zijn we anders nog honderd jaar bezig’.
Elphi Nelissen (60) is hoogleraar Building Sustainability aan de Technische Universiteit Eindhoven (TU/e). Ze ging ooit bouwkunde studeren, omdat ze ‘iets met bèta en techniek’ wilde doen, maar ook met een maatschappelijke impact. Zij specialiseerde zich in bouwfysica. Zo ontwikkelde ze tijdens haar studie al een speciale belangstelling voor energiezuinig bouwen en wat toen nog ‘blijvende energiebronnen’ heetten, maar ook voor akoestiek, ‘wat uiteindelijk ook gaat over het verbeteren van de kwaliteit van het leven van mensen’.
&w=1200&q=75)
Was zij destijds één van het handjevol vrouwelijke studenten (10 procent), inmiddels maken vrouwen zo’n 40 procent uit van de studentenpopulatie bouwkunde. Voor het totale aantal studenten aan de TU/e geldt een veel lager getal, namelijk 20 procent. Na een loopbaan in de bouwwereld keerde Nelissen in 2010 terug naar de TU/e, eerst in de rol van gastdocent, om anderhalf jaar later als fulltime hoogleraar en tevens decaan Bouwkunde te worden benoemd.
‘Ik kan het beter’
‘Na mijn studie heb ik een jaar of acht bij een ingenieursbureau gewerkt. Ik werd er omringd door allemaal mannen. Maar toen ik op een gegeven moment gevraagd ben om partner te worden, dacht ik bij mezelf: ik kan het beter. Zodoende ben ik toen voor mezelf begonnen. Wat ik zoal beter kon? Beter organiseren, betere afspraken maken, beter met mensen omgaan, beter met anderen samenwerken.
'Typische vrouwelijke eigenschappen? Misschien wel. Mannen op hun beurt zijn vaak meer rechtdoorzee, kunnen beter knopen doorhakken en kortetermijnbeslissingen nemen. Ik denk dat voor organisaties een goede mix van mannen en vrouwen ideaal is. Ik heb voor de directie van mijn eigen ingenieursbureau destijds dan ook twee mannen aangetrokken. Toen ik wegging, heb ik ervoor gezorgd dat ik door een vrouw ben opgevolgd.’
Wie is Elphi Nelissen?
1959: Geboren te Maastricht
1977-1983: Bouwkunde aan de Technische Universiteit Eindhoven (specialisatie bouwfysica)
1983-1991: Adjunct-directeur bij ETA ingenieurs
1991-heden: Directeur-eigenaar Nelissen ingenieursbureau BV
2009-2011: Fellow lecturer aan de TU/e
2011-2019: Decaan Bouwkunde TU/e (de allereerste vrouwelijk decaan in de 64-jarige geschiedenis van de TU/e)
2011-heden: Hoogleraar Building Sustainability aan de TU/e
Naast haar wetenschappelijke werkzaamheden vervult Nelissen allerlei bestuurlijke functies. Zo is zij onder meer voorzitter van SER Brabant, voorzitter van het Transitieteam Circulaire Bouweconomie van de Rijksoverheid, lid van de Taskforce Nederlandse Bouwagenda en initiator en bestuurslid Brainport Smart District. Elphi Nelissen is getrouwd en heeft twee zoons.
Machocultuur
‘Ik was binnen de bouwwereld wel gewend om tussen alleen maar mannen te functioneren. Ik kreeg er ook wel opmerkingen naar mijn hoofd geslingerd als ‘Moeten wij die 5 miljoen nu echt aan zo’n meisje toevertrouwen’, en ‘Ben jij wel echt de directeur?’ Dat ik de enige vrouw was tussen al die mannen, had echter ook zo zijn voordelen: ik viel op. Iedereen wist altijd precies wie ik was. En als je je werk dan goed gedaan had, kreeg je er veel waardering voor. Ik heb in de bouwwereld dan ook nooit enige negativiteit ervaren.
'Toen ik bij de TU/e als decaan werd aangesteld, dacht ik dan ook: dat kan nooit zo ingewikkeld zijn. Maar het bleek een hele masculiene wereld, er heerste echt een machocultuur. Ik werd bijvoorbeeld bij vergaderingen overgeslagen. Dan werd bij een vraagronde aan al die mannen in de zaal een vraag gesteld, maar niet aan mij. Er werd gedaan alsof ik niet bestond.’
Cultuurverandering
‘Die cultuur is ondertussen niet echt veranderd, ben ik bang. Al zit er sinds kort een nieuw College van Bestuur, waarvan voor het eerst ook een vrouw deel uit maakt. Zelf ben ik na acht jaar geen decaan meer, waardoor ik geen direct zicht heb op de laatste bestuurlijke ontwikkelingen.
‘Wat het vrouwenquotum betreft: ik sta er zeker achter. Als we in hetzelfde tempo doorgaan, zijn we namelijk nog honderd jaar bezig voordat we een evenredig aantal mannen en vrouwen hebben. Er is de afgelopen acht à tien jaar van alles geprobeerd om iets aan de man-vrouw verhouding binnen de TU/e te veranderen, niet alleen onder hoogleraren, maar over de hele linie van het wetenschappelijk personeel. Het heeft allemaal weinig effect gesorteerd.'
Internationaal werven
‘Op het niveau van universitair docent (UD) en in zekere mate ook universitair hoofddocent (UHD) is het aandeel vrouwen ondertussen wel iets gestegen. Dat heeft ook te maken met leeftijd, er komen namelijk meer jongere vrouwen bij. Bovendien is het voor een UD-positie een stuk makkelijker om internationaal te werven, we hebben hier in Eindhoven dan ook mensen werken van over de hele wereld.
‘Maar in de praktijk blijkt het gewoon heel moeilijk om vrouwelijke hoogleraren binnen te halen. Ze moeten natuurlijk ook kwaliteit met zich meebrengen. Aan de andere kant: wat is nu kwaliteit? Hoe meet je dat? Te lang is bij beoordelingen in de wetenschap gekeken naar het aantal wetenschappelijke publicaties en naar individuele prestaties, terwijl er ook hele andere kwaliteiten belangrijk zijn voor een goed functionerend team. Zo maken vrouwen zich vaak meer verdienstelijk voor de groep door deel te nemen aan allerlei besturen, commissies en werkgroepen, maar ook door communicatietaken op zich te nemen, terwijl mannen zich focussen op hun individuele prestaties, waardoor ze beter in beeld zijn binnen het oude beoordelingssysteem.’
Feiten en cijfers:
Op landelijk niveau ligt het aandeel vrouwelijke hoogleraren een flink stuk onder dat van hun mannelijke collega’s, ongeveer 20 procent. Onderaan de lijst bungelen steevast Erasmus Universiteit en de Technische Universiteiten TU Delft, TU Twente en TU Eindhoven.
Hekkensluiter afgelopen jaar was de TU/e met een score van 12,6 procent. Om het aantal vrouwelijke hoogleraren omhoog te krikken, zijn de afgelopen jaren dan ook diverse stimulerende maatregelen getroffen. Zo is twee jaar geleden, ter gelegenheid van het Westerdijk-jaar, (waarmee de benoeming van de allereerste vrouwelijke Nederlandse hoogleraar Johanna Westerdijk werd gevierd), door de toenmalige Minister van OCW Jet Bussemaker geld vrijgemaakt om de aanstelling van extra honderd vrouwelijke hoogleraren te faciliteren.
De TU/e maakte afgelopen juni bekend het komende anderhalf jaar vrouwelijke hoogleraren de voorkeur te geven boven mannelijke kandidaten, tenzij de plek een half jaar lang niet kan worden opgevuld. Bovendien krijgen de kersverse vrouwelijke hoogleraren een extra onderzoeksbudget van een ton mee. Naast veel bijval heeft deze drastische maatregel ook de nodige kritiek geoogst. Zo ligt er momenteel bij het College Rechten van de Mens een claim van RADAR wegens discriminatie, en zal de TU/e zich daar binnenkort voor haar voorkeursregeling moeten verantwoorden.
Werksfeer
‘Ik heb als decaan geprobeerd om een open werksfeer te creëren, waarbij mensen voor hun mening kunnen uitkomen. Dat heb je als bestuurder ook echt nodig, mensen die ook kritiek durven te geven op wat je doet. Daarnaast heb ik ernaar gestreefd medewerkers steun te bieden, ze het vertrouwen te geven dat ze hun werk goed aankunnen.
‘Maar als ik het idee had dat mensen niet op hun plek zaten, heb ik ook onorthodoxe maatregelen durven te nemen. Door ze bijvoorbeeld een totaal andere functie te geven dan ze gewend waren, maar waarin ze naar mijn gevoel beter zouden functioneren, ook wanneer ze niet de benodigde papieren hadden.
‘Ik heb bij zulke beslissingen steeds beter naar mijn onderbuikgevoel leren luisteren. Zo heb ik een jonge vrouw in een versneld traject van UD naar UHD en vervolgens naar een positie van hoogleraar en vakgroepleider laten doorstromen. Ik vond haar echt een kei in haar vak. Bovendien wist ik dat als ik dat versnelde traject niet zou toepassen, ze binnen een paar jaar weg zou zijn gegaan.’
It's a (wo)man’s world
In deze rubriek vertellen vrouwen hoe het is om te werken in een traditioneel door mannen gedomineerde werkomgeving.
:focal(803x1135:804x1136)&w=256&q=75)