Deze test is ontwikkeld door het Koninklijk Instituut voor de Tropen.
1.Je voert in Jyväskylä, Finland, zakenbesprekingen met diverse firmas. Je bezoek kan niet te lang duren en je agenda is tamelijk vol. Een van de zakenpartners, die potentieel interessant is maar niet makkelijk in de onderhandelingen, vraagt je mee naar zijn buitenhuis voor een saunabezoek. Er komen nog wat relaties van hem, vertelt hij. Het klinkt wel leuk, maar als je polst hoe lang dat gaat duren, blijkt het inclusief de rit de halve middag en de hele avond te zijn. Ga je op de uitnodiging in of niet?
a) Nee, dat vind ik tijdverspilling.
b) Nee, wel leuk maar niet nu; je probeert een andere afspraak te maken.
c )Ja, omdat je er moeilijk onderuit kunt.
d) Ja, het zou wel eens interessant kunnen zijn.
2. Bij aankomst in het hotel in Lahore, Pakistan, waar ter ere van je bedrijf een grote receptie wordt gehouden, krijgen jij en al je medewerkers een soort Hawaïaanse bloemenkrans omgehangen. Je mensen reageren geamuseerd maar zelf voel je je zich enigszins te kijk staan. Er komen nog toespraakjes en je ziet een beroepsfotograaf aanstalten maken tot actie. Wat besluit je: die krans omhouden of afdoen?
a) Je houdt de krans om en met een gebaar laat je merken wel in te zijn voor een geintje.
b) Je houdt de krans om; tenslotte gaven zij hem aan jou.
c) Je doet de krans af, maar houdt hem in je hand.
d) Je doet de krans af en legt hem weg achter een grote vaas.
3. Als je zakenrelatie in Madrid na afloop van het gesprek voorstelt te gaan lunchen, kijk je op je horloge. Ja, het is de hoogste tijd wat te eten, maar het wordt krap als je die andere afspraak nog wilt halen. Ga je mee of niet?
a) Je gaat mee, het zou een belediging zijn dat niet te doen. Straks zul je wel bellen dat je vertraagd bent.
b) Je excuseert je en probeert een andere afspraak met de gastheer te maken.
c) Je neemt een snel hapje in je eentje, zodat je goed voorbereid de andere afspraak kunt halen.
4. Samen met je Syrische zakenpartner ben je onderweg na een bezoek aan diens fabriek in Homs, zon 150 kilometer van Damascus. Het is een lange warme dag geweest en je verlangt naar het comfort van je kamer. Opeens stelt hij je voor aan te gaan bij zijn ouders. Ga je in op de uitnodiging of niet?
a) Nee, je bent bekaf, hier heb je absoluut geen zin in.
b) Nee. Je zegt dat je begrijpt dat het een eer is, maar bedankt er toch voor.
c) Ja, je gaat mee, maar maakt duidelijk dat het liever niet te lang moet duren.
d) Ja, je gaat mee, want je neemt aan dat dit een bezegeling van het goede contact is.
5. Aan het werk op kantoor in Mumbai (Bombay) stoot je je thee van de tafel. Efficiënt als je bent, veeg je het plasje op met wat tissues. Op dat moment komt een van je Indiase medewerksters binnen. Als zij je bezig ziet, gaat ze met een gemompeld excuus onmiddellijk weer de kamer uit. Waarom doet zij dat?
a) Omdat je de vloer aanraakt en die is onrein.
b) Omdat je gebogen staat en dat is een taboe.
c) Omdat zij dat als ondergeschikte, maar ook als vrouw (als je een man bent) voor je zou moeten doen, maar nu is het al te laat.
6. Bij een zakenlunch in een restaurant in Argentinië is het gesprek al tweemaal onderbroken door mensen die je lokale zakenpartner begroeten en in snel Spaans even met hem praten. Je wordt telkens beleefd voorgesteld, maar de gesprekjes leiden tot niets. Als er voor de derde keer iemand opduikt, besluit je je er dit keer niet mee te bemoeien. Zogenaamd geconcentreerd maak je maar even wat nadere aantekeningen over de bespreking tot dusver. Wat zal je gastheer van dit besluit vinden?
a) Heel slim, hij had het zelf willen bedenken.
b) Geen probleem, hij snapt wel dat je wat anders aan je hoofd hebt.
c) Niet zo elegant, zulke contacten horen er daar bij.
d) Een grove belediging die het contact ernstig kan verstoren.
7. Op je lokale bedrijfsvestiging aan de rand van een Frans stadje is een installateur bezig met een nieuw airco-systeem. Hij maakt weinig lawaai en de werkkamers zijn al weer op orde, net als de ontvangstruimte, maar op de gang liggen buizen en bedrading. Ontvang jeje klanten daar of wijk je uit naar een andere locatie?
a) Je huurt een zaal af in een château buiten de stad.
b) Je spreekt met de klanten af in een fraai hotel in de binnenstad.
c) Je neemt de klanten mee naar het motel in de buurt.
d) Met een excuus leid je je klanten op de zaak langs de rommel naar de ontvangstruimte.
8. Een voorman van je fabriek in Kenya komt bij je met de vraag of je hem wilt helpen. Zijn moeder in een ver dorp, vertelt hij, is erg ziek geworden en moet naar het ziekenhuis, dat twee uur rijden verderop ligt. Hij vraagt je of er alstublieft een van de bedrijfsautos gebruikt kan worden voor dit vervoer. Zon auto is wel beschikbaar maar dit is natuurlijk niet de bedoeling. Wat antwoordt je?
a) Je noemt bedrijfseconomische redenen waarom de autos hier moeten blijven, maar geeft hem wat geld en een vrije dag om zelf iets te regelen.
b) Je staat het toe, maar zegt erbij dat het natuurlijk wel een uitzondering moet blijven.
c) Je staat het toe zonder verdere voorwaarden, want je weet hoe zwaar hun leven vaak is.
d) Je weigert. De man zoekt waarschijnlijk een smoes om een vrije dag te krijgen.
9. Onderweg naar Australië heeft je vliegtuig helaas een onverwacht oponthoud in Bangkok. Je herinnert je je zakencontact daar en vraagt je af of het een idee zou zijn daar langs te gaan, al zit er op dit moment geen concrete samenwerking in de lucht. Doe je het of niet?
a) Je doet het wel want je gezicht weer eens laten zien kan nooit kwaad.
b) Je doet het maar niet want het is gênant om hen zonder concrete aanleiding te storen.
10. Je bent zondagmiddag aangekomen in Lodz, Polen, waar je maandagmorgen besprekingen hebt. Je Poolse contactpersoon belt je in je hotel en nodigt je uit die middag rond vier uur langs te komen bij hem thuis. Je kent de Poolse drinkgewoonten en vraagt zich af of je beter eerst wat kunt eten. Doen of niet?
a) Nee, waarschijnlijk bieden ze ook wel wat te eten aan.
b) Ja, want met het Poolse wodkagebruik lig je zo onder de tafel.
c) Ja, want het is nog lang geen etenstijd.
11. Tijdens de wandeling in de hete zon tussen kantoor en fabriek met Mr. Jayasingha, je Srilankaanse zakenrelatie, schiet je koffertje open en al je papieren vallen op de grond. Er ontschiet je een Nederlands woord en geïrriteerd begin je de spullen bijeen te rapen. Maar Jayasingha zegt Oh no no, wait, roept een langslopende werknemer en deze neemt het oprapen van je over. Naderhand maak je er een grapje over maar daar gaat hij niet op in. Heb je een slecht figuur geslagen?
a) Ja, want je werd boos.
b) Ja, want je hebt zelf de rommel opgeruimd.
c) Nee, je redde je op adequate wijze en wat je zei kon hij toch niet verstaan.
d) Nee, maar hij snapt gewoon je grapje niet.
12. Na afloop van het eerste positieve, maar nog niet zeer concrete, contact met een potentiële Maleisische toeleverancier vraagt deze of je hem zou kunnen adviseren met het vinden van een studieplaats voor zijn zoon die in Nederland wil studeren. Hij vertelt hoe slim de jongen is en wat hij wil gaan studeren (niet iets waar je meteen raad op weet).
Hoe ga je om met dit verzoek?
a) Je belooft het exact voor hem uit te zoeken.
b) Je vindt het een merkwaardige mengeling van werk en privé maar je belooft je best te doen.
c) Je zit ermee want je hebt het te druk voor dit soort dingen. Je belooft iets vaags, maar weet nu al dat het er niet van komt.
d) Het staat je niet aan, zulke verzoeken leiden tot vriendjespolitiek en erger. Daar moet je niet aan beginnen. Je wimpelt het af.
13. Bij een ontmoeting met de Amerikanen met wie je bedrijf samenwerkt, klagen zij dat je medewerkers in Nederland vaak zo traag reageren op hun e-mails. Je vraagt om toelichting. Welnu, vertellen ze, hoe vaak ze ook a.s.a.p. vermelden, zelden wordt er onmiddellijk gereageerd op hun verzoeken. Je weet dat je medewerkers goed Engels spreken. Welk misverstand is er gaande?
a) Je medewerkers kennen deze afkorting gewoon niet.
b) Je vindt stiekem ook dat Amerikanen vaak drammen, dus je kunt het je personeel niet kwalijk nemen.
c) Er is een taalmisverstand gaande: a.s.a.p. betekent niet hetzelfde als z.s.m.
d) Je zegt het niet maar geeft de Amerikanen gelijk: er zou in Nederland eens wat harder gewerkt mogen worden.
14. De Israëlische zakenrelatie in wiens kantoor je zit, vraagt excuus als de telefoon gaat en neemt op. Onmiddellijk lijkt zich een hevige woordenstrijd te ontwikkelen, het klinkt allemaal erg agressief, maar je kunt het Ivriet niet verstaan. Als het gesprek na enige minuten beëindigd is, zeg je gekscherend: That sounded like a tough conversation, was it Yasser Arafat? De Israëli kijkt je verbaasd aan. Waarom?
a) Hij heeft geen gevoel voor humor.
b) Hij ziet niet in wat er bijzonder was aan het gesprek en begrijpt niet waar je op doelt.
c) Hij vindt je politieke grapje zeer ongepast, maar wil dat niet laten merken.
d) Hij is zo overmand door de emoties van het gesprek dat hij je aanwezigheid totaal vergeten was.
15. Op een avondlijke receptie van de Kamer van Koophandel in New Delhi, India, loop je tegen Mr. Mohan aan, de veelbelovende zakenrelatie met wie je gisteravond een lang en leuk gesprek voerde aan de bar van je hotel. Hij heeft nu niets te drinken en omdat hij gisteravond whisky dronk, wenk je de ober en bestelt een glas whisky voor hem. Tot je verbazing zegt Mohan op luide toon: Oh no, thank you, but I never touch a drop.
Wat is hier aan de hand?
a) De man is gewoon een schijnheilige leugenaar.
b) Hij is niet meer in je geïnteresseerd en wil niets meer van je.
c) Gisteren was gisteren, vandaag is vandaag voor Indiërs.
d) Hij is bang dat de andere aanwezigen zullen afkeuren dat hij alcohol drinkt.
16. Tijdens een dineetje thuis bij je Portugese zakenpartners ontwikkelt zich tussen de aanwezige Portugezen een gesprek over hun vroegere koningshuis. Op een gegeven moment word je gevraagd naar de Nederlandse geschiedenis. Dat was vroeger al niet je sterkste kant en naar eerlijkheid zegt je: O, daar weet ik niet zoveel vanaf hoor, want dat heeft me nooit echt geïnteresseerd!
Men kijkt je bevreemd aan. Waarom?
a) Ze vinden je onwetendheid over de eigen geschiedenis getuigen van weinig vaderlandsliefde.
b) Ze begrijpen niet dat jeje desinteresse zo openlijk etaleert.
17. Je Indonesische relaties hebben een excursie naar een beroemde hindoetempel gearrangeerd. Ze gaan zelf mee en bij de tempel komt het gesprek op religie. Zelf zijn ze moslims, vertellen ze. Dan vragen ze je naar je religie. Als je zegt dat je nergens aan doet, valt er even een stilte.
Waarom? Wat was een beter antwoord geweest?
a) Ze zijn gechoqueerd dat je openlijk zegt dat je nergens aan doet. Je had beter kunnen zeggen dat je christen bent, ook al is het niet waar.
b) Ze zien je aan voor leugenaar, want ze weten na driehonderd jaar kolonialisme heel goed dat elke Nederlander bij een kerk hoort. Je had iets moeten verzinnen, artikel 31 of zo.
c) Je had beter kunnen zeggen dat je hindoe bent. Nu mag je de tempel niet in en was het hele reisje voor niets. Ze staan voor schut en stilte is het gevolg.
) Ze denken dat je vijandig tegenover de islam staat. Je had hen moeten complimenteren met hun geloof.
18. Nu het op de finesses aankomt in de lange bespreking met de Japanse elektronicaproducenten, begin je te twijfelen aan de professionaliteit van je tolk. Telkens moet zij het woordenboek raadplegen en al een paar keer lijkt zij zich vergist te hebben en corrigeert zichzelf. Je vraagt je af of het beter is vanmiddag een andere tolk in te huren.
Is dat een goed idee?
a) Ja, een andere tolk is beter. Deze valt nu lelijk door de mand qua vakkennis.
b) Nee, je kunt beter dezelfde tolk houden, maar haar in een terzijde wel laten merken dat je van nu af kwaliteit eist want je betaalt er genoeg voor.
c) Nee, beter deze aanhouden maar, haar een rustpauze gunnen.