Diana Simons is werkzaam bij Hengeveld advocaten in Amsterdam. Zij behandelt vooral arbeidszaken, sociale-verzekeringszaken en zaken op het gebied van verbintenissenrecht. Daarnaast schrijft zij over deze thema's, bijvoorbeeld voor het vakblad Reïntegratie. Voor Intermediair schrijft zij over alle juridische zaken waar werknemers mee te maken (kunnen) krijgen.

UPDATE: Wanneer moet je een VAR aanvragen?

Moet je werkgever of opdrachtgever wel of geen loonbelasting inhouden over je salaris? Een VAR-verklaring biedt uitkomst. Maar hoe?

Jelte is fysiotherapeut en wil op invalbasis gaan werken bij een praktijk. Hij treedt daar dus niet in dienst. De praktijk wil graag zekerheid over deze arbeidsrelatie, zodat niet achteraf blijkt dat ze toch loonbelasting hadden moeten inhouden op mijn loon. Hoe kan hij dat het beste doen en welke gevolgen heeft dat voor hem?

Werknemers en freelancers

Werknemers moeten, volgens de wet, loonbelasting betalen over hun salaris. Maar de werkgever is degene die deze belasting moet inhouden op het loon, om dat bedrag vervolgens weer af te dragen aan de Belastingdienst. Dit hoeft hij alleen te doen voor werknemers, mensen die bij hem in dienst zijn.

Dat geldt bijvoorbeeld niet voor ‘opdrachtnemers' - freelancers of zelfstandig ondernemers. Omdat zij niet worden beschouwd als werknemer, dragen zij zelf zorg voor de afdracht van belastingen. De werkgever, die in dit geval ‘opdrachtgever' heet, heeft dan geen inhoudingsplicht voor wat betreft loonheffingen.

VAR = Verklaring Arbeidsrelatie

Het onderscheid tussen opdrachtnemer en werknemer is echter niet altijd even duidelijk. Zo kan er sprake zijn van een zogenaamde ‘fictieve dienstbetrekking'. Dit zijn mensen die formeel niet in dienst zijn, maar wel worden gelijkgesteld aan een werknemer. Bijvoorbeeld een freelancer die maar één opdrachtgever heeft. Ook als een opdrachtnemer zelf van mening is dat hij als zelfstandige aan het werk gaat, kan de Belastingdienst na afloop oordelen dat dit toch niet zo was. Als de fiscus bepaalt dat er sprake was van een fictieve dienstbetrekking, moet de opdrachtgever alsnog loonheffingen afdragen.

Omdat dit dus nogal risicovol is voor de opdrachtgever, kan hij de opdrachtnemer vragen een Verklaring Arbeidsrelatie aan te vragen bij de Belastingdienst. In deze VAR-verklaring wordt de arbeidsverhouding tussen opdrachtgever en opdrachtnemer gekwalificeerd, zodat na afloop niemand voor verrassingen komt te staan. Deze VAR-verklaring is een jaar geldig.

UPDATE: VAR 2014 ook geldig in eerste maanden 2015

Een VAR die voor het jaar 2014 is afgegeven, zal ook in de eerste maanden van 2015 geldig zijn. Dit houdt verband met een wetsvoorstel dat deze zomer zal worden ingediend en het nog niet duidelijk is wanneer het voorstel wordt aangenomen. De bedoeling van dit wetsvoorstel is dat de VAR in de toekomst niet alleen door de opdrachtnemer wordt aangevraagd, zoals dat nu het geval is ,maar door de opdrachtgever en opdrachtnemer gezamenlijk via een webmodule.

Hierdoor wordt de opdrachtgever medeverantwoordelijk voor de VAR en of de VAR op basis van de juiste gegevens is afgegeven. De reden voor deze wijziging is dat de Belastingdienst wil tegengaan dat er sprake is van een schijnzelfstandigheid terwijl er in feite sprake is van een fiscaal dienstverband. Dit houdt in dat de opdrachtgever voor de opdrachtnemer loonbetaling en sociale premies moet inhouden.

Vier soorten VAR

Er zijn vier verschillende soorten VAR-verklaringen:

  • De VAR-dga (inkomsten uit werkzaamheden, voor directeur grootaandeelhouders van een bv).
  • De VAR-wuo (winst uit onderneming, voor zelfstandigen en freelancers).
  • De VAR-loon (loon uit dienstverband, voor werknemers).
  • De VAR-row (resultaat uit overige werkzaamheden). VAR-row is een restcategorie, bedoeld voor opdrachtnemers die niet onder VAR-dga, VAR-wuo of VAR-loon vallen. Bijvoorbeeld voor mensen die ‘bijklussen' naast hun baan in loondienst.

De opdrachtgever heeft alleen bij de VAR-wuo en de VAR-dga geen inhoudingsplicht. Dit heeft tevens tot gevolg dat de opdrachtnemer dan niet verzekerd is voor de ZW, de WW en de WIA.

Journalist met VAR-wuo is geen werknemer

De Kantonrechter Amsterdam deed 28 april 2014 een uitspraak in een zaak die was aan gespannen door een journaliste tegen een lokale nieuwszender. Zij werkte vanaf oktober 2011 voor een lokale nieuwssite tegen een uurtarief van 24,50 euro excl. btw. Het aantal uren dat de journalist werkte, varieerde tussen de twee en negen dagen per maand.

In januari 2014 besloot de nieuwssite niet langer gebruik te maken van haar diensten. Aanleiding voor dit besluit was dat de journaliste op de Twitteraccount van de nieuwssite het bericht “Joden” had gezet toen Ajax een goal maakte. Zij heeft dit bericht kort daarna verwijderd.

De nieuwssite vond het plaatsen van dit bericht ongepast en besloot de journaliste niet meer in te roosteren. Volgens de journaliste kon de nieuwssite niet zo maar besluiten om haar niet meer in te roosteren en had de nieuwssite een ontslagvergunning bij het UWV moeten aanvragen.

Volgens de nieuwssite is de journaliste geen werknemer in de zin van Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen (BBA). Daarbij is van belang dat de journaliste aan de nieuwssite een VAR-wuo (winst uit onderneming) heeft gegeven. Hieruit blijkt dat zij meerdere opdrachtgevers heeft.

Ook uit LinkedIn-pagina van de journaliste blijkt dat zij veel opdrachtgevers heeft. Verder declareerde de journaliste haar werkzaamheden aan de nieuwssite en was er geen sprake van een vast patroon van dagen dat ze werkte. Gelet op het aantal uren dat zij gemiddeld werkte, had zij nog genoeg tijd over om andere opdrachten te doen. De kantonrechter is met de nieuwssite eens dat er geen ontslagvergunning aangevraagd moest worden om de arbeidsverhouding met de journaliste te beëindigen.