Werkgevers/
Werknemers
Ondanks politieke geluiden veel positieve kansen voor professionals met Marokkaanse familieachtergrond

Ondanks LTS-advies werd Mohamed bestuursvoorzitter: 'Zorg voor goed netwerk'

De commotie rond het integratiedebat suggereert dat Marokkaanse Nederlanders niet meedraaien in onze maatschappij. Ondertussen hebben velen gewoon geslaagde carrières, zoals Mohamed Baba, bestuursvoorzitter van woningcorporatie Haag Wonen, die ook veel positieve veranderingen ziet.


‘Toen ik op de lagere school zat in Bos en Lommer (Amsterdam, red.) adviseerde mijn leraar: ‘Ga naar de lts en word automonteur, dan heb je een vak voor als jullie teruggaan naar Marokko.’ Het was goed bedoeld, daar niet van, maar mijn vader stond er gelukkig op dat ik zou doorleren en ik ging studeren.’ Dat deed Mohamed Baba (52) met succes. Tegenwoordig zet hij zich als bestuursvoorzitter van Haag Wonen in voor betaalbare woningen en leefbare wijken. ‘Het is een rol waar verantwoordelijkheid bij hoort, maar ook een bepaalde invloed. Dan is het zaak dat je die inzet om onderwerpen in je sector te agenderen en steeds de verbinding te zoeken.’

Baba is slechts één van de vele succesverhalen. Machteld de Jong, lector diversiteitvraagstukken aan de Hogeschool Inholland, publiceerde al in 2012 haar boek Ik ben die Marokkaan niet!, waarin zij een positiever beeld schetst van de integratie dan het politieke debat doet voorkomen. Vanuit het lectoraat levert De Jong via onderzoek, trainingen, lesgeven en andere externe activiteiten een bijdrage aan het integratiedebat. Dat het er momenteel schreeuwerig aan toe gaat, en snel in ‘goed’ en ‘fout’ wordt gedacht, vindt zij heel jammer, maar ze laat zich er niet zo door beïnvloeden. ‘Het merendeel van de mensen staat open voor de verhalen van anderen als je dat op een rustige, reflectieve manier doet. Daarom blijf ik de nuance brengen vanuit wetenschappelijk onderzoek, in plaats vanuit onderbuikgevoelens.’

Ze gelooft ook niet dat de recente negatieve publiciteit invloed heeft op de carrièrekansen van Marokkaanse Nederlanders. ‘Het merendeel van de studenten die ik spreek laat het van zich afglijden. Ze hebben hun eigen plan en vertrouwen erop dat dit goed gaat komen. De groep hoogopgeleide Marokkaans Nederlandse jongeren neemt toe, komt op relevante functies terecht en doet mee aan het debat.’

Zorgen toon politieke debat

Toch steekt het wel. De Jong vroeg collega’s van Marokkaans-Nederlandse afkomst of zij hun ervaringen op de werkvloer wilden delen met Intermediair. Niemand wilde. ‘Ze hebben het gevoel zich steeds te moeten verantwoorden en zijn daar wel een beetje klaar mee.’ Baba gaat juist graag het gesprek aan. Ondanks zijn bezorgdheid over de toon van het huidige politieke debat heeft Baba net als De Jong vertrouwen in de objectieve en nuchtere meerderheid en in het absorptievermogen van ons land. ‘Waar ik heel blij mee ben is dat er heel veel weldenkende mensen zeggen: ‘Dit laten we niet gebeuren in míjn Nederland!’ Dat zijn mensen van alle achtergronden; wit, zwart, en van allerlei opleidingsniveaus. Ik zag jonge mensen die meteen dialogen organiseerden. Heel belangrijk, want we leven in een tijd van oneliners waarin Marokkanen vaak gestigmatiseerd worden. Maar ik zeg altijd: Marokkanen wonen in Marokko. Ik ben trots op mijn Marokkaanse roots maar ik ben Nederlander. Net zoals de bestuurder Ahmed Aboutaleb dat was, en de vele anderen bij de overheid en in het bedrijfsleven.’ 

Beter functionerend bedrijf bij inclusief team

Zowel De Jong als Baba vinden dat er veel ten goede is veranderd, de afgelopen decennia. Toen Baba ging studeren aan de Hogeschool voor Economische Studies in Amsterdam zag hij welgeteld twee andere studenten van Marokkaanse komaf. ‘We begonnen een netwerk van hoogopgeleide Marokkaanse Nederlanders omdat we dachten dat we de enigen waren. We wilden ons referentiekader vergroten, onszelf empoweren, ontdekken wat carrièreperspectief is en hoe je daaraan werkt.’ Tegenwoordig ziet hij veel meer succesvolle jongeren met dezelfde afkomst als hij. ‘Die scoren nu goed in het middelbaar en hoger onderwijs. En dat ziet het bedrijfsleven ook. Op de Zuidas zoeken ze bijvoorbeeld actief bij de rechtenfaculteit naar mensen met een migratieachtergrond, omdat ze weten dat daar veel toptalenten zitten.’ Onderzoeken tonen bovendien aan dat bedrijven en organisaties beter presteren wanneer zij mensen in dienst hebben met verschillende culturele en etnische achtergronden. 

De Jong adviseert in haar rol als docent jonge Marokkaanse Nederlanders die weerstand ervaren in hun carrière. ‘Ik zeg dat ze vertrouwen moeten hebben in zichzelf, in wie ze zijn en in hun talenten. Daarnaast raad ik hen aan om mensen om zich heen te verzamelen die in ze geloven en ze net dat zetje kunnen geven als er weerstand ontstaat, zowel tijdens de opleiding als in het werk. Zorg voor een netwerk van mensen die je vertrouwt en die je verder kunnen helpen. In praktisch en mentaal opzicht.’ 

Lees ook de blogpost die Mohamed Baba na de Maccabi-rellen schreef.


Afbeelding van de auteur

Robert Heeg

Freelance Journalist

Specialist in arbeidsmarkttrends & persoonlijke ontwikkeling