
Is het verwend om je werk léúk te willen vinden?
Het is je vaker overkomen: de eerste maanden is een baan nog spannend en nieuw, maar daarna heb je steeds meer moeite om ’s ochtends uit bed te komen. Je hebt het gewoon niet meer zo naar je zin. Moet je daarnaar luisteren of ben je dan zo’n typisch avocado-etende en haverlatte-drinkende millennial, die al te veel eisen stelt en gewoon moet leren tevreden te zijn?
We leven in een gekke tijd. Waar in een land als Griekenland de werkeloosheid onder jonge mensen tot bijna 50 procent is gestegen – en dan nog moeten de meesten, ondanks hun universitaire opleiding, noodgedwongen werken in de horeca – maken wij ons steeds vaker druk of ons werk wel leuk genoeg is. Dat we genoeg verdienen om ieder jaar ver op vakantie te kunnen gaan, regelmatig buiten de deur te eten en in een aardig optrekje te wonen is logisch, daar hebben we toch hard voor gewerkt? Alsof jij er wat aan kunt doen dat je je verveelt op je werk omdat de verantwoordelijkheden van je functie tegenvallen?
Maar toch, als je het nieuws bekijkt, is het gemakkelijk een schuldgevoel te krijgen. Al gebeurt dat evengoed wanneer je met je ouders praat. Zij waren al blij een degelijke vaste baan te hebben. Er viel toentertijd niet bepaald veel te willen.
Leuk werk. Dat is natuurlijk voor iedereen verschillend. Voor de een speelt voldoening een grote rol, voor de ander genoeg uitdagingen en doorgroeimogelijkheden of samenwerken met interessante mensen. Of iets goeds kunnen betekenen voor de wereld. Voor steeds meer mensen geldt dat flexibiliteit ongelooflijk belangrijk is.
Dat soort zaken maken het niet alleen voor jezelf leuker, steeds meer wetenschappelijk onderzoek bewijst dat je er ook beter door gaat presteren. Soms lijkt het alsof alle succesvolle mensen met wie ik spreek een baan hebben waar ze expliciet voor gekozen hebben – en dat ze nooit genoegen zouden nemen met iets waar ze niet super enthousiast van worden. Zouden ze het altijd zo goed hebben gedaan of heeft hun sterke voorkeur, en ieder gebrek aan terughoudendheid daar ontegenzeggelijk voor te kiezen, daaraan hebben bijgedragen?
The New York Times publiceerde onlangs een groot artikel met als kop: Young people are going to save us all from office life. ‘Millennials worden lui en gepriviligeerd genoemd, maar kan het zo zijn dat zij de eersten zijn die pas echt begrijpen welke rol werk hoort te hebben in het leven?’ In het artikel vertelt de 28-jarige Ariel over hoe ze haar topbaan als corporate projectmanager aan de wilgen hing omwille van een betere werk-privébalans.
Bij de bank waar ze werkte, vond iedereen er wat van dat ze al haar vrije dagen opnam. Bij het kleine designbedrijf waar ze daarna aan de slag ging, heeft ze daarentegen alle vrijheid om te werken wanneer en hoeveel of hoe weinig ze maar wil. Als het werk maar afkomt. Ze merkt dat veel leeftijdsgenoten er hetzelfde over denken: ‘Het gaat niet om steeds betere functietitels, maar om een werkomgeving waar je het naar je zin hebt.’
Laatst hoorde ik een businesscoach zeggen dat we het aan onze voorouders verplicht zijn. Het vormt onderdeel van de vooruitgang. Het is als de piramide van Maslow, die we per generatie net weer iets hoger beklimmen. Misschien zijn we dankzij onze bevoorrechte achtergrond uiteindelijk zelfs in staat deze wereld net iets mooier te maken, ook voor anderen. Dat we er steeds meer eisen op nahouden, zijn we eigenlijk aan onze voorouders verplicht. Het zou zonde zijn als we daar niets mee doen.
