
Ruben Brave: ‘Als succesvol ondernemer kan ik iets tegen racisme doen’
In het kielzog van de Black Lives Matter-beweging wordt de Nederlands-Surinaamse ondernemer en investeerder Ruben Brave opeens door allerlei clubs uitgenodigd om mee te praten over diversiteit en inclusiviteit. Maar aan alleen maar ‘zielige verhalen’ heeft hij weinig boodschap. Behalve ‘zwart’ is Brave namelijk ook succesvol ondernemer. In de eerste aflevering van de nieuwe rubriek Divers doet hij zijn verhaal.
‘Vader, investeerder en vrijwilliger te Amsterdam, Nederland.’ Zo afficheert Ruben Brave zich op zijn website. Die volgorde, daar heeft hij ongetwijfeld goed over nagedacht, opper ik bij aanvang van het telefonisch interview. Brave moet er hartelijk om lachen. Het vaderschap – zo moge duidelijk zijn – gaat hem zeer ter harte.
Maar behalve vader is Brave ook ondernemer en investeerder. En niet de minste. Zijn eerdere internetondernemingen waren zodanig succesvol en brachten zoveel geld in het laatje, dat hij zich een sabbatical van vier jaar kon veroorloven. Om, zoals hij het zelf zegt: ‘even wat gas terug te nemen en op mijn leven te reflecteren’.
&w=1200&q=75)
Brave: ‘Dat was vanaf 2013 tot zo’n beetje 2017. Het was ook de periode waarin die hele zwartepietendiscussie opkwam. Omdat ik een sabbatical had, ben ik toen vrijwilligerswerk gaan doen, onder meer voor het Surinaamse slavenregister van de Radboud Universiteit en de Surinaamse Anton de Kom Universiteit in Nijmegen, waar ik bezig ben geweest met de inventarisatie van de namen van plantagehouders en slaafgemaakten. Daardoor ben ik er ook achter gekomen dat de voorouders van één van mijn zakelijke contacten plantagehouders waren op de plantage waar mijn eigen voorouders als slaafgemaakten ‘te werk’ werden gesteld.’
Wat voor effect had die ontdekking op jou?
‘Ik moest er eerlijk gezegd een beetje om lachen. Maar toen ik die man niet lang daarna tijdens een zakelijk telefoongesprek met mijn vondst confronteerde, merkte ik aan zijn reactie dat het hem niet koud liet. Diezelfde man die ik als zelfverzekerde ondernemer kende, begon te stamelen en maakte snel een einde aan het gesprek. Een paar weken later ging de telefoon en hing hij geëmotioneerd aan de lijn. Om zijn ‘vrijwillige en oprechte excuses aan te bieden voor wat zijn voorvaderen mijn eigen voorvaderen hadden aangedaan’.’
‘Ik moet zeggen dat ik het wel een mooi gebaar vond, maar dat het mij persoonlijk aanvankelijk niet zo veel deed. Tot ik het mijn moeder vertelde en zij er helemaal stil van werd. Zij zei tegen mij: ‘Ruben, besef jij eigenlijk wel wat deze man jou heeft gegeven?’ Zij had mijn overgrootmoeder gekend, die nog als slaafgemaakt kind had geleefd. Maar mijn moeder zei ook: ‘Weet je wel over hoeveel mensen dit gaat? Het gaat niet alleen om onze voorouders, maar om de voorouders van zoveel anderen.’ Daar had ik aanvankelijk zelf niet zo bij stilgestaan.’
Dat vind ik heel mooi: de helende werking die van zo’n spijtbetuiging uitgaat. Maar je hebt anno 2020 nog steeds te maken met racisme en discriminatie.
‘Inderdaad. Zo ben ik naar aanleiding van die Black Lives Matter-demonstratie op de Dam een inventarisatie gaan maken van hoe vaak ik nu zelf met racisme en discriminatie te maken heb gehad. Ik ben al die incidenten – zowel in de werk- als in de privésfeer, bij mijn opleidingen tot met voorvallen in de openbare ruimte – gaan tellen en kwam uit op 74 incidenten!’
Kun je daar een voorbeeld van noemen?
‘Ik heb voor een grote sportbond ooit een mooi onlineproduct gemaakt, waarover iedereen te spreken was. Maar kreeg vervolgens van die bestuurder te horen dat hij ‘Surinamers haatte’. Nu moet ik zeggen dat die bestuurder in kwestie er niet alleen racistische én seksistische ideeën op nahield, maar via dubieuze constructies ook geld van de bond in zijn eigen zak stak. Ik had een hoog regulier uurtarief, dus waarschijnlijk wilde die aandeelhouder ook simpelweg onder een financiële verplichting uit komen. In een andere werksituatie werd ik – als mededirecteur – gesommeerd het bedrijfspand te verlaten, ‘omdat mijn kleur de aandeelhouder niet aanstond’.’
‘Het kan echter ook om minder duidelijke vormen van discriminatie gaan. Zo zat ik een poos geleden met mijn dochters en een nichtje aan een tafel in de bibliotheek. Mijn dochter had een croissantje gegeten. Ze had een paar minuscule kruimels laten liggen, die ik juist aan het opruimen was. Toen kwam een bibliotheekmedewerkster op ons afstormen die ons toesnauwde: ‘This is no restaurant. No food here!’ Op zo’n naar toontje. En ook nog eens in het Engels! Alsof ik het anders niet zou verstaan. Zo heb ik ook eens bij een overheidsinstantie te horen gekregen: ‘U spreekt zo goed Nederlands. Wat is de wereld er toch op vooruitgegaan!’ Hoezó, denk ik dan? Ik ben gewoon in Nederland opgegroeid!’
‘Naast openlijke uitingen van racisme krijg je als gekleurde Nederlander dus ook te maken met zulke ‘verborgen’ vormen van racisme en micro-agressie, waarbij het meer gaat om vooringenomenheid, stigmatisering, stereotyperingen en vooroordelen.’
Waarin zit het verschil?
‘In het laatste geval hebben mensen vaak niet eens door dát ze discrimineren. Dat geldt evengoed voor ‘linkse’ mensen. Zo zat ik een keer bij een na-borrel van een praatprogramma tegenover een bekende vrouwelijke politica die mij de openingsvraag stelde: ‘Zeg, ben je ook een vluchteling?’ Toen ik vervolgens ook nog een opmerking maakte over haar gebrek aan inlevingsvermogen ten aanzien van politici van kleur, werd ze echt woest. Zij zei, terwijl ze met haar vinger bijna in mijn gezicht prikte: ‘Ik ben klaar met die zwarte mannen die mij komen vertellen dat ik niet weet hoe het is om uit een onbevoorrechte positie te komen!’ Ik was echt met stomheid geslagen.’
Wat doe je in zo’n geval?
‘Soms reageer ik wel, soms niet. Of ik dat doe, hangt af van of ik er vertrouwen in heb dat iemand daarvan iets oppikt, waardoor hij of zij tot een ander inzicht kan komen. Anders besteed ik mijn tijd en energie liever aan iets nuttigers.’
‘Bij het voorval in de bibliotheek heb ik die vrouw van repliek voorzien – in het Duits: ‘Ich verstehe es nicht’. Later, toen ik thuis was, heb ik er ook melding van gedaan bij het Meldpunt Racisme. Daarnaast heb ik een brief gestuurd aan de algemeen directeur van de bibliotheek, die ik toevallig kende. Waarop ik een heel nette brief terugkreeg waarin hij toezegde er werk van te maken. Het voorval heeft overigens nog een staartje gekregen: na mijn melding bij het Meldpunt Racisme bleken er recentelijk meer meldingen te zijn binnengekomen over de Openbare Bibliotheek Amsterdam.’
‘Een ander voorbeeld: ik zag bij een bezoek aan het Rijksmuseum een bordje bij een schilderij hangen met het opschrift: ‘In Suriname was de familie succesvol; zowel als plantagebezitters als in bestuursfuncties’. Dat vond ik echt niet kunnen. Dat heb ik ook bij het management van het Rijksmuseum gemeld. Ik vond dat echt nodig, temeer ik zelf bezig was met een startup over misinformatie. Daarop heeft het museum aangegeven bezig te zijn de collectie onder de loep te nemen. En het heeft beloofd actie te ondernemen.’
‘Dat ik zulke dingen kan doen, komt door mijn professionele loopbaan. Daardoor ken ik veel mensen, ook in belangrijke posities. Dat stelt mij in staat dingen in beweging te zetten en mijn stem te geven aan de strijd tegen racisme.’
Je zegt dus in feite: als geslaagde ondernemer kán ik iets doen aan het bestrijden van racisme. Zie je dit ook als je morele plicht?
‘Ja. Ik ken sinds kort een bijzonder succesvolle multi-miljardair die ‘kwart-zwart’ is. Maar hoewel hij wel iets met charity doet, lijkt hij zich niet met ‘de zwarte zaak’ te willen verenigen. Ik vind: als je iets aan die situatie kunt veranderen door je verhaal te vertellen, moet je dat doen. Ik heb er ook niet altijd zin in. Maar ik vind dat ik er niet omheen kan.’
Wat heb jij met Suriname? Voel je je Nederlander? Of meer Surinamer?
‘Nederlander. Ik ben geboren in Nederland. Dit in tegenstelling tot mijn drie oudere broers en een aantal van mijn zussen. Twee van mijn broers zijn uiteindelijk naar Suriname teruggekeerd, mijn moeder ook.’
‘Maar ik probeer er ook gewoon uit te pikken wat bij me past. Van huis uit aten wij meestal Nederlandse gerechten, maar dan met een Surinaamse ‘twist’. We gingen ook naar de Keukenhof en naar Madurodam. En ik luister met mijn dochters net zo graag naar de smartlappen van André Hazes als naar Creools-Surinaamse spirituele muziek. Zoals wanaisa, waarin moeder aarde wordt vereerd. Ik geloof dat cultuur gaat over schoonheid: hoe meer culturen, hoe meer schoonheid dus!’
Terug naar je kinderen. Zij hebben een zwarte vader en een witte moeder: over verbinding gesproken. Wat wil je je kinderen meegeven?
‘Dat ze te allen tijde de vrijheid hebben om de dingen te ondernemen die ze willen. Ongehinderd door kleur, gender of wat dan ook.’
Cv Ruben Brave
1974: Geboren in Amsterdam
1986-1992: Gymnasium B, Fons Vitae Lyceum
1992-2000: Studie Economie, Universiteit van Amsterdam
2002-2006: Commerciële Economie, Hogeschool van Amsterdam
2004-heden: Oprichter en CEO Entelligence BV, een incubator voor academisch ondernemerschap ism kennisinstellingen zoals VU, UvA en TU Delft
2017: Oprichter Make Media Great Again, een op blockchain gebaseerd annotatieplatform, waarbij zorgvuldig geselecteerde lezers feedback kunnen geven op grote nieuwssites zoals AD.nl en NU.nl met als doel om de kwaliteit van journalistiek te verbeteren en fake news tegen te gaan. Het bedrijf is onlangs overgenomen door Internet Society, een tech-NGO van Amerikaanse internet-grondleggers.
2018-heden: Bestuurslid Internet Society
2020-heden: Bestuurslid Dutch Startup Association
2020-heden: Advisory board member onafhankelijk adviescentrum inzake inclusiviteit in start-ups t.b.v. onder meer het ministerie van EZK, Techleap.nl en TechMeUp van de Amsterdam Economic Board
:focal(803x1135:804x1136)&w=256&q=75)