Glurende bazen: camera's op kantoor
Auteur: Diana Simons
|
03-08-2010
|
Mail dit artikel
Mogen werkgevers zomaar camera's plaatsen op de werkplek? Jurist Diana Simons geeft advies.
Recht op privacy
Een werknemer moet zijn werk in principe in vrijheid kunnen uitoefenen. Werkgevers mogen het functioneren van hun personeel dus niet zomaar controleren met camera's of een ander personeelsvolgsysteem. Als de werkgever toch een camera wil plaatsen, dan moet hij eerst toestemming vragen aan de ondernemingsraad.
Ook dient hij de camera's zichtbaar op te hangen en op bordjes aan te geven dat cameratoezicht wordt toegepast. Of een circulaire aan de werknemers te sturen waarin staat omschreven onder welke omstandigheden camera's wordt ingezet.
Werknemers die denken dat inbreuk wordt gemaakt op hun privacy, kunnen een beroep doen op de Wet Bescherming Persoonsgegevens. Daarin staat onder meer hoe werkgevers om moeten gaan met persoonsgegevens van hun personeel. Zo mogen ze geen opnames maken en verzamelen zonder vooraf duidelijk omschreven doel (Artikel 7). Camerabeelden mogen bovendien niet worden gebruikt voor een ander doel dan dat waarvoor ze zijn verkregen (Artikel 9)
In het Wetboek van Strafrecht is bovendien geregeld dat verborgen camera's in alle niet voor het publiek toegankelijke lokalen strafbaar zijn. Dat geldt dus ook voor de werkplek. Toch zijn er situaties waarin een werkgever wel een verborgen camera mag gebruiken. Bijvoorbeeld als hij vermoedt dat een van de werknemers zich schuldig maakt aan verduistering.
Casus 1: alleen de OR ingelicht
Bij het plaatsen van een verborgen camera hoeft de werkgever alleen maar de ondernemingsraad te informeren om al te voldoen aan de kenbaarheidsvereiste, zo blijkt uit een uitspraak van de Zwolse kantonrechter.
Deze zaak draaide om een werkgever die merkte dat er goederen verdwenen uit zijn magazijn. Hij besloot een verborgen camera te plaatsen en lichtte de ondernemingsraad hierover in. Uit de camerabeelden bleek dat een van de werknemers goederen ontvreemdde. Hij werd op staande voet ontslagen.
De werknemer vond dat zijn ontslag niet geldig was omdat de werkgever niet had verteld dat hij camera's zou plaatsen. Hij spande een procedure aan bij de kantonrechter en vorderde doorbetaling van zijn loon.
De kantonrechter deelde dit standpunt niet. De werkgever had immers de ondernemingsraad geïnformeerd over de camera's. De kantonrechter wees de vordering van de werknemer dan ook af.
(Kantonrechter Zwolle 11 november 2005 www.rechtspraak.nl LJN: AU6058)
Casus 2: onrechtmatige beelden toch bewijs
In een andere zaak gebruikte de werkgever cameratoezicht op de werkplek zonder dit kenbaar te maken binnen de organisatie. Maar ook in dit geval oordeelde de kantonrechter dat de videobeelden gebruikt mochten worden als bewijs in de procedure.
Deze zaak speelde bij een bedrijf voor sociale werkvoorziening. Vanaf eind 2006 trof een aantal werknemers briefjes in hun kledingkastjes aan met kwetsende en bedreigende teksten. De werkgever vermoedde wie de dader was en stelde deze werkneemster op non-actief. Ze bleef echter ontkennen er iets mee van doen te hebben. De werkgever besloot daarom om - in overleg met de politie -een verborgen camera in de kleedruimte op te hangen.
Zodra in één van de kasten weer een briefje werd gevonden, werden de video-opnamen van die dag bekeken. De werkneemster bleek inderdaad schuldig. De ontvanger van het briefje deed aangifte, waarop de werkneemster door de politie werd gehoord. Zij legde een volledige bekentenis af.
De werkgever verzocht om ontbinding van de arbeidsovereenkomst (artikel 7:685 BW). Hij stelde dat er een ‘dringende reden' was waardoor het dienstverband niet in stand kon blijven. Ineens ontkende de werkneemster alles. Bovendien voerde zij aan dat de opnamen met de verborgen camera onrechtmatig waren verkregen, omdat de werkgever het cameragebruik niet had gemeld bij de werknemers en de ondernemingsraad.
Essentieel voor het rechtmatig toepassen van cameratoezicht is inderdaad dat het gebruik ervan kenbaar is (gemaakt) - zo staat in het Wetboek van Strafrecht - en dat was hier niet gebeurd. De kantonrechter in Groningen ging er dan ook vanuit dat de videobeelden wederrechtelijk waren verkregen.
De vervolgvraag was of de beelden toch als bewijs gebruikt konden worden in de ontbindingsprocedure. De kantonrechter vond van wel. Hij overwoog dat in civiele procedures de materiële waarheidsvinding voorop staat en dat de rechter een grote vrijheid heeft in de waardering van het bewijs. Hierbij moet het belang van de werkgever - die onrechtmatigheden in zijn onderneming moet kunnen opsporen, afgewogen worden tegen het belang van de werknemer om - ook op de werkplek! - beschermd te zijn tegen een inbreuk op de privacy.
In deze zaak valt, volgens de kantonrechter, de belangenafweging uit in het voordeel van de werkgever. Het was voor de rust in het bedrijf dringend nodig om de dader op te sporen en dit kon niet anders slagen dan met een verborgen camera. Bovendien ging het cameragebruik niet verder dan strikt noodzakelijk.
De kantonrechter achtte bewezen dat werkneemster het bewuste briefje - en waarschijnlijk alle briefjes - heeft verspreid. Dit is een dringende reden voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst, waarbij aan de werkneemster geen vergoeding werd toegekend.
(Kantonrechter Groningen 18 maart 2008)
Wellicht ook interessant:
Meer artikelen in de rubriek 'Werkvloer'
Reageer, print of deel dit artikel
|
|