Baan opgezegd om grappenmaker te worden

Bastiaan Geleijnse (43), één van de tekenaars van Fokke & Sukke, wilde helemaal geen grapppenmaker worden. 

Wie: Bastiaan Geleijnse
Geboren: 8 maart 1967 te Utrecht
Opleiding: stedelijk gymnasium Utrecht, HEAO (niet afgemaakt), Nederlandse Taal- en Letterkunde, Universiteit van Amsterdam (afgestudeerd 1995)
Loopbaan:
-
co-auteur Fokke & Sukke 1993-heden,
- communicatiespecialist, McKinsey & Company 1997-2003,
- Dit was het nieuws 2005,
- bedrijfstrainer schrijver en presenteren 2003-heden,
- cabaretier (duo-partner van Rob Urgent in Spoedcursus humor) 2006-heden

Hoe ben je gevormd door je jeugd?

'Mijn vader was directeur van een houthandel en had allerlei bestuursfuncties. Zo’n man in een pak die iets belangrijks op kantoor deed. “Kantoorbediende” noemde hij het zelf. Mijn moeder was huisvrouw, maar was ook druk met allerlei bestuursfuncties. Hard werken en je nuttig maken – dat was wel de heldere VVD-boodschap van mijn jeugd. Maar ook: raar doen. Als we op school moesten aangeven of wij kinderen ergens allergisch voor waren, schepte mijn vader er genoegen in om in te vullen: verdraagt geen kreeft. Dat soort dingen.’

Wat wilde je worden toen je tien was?
‘Landbouwkundig ingenieur. Dat had mijn vader eigenlijk willen worden. Hij nam mij vroeger altijd mee naar zijn volkstuin, waardoor ik die droom een beetje adopteerde. Maar na de middelbare school had ik geen flauw idee wat ik moest doen. Eigenlijk wilde ik Nederlandse taalkunde studeren, maar de bijbehorende honderd procent kans werkloosheid weerhield me. Dan moest ik maar naar de heao, vonden mijn ouders. Lekker praktisch, kon je altijd mee aan de slag. Na een jaar ben ik gestopt en alsnog Nederlands gaan studeren. Tot grote woede van mijn vader, die ik daarover niet had geconsulteerd.’

Bastiaan Geleijnse

Welke groep mensen heeft je karakter het meest gevormd?

‘Als het niet mijn opvoeding is, dan is het HEBE, het dispuut van het Amsterdams corps. Helpt Elkander, Blijft Eendrachtig, goed hè? Werd later veranderd in iets wat chiquer klonk: Honesto Et Bono Excellamus. Daar heb ik besloten tóch Nederlands te gaan studeren. Het was een letterkundig dispuut – wat betekende dat we iedere woensdag heel veel bier dronken en drie keer per jaar een boek bespraken onder het eten van Kwekkeboomkroketten – dus er was ook wel een zekere druk om die rare heao-studie voor iets intellectuelers te verruilen.

Maar die groep is vooral ook vormend geweest, omdat we daar zijn begonnen met Fokke & Sukke. Ik zat in die tijd een studieboek over literaire stromingen en literaire clubjes te lezen. Een jaloersmakende gedrevenheid en plezier sprak daaruit. Tegelijk las ik dat weekend De familie Doorzon. Hetzelfde maakplezier. Ik dacht: dat wil ik ook, met zo’n clubje iets maken. Ik wist dat Jean-Marc (van Tol, de tekenaar van Fokke & Sukke; DvP) goed kon tekenen. En ik stelde hem voor om een stripboek te gaan maken. Had-ie eigenlijk geen trek in. Uiteindelijk kwam het er pas veel later van, nadat we John (Reid, de derde maker; DvP) er ook bij hadden gevraagd. Heibel in Hongkong heette dat album.

Een studiegenoot van Nederlands vroeg ons later om voor Propria Cures cartoons te maken. De eerste was: Fokke & Sukke hebben geen kerstgedachten. Fokke: “pizza”. Sukke: “badkamer”. Die werd afgewezen. Hoofdredacteur Tijn Sadée vond dat vogeltjes niet konden praten. Ik kwam hem laatst tegen en toen zei hij: “Ik vind er nog steeds geen hol aan”.’

Het beste advies dat ik ooit kreeg

‘Ik was net geswitcht naar de studie Nederlands toen ik een oudklasgenoot tegenkwam die hard op weg was een bankwezentje te worden. Hij begreep niets van mijn overstap en zei troostend: “Joh, anders kun je altijd daarna nog iets leuks gaan doen.” En dat heb ik toen maar gedaan.'

Welke fout was essentieel voor je loopbaan?
‘We hebben een keer flink ruzie gehad over de verdeling van geld, maar eigenlijk ging die ruzie natuurlijk om waardering. Jean-Marc zei: “Ik bén striptekenaar. Als het mis gaat, hebben jullie altijd nog je gewone beroep.” John Reid als jurist en ik bij Mc Kinsey toen. En eigenlijk had hij gelijk. Hij heeft er een hoeveelheid energie in gestoken die John en ik nooit hadden kunnen opbrengen. Het had toen mis kunnen gaan. Maar we realiseerden ons alle drie dat we inmiddels eigenlijk zoveel van Fokke en Sukke waren gaan houden, dat we niet moeilijk moesten doen.’

Geen succes zonder mazzel. Wat is je mazzel geweest?
‘Dat ik Owen Schumacher van Koefnoen tegenkwam. Zijn dochter zat bij mijn zoon in de klas. Ik vroeg hem wat je moest doen als je fulltime grappenmaker wilde worden. Hij zei: “Je baan opzeggen, anders gelooft niemand dat je tijd hebt voor iets anders.”’

Bastiaan Geleijnse

Wat is de belangrijkste beslissing in je leven geweest?

‘Mijn baan opzeggen bij McKinsey waar ik communicatiespecialist was. Kort daarna werd ik gevraagd om redacteur te worden bij het cabaret-tv-programma Dit was het nieuws. Daar heb ik Rob Urgert weer ontmoet die me vroeg voor het cabaretprogramma Spoedcursus humor. Hmm, lijkt een beetje een rode draad in mijn loopbaan – dat ik altijd met iemand meedoe. Bastiaan: doet leuk mee.’

Wat heb je tienduizend uur gedaan?
‘Ik had het laatst toevallig met John over die theorie: dat je pas expert bent als je iets tienduizend uur hebt gedaan. En we realiseerden ons: cabaret luisteren, dat hebben we echt tienduizend uur gedaan. Ik nam Koot en Bie op, De-Dik-voor-mekaar-show, Monty Python. Ik kan nog steeds hele stukken citeren. Heel nerdy.’

Op wiens carrière ben je jaloers?
‘Mijn voorbeeld is in ieder geval Wim T. Schippers. Iedereen is altijd zo met zijn doelgroepje bezig: wat wil mijn doelgroep? Wim T. Schippers stak gewoon een bejaarde in een smoking en liet die een popprogramma voor jongeren presenteren – Sjef van Oekel. Briljant!’

Wat is niet leuk aan je vak?

‘Misschien dat het altijd doorgaat. Dat je eigenlijk altijd werkt, ook als je niet werkt. Dat je op vakantie of als je met je kinderen iets doet nog even telefonisch brainstormt. Dat je altijd het nieuws bijhoudt. Maar dat vind ik tegelijkertijd het aantrekkelijke ervan. Het is natuurlijk een vak waarbij je je in eerste instantie niet moet focussen. Het gaat juist om vrij associëren. Om wegdenken. Je kunt er eigenlijk niet voor gaan zitten.’

Wat mogen je kinderen niet worden?
‘Ach, alles…’

De meeste geïnterviewden antwoorden hier: als ze maar niet crimineel worden…
‘Nou ja! Als mijn kinderen nu “iets met mensen willen” en een passie voor vernietigingswapens hebben, wie ben ik dan om…’