Werknemer steeds vaker thuis met burn-out

Werknemer steeds vaker thuis met burn-out

Bijna 15 procent van alle werkenden zegt wel eens last te hebben van opbrandingsverschijnselen.

Anneke (58) had beter moeten weten, ze is nota bene een ervaren arts. Maar ze was stomverbaasd toen ze juni 2010 op de hartbewaking belandde en niet lang erna de diagnose kreeg: een stevige burn-out. Die had zich, beseft ze achteraf, aangekondigd met pijn op de borst, slecht slapen, rugpijn - maar toch had Anneke dat niet herkend als de voortekenen van een burn-out. ‘Ik had de klachten tevoren als lichamelijk geduid.'

De dertigjarige Isa is een van die werknemers die vorig jaar thuis kwam te zitten. Ze werkte als projectmanager. ‘Ik heb vijf jaar lang hard gewerkt om deze functie te bereiken. Ik maakte promotie na promotie, maar kon er niet van genieten. Ik kreeg last van hartkloppingen, slapeloosheid en raakte oververmoeid. Op een dag was het op. Hyperventileren, huilen.' Vier maanden zat ze thuis. Ze weet het aanvankelijk aan privé-problemen. Tijdens haar therapie, als onderdeel van haar reïntegratietraject, kwam ze erachter dat ook de werkdruk een grote rol speelde in haar burn-out - want dat was het wat ze had. ‘Ik nam altijd alle extra taken aan, zei nooit nee. Soms kwam ik pas aan het eind van de middag aan mijn eigen werk toe.'

Minder ziekmeldingen bij slecht economisch tij

Wanneer het economisch tij tegenzit, zoals nu, dan melden werknemers zich minder gauw ziek. Met een verkoudheidje of milde rugpijn gaan ze tóch naar hun werk, met aspirientje achter de kiezen. Dat blijkt ook uit de verzuimcijfers, die worden lager. ‘De druk in bedrijven neemt toe', zegt bedrijfsarts Rob Hoedeman van 365 (voorheen de Arbodienst). ‘Mensen maken zich zorgen over hun baan. Met een lichte griep gaan ze toch naar kantoor. Dat kan op zich best.'

Maar juist het ‘psychisch verzuim' neemt toe en dit geldt met name voor hoger opgeleiden, zo bleek eind vorig jaar ook al uit cijfers van het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten (NCvB).

Zijn we steeds harder gaan werken en raken we daardoor vaker geestelijk uitgeput? Niet echt, zegt senior onderzoeker Irene Houtman van TNO. Zij onderzocht met een collega de werkdruk in Nederland, ook in vergelijking met andere Europese landen. Ze keken naar ‘snel moeten werken' en ‘werken met strakke deadlines'. ‘Die groei in werkdruk is er wel geweest. Het tempo is omhooggegaan vanaf 1977 tot ongeveer de eeuwwisseling. Maar daarna is in Nederland de werkdruk min of meer gelijk gebleven. ‘We waren koploper in Europa, nu zijn we middenmoter. Dat komt omdat tot en met 2005 de werkdruk en het werktempo in de rest van Europa is blijven stijgen.'

Werken met je hoofd, druk is subjectief

Let op, dit is de erváren werkdruk van werknemers. Werkdruk is subjectief, erkent Houtman. ‘Het is moeilijk te meten. Een jeugdwerker zal het definiëren als het aantal casussen dat ze moet behandelen, een politiek medewerker zal het hebben over deadlines die gehaald moeten worden.'

Houtman wijst erop dat Nederland in toenemende mate een ‘dienstenmaatschappij' is. Het werk heeft steeds meer te maken met ‘uitwisselen van informatie' en ‘contact met mensen'. Met andere woorden: we doen alles met ons hoofd. In het verlengde daarvan ligt een groei van juist psychische - en niet fysieke - aandoeningen voor de hand. ‘Als het aantal mensen dat zwaar werk doet, langzaam vermindert, dan heb je ook relatief minder mensen die fysieke beroepsziekten hebben.' Werken met je hersens heeft een ander type beroepsziekten tot gevolg, die verschuiving ligt voor de hand. ‘Werknemers staan bloot aan cognitieve en sociale arbeidsrisico's.'

Dat klinkt abstract, maar veel concreter kan het niet worden gemaakt. Dat komt: het verschilt van persoon tot persoon wie gevoelig is voor die psychosociale risico's. Wat de één als belastend ervaart, is voor de ander onbetekenend.

Hoe herken je een burn-out?

Een burn-out en ook overspannenheid begint meestal met slaapklachten. Dat is het moment om aan de bel te trekken. Zeker als daar piekeren bij komt, en als je je werk niet kunt loslaten. ‘Collega's kunnen merken dat iemand cynisch wordt, of zich terugtrekt', zegt Madelon van Hooff, universitair docent arbeids- en organisatiepsychologie (UvA). Zij is een aantal jaar geleden gepromoveerd op de wisselwerking tussen werk en privé. ‘Als je merkt dat je niet toekunt met de normale momenten om te herstellen, dan moet je je zorgen maken. Als het weekend niet voldoende is om bij te komen en je na een vakantie nog niet fit bent.'

Hoe voorkom je een burn-out?

In de typische beroepsgroepen waar veel mensen uitvallen met burn-out - de zorg, het onderwijs, de politie - werken vaak bevlogen mensen. Zij hebben vaak vanuit idealisme gekozen voor het vak. De ‘typische uitvaller' heeft moeite met de hoge werkdruk, terwijl er weinig mogelijkheden zijn om ‘iets te regelen'.

 ‘Om burn-outklachten te voorkomen, moet je na elke inspanningsperiode herstellen, zegt Van Hooff. ‘Herstellen moet je zowel overdag  - het praatje bij de koffieautomaat, een ommetje tijdens de lunch - als thuis, na het werk. ‘Wat je ook doet, dat maakt eigenlijk niet uit. Als je maar iets doet om te herstellen.' Het juiste recept voor herstel is onmogelijk te geven, omdat dat voor iedereen anders is.

Risico: het nieuwe werken

Een werkgever is verantwoordelijk voor de gezondheid van zijn werknemer. Ook voor de psychosociale gezondheid. Maar werkgevers vinden het aanpakken van die psychosociale arbeidsrisico's nogal lastig, bleek onder meer uit de Arbobalans 2011 van TNO, die eind februari verscheen. Het probleem ligt ‘gevoelig', zegt 54 procent. Maar vaak zijn ze zich er onvoldoende bewust van (of vormt de cultuur van het bedrijf een obstakel).

Het zou helpen, zegt stafbedrijfsarts Rob Hoedeman van 365, als de bedrijfsarts actiever zou zijn. Een werknemer moet na een burn-out namelijk zo snel mogelijk begeleiding krijgen. Uit onderzoek van 365 blijkt dat de kans dat mensen met psychische klachten hun werk kunnen hervatten, het grootst is in de eerste twee maanden na de verzuimmelding. ‘Veel bedrijven hebben geen bedrijfsarts die snel ingeschakeld kan worden.' Leidinggevenden dienen er bovendien rekening mee te houden dat het nieuwe werken, waarbij werknemers veel minder op één plek werken, risico's voor burn-out en overspannenheid met zich meebrengt. Werknemers krijgen veel minder feedback. ‘Een baas moet zich er op een andere manier mee durven bemoeien: "Kun je het allemaal nog wel aan. Hoe gaat het met je?"'

Burn-out en overspannenheid zijn een beroepsziekte, maar de werknemer moet uiteindelijk zelf op tijd aangeven wanneer een grens is bereikt.

Ook of iemand opnieuw opgebrand raakt, hangt van de patiënt zelf af. ‘Als je de angel eruit haalt, en het goed aanpakt, dan weet ik: die zie ik niet terug', zegt psychiater Querido. ‘Maar soms is het oplappen, pappen en nathouden. Het heeft met wilskracht en emotionele intelligentie te maken; je zult het zelf moeten doen. Dat wel.'