vacatures
plaats je cv
Carriere
jouw intermediair
zoeken
uitgebreid zoeken
bladeren
plaats je cv
cv beheren
persoonlijke pagina
oriëntatie
sollicitatie
ontwikkeling
werk
advies
testen
service
bedrijfskeuze
beroepskeuze
branchekeuze
starters
company guide
vinden en gevonden worden
cv en brief
het gesprek
het assessment
salaris en arbeidsvoorwaarden
salariskompas
sollicitatiekit
werk aan jezelf
hogerop komen
leidinggeven
tijd voor iets nieuws
opleidingen
online cursussen
carrière-agenda
trends & discussies
werk en privé
op de werkvloer
ontslag
columns
werk abc
boeken
loopbaanadvies
juridisch advies
financieel advies
werkmanieren
intermediair coaches
zoek een coach
welke baan past bij mij?
test jezelf
test je loopbaan
veelgestelde vragen
contact
social media
mobiele apps
persinformatie
abonnementen
sitemap
intermediair weekblad
Home
Testen
Test jezelf
Test je intelligentie
Analogieën
Verbaal
Deze subtest meet je vermogen om relaties tussen woorden te ontdekken en die relaties toe te passen op nieuwe woorden. Het gaat niet zozeer om je woordenschat, maar om het vermogen betekeniselementen van woorden te ontdekken, met elkaar te vergelijken en te combineren.
Kies uit de alternatieven het woordpaar waarin dezelfde relatie bestaat als tussen het gegeven woordpaar. Bijvoorbeeld het gegeven woordpaar is 'moeder - kind'. De woorden in het woordpaar 'koe - kalf' drukken dezelfde relatie uit als die in het woordpaar 'moeder - kind'. Stel dat je een bepaalde relatie tussen twee woorden hebt gevonden. Het is dan belangrijk te controleren of slechts één van de alternatieven aan de relatie beantwoordt. Kies het alternatief dat de relatie tussen de paren van woorden het meest exact definieert.
Er volgt één oefenvraag, daarna begint de test.
Oefenvraag
mens - huis
A
. bloem - vaas
B
. vos - hol
C
. kanarie - kooi
D
. kip - ei
oplossing
De relatie 'zit in' is niet voldoende, omdat a, b en c daaraan voldoen. De relatie 'maakt als verblijfplaats' is de meest precieze. Woordpaar b is de goede oplossing.