
Boek - We deugen eigenlijk best wel, afgezien van wat massamoorden
Soldaten weigeren hun tegenstanders neer te knallen, omstanders schieten massaal een verkeersslachtoffer te hulp en als een collega op kantoor in een gênante situatie belandt, blozen we uit mededogen. Ja, wij mensen deugen best wel, zegt Rutger ‘miljardairslachter’ Bregman.
De mens is slecht. Onze beschaving is slechts een vernislaagje die onze oerdriften ternauwernood in bedwang houdt. Wij zijn allen geneigd tot het kwade (leren de meeste wereldgodsdiensten en schrijvers als Houellebecq ons), en slechts een doornenpad leidt naar het goede.
Dus als de Titanic zinkt, vecht iedereen elkaar de boot af om in een reddingsboot terecht te komen. Net als in de film, toch? Of als een paar jongetjes op een onbewoond eiland belanden (zie het boek Lord of the Flies), dan veranderen ze in woestelingen die elkaar afmaken, niet? Collega’s doen alles om elkaar zwart te maken bij de chef om zo promotie te kunnen maken, ja toch?
Nee, roept Rutger Bregman in zijn nieuwe boek De meeste mensen deugen. Hij was ook altijd geneigd om in het slechte te geloven, maar ergens hoopte hij dat zijn wereldbeeld niet klopte.
De man die in Davos miljardairs publiekelijk kapittelde vanwege hun hypocriete milieuplannetjes en ze opriep gewoon belasting te betalen, ziet toch overal het goede in de mens. Niet voor niets is de ondertitel van zijn boek ‘Een nieuwe geschiedenis van de mens’. Bescheidenheid kun je Bregman niet verwijten.
Als we ons negatieve mensbeeld geloven (dat mensen niet deugen), gaan we elkaar zo behandelen. Dan halen we het slechtste in elkaar naar boven.
&w=1200&q=75)
Protofeministen
De auteur neemt een monumentale taak op zich, om eeuwen cynisme en pessimisme te bestrijden. Dat doet hij niet door onze emoties te prikkelen, maar door een uitgebreid betoog. Net zoals de Israeliër Yuval Noah Harari in zijn bestseller Sapiens begint Bregman bij het ochtendgloren van de dierensoort homo sapiens. Onze voorvaderen waren geen ruwe grotbewoners die met een knuppel vrouwen veroverden, het waren protofeministen die samen met de vrouwen de taken verdeelden als jagers-verzamelaars. Het idee dat sapiens de neanderthaler uitmoordde, blijkt op foute interpretaties van bottenresten te berusten. Onze voorvaderen schilderden lieflijke grottekeningen van herten, mammoeten en paarden, niet van moord en doodslag.
En zo gaat het verder. Van Paaseiland, waar geen kannibalen woonden tot beroemde experimenten uit de vorige eeuw. Zoals de Stanford-proef uit 1971, waar studenten helemaal niet in beesten veranderden zodra ze een gevangenbewaarder speelden en medestudenten moesten vernederen. Ze hadden er helemaal geen zin in, discussieerden met de onderzoeksleider Philip Zimbardo en saboteerden zijn sadistische opdrachten. Daarvan zag je niets terug in de onderzoeksresultaten. Bregman is op zijn best als hij dit soort experimenten onderuithaalt.
Impulsen
Daarna wordt het moeilijker, als hij worstelt met de vraag waarom goede mensen zulke afschuwelijke dingen kunnen doen. Wij hebben nu eenmaal goede en slechte impulsen, erkent hij. ‘We hebben een goed been en een slecht been, de vraag is welke we trainen. We zijn soms jaloers, we gaan vreemd, we liegen en we hebben vast wel eens iets gestolen. Maar in ieder van ons zit een kern die eerder goed is dan slecht.’ De mens heeft de wereld niet door bruut geweld veroverd, maar ‘omdat we beter in groepsvorm kunnen samenwerken. In de loop van de vele decennia zijn we juist een vriendelijker soort geworden.’ Daarom noemt Bregman ons de ‘homo puppy’.
En Auschwitz? ‘Je moet héél veel moeite doen om een mens zover te krijgen dat hij een ander pijn doet. We zijn niet van nature vechtmachines die bij elke gelegenheid staan te juichen: “Hoera, we mogen gaan moorden!” Tsja, en toch doen we het.
Arnon Grunberg noemde Bregman een ‘volkscommissaris voor optimisme en geluk’, bevangen door zijn eigen ‘heilsleer’. Onvermijdelijk brengt zo’n uitgesproken positieve boodschap een zekere drammerigheid met zich mee. Maar de man die eerder voor een universeel basisinkomen pleitte, heeft een trefzeker pennetje. Hij werkte vijf jaar aan dit boek en dat merk je als lezer. Dit is geen feitenvrij gewauwel, Bregman weet op zijn best een paar barsten in onze cynische vernislaag aan te brengen.
Wij zijn de enige dierensoort die blozen: bewijs van onze unieke empathische vermogens. Samen kunnen we een betere wereld bouwen, hoopt Bregman, op school, op kantoor en in het parlement. De lezer slaat in ieder geval na voltooiing in een optimistischer bui De meeste mensen deugen dicht.
Auteur: Rutger Bregman
Content: Misschien is Bregman een heilsprofeet die probeert ons van ons cynisme te bevrijden, maar hij doet dat in dit boek met veel feiten, argumenten en in een elegante populairwetenschappelijke stijl. Waarom zouden we niet proberen ons inktzwarte wereldbeeld te verlichten? Drink een glas halfvol met Rutger.
Oordeel: ★★★★☆
