In De Pers hadden ze de rubriek “Koster en Jojanneke”. Intermediair herenigt ze voor een bekende persoonlijk-heidstest van HR-afdelingen. Mark Koster stelt de vragen.
Minister Dijsselbloem vindt dat de cao's in alle lagen van de bankensector opengebroken moeten worden. Ook de 'personeelshypotheken' met kortingen voor bankmedewerkers, krijgen kritiek. Zo'n korting is een opvallende secundaire arbeidsvoorwaarde. Maar die vind je ook in andere sectoren.
Intermediair houdt ieder jaar een 'Beste Werkgevers' onderzoek. Daarin worden ook scores opgenomen over secundaire arbeidsvoorwaarden. Uit het onderzoek van 2012 trekken we een paar conclusies.
In welke branches moet je zijn voor meer dan gemiddelde secundaire arbeidsvoorwaarden? Banken, verzekeraars en fiscalisten scoren op alle secundaire arbeidsvoorwaarden meer dan de gemiddelde werkgever. Werknemers bij de delfstofwinning (gas en olie), de overheid en in het verhuur van vastgoed krijgen ook veel extra’s bovenop hun salaris.
Welke secundaire arbeidsvoorwaarden worden het meest gegeven? De 13de maand, de auto van de zaak, een bijdrage in de kinderopvang, een personeelskorting op eigen producten of diensten en bonussen.
Oudere werknemers veerkrachtiger
Oudere werknemers laten zich in moeilijke tijden minder snel uit veld slaan, dan hun jongere collega’s. Dat blijkt uit onderzoek van TNS NIPO in opdracht van Tempo Team onder bijna 2000 mensen. Door hun ervaring blijven oudere werknemers rustiger, ze houden beter overzicht en bedenken makkelijker oplossingen.
Ik ga met vertrou-wen moeilijke tijden tegemoet: 85% 46 jaar en ouder 58% Jonger dan 46
Ik vind altijd wel een manier om met lastige werksitua-ties om te gaan: 89% 46 jaar en ouder 54% Jonger dan 46
Ik vind het lastig om tegenslagen in het werk los te laten: 20% Mannen 10% Vrouwen
Ik ga uit van een positieve uitkomst bij onzekerheden:
77% Managers 63% Medewerkers
Valentijnsdag op de werkvler
1.
Eén op de tien Nederlanders heeft wel eens een kaart van een verliefde collega ontvangen, zegt wenskaartenproducent Greetz.nl
2.
44 procent van de Nederlandse werknemers vindt dat daten met een collega moet kunnen, blijkt uit onderzoek van uitzendbureau Unique
3.
19 procent vindt dat daten met een collega alleen kan als één van de twee geen leidinggevende is van de ander
4.
Volgens KMPG Integriteit hanteert een vijfde van de Nederlandse bedrijven een gedragscode om relaties op het werk in goede banen te leiden
5.
Tip van de meeste HR-medewerkers: als de relatie serieus is, doe je er goed aan om hem openbaar te maken
TV-presentatrice Jojanneke van den Berge langs de MBTI-lat
“Ik ben een twijfelkont”
TV-presentatrice Jojanneke van den Berge liet zich door Mark Koster (ex-collega De Pers) ondervragen aan de hand van de zogeheten MBTI persoonlijkheidstest. Een selectie uit 35 psychologische vragen met enkele bizarre ontboezemingen.
Vraag 1: Ik raak geïrriteerd of rusteloos...
0 als ik niet genoeg ongestoorde tijd voor mezelf heb 0 als er te lang geen andere mensen of activiteiten om me heen plaatsvinden.
“Ik heb het nodig om alleen te zijn. In mijn eentje naar de film, heer-lijk. Ik ben gewend aan alleen zijn [Van den Berge was enig kind]. Twee jaar geleden was ik een maand op Bali; met bijna niemand gepraat. In ons vak heb je zoveel mensen die tegen je aanlullen, af en toe heb ik behoefte aan radiostilte.”
Vraag 3: Als ik op mijn werk een beslissing moet nemen...
0 zet ik eerst alle feiten op een rijtje 0 ga ik op mijn gevoel af
“Gevoel! Als ik een voorstel krijg, voel je meteen in je buik: jeeee of euhhhhh. Dat gaat sneller dan je kan denken bijna, en op dat gevoel probeer ik wel echt af te gaan. Toen ik aan Powned begon, was het nieuwe dat me aantrok. Iets totaal anders doen dan schrijven. Ik geloofde in wat zij wilden doen.”
Volgend dilemma: energieke teamspeler of bedachtzame collega?
“Iedereen vindt zichzelf toch altijd een energieke leuke teamspeler?”, kauwt ze op de vraag en zegt: “Wat vond jij van mij?”
Volgens mij waren we ongelofelijke klootzakken voor onze collega's van De Pers.
“Ja, haha.” Kijkt naar haar bord: “Goede garnalenkroketten hier trouwens... Zeg, hoeveel vragen zijn het?”
35!
“Wat!”
Next! Als iemand kritiek heeft, houd ik a) voet bij stuk of b) probeer ik onenigheid te vermijden?
“Voet bij stuk. Ik ben niet bang voor onenigheid. Je moet op je werk wel goed kunnen overleggen. Als je iemand een klootzak vindt, zeg dat dan even. Ik hou van uitgesproken mensen. Ik hou niet van achterbaks gedoe. Ook op het werk. Ook bij vrouwen. Vrouwen zijn karakterologisch meer conflictmijdend. Met vriendinnen is het altijd een beetje ontwijkend. Ik heb eigenlijk liever dat ze zeggen: ‘Hé, ik vind dat niet relaxed.’ Maar dat doen vrouwen niet hè. Overigens ook steeds minder mannen. De geslachten groeien naar elkaar toe.”
Kijkt naar de deur van het restaurant: “Oh nee, mijn ex-vriend... Oh, daar heb ik echt geen zin in.”
Ex-vriend Steven stapt hetzelfde restaurant binnen. “Oh, My God. je schrijft het op! Conflictmijdend.” Dan even serieus: “Met al mijn exen heb ik goede contacten. Dat vind ik belangrijk. Ik hou wel van werken in een mannenomgeving.”
Bij vragen en gebeurtenissen om me heen reageer ik snel of neem ik tijd voordat ik reageer?
“Ik denk altijd wel na over wat ik zeg, maar reageer ook snel. B, dan toch? Ja, B. Ik ben niet zo'n flapuit. Ik heb niet zo vaak spijt van wat ik zeg. Bij de aanvraag van een interview met Hugo Borst reageerde ik een keer heel onnadenkend. Hij had De Pers een interview beloofd, maar ineens ging-ie naar de Volkskrant. Toen belde hij en zei hij: ‘Dat krantje van jullie dat verplaatsen we wel.’ Toen zei ik: ‘Joh, laat maar zitten dan’ en heb ik de hoorn erop gegooid. Hij was kwaaaaaaaaaaaad! Met dat soort dingen moet ik wel even beter nadenken. Uiteindelijk zijn we dikke vrienden geworden.”
Vraag 12. Ik werk het liefst aan projecten die...
0 helder omschreven en goed gepland zijn 0 ruimte bieden voor eigen interpretatie
Kijkt even: “Ik vind het wel allemaal dezelfde soort vragen.”
Mejuffrouw Van den Berge, dit is een serieuze test!
“Goed, nou ik hou van in nieuwe dingen stappen. Daarom vond ik De Pers leuk, de eerste gratis kwaliteitskrant ter wereld, Powned was innovatieve televisie voor jongvolwassenen. Nu ben ik bezig met het maken van een documentaireserie over prostitutie in Amsterdam. Weer iets nieuws.”
Ben je meer op heden of toekomst gericht?
“Ben meer op het heden gericht. Ik heb geen vijfjarenplan. Daar geloof ik niet in. Je hebt sowieso te maken met Het Leven. Dat leven en laten leven is een generatieding, denk ik. De vorige generatie werkte 20 jaar bij dezelfde baas, kreeg een gouden horloge en was daar blij mee. Wij krijgen helemaal niks meer dus wij hoppen. Is een kip-ei-verhaal. We leven in onzekere tijden. Daarom ga ik me niet vasthouden aan zekerheden.”
Vraag 15: Als mijn partner er niet is, voel ik me snel alleen of heb ik daar niet zo'n moeite mee.
“Wat is het verschil tussen al die vragen?” Dit was even een controlevraagje. “Tegenwoordig voel ik me wel alleen, ja. Daarvoor nooit. Vroeger – wanneer mijn vriend wegging – miste ik hem een dag en dan was ’ie weg. Dan kon ik ook drie maanden zonder hem. Ik had een systeempje dat ik kon uitschakelen. Ik had het afgeleerd om iemand niet te missen. Dat heb ik nu niet meer. Nu kan ik niet lang zonder mijn vriend Thijs zijn. Daar ben ik wel blij om. Een week vind ik wel max. Ik heb me leren hechten.”
Kies je bij een vergadering de kant die het meest logische lijkt of probeer je in harmonie een oplossing te zoeken?
“Hoezo, het meest logische lijkt? Je kiest toch voor je eigen mening? Dit zijn allebei compromisantwoorden.”
Oké, deze dan. Als ik overleg heb maak ik a) een gezellig praatje of b) handel ik het snel en zakelijk af?
“Ik hou van een gezellig onderhoud. Het werkt prettiger om een leuke band te hebben met collega's.”
Oh, maar tegen sommige collega's schreeuwde je door de telefoon, kan ik uit eerste hand bevestigen.
“Ja, maar maar dat kwam door jou!”
Bij vraag 20 verspringt de cursor achttien keer van a naar b op de computer van Van den Berge. De kwestie is deze: Als ik op mijn werk een moeilijke beslissing heb genomen ben ik blij dat de knoop is doorgehakt of zou ik open willen staan voor andere alternatieven.
''Ik vind het heel eng om knopen door te hakken, maar ben dan heel blij als ik een knoop heb doorgehakt.”
“Ik twijfel eigenlijk aan alles. Als ik ergens heb gezeten, dan kijk ik wel of het goed was wat ik zei. Was het wel slim? Had ik niet beter iets anders kunnen zeggen? Zelfevaluatie. Met carrièrebeslissingen is het moeilijk. Ik vind het al moeilijk om mijn telefoonabonnement voor langer dan 2 jaar af te sluiten. Ik denk dan altijd: over een jaar zit ik misschien wel in het buitenland en dan zit ik aan dat telefoonabonnement vast. Een telefoonabonnement vind ik een van de engste dingen in het leven. Ja, wat ik dan wil? Ik ben nu op een punt dat ik ervaring wil opdoen. Veel wil leren, ook van Jack Spijkerman. [Van den Berge is medepresentator van Wat vindt Nederland?]. Ongelofelijk, hoe hij op zijn leeftijd nog zoveel energie heeft. Daar kijk ik met bewondering naar.”
Vraag 26: Als je gestoord wordt op je werk, vind je dat wel prettig of wil je met rust gelaten worden?
“Ik kan niet multitasken. Word ik onaardig van. Kribbig. Je moet niet aan mijn arm gaan trekken, en "Jo, Jo" roepen als ik aan het werk ben. Als ik een opname inga, moet ik rust hebben. In de tv-wereld is het altijd druk en hectisch. Dan ga ik in mijn kleedkamer zitten met een stoel voor mijn deur.”
Wat ben je liever in een beoordelingsgesprek: voor rede vatbaar of een warme persoonlijkheid?
“Een warme persoonlijkheid?”, herhaalt ze de vraag ironisch. Ze kijkt een beetje bedrukt. “Ik vind het belangrijk dat mijn familie mij een warm mens vindt, maar in mijn werk streef ik daar niet naar. Op je werk wil je toch intelligent gevonden worden?”
Wat is dit voor Hillary Clinton-praat?
“Hoezo? Sorry hoor, maar in je werk, althans in mijn vak, wil je toch liever intelligent gevonden worden dan een (weer die afkeurende stem) een warme persoon? Dat lijkt me meer iets voor een hulpverlener.”
Heb je ooit het idee gehad dat ze je een dom wijf vinden?
“Nee, nooit! Maar als ze je op tv zien, gaat het vaak over uiterlijk. Heel irritant. Daar kijken ze bij vrouwen altijd naar. Bij Mona Keijzer is het ‘Oh, wat had ze voor jasje aan’ én bij Buma is het ‘Oh hij had een goede opmerking.’ Dat is de verdeling man-vrouw. Ik heb liever dat er een lovehandle over mijn broek blubbert, terwijl ik iets goeds zeg, dan dat ik Mrs. Perfect uithang en iets doms uitkraam.”
Heb je dat wel eens gehad?
“Bij RTL Boulevard had ik een keer zo'n moment. Toen ik mezelf terugzag op die stoel, zag je een stukje bil uit de broek steken.”
De deur van mijn kantoor had ik het liefst open of dicht?
“Vlak voor de uitzending dicht, maar normaal vind ik het fijn om in contact te staan met mensen. Ik vind het fijn om nabijheid te voelen. Het is toch leuk om naar mooie mannen te kijken op de werkvloer.”
Maar meteen toeslaan doe je niet. Het opstarten van de relatie met je huidige vriend, een oud-collega van De Pers, duurde lang.
“Ja, hij was er nooit. En we hebben elkaar twee jaar heel stom gevonden. We vonden elkaar arrogant en afstandelijk, en toch is het goed gekomen.”
Hoe ging dat?
“Op een gegeven moment kreeg ik een soort liefdesverklaring. Als vrienden gingen we toen wat doen.”
Wat hoffelijk.
“Ja, hij kwam net uit een relatie.”
Hij kon toch ook forceren?
“Dat vond-ie moeilijk. Hij was heel netjes.”
Want jij zou nooit de eerste move maken?
“Nee, nooit. Een move? Dat weiger ik. Daar ben ik heel ouderwets in.” .
Auteur: Mark Koster Beeld: Frank Groeliken
14|02|2013 Achtergrond.
Duurzaamheid speelt overal een rol
Wie werk wil, moet groen zijn
Van de inkoopmedewerker tot de marketeer: wie verstand van duurzaamheid heeft, scoort beter bij beoordelings- en sollicitatiegesprekken. Groen is bij steeds meer bedrijven niet langer een mooi verhaaltje voor de buitenwereld, maar serious business.
Kijk naar het jaarverslag van Unilever en het lijkt alsof je door een boekwerk van het Wereld Natuur Fonds zit te bladeren. Het gaat meer over duurzaamheid, dan over winst, omzet en harde targets. Direct onder de financiële doelen staan de niet-financiële doelen, zoals de hoeveelheid CO2-uitstoot per productie-eenheid en het gebruik van duurzame grondstoffen.
Het jaarverslag is geen boekje vol met groene, maar lege pr-praat. Nee, sinds de komst van de nieuwe CEO in 2009, Paul Polman, is duurzaamheid serious business voor Unilever. Het bedrijf is op zoek naar medewerkers die passen bij dit nieuwe imago. “Je moet niet alleen meer een briljante marketeer zijn of heel goed kunnen rekenen. Als je bij ons komt werken, moet je tegenwoordig ook weten hoe je die kennis kunt gebruiken om van Unilever een duurzamer bedrijf te maken”, zegt Anniek Mauser, directeur duurzaamheid Benelux bij Unilever.
Unilever rekent managers niet alleen meer af op het bereiken van hogere winsten voor hun onderdeel, maar ook steeds vaker op duurzame doelen. Leuk dat je 5 procent meer omzet hebt gehaald in 2012, maar hoe kan het dat je die afvalreductie met 10 procent niet hebt bereikt? “In toenemende mate spelen duurzaamheidscriteria een rol bij beoordelingen”, zegt Anniek Mauser.
Ook bij AkzoNobel is duurzaamheid gekoppeld aan beloningen, zegt Marjan Oudeman, lid van het Executive Committee en verantwoordelijk voor personeel- en organisatieontwikkeling. “De langetermijnbeloning van onze topmanagers is deels afhankelijk van onze plaats op de Dow Jones Sustainability Indexes.”
Fundamenteel
“Voor bedrijven als Unilever en AkzoNobel is dit absoluut geen window dressing meer of een groen verfje, maar grijpt het diep in het bedrijf in”, zegt Jos Reinhoudt, kennismanager bij MVO Nederland.
Zag je een paar jaar geleden dat sommige managers het woordje “duurzaamheid” of “MVO” voor hun functiebeschrijving “geplakt kregen”, nu zijn bedrijven die voorop lopen volgens hem al een stap verder: duurzaamheid is bij hen onderdeel van de meeste functies.
Logistieke managers moeten bijvoorbeeld kennis hebben van duurzame mobiliteit (welke routes, brandstoffen en vermoermiddelen zijn het minst vervuilend?). Facilitaire managers moeten verstand hebben van energiebeheer. En HR-managers moeten “duurzame doelstellingen vertalen in beloningsbeleid”. Duurzaamheidsmanagers zijn er ook nog wel, zegt Reinhoudt: “zij moeten de boel aanjagen”.
“Kennis van duurzaamheid is voor alle functies binnen ons bedrijf belangrijk”, zegt André Veneman, corporate director sustainability bij AkzoNobel. Hij noemt als eerste de medewerkers die zich bezighouden met inkoop, productie, R&D, marketing en sales. “Maar uiteindelijk hebben alle 56.000 medewerkers een belangrijke rol: denk aan Finance & Control voor duurzame investeringen en Human Resources voor het werven, trainen en ontwikkelen van medewerkers die invulling geven aan de duurzaamheidsstrategie.”
Grote bedrijven als Unilever, Achmea, Philips en AkzoNobel lopen volgens Reinhoudt voorop. Maar ook bedrijven in het midden- en kleinbedrijf verwachten steeds vaker duurzame kennis van medewerkers. Zo kent hij een klein schildersbedrijf dat “klaar is met chemische verfsoorten”, en nog uitsluitend duurzame verf gebruikt. “Ik sprak met de eigenaar, en die zei: ik neem alleen nog maar medewerkers aan die dit verhaal aan klanten kunnen vertellen. Als ze dat niet willen, moeten ze maar ergens anders gaan werken.”
Groen biertje
De Limburgse biebrouwer Gulpener gooide eind jaren negentig als een van de eersten in Nederland radicaal de boel om, en ging op de groene en maatschappelijk verantwoorde tour. “Het hele duurzaamheidsconcept bestond toen nog nauwelijks in Nederland”, zegt Jan-Paul Rutten, manager en toekomstige CEO bij het familiebedrijf. “Wij hebben toen op papier gezet dat we als bedrijf zo goed mogelijk voor natuur en mensen wilden zorgen. Dat is door alle medewerkers ondertekend.” In het begin waren medewerkers sceptisch, zegt Rutten. “Nu hoor ik zelfs dat mensen privé duurzamer zijn gaan leven door het werk dat ze hier doen.”
Hopoogst in Limburgse Heuvelland. Bij 28 graden (nazomer) oogsten vrijwilligers de ecologische Hallertauwer perle. De hopsoort is bestemd voor het ecologische bier van Gulpener. Het Limburgse familiebedrijf is een van de laatste zelfstandige bierbrouwerijen. Foto: Chris Keulen/HH
Gulpener werkt alleen nog maar met lokale toeleveranciers. Alle hop, alle granen, komen uit de regio. Dat scheelt transportkosten en dus CO2-uitstoot, maar is ook goed voor de lokale werkgelegenheid. “Uitgangspunt is dat we ook voor de lokale bevolking iets doen.” Alle 16 bieren van Gulpener hebben een milieu- of biologisch keurmerk.
Bij Gulpener werkt geen duurzaamheidsmanager. Alle 62 medewerkers moeten in hun werk de principes van het bedrijf toepassen, zegt Rutten. Zo moet de inkoper alle producten die Gulpener afneemt langs een “duurzaamheidsliniaal” leggen. Of het nou om papier, etiketten of grondstoffen gaat. Wie op de financiële afdeling werkt, moet niet alleen een financieel jaarverslag afleveren, maar ook een duurzaamheidsverslag. En de communicatiemedewerker moet Gulpener naar buiten toe neerzetten als een bedrijf dat goed doet voor mens en omgeving.
Meer medewerkers
Bedrijven als Unilever, AkzoNobel en Gulpener profiteren van hun groene imago op de arbeidsmarkt. Nieuwe medewerkers kiezen voor de bedrijven, omdat ze graag bij een duurzaam bedrijf werken. Mooi meegenomen, maar het betekent niet dat nieuwe medewerkers ook allemaal evenveel verstand en “feeling” hebben bij het onderwerp duurzaamheid.
Mauser: “Mijn indruk is dat er te weinig aandacht is voor het onderwerp bij opleidingen. Dat betekent niet dat er per se allemaal duurzaamheids- en milieuopleidingen bij moeten komen, maar dat het een integraal onderdeel moet worden van bestaande opleidingen.” Elke opleiding, of het nou een studie economie, marketing of logistiek is, zou volgens haar ook vakken over duurzaamheid moeten aanbieden.
Zelf leerde Mauser veel tijdens een afstudeeronderzoek in Kenia. “Duurzaamheid gaat over allerlei gebieden heen: van biologie en economie tot ecologie. Je leert dat grote plaatje vooral in de praktijk te zien.” Bij trainingen stuurt ze medewerkers dan ook “het veld in”. De accountmanager kan veel leren op een boerderij. “Tegen studenten zou ik zeggen: zoek die ervaring op. Ga buiten je eigen comfort zone, en werk een tijdje bij een ngo, een goed doel of een buitenlandse organisatie.”
Het zal ze geen windeieren leggen, denkt Reinhoudt. “Er zijn nog steeds bedrijven die denken dat het duurzaamheidsdenken overwaait, net als bij de opkomst van het internet. Ik denk dat die ondernemingen echt de boot gemist hebben.” .
Persoonlijke ontwikkeling op je werk levert jou wat op, maar is minstens even rendabel voor je werkgever. Een mooie kans tijdens de crisis dus, of niet?
Ongeveer een miljoen mensen volgt in Nederland een particuliere opleiding betaald door de werkgever. Daarbij komen nog alle werknemers die deelnemen aan interne cursussen en vaardigheidstrainingen. Goed opgeleid personeel is beter inzetbaar, gemotiveerder, werkt efficiënter en bespaart kosten. En hoewel dit al bijna te mooi klinkt om waar te zijn, biedt het ook werknemers een lange lijst voordelen (zie kader). Een win-winsituatie.
We mogen dus aannemen dat dankzij de crisis – ondernemers moeten nu efficiënter bedrijfsvoeren dan ooit – opleidingsuitgaven de pan uit rijzen? Nee dus, integendeel. De afgelopen jaren hebben werkgevers daar juist flink in gesneden. Al behoort Nederland nog altijd tot de Europese top, begrotingen voor onderwijs zijn tot wel tientallen procenten lager dan vóór 2008. Vooral grote bedrijven letten op de kleintjes, vertelt directeur Ria van ’t Klooster van brancheorganisatie de Nederlandse Raad voor Training en Opleiding (NRTO). Corporates richten hun pijlen steeds meer op e-learning en interne cursussen, in plaats van de dikwijls dure particuliere opleidingsinstituten.
Alle opleidingen volledig vergoed
Een grote onderneming die onderwijs naar eigen zeggen prima regelt, is verzekeraar Aegon. “Iedereen krijgt bij ons de kans zichzelf te ontwikkelen,” vertelt senior opleidingsadviseur Jan Verbueken. Samen met leidinggevenden bespreekt hij de toekomstambities van werknemers en de carrièremogelijkheden binnen het bedrijf. Verbueken maakt onderscheid tussen drie doeleinden: de opleidingen gericht op functievaardigheden, de bij de wet verplichte diploma’s voor financieel dienstverleners en carrièreverbredend onderwijs. Over die laatste, tot nu toe minder vaak voorkomende loopbaanontwikkelingsplannen, maakte Aegon onlangs zelfs afspraken met vakbonden. Wel wordt verwacht dat medewerkers er dan een groot deel van hun eigen tijd in steken, maar in vrijwel alle gevallen betaalt Aegon de rekening.
Hoe belangrijk de mogelijkheid tot persoonlijke ontwikkeling is voor werknemers bewijst management-developmentspecialist Ormit uit De Bilt. Met één van ’s lands hoogste opleidingsbudgetten (9 procent van het brutoloon, tegenover een gemiddelde van 4,4 procent) riepen hoogopgeleiden het bedrijf in 2012 voor de tweede keer uit tot beste werkgever (bron). Met name de doorgroeimogelijkheden vormen een grote plus. Nu een dik salaris of een dure leaseauto er niet altijd meer inzit, zien werknemers steeds meer de waarde in van een baan waarin ze zich kunnen ontwikkelen en gelukkig zijn.
Voorkom terugbetaling van studiekosten
Door een opleiding te betalen investeert een werkgever in jou op de lange termijn. Logischerwijs zit hij er niet op te wachten dat je meteen vertrekt zodat een ander ervan profiteert. Daarom staan alle afspraken netjes vastgelegd in een studieovereenkomst. Problemen daarmee zijn arbeidsrechtadvocaat Diana Simons niet onbekend, dus let goed op wat je afspreekt. Redelijkheid van beide partijen is volgens haar het toverwoord, want wettelijke bepalingen zijn er niet. Vaak ziet ze dat de verplichting tot terugbetaling van de studiekosten na drie jaar dienstbetrekking vervalt, maar bij een heel dure opleiding acht ze vijf jaar ook volkomen redelijk. “Let wel op of dit ook van toepassing is bij gedwongen vertrek of een faillissement, je wilt geen curator achter je aan.” Spreek bovendien duidelijk af wat precies onder de noemer opleidingskosten valt: tellen studie-uren onder werktijd ook mee?
Enthousiasme wordt beloond
Als civieltechnisch onderhoudsadviseur steekt Danny den Boef meer dan gemiddeld tijd in de ontwikkeling van zijn kennis en vaardigheden. Per jaar zeker dertig werkdagen, schat hij, stuk voor stuk vergoed door het advies- en ingenieursbureau waar hij werkt en voornamelijk in de baas zijn tijd. Door alle technologische ontwikkelingen volgen hij en zijn collega’s continue bijscholing. Geen straf, want het staat Den Boef vrij zelf te selecteren: “Naast de vak-noodzakelijke materie draag ik geregeld zelf cursussen aan die ik interessant vind. Dat enthousiasme vindt mijn werkgever juist te prijzen.”
Iemand die iets meer moeite moest doen is Sander van Es, toezichthouder bij een financiële semi-overheidsinstelling waar hij nu 3,5 jaar werkt. Hij volgt de “nogal dure” mastercourse financial planning en maakte daarover strakke afspraken. Vijftig procent van de collegedagen gaan ten koste van zijn vakantie-uren en ook de zelfstudie gebeurt in eigen tijd. Van Es draagt bovendien voor een kwart bij aan de studiekosten. “Terecht. Deze opleiding is niet noodzakelijk voor mijn functie, maar zorgt zeker voor meerwaarde.”
Hoeveel een werkgever ook bereid is in je te steken, de investering komt van twee kanten. Onder werktijd met je neus in een boek duiken klinkt leuk, maar vraag jezelf af of je ook de discipline kunt opbrengen dit ’s avonds en in het weekend te doen. Voor steeds meer jonge werknemers vormt dit overigens geen enkel obstakel, aldus NRTO-directeur Ria van ’t Klooster. “Zij zijn steeds vaker bereid veel moeite te stoppen in hun persoonlijke ontwikkeling en carrière, anders dan vijftigplussers met tientallen jaren aan vast dienstverband die opnieuw de arbeidsmarkt betreden.”
Maar wat als die conventionele vijftigplusser nu precies jouw leidinggevende is, zeg je die gewilde opleiding dan vaarwel? Welnee. Probeer het dan af te dwingen in de onderhandelingen over een nieuwe baan of een functioneringsgesprek. Op een hoger salaris zijn werkgevers steeds minder happig, maar een opleiding waardoor jij beter functioneert, is andere koek. Wees daarin niet terughoudend, vaak bestaat er zelfs al een potje. Voor je idee: in 2011 is bijna tien procent (bron) van het totale begrote budget voor extern onderwijs niet eens uitgegeven. Daarnaast kan je werkgever wellicht een beroep doen op scholingsfondsen of fiscale regelingen. Vergeet bovendien niet je cao te checken op afspraken over vakonderwijs.
Bereken concreet rendement
Beargumenteer bij je aanvraag duidelijk wat je met de opleiding wilt bereiken. Wees ook heel specifiek in wat het je werkgever oplevert: reken het desnoods voor in klinkende euro’s. Besparen kan daarnaast op het onderwijs zelf. Wellicht valt er korting te bedingen wanneer meerdere collega’s enthousiast zijn? Wanneer je een persoonsgebonden opleidingsbudget hebt, gebruik deze dan zo effectief mogelijk. Productmanager financiële opleidingen Thijs Buddingh’ van NIVE maakte al mee dat een deelnemer vroeg of hij zijn eigen bammetjes mocht meenemen, zodat hij de standaard horecakosten kon schrappen.
Mocht je er onverhoopt niet uit komen met je werkgever, voel je dan tenminste gesteund door de overheid en bedenk dat studiekosten al vanaf 250 euro aftrekbaar zijn. Leren doen we toch wel een leven lang. .
Verdien ik wel genoeg? Teamleider (27) – 2900 euro bruto
Ik wil evenveel als mijn oudere collega's
Pieter wil een salarisverhoging. Moet hij zich beter profileren op zijn werk als teamleider in de zorg? Of een extra opleiding volgen?
Wat was de vraag?
De 27-jarige Pieter is nu twee jaar teamleider hotelservices binnen een zorgorganisatie. Hij is verantwoordelijk voor de roosterplanning, werkt nieuwe medewerkers in en moet zorgen dat alle schoonmaakmaterialen op de juiste manier worden gebruikt. Hij geeft leiding aan 26 medewerkers en is de jongste van het team. En juist dat zit hem dwars. Oudere collega’s in een soortgelijke functie verdienen meer dan de 2.900 euro bruto die Pieter maandelijks op zijn rekening bijgeschreven krijgt. “Ik ben de jongste in het team, maar verdien naar verhouding minder. Wat is daar de achtergrond van?”
Dat het steekt dat Pieter minder verdient dan zijn oudere collega’s vinden de adviseurs begrijpelijk. Maar er is weinig aan te doen. In de zorg wordt gewerkt met een functiewaarderingssysteem. Opgedane ervaring voor aanvang van het dienstverband bepaalt waar je wordt ingedeeld in de schaal. Pieter werkte voorheen 4 jaar in een ziekenhuis, en zit in schaal 5. Dat lijkt de adviseurs reëel. “Je kunt ervan uitgaan dat collega’s met dezelfde functie in dezelfde schaal zijn ingedeeld”, aldus Marieke Visser van adviesbureau Berenschot. Voor ieder werkjaar gaat Pieter 1 periodiek omhoog in salaris. “Als collega's al langer werkzaam zijn,ontvangen zijn daarom een hoger salaris”, zegt Corrie van der Steen van CNV Publieke Zaak. Het is dus ook lastig om die collega’s in te halen. Alleen iemand die uitzonderlijk functioneert, kan in een keer meerdere periodieken tegelijk omhoog gaan.
Hoe gaat het nu?
Pieter is blij van de adviseurs te horen dat hij niet te weinig verdient voor zijn leeftijd en ervaring. Maar hij zou op den duur wel graag een stap omhoog gaan in salaris en functie, om oudere collega’s in te halen en zijn werkervaring te verbreden. Hij wil zichzelf beter profileren op het werk en kijken wat hij kan doen om toch recht te hebben op salarisverhoging, en een schaal in het functiewaarderingssysteem op te schuiven. “Waarschijnlijk ga ik een tweede opleiding volgen om dat voor elkaar te krijgen”, aldus Pieter. Welke opleiding dat precies moet worden weet hij nog niet.
Een aanvullende opleiding volgen om jezelf goed te profileren is altijd verstandig, weet Aaldert Mellema van CNV Publieke Zaak. “Maar je moet je wel realiseren dat in de zorg niet de gevolgde opleiding, maar de functie wordt gewaardeerd. Dus hou je verwachtingen daarbij reëel.” Kort gezegd betekent het dat zolang Pieter teamleider hotelservices blijft, hij ook in dezelfde salarisschaal zal blijven hangen. Pas als hij solliciteert op een hogere functie heeft hij uitzicht op een hogere salarisschaal en meer salaris. “Een goede aanvullende opleiding helpt daar natuurlijk bij”, zegt Mellema. Want hoe beter gekwalificeerd, hoe meer kans op een baan die ook bij de nieuwe kwalificaties past. .
Auteur: Carien ten Have Beeld: Nourdin Kouch
14|02|2013 Carnaval.
Carnaval met toppers
Judith Vink, adjunct-directeur Theater aan de Parade Den Bosch met Geert Snijders, wethouder
Sander van de Gevel, eigenaar reclamebureau Verwegen · Van de Gevel · Suijdendorp
Peter van der Velden, burgemeester Breda (midden met trompet)
Theo Vleugels, generaal-majoor, gouverneur van de Koninklijke Militaire Academie te Breda
Lucien Verhoef, Prins Carnaval van Breda, eigenaar internetbedrijf city-map
Hans Vissers, korpschef politie en Marcel de Visser, sportmarketeer eigenaar van Link SMB
Michel Kouwenhoven directeur van Optisport Leisure Group (links)
Jan Dirk Vis, artiestenmanager/directeur bij Jan Vis artiesten en evenementen
Brigitte Sijpestijn, manager operations support Rabobank
De afgelopen week was het in het zuiden van het land weer hossen en bier slempen geblazen. Imago-technisch gezien niet zo slim? Of juist een ijzersterke netwerkgelegenheid? Weekblad Intermediair zocht carnavalvierende leidinggevenden op.
Tekst: Hedwig Wiebes Beeld: Frank Groeliken
14|02|2013 Werk & Leven.
Zingeving op de Zuidas
Met God de crisis door
De economische crisis brengt voor veel mensen zorgen en onzekerheden met zich mee. Zingevingsinitiatieven varen er wel bij. Op de Zuidas verrijst zelfs een “kerk nieuwe stijl”. Voor al uw existentie- en zingevingslunches.
Dominee Ruben van Zwieten is er een beetje beduusd van. Dankzij een reeks ruimhartige giften kan hij op korte termijn zijn grote droom verwezenlijken: een eigen gebouw op de Zuidas. De jonge dominee trekt al jaren volle zalen met zijn “Zingeving Zuidas”, een initiatief dat zich het beste laat omschrijven als een platform voor mensen die op zoek zijn naar de menselijke maat en reflectie binnen het jachtige, werkende bestaan. En dat met de Bijbel in de hand. Niet echt een kerk, maar wel degelijk ontstaan in de christelijke traditie van Schrift en Kerk, van samenkomst en medemenselijkheid.
En ja, dat is hard nodig, denkt Van Zwieten. “Ik heb de afgelopen jaren gemerkt dat veel mensen genoeg krijgen van het ‘altijd maar meer’-denken. Mensen zoeken de toegevoegde waarde, ze willen voorkomen dat zij inhumaan worden in hun doen en laten. Zeker young professionals zwemmen soms maar een beetje rond, raken het besef van het ‘waartoe’ kwijt. Zij vragen zich af: hoe kan ik er toe doen niet ten koste, maar ten bate van mensen?”
Dat Van Zwieten voorziet in een enorme behoefte blijkt wel uit de belangstelling voor zijn Bijbelvertellingen in de Thomaskerk, nabij Zuid WTC. “Mijn kerstdienst was overvol, er kon geen mens meer bij. Veel young professionals, maar ook oude mensen, mensen met kinderen, mensen van binnen én van buiten Amsterdam.”
Lunchpreek
Daarom ook is Van Zwieten trots dat hij zijn plan voor een eigen gebouw op de Zuidas kan verwezenlijken. Juist op de Zuidas – het contrast tussen het jachtige werkende leven en op eeuwenoude tradities gestoelde zingeving was nergens zo groot. Waar eerder nog een restaurant gevestigd was, opent hij op 1 april de deuren van De Nieuwe Poort. Geen kerk, wel een cultureel centrum geschoeid op Bijbelse leest. “Hier kom je voor een lunchpreek in je lunchbreak”, vertelt Van Zwieten. Hij heeft grootse plannen. “Op vrijdagmiddag is het TGIF (Thank God it’s Friday) met een dj en een cabaretier. Op doordeweekse avonden voer je hier existentiegesprekken, volg je Bijbelklassen en literatuurtafels. Het moet de vrijmibo naar een ander niveau trekken. Verder komen er lunchconcerten, theater, kunst, colleges. Kort gezegd moet het een huis van filosofische overwegingen worden.”
Het is geen toeval dat Van Zwieten juist op de Zuidas terecht is gekomen. “We zitten hier midden tussen de Torens van Babel – zo zou je alle kantoortorens wel op een Bijbelse manier kunnen omschrijven. Eigenlijk zitten wij hier in bezet gebied en dat lijkt mij heel nuttig. Mijn kritiek op al die instituten en initiatiefjes die zich terugtrekken in zaaltjes in Driebergen is dat de deelnemers compleet uit hun gewone leven stappen om zich gedurende korte of langere tijd onder te dompelen in trainingsprogramma’s. Mijn insteek is andersom: ik wil het geloof vlees laten worden te midden van die torens, dicht bij de werkvloer.”
Hij is niet de enige. Overal in het land schieten de initiatieven voor bedrijfsgebeden en zingevingsbijeenkomsten uit de grond. Via websites als www.bedrijfsgebed.nl kun je gelijkgestemde collega’s zoeken om op de werkvloer te bidden. Christine Lemaire is woordvoerder van het christennetwerk|gmv, een vakbond speciaal voor christenen. Zij noemt het bedrijfsgebed een “trend”. “Er wordt samen bijvoorbeeld gebeden om God te danken voor onze gaven en talenten, maar ook voor het welzijn van collega’s en van het hele bedrijf.”
Ook Lemaire vermoedt dat de crisis een rol speelt bij dit soort trends. “Ik zie het binnen onze vakbond, waar mensen veelal met individuele vraagstukken aankloppen. Door de crisis hebben mensen meer zorgen. Ook verhardt de maatschappij in haar standpunten over geloofskwesties. Dan is het fijn om met gelijkgestemden van gedachten te kunnen wisselen. Daar zijn wij voor. Wij begeleiden bijvoorbeeld mensen in de zorg die te maken krijgen met ethische dilemma’s, zoals euthanasie. Maar ook helpen wij mensen die er vanwege hun geloof moeite mee hebben om aan sommige bedrijfsactiviteiten mee te doen. Zo zie je bij steeds meer bedrijven yogacursussen, soms bijna verplicht. Niet iedere christen voelt zich daar prettig bij. Wij adviseren hoe ze daarmee om kunnen gaan, zonder dat wij daar overigens normatief in zijn. Wij gaan niet vertellen wat mensen wel en niet mogen. Dat kan ook niet: geloof is voor iedereen verschillend. Sommige christenen hoeven op hun werk niet per se te bidden voor het eten, maar anderen gaan zover dat ze willen evangeliseren op de werkvloer.”
Of het nu gaat om zingeving, evangelisatie of iets er tussenin, Van Zwieten denkt dat het goed is als professionals “waakzaam” zijn in hun werk. “Dat ze zichzelf niet verliezen. De Bijbel is daarbij van onschatbare waarde. Een boek dat bestemd is voor alle mensen. Als je het aan mij vraagt, dan sta ik liever met Bijbels humanistische overwegingen te spreken bij de bobo’s van een woningcorporatie, dan te preken in een of andere happiness- of hallelujakerk.” .
Auteur: Nienke Ledegang Beeld: Frank Groeliken
14|02|2013 Hiërarchie op de werkvloer.
In Duitsland is er meer afstand tussen de mensen
Op schoolreis met de conciërge
De Nederlandse omgangsvormen op het werk verschillen nogal van de Duitse. “Een Duitse conciërge die de directeur tutoyeert, stel je voor, ze zouden uit hun dak gaan!”
“Beste Elisabeth. Hierbij nodigen we je van harte uit voor een personeelsfeestje.”
Dit was het eerste contact dat Elisabeth Hannappel (48) had met de middelbare school in Haarlem waar ze als lerares Duits zou gaan werken. Ze verhuisde voor de liefde, van Keulen naar Amsterdam.
De brief verraste haar. “Niks ‘Sehr Geehrte Frau Hannappel‘, zoals ik had verwacht. Ik vond het heel raar dat ze mij meteen maar met mijn voornaam aanspraken. En ik was ‘jij’, geen ‘u’, zoals ik in Duitsland altijd was. Het was vreemd en anders, maar ook wel leuk, het was persoonlijker bij mijn voornaam te worden genoemd. Het was me direct duidelijk dat de omgangsvormen in Nederland heel anders zouden zijn dan ik gewend was.”
Haar leidinggevenden wilden bij voornaam worden genoemd en op school tutoyeerde iedereen elkaar. “De docent, de schoonmaakster, de secretaresse; iedereen leek wel op gelijk niveau te staan, er was geen hiërarchie. Ik bedoel, die was er natuurlijk wel, maar die uitte zich niet in aanspreektitels, zoals dat in Duitsland nog heel gewoon is.” Ze lacht breeduit: “Een Duitse conciërge die de directeur tutoyeert, stel je voor, ze zouden uit hun dak gaan!”
Volgens Elisabeth manifesteert het grootste verschil tussen de Nederlandse en de Duitse werkvloer zich in het “Siezen” en “Duzen”, het vousvoyeren en tutoyeren. “In Duitsland is er letterlijk meer afstand tussen de mensen”, zegt ze. “Collega’s lopen minder makkelijk even bij elkaar aan, om een praatje te maken of een kopje koffie met je te drinken. Hier wandelt iedereen gewoon bij elkaar naar binnen, en vriendschappelijk contact buiten werktijd is veel gewoner dan in Duitsland.”
Afstandelijk
De overgang van “U” naar “jij” verliep voor Elisabeth niet altijd even vlekkeloos. “Wanneer mag je iemand tutoyeren? Het is hier in Nederland maar gokken. In Duitsland was ik als lerares gewend aan een bepaalde mate van autoriteit, het contact met ouders van leerlingen bijvoorbeeld, dat was zeer formeel. Maar de ouders van mijn Nederlandse leerlingen noemden mij bij mijn voornaam, zonder dat ik hen daarvoor toestemming had gegeven. Uit gewoonte bleef ik hen vousvoyeren, maar daar werd ik toen op aangesproken. De vader van een leerlinge zei: “Je komt erg afstandelijk over.” Daar schrok ik van, want dat was helemaal niet de bedoeling. Ik had juist willen voorkomen dat ik al te vertrouwelijk deed. We waren toch geen vrienden van elkaar?”
De volgende schok was het schoolreisje dat ze in Nederland maakte. Tot Elisabeths verbijstering ging de conciërge mee als begeleider. “Dat zou in Duitsland nooit kunnen”, zegt ze lachend. “Een conciërge is geen leraar en dus geen collega. Voor Duitsers ben je alleen collega’s als je op hetzelfde niveau werkt. Hier, in Nederland is iedereen een collega. Ik vind dat heel prettig: hier benader je iemand als mens, en niet als iemand in een bepaalde functie, zoals in Duitsland. Daar houd je altijd een slag om de arm, je speelt een rol. Je bent niet Elisabeth, maar de lerares. Ik vind het hier een stuk relaxter.” .
Auteur: Eva Ludemann Beeld: Shutterstock
14|02|2013 Column Eva Hoeke.
“Iedereen krijgt loonsverhoging, behalve ik”
Eva luistert naar een blondine die morgen echt salarisverhoging gaat eisen. Helaas weet iedereen al dat ze die niet krijgt, behalve zij. Morgen zou ze gewoon weer met een complimentje de deur uitlopen.
We zaten in een restaurant in De Pijp, en we hadden net besloten dat we de kaasfondue zouden nemen toen ik achter me een hoge stem hoorde zeggen: “Ik pik het gewoon niet meer. Al mijn vriendinnen krijgen loonsverhoging, echt iedereen, behalve ik. Suus verdient nu 3200 euro bruto per maand als secretaresse. Dan is het toch niet normaal dat ik bijna 1000 euro minder verdien? Dat klopt toch niet? En dat ga ik morgen dus ook allemaal zeggen.”
Ik hoefde me niet eens om te draaien om te zien dat de tekst werd uitgesproken door een vrouw van rond de 25 jaar, vermoedelijk uit Haarlem, werkzaam in de communicatiesector en waarschijnlijk nog donkerblond met highlights ook. Ik keek toch en zag dat ze lichtblond was. En diep beledigd.
“In drie jaar tijd ben ik precies één keer omhoog gegaan. Eén keer! Ik bedoel, hoe raar is dat. Van de eerste keer snap ik het nog, dat was toen dat hele gedoe met die verhuizing. Maar ik heb toen mooi wel de hele boel opgevangen. Ik vind dat niet erg, daar gaat het niet om, maar dan moet daar toch ook wat tegenover staan? En dan op vrijdag wel leuk staan doen in de kroeg. Ja, dahaag.”
Tegenover de vrouw zat een vriend, háár vriend zo te zien, en hij knikte op een manier die verried dat het niet de eerste keer was dat hij dit verhaal hoorde. Af en toe mompelde hij zoiets als: “Dat kan je toch gewoon zeggen?” en “Je moet het gewoon zeggen”, maar dat advies leek er grotendeels langs te gaan. Eigenlijk praatte de vrouw vooral tegen zichzelf.
“Ik snap het gewoon niet. Ik ben altijd op tijd. Ik heb superveel ervaring. En ik doe ook nog eens veel meer dan ik eigenlijk zou moeten doen. Serieus, als ik de uren bij elkaar optel dat ik ’s avonds en in het weekend op mijn laptop zit zou ik schatrijk moeten zijn.”
Ze lachte vreugdeloos en nam een grote slok wijn. In haar nek zaten rode vlekken van opwinding. Haar vriend gaf een seintje naar de ober.
“Wist je dat Evelien een scooter heeft gekregen van d’r werk? Ja, echt. Dat zou ik niet eens hoeven hoor, ik bedoel: wat moet ik met een scooter, maar daar gaat het niet om. Het zou gewoon leuk zijn als mij ook eens een keer wat werd aangeboden.” Ze keek een moment peinzend voor zich uit. “Soms is het net of hij mij niet ziet.”
De ober kwam aan tafel met de fles en schonk nog maar eens in. Toen hij weg was, schudde de vrouw vastberaden het hoofd. “Maar morgen ga ik er echt wat van zeggen. En ik laat me niet weer wegsturen met een complimentje. Ja sorry hoor, hij moet nou maar eens over de brug komen. Anders moet ik wéér een jaar wachten. Ja toch, dat vind jij toch ook?”
De man knikte. Hij vond het ook. Toen stond de vrouw op en liep ze kordaat naar de wc’s waar ze vast in de spiegel ging staan oefenen. Haar vriend bleef achter en keek uit het raam.
Hij wist het. Ik wist het. Haar baas wist het. Alleen zij wist het nog niet.
Maar morgen zou ze gewoon weer met een complimentje de deur uitlopen. .
Intermediair is een uitgave van VNU Vacature Media in Amsterdam. Op de artikelen
en beelden rust auteursrecht. Overname is alleen toegestaan met uitdrukkelijke
schriftelijke toestemming van de uitgever.
Aan dit nummer werkten mee:
Anton van Elburg, Mark Koster, Remco Tomesen, Carien ten Have, Hedwig Wiebes, Nienke Ledegang, Eva Ludemann, Eva Hoeke, Ben Rogmans, Marchien Kuijken, Helen Hissink, Irina Mak, Eveline Domevscek, Nourdin Kouch, Pieter Ver Elst, Frank Groeliken/Newmen Agency, Shutterstock, Getty Images, Hollandse Hoogte.
Techniek: VNU Vacature Media