VVD-nestor Hans Wiegel maakt zich grote zorgen over het toekomstperspectief van de Intermediair-generatie. Hij wil dat de regering een Staatscommissie instelt om dat te onderzoeken. Er moet iets gebeuren, anders gaat het mis.
VVD-nestor Hans Wiegel heeft zich de afgelopen weken danig geroerd in de onrust over het regeerakkoord. De kern van zijn zorgen is dat het toekomstperspectief van de jonge, hardwerkende mensen uit de middengroepen op de lange termijn onrustbarend slecht is.
“Ik maak me dus echt grote zorgen over de positie van de mensen van, zeg, 25 tot 43 jaar. Ja, mijn kinderen zijn van die leeftijd. Ik zie het dus van nabij gebeuren. Die generatie krijgt het niet alleen nu slechter, maar ook op de lange termijn. En dat laatste is het gevaarlijkste.
Dat is nu een veenbrand, en straks misschien een uitslaande brand. Als je daar niet iets aan doet, krijgen we een enorm conflict der generaties. Het is een zwaar woord, maar misschien wel een opstand. Dat is een groot gevaar voor het functioneren van het land.
De toekomst van onze economie hangt af van het werk dat jonge, goed opgeleide mensen doen. Natuurlijk zijn we ook afhankelijk van invloeden uit het buitenland, maar daar kunnen we weinig aan doen. Die jonge generatie moet ervoor zorgen dat ons bedrijfsleven ook in de toekomst vitaal blijft. De vreugde van die mensen wordt teniet gedaan door het nivelleringsbeleid.
Wiegel wil Staatscommissie die kijkt naar positie jonge hardwerkende mensen
Als je het klassieke gezinnetje neemt, man, vrouw, twee kinderen en je kijkt naar de kosten van bijvoorbeeld de kinderopvang dan is het al bijna niet meer de moeite waard om te gaan werken. Door de huidige maatregelen wordt dat erger. Daarbij komt nog de aantasting van de hypotheekrenteaftrek, die bij jongeren extra hard aankomt, en de verslechtering van de pensioenvoorzieningen. Je duwt mensen naar de rand van de afgrond. En als er ook maar iets misgaat – werkloosheid, een echtscheiding, of erger – dan is dat een ramp.”
Staatscommissie
“Ik bevind me wat dat betreft in goed gezelschap. In het Financieele Dagblad van afgelopen maandag stond ook al dat jongeren voor hun pensioenen de dupe worden van Rutte-II. Ondertekend door Xander den Uyl, jaja, de zoon van. En ook Paul Schnabel, directeur van het Sociaal-Cultureel Planbureau heeft gezegd dat er echt iets heel ernstigs aan het gebeuren is met de jonge generatie.
Het is dus verstandig als de regering eens rustig op een rijtje zet wat de positie is van de mensen tussen de 25 en 43 jaar. Laat ze een Staatscommissie instellen die dat onderzoekt. De maatregelen van nu zijn het resultaat van dingen uitruilen tussen de VVD en de PvdA, zonder dat er een samenhang in zit. Want al die dingen zijn onderling niet verbonden, de draadjes ontbreken. Dat komt door dat systeem van Wouter Bos met die plastic kaartjes. De formatie was een soort pim-pam-pet: de VVD krijgt pim, de PvdA krijgt pam en het resultaat is pet.
“Er moeten dus drie dingen gebeuren: dat nivelleren van de middengroepen moet niet doorgaan. Dat is de wens van de VVD. Dan moet de PvdA ook wat hebben: stel dus de verslechtering van de WW tenminste een paar jaar uit. Dat heeft ook de PvdA’er Wallage bepleit. Dat lijkt me voor de financiële zekerheid van de mensen in deze tijd helemaal niet slecht. De huidige aanpassing stelt niet zoveel voor: de dekking is verkeerd gekozen. Je haalt 250 miljoen uit het wegenfonds en zorgt dusaan die kant voor extra werklozen. Dan stop je die 250 miljoen vervolgens in de WW-pot om die extra werklozen daarvan te betalen. Dat schiet, geloof ik, niet echt op.”
Neem de tijd
“Misschien gaat het overheidstekort dan wat langzamer omlaag, maar dat moet dan maar. Vindt ook onze legendarische oud-minister van Financiën Witteveen. We lenen per slot tegen bijna nul procent. Stel intussen die Staatscommissie in om vooral te kijken naar de situatie op lange termijn van de jonge, hardwerkende mensen. Ik zou zeggen dat ze daar eens rustig de tijd voor moeten nemen. Op korte termijn haal je daarmee de onrust weg, op lange termijn creëer je weer een toekomstperspectief. Want nogmaals: de onrust nu is vervelend, maar niets vergeleken bij wat er gebeurt als straks de middengroepen eraan gaan. En die heb je als samenleving toch echt nodig.”.
15|11|2012 Werk & geld.
Stel: Je bent rond de dertig. Wat staat je dan te wachten?
Hoogopgeleide, werkende mensen tussen de twintig en de veertig hebben het niet slecht, maar verliezen op de lange termijn het toekomstperspectief. Een klassiek gezinnetje: beide partners werken op niveau hbo+, verdienen samen rond de zestigduizend euro per jaar. Maar door een opeenstapeling van maatregelen gaat het bedrag dat je uiteindelijk in je huishoudpotje overhoudt met een paar honderd euro per maand omlaag. Is te overkomen, als er niks misgaat. Is een ramp als je werkloos wordt, of je huis moet verkopen, of gaat scheiden, of ziek wordt.
Wonen
Huurwoning: Als je toevallig een sociale huurwoning hebt, ben je een scheefwoner en gaat je huur versneld omhoog. Als je in de vrije sector huurt, kun je bijna niet meer overstappen naar een sociale huurwoning. Ook niet als je werkloos wordt of in de bijstand raakt: er zijn te weinig huizen, er wordt te weinig bijgebouwd.
Koopwoning: Als je een koopwoning hebt gaat je hypotheekrente-aftrek de komende veertien jaar elk jaar ietsje omlaag. Op zich scheelt dat niet zo veel: tientjeswerk. Vervelender is dat je een nieuwe hypotheek verplicht moet gaan aflossen. Op zich is aflossen geen gek idee, maar je maandlasten stijgen sterk.
Starters op de woningmarkt: Een sociale huurwoning vinden is onmogelijk. Een huis kopen is duur, een hypotheek krijgen heel moeilijk. Zeker in de Randstad. Buiten de Randstad is het stukken makkelijker, maar daar is weer minder werk.
Gemeentelijke belastingen: Het Rijk verschuift taken naar gemeenten, maar schuift niet (al) het geld mee. Gemeenten gaan bezuinigen en de belastingen verhogen. Vooral de onroerende zaakbelasting OZB en de reinigingsrechten stijgen.
Werken
Vaste aanstelling: Was vroeger een normale zaak. Tegenwoordig mag een werkgever drie keer een tijdelijk contract aanbieden. Per sector (cao) zitten daar wel verschillen tussen.
Op korte termijn wat sparen voor als je je baan kwijtraakt
Ontslag: Het wordt voor werkgevers steeds makkelijker om mensen te ontslaan. De ontslagvergoeding is vrijwel gehalveerd. Reken erop dat de komende jaren het ontslagrecht verder wordt versoepeld.
Werkloos: Als je werkloos raakt, kom je na een jaar vrijwel op bijstandsniveau. Misschien na twee jaar. Als je een flinke hypotheek hebt en je moet je huis verkopen, kan dat desastreus zijn. Probeer geld opzij te zetten om wat tijd te kunnen rekken. Kom in actie en ga meteen met je bank praten. Het enige goede nieuws is dat hoogopgeleiden ook nu nog behoorlijke kansen hebben op de arbeidsmarkt.
Leven
Kinderen: De kinderbijslag gaat omlaag. De kinderopvang wordt duurder, de tegemoetkoming in de kosten gaat omlaag.
Gezondheid: Het plan voor een inkomensafhankelijke premie is van tafel, maar die nivellering zie je wel weer terug op je belastingformulier, zo belooft de VVD ons onder dwang van de PvdA. En verder zal de zorg en dus ook je verzekering daarvoor (eigen bijdrage) de komende jaren omhoog gaan.
Onderwijs: Schoolboeken in het voortgezet onderwijs worden niet meer gratis. Als je kinderen gaan studeren zullen ze sneller hoge schulden opbouwen. Als je dat (gedeeltelijk) wilt voorkomen ben je honderden euro’s per maand kwijt.
BTW enzo: De verhoging van 19% naar 21% kost iedereen 2% in de huishoudpot. De verhoging van de assurantiebelastingen treft iedereen.
Pensioen
Pensioenfondsen: Door toe te staan dat de pensioenfondsen een hogere rekenrente hanteren, hoeven de pensioenen van de babyboomers niet te worden verlaagd. Iedereen weet dat er daardoor minder overblijft voor de jongere generatie. Een aantal jaar geleden is de eindloonregeling (je pensioen is 70% van je laatst verdiende salaris) al vervangen door een middelloonregeling (70% van de gemiddelde salaris in je hele werkende leven). Inflatiecorrectie (toevallig schiet de inflatie de komende tijd omhoog) zit er niet meer in. Reken erop dat je uiteindelijk nog maar 40% van je netto inkomen krijgt. Tenzij je tussendoor een aantal keer zzp’er bent geweest: dan is het veel minder.
Pensioenleeftijd: In het verleden waren er allerlei vriendelijke 55-plus en 57-plus regelingen. VUT-regelingen, pre-VUT-regelingen en pre-pensioenregelingen. Het aantal 60-plussers dat werkte was bijzonder laag. Die potjes hebben ze allemaal opgemaakt. Als je nu dertig bent, reken er maar op dat je tot je zeventigste mag doorwerken.
Alles bijeen
Het is jammer dat de kabinetsplannen niet leiden tot een lagere werkloosheid, en ook niet tot een betere huizenmarkt. Als de woningmarkt, de bouw en de werkgelegenheid aantrekken ziet alles er veel minder somber uit. En daar wil je best wat voor inleveren of nivelleren.
Op de korte termijn (vier jaar) is het zaak voldoende buffers te hebben om een aantal maanden werkloosheid te kunnen overbruggen. Op de lange termijn (veertig jaar) is het zaak je huis af te lossen en iets voor je pensioen te regelen. De klassieke verzorgingsstaat is kapot, ons aardgas raakt op en die (hoge) staatsschuld moet een keer worden afgelost. Je kunt je troosten met het idee dat de laagstbetaalden het moeilijker hebben en mensen in andere delen van de wereld veel moeilijker. Het ergste wat nu kan gebeuren is dat de overheid in een bezuinigingskramp blijft hangen en dat de consumenten als reactie daarop in een spaarkramp schieten. Het resultaat: Rutte-II bezuinigt de economie kapot, de consument spaart de economie kapot..
Lodewyck Berghuys heeft ADD. Een studie afmaken en een carrière opbouwen is dan buitengewoon moeilijk. Moet hij dat toch blijven proberen of een eigen route kiezen?
Ben je zielig?
“Haha. Volgens mij niet! Ik heb wel ADD. Dat komt erop neer dat ik heel moeilijk relevante van irrelevante prikkels en informatie kan onderscheiden. Dat maakt het voor mij lastig in een werkomgeving te functioneren: álle prikkels op de werkvloer neem ik in me op. Anderzijds verslapt mijn aandacht enorm snel. Zodra ik een begin heb gemaakt, haak ik af. Hoe hard ik ook mijn best deed, het lukte me niet een studie of baan langer dan een jaar vol te houden. Ik moest constateren dat dat ideale plaatje er voor mij niet in zit.”
“Als je dingen niet afmaakt, vindt iedereen je al snel lui”
Wat doe je dan, als je daar achter komt?
“Moeilijk natuurlijk, je hebt toch het idee dat je opgeeft, dat je mensen in je omgeving misschien teleurstelt. Maar het creëert ook ruimte voor een route die wél werkt voor mij. Zo kan ik bijvoorbeeld wel heel goed één-op-één met iemand werken, en me op die manier snel ontwikkelen. Mijn omgeving reageerde eigenlijk best positief, mijn ouders voorop. Sterker nog: mijn vader wilde mij graag faciliteren om op mijn manier een 'carrière' op te bouwen. Nu, twee jaar verder, ben ik directeur van een fantastisch, creatief bedrijf.”
Ondervind je in je eigen bedrijf geen last van je beperking?
“Je zou denken van wel. Ondernemen bestaat natuurlijk voor een groot deel uit doorpakken, doorzetten, nét iets langer doorgaan dan een ander. Dat lukt me bij veel dingen niet, ik verlies snel mijn aandacht. Maar bij andere dingen, waarbij ik bijvoorbeeld letterlijk iets kan maken, iets creëren, kan ik juist weer hyperfocussen. En in mijn eigen bedrijf kan ik natuurlijk zo creatief en vrij denken als ik wil. Juist gebruik maken van mijn ADD.”
Je bent niet bang ook hier op uitgekeken te raken?
“Nee. We zijn twee jaar geleden begonnen en ik ben nog steeds enthousiast. Dit blijft me boeien. Dat komt doordat ik het op mijn manier kan doen, maar ook samen met mensen waarbij ik één op één kan blijven leren. Ik kan me ontplooien in een omgeving die voor mij geschikt is, in plaats van constant dingen te proberen die me hoogstwaarschijnlijk toch niet gaan lukken of gelukkig gaan maken. Dat is, na al die jaren, echt een verademing. En: we hebben een bedrijf gecreëerd waarmee we geld verdienen en waarmee we mensen een perspectief bieden. Die voldoening had ik in het ‘klassieke’ pad nooit kunnen vinden.”
Welke lastige keuze moest jij maken? Wat waren de gevolgen voor je loopbaan? Laat het ons weten en deel net als Lodewyck je verhaal. Mail naar: .
Lodewyck besloot samen met zijn vader een bedrijf te beginnen. Klinkt ideaal, maar er zijn ook risico’s. Hoe zorg je dat het niet fout gaat? Lees het advies van deskundige Ernst Groenteman.
15|11|2012 Het dilemma.
Advies
Ernst Groenteman Familiebedrijfskundige van KPMG
Houd het zakelijk
Een zakelijk avontuur met je eigen familie? Zou dat niet gaaf zijn? Zeker, weet Ernst Groenteman, familiebedrijfdeskundige en partner van KMPG uit de praktijk. Als je je maar houdt aan een aantal spelregels.
1. Denk eerst eens goed na wat de gevolgen kunnen zijn. Wil je wel met je familie in zaken? Voordeel is dat je elkaar door en door kent en vertrouwt. En dat je weet of er voldoende (financieel) draagvlak is. Nadeel is dat het spanningen met zich mee kan brengen die schadelijk kunnen zijn voor de familierelatie. Je moet het heel zeker weten.
2. Maak duidelijke zakelijke afspraken over de samenwerking. Volg bij het aannemen van familieleden een normale sollicitatieprocedure. Zorg ervoor dat je niet alles informeel gaat regelen.
3. Maak glasheldere afspraken over de ‘vervelende’ zaken. Zoals: wat doe je bij ontslag en conflicten? Familieleden verzuimen dat vaak te doen, omdat ze het niet nodig vinden. Je kent en vertrouwt elkaar toch?
4. Regel geldzaken als eerste, zoals salaris, declaraties en leningsvoorwaarden. Een van de grootste twistpunten binnen een onderneming is geld. Blijf in alle gevallen zakelijk. En als je eens geld van elkaar leent, stel dan heldere voorwaarden. Bespreek dit soort zaken goed met elkaar.
5. Informeer andere familieleden over je plannen en vorderingen. Bedenk dat zij misschien ook iets met je vader, broer, neef of oom hadden willen beginnen. Nog een andere reden: als het misgaat met het familiebedrijf, dan heeft de hele familie daar last van..
Hoe meer omstanders er aanwezig zijn bij een noodgeval, des te kleiner de kans dat er iemand helpt. Klinkt raar, maar het is een standvastig effect in psychologisch onderzoek.
In de nacht van 10 februari 2010 werd een 19-jarige man in de trein in de rug aangevallen door een onbekende en enkele malen hard gestompt. Het slachtoffer vluchtte naar een andere coupé om hulp te zoeken maar werd gevolgd. In de volgende coupé zaten mensen, maar zij reageerden niet op de vraag om te helpen. Op het station vluchtte hij de trein uit, maar de belager bleef hem volgen.
Opnieuw vroeg hij passanten om hulp en opnieuw zonder resultaat. In een straat kreeg de dader hem te pakken. Hij werd geslagen en geschopt, kwam ten val en brak zijn pols. Hij werd bedreigd met een mes en kreeg nog meer klappen. Pas minuten later wist hij enkele passerende fietsers tot actie te bewegen. Zij belden de politie en de dader ging er direct vandoor. Naderhand tastte de politie in het duister over de identiteit van de dader en zijn motieven. Het vermoeden was dat getuigen zich niet durfden te melden uit schaamte dat ze niets gedaan hadden.*
Je staat er met je neus bovenop
Achteraf is het schokkend dat zelfs niemand even de politie heeft gebeld, terwijl toch zoveel treinpassagiers en omstanders getuige zijn geweest van het incident. Maar volgens psychologisch onderzoek is het grote aantal getuigen juist de oorzaak dat niemand actie heeft ondernomen. Iedere getuige kan veronderstellen dat iemand anders al wel de politie heeft gebeld. De verantwoordelijkheid om iets te doen was verspreid over veel mensen.
Dit fenomeen staat bekend als diffusion of responsibility en beïnvloedt het gedrag van mensen in allerlei situaties die een beroep doen op de gemeenschapszin: in een overleg aanbieden een lastige klus op je te nemen; het woord nemen bij een moeilijk probleem, of andere gevallen waarin je je nek moet uitsteken. De verleiding is dan groot om te denken: "Een ander kan het ook doen". En hoe langer je aarzelt, des te groter is de kans dat je uiteindelijk niets doet.
Groepsproces: ben ik de enige die dit een stom idee vindt?
In bovenstaand voorbeeld konden niet alle omstanders elkaar zien, doordat slachtoffer en dader steeds in beweging waren; er waren dus telkens nieuwe omstanders, die wellicht aannamen dat iemand anders wel iets gedaan zou hebben, of zou gaan doen. Er zijn ook legio noodsituaties waarin omstanders er allemaal tegelijk met hun neus bovenop staan en elkaar kunnen zien – bijvoorbeeld bij huizen waar rook uit de ramen slaat, mensen die op straat opeens in elkaar zakken, of mensen die in zee verdrinken. Wordt er dan hulp geboden? Nee! Je bent geneigd te denken dat die omstanders gevoelloze botteriken zijn, maar waarschijnlijk zijn ze gewoon net als jij en ik: ze zien iets gebeuren en weten niet zeker hoe ze dat moeten interpreteren. Staat dat huis in brand of is iemand heftig aan het koken? Is die man onwel of gewoon dronken? Naar wie zwaait die mevrouw in zee?
De Damschreeuwer
In zulke onduidelijke situaties kijken mensen naar anderen voor aanwijzingen. Is iedereen in paniek, dan is er iets kennelijk ergs aan de hand. Denk aan het incident op de Dam bij de Dodenherdenking in 2010, waar een van de aanwezigen tijdens de twee minuten stilte opeens hard schreeuwde. Veel mensen die dit hoorden, bleven gewoon staan, maar zodra ergens een paar mensen begonnen weg te rennen, begon iedereen die in de buurt stond dat ook te doen.** Zo kunnen mensen elkaar besmetten met paniek. Omgekeerd: doet niemand iets, dan leidt iedereen daaruit af dat het dus wel meevalt. Wat ze zich niet realiseren is dat die anderen óók afwachten en kijken naar anderen. Zo staat iedereen dus af te wachten of iemand alarm slaat. En als niemand dat doet, denkt iedereen: niemand doet iets, dus het zal wel niet erg zijn.
Dit verschijnsel heet pluralistic ignorance: je bent met z’n allen onwetend. Het heeft niet alleen grote invloed bij omstander-hulp en verwante zaken zoals pesten op het werk, maar ook bij allerlei groepsprocessen: "niemand stelt een vraag, dus ik ben kennelijk de enige die dit niet snapt"; "niemand zegt iets, dus ik zal wel de enige zijn die dit een stom idee vindt". Op deze manier worden heel wat verkeerde beslissingen genomen. Denk aan de invoering van de euro en de handel in woekerpolissen.
Om te voorkomen dat je zelf het slachtoffer wordt van dit type onbedoelde beïnvloeding, is het allereerst goed te beseffen dat dit je kan overkomen net als iedereen. Dat mensen geen hulp bieden of zich anderszins onnozel gedragen, komt vaak gewoon doordat ze aarzelen en te veel de anderen volgen. Waar je ook bent, het is altijd goed jezelf twee vragen te stellen: Weten anderen beter dan ik wat hier aan de hand is? En: is mijn gedrag consistent met mijn eigen morele kompas? En mocht je zelf een keer de noodlijdende partij zijn, wees verstandig en wijs lukraak één omstander aan: Wil jij mij helpen? Dat is een beproefde methode om de hier beschreven effecten tegen te gaan..
* de Volkskrant 13 februari 2010: Zelfs de politie bellen bleek te veel gevraagd.
** De scène van de "schreeuw" op de Dam is hier te zien: YouTube.
15|11|2012 Jij & je collega's.
De angst om fouten te maken regeert in Rusland
Hoe hiërarchisch zijn bazen in het buitenland? Deze week: Rusland.
In 2008 werd de Nederlander Jacob Westerlaken (44), CEO van Rosgosstrakh, de grootste verzekeraar van Rusland. Daarmee was hij de eerste buitenlandse topman van een voormalig Sovjet-staatsbedrijf. Na iets meer dan een jaar zette oligarch/eigenaar Danil Khachaturov hem al weer op straat. Westerlaken spreekt van "een bizarre tijd" en zit nu naar eigen zeggen veel beter op zijn plek in de raad van bestuur van de Sloveense verzekeringsmaatschappij Adriatic Slovenica.
"Misschien eerst even de cijfers", zegt Westerlaken. "Dan begrijp je meteen waar ik me destijds in heb gestort." Hij somt op: "Toen ik aantrad, had het bedrijf twintig miljoen klanten en was het actief in elf tijdzones: van Kaliningrad tot Kamtsjatka. Mijn managementteam bestond uit vijftien man, daarnaast rapporteerden er 78 regiodirecteuren direct aan mij. Verder had ik zeven PA's, onder wie meerdere secretaresses die werkten onder een hoofdsecretaresse. Daarnaast ook nog een tolk en twee chauffeurs." Westerlaken lacht. "In totaal werkten bij Rosgosstrakh bijna 110 duizend mensen. Om je een idee te geven, we namen wekelijks tweeduizend verzekeringsagenten aan."
Vanaf dag één merkte Westerlaken dat Russen "oneindig veel hiërarchischer" zijn dan Nederlanders. "Ze waren zo volgzaam dat ik al snel merkte dat het de bedoeling was dat ik alles bepaalde", zegt hij. "En dan bedoel ik echt alles. De baas is hier de baas. Iedereen kijkt naar je en wacht tot jij zegt wat er moet gebeuren. Eigen ideeën of tegenspraak hoef je niet te verwachten. Brainstormen is daardoor onmogelijk. Bovendien wordt alles wat je zegt voor waar aangenomen. Dus ook wanneer je een heel slecht idee hebt, wordt dat klakkeloos opgevolgd. Als ik had gewild had ik ze volgens mij letterlijk met z'n allen het ravijn in kunnen laten lopen."
Publiekelijk ontslagen
Westerlaken had al wel gezien dat Russische bazen soms keihard optraden. "Op een bijeenkomst van verzekeringsagenten waagde een van hen het om over zijn salaris te beginnen. Tjesus, die vent werd toch uitgekafferd door het hoofd HRM. On-ge-lo-fe-lijk. Die schold hem in een volle zaal echt vijf minuten lang helemaal verrot. Na afloop zat de rest goedkeurend te knikken."
Westerlaken legt uit dat dit is wat ze van de baas verwachten: hij moet laten zien dat hij krachtig kan optreden, terecht of onterecht. "Ook ik moest aan die regel voldoen. En dus zochten we iemand uit die slecht functioneerde. Daarvan heb ik zijn spullen gepakt, uit het raam gegooid en hem ontslagen. Tja, je zou het de 'public hanging at twelve' kunnen noemen, maar dat sprak zich natuurlijk rond en vanaf dat moment was ik echt de baas."
Al snel de kop van jut
Westerlaken deed regelmatig pogingen om zijn werknemers zelf te laten beslissen. "Dat bleef moeilijk. Het ging soms nog net niet om paperclips, maar dan hing ineens de regiodirecteur uit Irkoetsk aan de telefoon dat hij nieuwe computers wilde bestellen."
Volgens Westerlaken regeert de angst om fouten te maken. "De mensen kennen elk detail en weten exact waar ze het over hebben, maar dan echt alleen van het stukje waar ze verantwoordelijk voor zijn. Van alles wat daar buiten valt, willen ze niets weten."
Hij zucht: "Het moeilijkste was misschien nog wel het ongeduld van de grootaandeelhouder. Ik kreeg het gevoel dat ik er bij het minste uitgedonderd kon worden. Waarschijnlijk lopen veel Russische werknemers de hele dag met hetzelfde gevoel rond en laten ze daarom beslissingen het liefst aan anderen over. Als je niets beslist, kun je ook niets fout doen. Toen eind 2008 de crisis uitbrak, kreeg ik onenigheid met de eigenaar over de strategie. Zijn eerste kostenbesparing was het ontslaan van twintigduizend man. Dat heeft uiteraard gevolgen voor je organisatie en al snel kregen wij een groot verschil van inzicht over hoe het verder moest. Toen was ik als buitenlander natuurlijk al snel de kop van jut. Achteraf gezien heb ik me misschien wel verkeken op de grootte van het bedrijf en met name ook op de koninkrijkjes die ontstaan door de hiërarchische instelling van de Russische werknemers.".
15|11|2012 Achtergrond.
Werkloos... en dan?
Hee jij daar! Ja, jij met je benen op je bureau, die iPad op schoot en je mooie baan. Ik was net als jij. Ik wil je niet bang maken hoor, maar ineens stond de grootaandeelhouder op kantoor. Hij had een vervelende mededeling: “De boel gaat dicht, jullie worden met zijn allen ontslagen.”
En zo kon ik - na bijna twintig jaar loondienst - op zoek naar een baan. De timing was verre van perfect. De grootste economische crisis sinds de jaren dertig dendert over ons heen en aan mijn eerste sollicitaties merkte ik dat ik al bijna te oud (veertig+), te duur ("Neem je genoegen met 1.900 euro minder?") of te lowtech was. ("Facebook-profiel? Eh...ik Facebook niet").
En zo kwam ik voor het eerst bij het UWV. Die uitkering was snel geregeld. Een kwestie van online wat dingetjes invullen en klaar. Schaamte? Nauwelijks, ik heb er jarenlang aan meebetaald. En bovendien, de hypotheek loopt gewoon door.
Als kersverse werkloze beland je in eerste instantie in een volledig geautomatiseerde omgeving. Werk.nl heet deze woestenij voor uitkeringstrekkers. Mensen bestaan er niet. Die komen pas later. Je vindt er je werkmap en daarin moet je onder meer iedere maand je vier verplichte "sollicitatie-activiteiten" administreren. (Persoonlijk vind ik dat behoorlijk weinig: In Zwitserland zijn dat er dus tien!)
Manueel therapeut
Alles ingevuld? Dan bestookt het UWV je al snel met geschikte vacatures. Nou ja, geschikt... de eerste die het UWV me mailde, was voor een manueel therapeut in een ziekenhuis. Klonk als een behoorlijk uitdagende baan. Zeker voor een journalist. Ik heb er dus maar niet op geschreven.
Van solliciterende oud-collega's vernam ik hetzelfde: “In drie maanden ontving ik welgeteld drie "passende" vacatures, waarvan één voor technical engineer. Nou, het woord "technisch" of "techniek" komt nul keer op mijn cv voor. Een ander noemde de meeste "vrij koddig". Zo kon hij (afgestudeerd bestuurskundige) aan de slag als elektricien op een vrachtschip met standplaats Limassol.
Mijn eerste gesprek bij een UWV-vestiging was behoorlijk schrikken. Ik had er drie maanden op moeten wachten en stapte een wereld binnen die ik niet kende. Van een solliciterende ex-collega begreep ik dat ze in Den Haag met open armen was ontvangen. "Oh, u bent een WW'er?! Fijn", had haar werkcoach uitgeroepen. Later hoorde ze dat het gros van de mensen die bij het UWV-kantoor bij Hollands Spoor komen "mensen in de bijstand" zijn. Dus als er weer eens een WW'er tussen zat, was hij altijd blij. "Die krijgen we wel aan het werk, ze willen ook werken..."
In de wachtkamer van deze werklozenfabriek was het welkom minder warm. Meer volk dan stoelen. De meeste mensen keken naar hun schoenen. En ik naar die van hen. Afgetrapte Nikes, een stel groene rubberen laarzen, keurig gepoetste herenschoenen en zelfs een stel hooggehakte pumps met daaraan vast een keurig geklede knappe vrouw. Tegenover me zat een man in een duur grijs pak. Hij speelde met zijn Blackberry en leek nou ook niet bepaald een WW'er. Eigenlijk paste alleen die vent met zijn baard en spijkerpak volledig in het plaatje dat ik eerder in mijn hoofd had.
Uiteindelijk werden ze een voor een weggeroepen. We bleken allemaal lotgenoten. Zelfs die Afrikaanse jongen in zijn verfrommelde pak. De UWV-mevrouw moest drie keer zijn naam roepen voor hij reageerde. Toen stond hij op en gaf haar mompelend een hand. “Spreekt u Nederlands?”, hoorde ik haar vragen. Hij schudde zijn hoofd. “English? Français? Deutsch?”. Nog meer hoofdschudden. Ik zag haar zuchten. Ze pakte het stapeltje papier onder zijn arm vandaan, bekeek het en gebaarde hem haar te volgen.
Toen werd ook mijn naam hardop geroepen. Ik vond het niet fijn.
Mijn werkcoach bleek een oprecht vriendelijke vrouw. “Oh, dat zit wel goed. U heeft WW tot ergens in 2014”, zei ze opgewekt. Vermoedelijk was het een poging me gerust te stellen.
Dat werkte niet. Ik legde uit dat ik wilde werken, en liefst zo snel mogelijk. De dame tegenover me knikte begrijpend. “Heeft u al gesolliciteerd?”, vroeg ze. Ik gooide het mapje met de negentien sollicitaties op tafel. “Zoveel?”, zei ze. “Bent u dan ook al op gesprek geweest?”
Ik legde uit dat ik al meerdere gesprekken had gehad, maar dat er tot nu toe niets uit was gekomen. Te oud, te duur, te dom etc... Ze schudde haar hoofd. “Nee, ik vind juist dat het heel goed gaat. De brieven zien er goed uit, uw cv ook. Veel mensen hebben na meerdere maanden nog niet één sollicitatiegesprek gehad.” Ik wierp tegen dat ik nog steeds geen baan had. “Ga zo door, dan komt het allemaal goed”, verzekerde ze me. “Bovendien, u heeft nog alle tijd.”
Ik vertelde dat ik overwoog voor mezelf te beginnen. Ze maakte een aantekening, wenste me succes en ik vluchtte naar buiten. Een dag later werd me op strenge toon per - automatische – e-mail medegedeeld dat ik me moest melden op de voorlichting "Starten als zelfstandige".
Dronkaard
Hier bleek opnieuw dat de crisis niet discrimineert. Veel hoogopgeleide mannen, sommigen in pak. Enkele dames zagen eruit of ze nog steeds ergens de baas waren. De man naast me was een uitzondering. Ik rook alcohol en hij wankelde op zijn benen. Nog voor de cursusleider - laat ik hem Henk noemen - was binnengekomen, lazerde de dronkaard al half van zijn stoel. We negeerden het.
De werklozenhel. Dat was behoorlijk schrikken bij het UWV
Henk was cynisch. Hij vertelde dat een werkcoach gemiddeld per traject acht uur per werkloze mag besteden. “En dan moet iemand dus aan het werk zijn.” Hij had het over targets. “Ik haal ze, maar niet iedereen. Vandaar dat sommige werkcoaches wat zuur zijn”, legde hij uit. Verder raadde Henk aan alles zwart op wit te zetten. “Over een paar maanden heet het UWV ongetwijfeld weer anders, of zijn wij allemaal wegbezuinigd. Dan is het voor jullie nog maar afwachten of je wel de juiste persoon aan de lijn krijgt.”
Ook de rest van zijn presentatie was niet vrolijk makend. Hij waarschuwde de doorzetters voor de bureaucratie die ze te wachten stond, er waren wat nuttige tips en verder was Henk scheutig met zijn 06-nummer en e-mailadres. “Hoe meer van jullie ik het zelfstandig ondernemerschap in help, hoe sneller ik mijn target haal”, was zijn verklaring. Eigenlijk was een en ander niet erg motiverend. Of misschien toch. Het maakte dat ik echt zo snel mogelijk weg wil uit deze werklozenhel.
Of dat gelukt is? Deels, ik solliciteer nog steeds. Daarnaast freelance ik. Het verdiende geld wordt ingehouden op mijn uitkering. Vorige maand kreeg ik nog maar een schijntje van het UWV. En dus begint het langzaam weer goed met me te gaan.
Reactie UWV:
“We kunnen niet nagaan of de uitspraken die zijn opgetekend door de anonieme auteur van het stuk werkelijk zijn gedaan. Duidelijk is wel dat die met verkeerde verwachtingen naar het werkplein is gegaan. Dat is jammer. Daarom het volgende. Kabinet Rutte I heeft, uitgaand van de zelfredzaamheid van de Nederlanders, besloten in te zetten op het zélf vinden van werk. Het werkplein is dus niet meer een plek waar ‘ze je een baan aanbieden’. Zeker voor hoogopgeleiden geldt dat zij in het algemeen niet tot de prioritaire groepen voor begeleiding horen (of ze moeten bijvoorbeeld 55plus zijn of een handicap hebben). Het aanbieden van banen is een ‘extra’ bij werk.nl. Naar aanleiding van vergelijkbare gevallen als die worden genoemd, zijn de ‘knoppen’ hiervoor deze zomer al bijgesteld. In december wordt nog een slag gemaakt. Wie deze service niet wil hebben, kan die gewoon overigens gewoon uitzetten. In de eerste acht maanden van 2012 ontving UWV achttien procent WW-aanvragen meer dan in dezelfde periode in 2011. Toch werd 97 procent van de nieuwe WW-uitkeringen binnen vier weken uitbetaald. Het rapportcijfer voor de klanttevredenheid van uitkeringsgerechtigden is zelfs van een 6,9 in het eerste kwartaal van 2012 naar 7,0 in het tweede kwartaal gestegen. UWV vertrekt van veel werkpleinen, schakelt over op digitale dienstverlening en heeft te maken met een ingrijpende reorganisatie en personeelsreductie. Het zal een hele opgave zijn, maar het streven blijft de kwaliteit van het werk op peil te houden en waar mogelijk te verbeteren, en uit te leggen wat mensen wel en niet van UWV kunnen verwachten. We hopen dat deze toelichting daarbij helpt. Want elke ontevreden klant is er een teveel.”
Victor de la Vieter, woordvoerder UWV
15|11|2012 Trends.
Nynke Miedema: “Interesse vasthouden en niet alleen vacatures pushen”
Het AMC is een van de populairste werkgevers en heeft een internationaal karakter. Toch wordt het verpleegkundig personeel zoveel mogelijk in de regio gezocht en waar nodig intern opgeleid.
Nynke Miedema beseft dat ze als manager Werkwinkel in een luxepositie zit: het Academisch Medisch Centrum Amsterdam behoort tot de tien populairste werkgevers in Nederland. “Niet dat ik dat als eigen succes kan claimen. Die ontwikkeling is al langer in gang gezet. Academische ziekenhuizen zijn populair en mensen willen graag in de regio Amsterdam werken op een goed bereikbare werkplek. In deze crisistijd biedt de zorg zekerheid en wij hebben altijd heel betrokken medewerkers gehad. Voeg daaraan toe dat het AMC positief in het nieuws komt met bijdragen aan de medische wetenschap en het wordt steeds gemakkelijker nieuwe mensen binnen te halen. Dat ligt minder aan onze arbeidsmarktcommunicatie dan aan onze goede naamsbekendheid.”
Social referring wordt vaak door het AMC ingezet. “Wij hebben geen groot arbeidsmarktprobleem. Er zijn voldoende mensen die aan ons profiel voldoen. Bij hoger personeel maken we zoveel mogelijk van ons netwerk gebruik. Sinds anderhalf jaar gebruiken we daarvoor vooral Facebook en LinkedIn om het AMC-verhaal te vertellen. Onze LinkedIn Company page heeft meer dan 7.000 volgers en de AMC-groep bijna 2.500. Ook op Facebook groeit het aantal likes van de AMC-pagina, terwijl we nog bezig zijn met de definitieve inrichting hiervan.
Wat dat betreft zitten we goed. Die volgers houden we op de hoogte van nieuwe resultaten in medisch onderzoek. Af en toe laten we daarin wat vacatures vallen. Je moet de interesse vasthouden en niet alleen vacatures pushen. Dat is de basis van arbeidsmarktcommunicatie nieuwe stijl: kijken waar onze toekomstige kandidaten zich bevinden en proberen die te blijven bereiken. Internet staat daarbij centraal. We zullen altijd print blijven gebruiken; niet zozeer voor vacatures maar voor corporate identity uitingen om structureel zichtbaar te zijn.”
"Heb je eenmaal een opleidingsplaats, dan zit je goed"
Regionale functie
In het verleden was er een groot gebrek aan gespecialiseerd verpleegkundig personeel. Elders werden er zelfs mensen uit Polen of Zuid-Afrika ingevlogen, wat soms tot de nodige taalproblemen aan het ziekenhuisbed leidde. Miedema: “Het AMC heeft jaren geleden gespecialiseerde OK-assistenten uit India gehaald. Een aantal is hier nog steeds in dienst.
Er komt geen herhalingsactie, de tekorten zijn opgevuld en we leiden zelf personeel op om toekomstige hiaten te voorkomen. Door de vergrijzing zouden er problemen kunnen ontstaan. Je kunt mensen wel langer willen laten werken, maar bij specialistische functies is de werkdruk heel hoog. Niet iets voor 65-plussers. Maar daar zijn nog steeds andere verpleegfuncties voor te vinden binnen de organisatie.” Miedema relativeert het internationale karakter van de verpleegkundigen. “Wij vervullen een regionale functie en willen zoveel mogelijk mensen uit de buurt - Amsterdam-Zuidoost - in dienst nemen. Dan krijg je die internationale samenstelling van de werkvloer cadeau, als je kijkt naar alle nationaliteiten die daar wonen. Ook de academische wereld wordt steeds internationaler. Dus wij ook. We voeren daarvoor geen speciaal beleid, mensen willen graag voor ons werken. Uitwisselingen met buitenlandse academische ziekenhuizen zijn normaal. De bijbehorende concurrentie voelen we al jaren. Tegenwoordig moet je voor de aanbesteding van extern personeel een transparante procedure volgen, daarnaast is het goed om de kosten van extern personeel te monitoren. Daarom werken we samen met VUmc en hebben we gezamenlijk de website www.tijdelijkwerkindezorg.nl opgezet.
De zorgsector is een groeisector en daarom populair bij mensen uit andere branches als optie voor een tweede loopbaan. Leent de verpleging zich (net als onderwijs) voor zij-instromers? “In mijn verleden bij Reinaerde zag ik dat wel gebeuren; daar hadden we mbo-niveau begeleiders voor de gehandicapten nodig. Maar in een academisch ziekenhuis gaat het niet om verzorgen maar om allerlei specialismen, zoals zelfstandig een infuus aanleggen. Daarvoor is kennis op hbo-niveau nodig. Dan heb je het over vier jaar school, stage en werkervaring: een zevenjarig traject met alles erop en eraan. Als je op je 37e klaar bent, kun je nog dertig jaar mee. Heb je eenmaal een opleidingsplaats bij het AMC, dan zit je goed. Baanzekerheid: de opleidingen zitten niet voor niets vol.” Lastiger ligt het bij de medisch specialisten. Bekend is dat specialisten in algemene ziekenhuizen veel meer verdienen in hun maatschappen. Bij een academisch ziekenhuis zijn ze in loondienst. “Nou,” relativeert Miedema, “de tijd van de vrijblijvende tarieven is voorbij, dus die verschillen worden kleiner. Als specialisten voor het AMC kiezen, dan gaat het ze om wetenschappelijk onderzoek. Ze zijn trots en betrokken bij het boeken van onderzoeksresultaten, dus hebben we er niet zoveel last van dat ze vertrekken. Nieuwe aanwas komt bij de bron binnen, het basismateriaal leiden we zelf op.”.
15|11|2012 Volgende week.
Volgende week: 22|11|12
De dertigers
Het ene na het andere flexcontract, een hoge studieschuld, risicomijdende banken, het helpt allemaal niet mee als je nu een huis wil kopen. De crisis vraagt om originele oplossingen. Dus wat te denken van een huisgenoot? Een lening bij je ouders? Of nog even zorgeloos genieten van je huurhuis?
De werklunch
Overgeleverd aan de grillen van de bedrijfskok. Met een dienblad in de kantine op zoek naar de lekkerste snack van de dag. Of toch gewoon die zelfgesmeerde boterhammen van thuis. Hoe luncht werkend Nederland?
abonneren
Wil je Intermediair weekblad iedere week ontvangen in je mailbox? Abonneer je nu!
Intermediair is een uitgave van VNU Vacature Media in Amsterdam. Op de artikelen
en beelden rust auteursrecht. Overname is alleen toegestaan met uitdrukkelijke
schriftelijke toestemming van de uitgever.