Werkgevers/
Werknemers
Tweelingzussen willen impact maken met hun documentaires
Archief7 min lezen

Tweelingzussen willen impact maken met hun documentaires

Ilse en Femke van Velzen (39) maken documentaires, vooral over Afrika. Op het komende IDFA-festival staan ze met een nieuwe docu ‘Prison for profit’ in het hoofdprogramma, over een private gevangenis in Zuid-Afrika. Hun vrouw-zijn zien ze bij het films maken eerder als voor- dan nadeel: ‘Als vrouw word je in Afrika niet als bedreigend ervaren. Wat helpt om zowel vrouwen als mannen aan de praat te krijgen.’


Tweelingzussen Ilse en Femke van Velzen ontdekten per toeval het medium film. Bij de keuze voor hun beider studierichting Culturele en Maatschappelijke Vorming (CMV) stond destijds slechts één ding vast: ze wilden zo vaak als maar kon naar het buitenland. En ze wilden iets doen met maatschappelijke problematiek, want die sociale bewogenheid zat er toen ook al in. Ilse liep stage in Nieuw-Zeeland en Femke in Zuid-Afrika, waar ze bezoek kreeg van Ilse.

De liefde voor Afrika is daarna nooit meer weggegaan. Hun gezamenlijke afstudeerproject Bush Kids (2002) over een radiostation in de sloppenwijken van Kaapstad werd warm onthaald. Tegelijkertijd maakte het ze bewust van de kracht van het medium: ‘Film biedt een podium waarmee we allerlei maatschappelijke problemen op grote schaal aan een breed publiek kunnen laten zien.’

Tweelingzussen willen impact maken met hun documentaires 3

Gouden kalf

Al hebben Ilse en Femke, die zichzelf graag omschrijven als ‘doeners’, nooit een echte filmopleiding gehad, hebben ze achttien jaar later een indrukwekkend oeuvre op hun naam staan. Hun prijzenkast omvat naast een Gouden Kalf voor beste documentaire ook de journalistieke Scherpenzeel Prijs. Niet dat ze zelf zo bezig zijn met prijzen. Het is zeker niet de reden waarom ze hun films maken.

Ilse en Femke waren net terug van een nachtelijke wandeling van veertig kilometer in het kader van de Nacht van de Vluchteling rondom het thema seksueel geweld, toen ze het nieuws vernamen van de nominatie voor een Gouden Kalf voor hun film Weapon of war (2010). ‘Wij strompelden net binnen, toen opeens allerlei journalisten aan de lijn hingen. Wij waren echt flabbergasted.’

Openen die prijzen vervolgens allerlei deuren? ‘Was het maar waar. Het is bij iedere projectaanvraag steeds weer een hele worsteling om nieuwe plannen gefinancierd te krijgen’, vertelt Ilse, die voor het interview uiteindelijk in haar eentje de honneurs waarneemt. Maar het zijn ook ‘extreem drukke tijden’, haast ze zich te verontschuldigen. Zeker nu hun gloednieuwe filmproject Prison for profit (2019) blijkt te zijn geselecteerd voor het competitieprogramma op het aankomende International Documentary Festival Amsterdam (IDFA).

Onafhankelijkheid

‘Wij doen alles zelf, van productie en regie tot en met geluid, maar ook alle los-vaste taken om onze films heen. Al hebben wij ondertussen een soort rolverdeling. Ik doe de pr en de vormgeving, omdat ik wat handiger ben met Photoshop. Femke is verantwoordelijk voor de financiële administratie en de begrotingen, wat ik weer een ramp vind.

‘We financieren onze films met geld uit allerlei filmfondsen en bijdragen van ngo’s uit binnen- en buitenland. Die onafhankelijkheid vinden wij heel belangrijk, omdat het ons de vrijheid geeft om onze filmprojecten te realiseren precies zoals wij die in ons hoofd hebben. Al betekent dat ook dat wij vette en magere jaren kennen, en we in afwachting van de uitbetaling van fondsenaanvragen moeten interen op onze reserves.

‘Ook als we op locatie draaien, doen wij alles zelf. Behalve het camerawerk. Daarvoor werken wij al jaren samen met een cameraman. Wij wilden op een gegeven moment wel naar een all female crew toe, en hebben nog een poging gewaagd met een cameravrouw. Dat bleek echter niet zo te klikken.

‘Of een man achter de camera geen probleem is bij het filmen van vrouwen die vertellen over de verkrachtingen die ze zijn overkomen? Nee. Die vrouwen zien de cameraman als een outsider. Dat zou met een man uit de lokale gemeenschap niet mogelijk zijn. Vrouwen die verkracht zijn, worden er meestal door hun man verstoten. Bovendien is er een echte roddelcultuur. Maar het kijken door zo’n camera schept ook de nodige afstand. Het emotionele gedeelte, de gesprekken met de vrouwen, dat doen wij uiteindelijk zelf.’

Informatie

Vrouwen achter de camera

Waren documentairemakers vroeger vooral mannen, ondertussen zijn vrouwelijke regisseurs bezig met een opmars. Zo is van het handjevol studenten dat jaarlijks afstudeert aan de Filmacademie in de richting Regie documentaire ongeveer de helft vrouw. Ook het aandeel vrouwelijke documentairemakers bij de publieke omroep is inmiddels bijna gelijk aan dat van mannen.

Tenslotte is dit jaar voor het eerst in de 32-jarige geschiedenis van het International Documentary Festival Amsterdam (IDFA) het aantal inzendingen van vrouwelijke documentairemakers zelfs hoger dan dat van mannen. Dat was een paar jaar geleden, in 2014, nog wel anders. Toen beklaagde toenmalig festivaldirecteur Ally Derks zich nog over de stagnatie van het aandeel vrouwelijke makers.

Tweelingzussen willen impact maken met hun documentaires 0

Twee weken grens

‘Aanvankelijk gingen wij voor het filmen op locatie altijd met zijn drieën op stap: Femke, onze cameraman en ik. Dan deed één van ons het geluid, en deed de ander de interviews en nam die alle productietaken ter plekke waar. Sinds wij allebei jonge kinderen hebben, wisselen wij elkaar bij het draaien af.

‘Sowieso zitten wij tegenwoordig nooit langer dan twee weken achter elkaar in Afrika. Dat was eerst wel anders, toen bleven wij soms wel vijf weken weg. Die korte draaiperiodes met tussenpozen van een paar weken komen onze films echter alleen maar ten goede. Omdat niet alleen wij maar ook de mensen die wij aan het filmen zijn, nu steeds een periode van reflectie hebben. Dat maakt onze films uiteindelijk gelaagder.’

Heftige onderwerpen

‘Voor Return to Angola ( 2004) volgden wij de terugkeer van minderjarige asielzoekers die uitgezet waren naar Angola. Toen beseften wij: deze jongens, zo’n beetje onze leeftijdsgenoten, zijn hun hele jeugd met oorlog opgegroeid, terwijl wij altijd in vrede hebben geleefd. Dat was een belangrijke drijfveer om die film te maken. De tegenslagen die wij ondervinden, maken ons nog strijdlustiger om zulke verhalen te blijven vertellen.

‘Wij maken films over heftige onderwerpen. Dat kan er aardig inhakken. Het feit dat wij met zijn tweeën zijn, helpt gelukkig om al die indrukken te verwerken. Daardoor kunnen wij namelijk alles meteen ventileren. Want ook als we niet bij elkaar in de buurt zijn tijdens het filmen bellen we dagelijks.’

Informatie

Wie zijn Ilse en Femke van Velzen?

Tweelingzussen Ilse en Femke Van Velzen (39) studeerden Culturele en Maatschappelijke Vorming (CMV) aan respectievelijk de Hogeschool Utrecht (HU) en de Hogeschool van Amsterdam (HvA), waar ze afstudeerden met een gezamenlijk filmproject: Bush Kids (2002). Tussen 2002 en 2019 produceerden en regisseerden ze een zestal documentaires onder hun onafhankelijke productielabel IFproductions, waaronder Fighting the Silence (2007), Weapon of War (2009) en Justice for Sale (2011): een drieluik over de gevolgen van de massale verkrachtingen door militairen in de Democratische Republiek Congo. Dankzij hun Mobile Cinema-initiatief hebben ondertussen zo’n twee miljoen mensen in de omgeving die films kunnen zien.

Hun jongste film Prison for profit (2019) gaat over de mensenrechtenschendingen door een groot internationaal beveiligingsbedrijf in een private gevangenis in Zuid-Afrika. De film gaat op zondag 24 november in première op het IDFA en is er daarna nog de hele week te zien.

Mobile cinema

‘Het is natuurlijk fantastisch dat onze films op televisie en op een prestigieus festival als het IDFA worden vertoond, zoals nu Prison for profit. Maar wij willen niet dat het bij zo’n eenmalige vertoning blijft. Daarnaast willen wij iets in de omgeving zelf in beweging zetten. Dat heeft ongetwijfeld te maken met onze achtergrond als CMV’ers, wat ons anders maakt dan documentairemakers die van de filmacademie af komen. Wij werken altijd projectmatig. Ons werk houdt niet op bij die ene film. Wij organiseren er van alles en nog wat omheen. Zo hebben wij voor Fighting Silence, Weapon of War en Justice for Sale grote campagnes opgezet met Mobile Cinema’s.

‘Daardoor hebben in tien jaar tijd zo’n twee miljoen mensen in Congo de film gezien, ook binnen het leger. Minstens zo belangrijk: het heeft tot gesprekken geleid binnen de gemeenschap. Ook tussen daders en slachtoffers. Als wij iets hebben geleerd van onze projecten, dan is het dat die scheidslijn vaak heel dun is. De waarheid is heel complex. Het is allemaal niet zo zwart-wit als het op het eerste gezicht lijkt.

Informatie

It's a (wo)man’s world

In deze rubriek vertellen vrouwen hoe het is om te werken in een traditioneel door mannen gedomineerde werkomgeving.


Afbeelding van de auteur

Erzsó Alföldy