Het is tijd voor een smartphone-etiquette

Auteur: Daphne van Paassen | 23-09-2010 | Reacties: 2 | Share/Bookmark Mail dit artikel

E Even onder de tafel je e-mail checken of snel een sms'je lezen tijdens een bila. 65 procent van de Intermediairlezers denkt dat collega's zich daar nooit aan ergeren. 56 procent doet dat wel degelijk, zo blijkt uit onderzoek van Intermediair. Maar, geven ze toe: ‘Ik doe het zelf ook.'



In een vergaderzaaltje in Amsterdam-Noord zitten tien man bijeen. Het gaat over de invoering van een nieuw automatiseringssysteem. Op tafel staan bekertjes automatenkoffie, liggen wat kladblokken en vier telefoons. Af en toe buigt iemand zich zo onopvallend mogelijk voorover om zijn blik steels op zijn toestel te werpen, alsof het rode zwaailichtje de anderen ontgaat. Links zit iemand net iets te nonchalant onderuit gezakt zodat zijn blikrichting schuin genoeg is om te zien wat zijn vingers op zijn iPhone tikken. Iemand stelt hem een vraag. ‘Huh?'

Wereldwijd waren er begin dit jaar bijna twee keer zoveel smartphones verkocht als een jaar eerder. En als ze er eenmaal een hebben, zegt zeventig procent van de ongeveer vijfhonderd hoogopgeleiden die Intermediair ondervroeg over hun telefoongebruik, gaan ze hem ook veel vaker gebruiken dan hun gewone mobiel; je kunt er immers meer mee. Maar al dat te pas en te onpas internetten, mailen, sms'en en bellen leidt tot irritaties. Want hoewel 65 procent van de smartphonebezitters onder hen denkt dat collega's zich nooit ergeren als ze in gezelschap met hun smartphone in de weer zijn, ergert meer dan de helft zich wel degelijk. Vooral tijdens vergaderingen. ‘Ze vinden me kennelijk niet interessant' denkt men dan. 

Ook bij  ict-dienstverlener Macaw heeft iedereen wel een telefoon voor zich liggen tijdens vergaderingen. Schermpje naar boven. De ongeschreven regel zegt dat je op zo'n moment niet uitgebreid gaat sms'en of mailen, maar als het de voortgang van de vergadering niet in de weg zit, zal het de gemiddelde ict'ers worst wezen of iemand discreet een bericht checkt. ‘Vooral als het saai wordt, omdat jij niet direct bij het onderwerp bent betrokken, zie je het gebeuren', zegt analist Mike Fortgens (35, bezitter van een HTC HD2). ‘Zelf check ik ook altijd even of het een belangrijke klant is. Die neem ik meestal, al vraag ik wel of men er geen bezwaar tegen heeft.' Als hij met collega's of vrienden in de kroeg staat, liggen de smartphones ook op tafel en is er altijd wel iemand die even iets checkt of tikt. Daar ergert Fortgens zich geen moment aan.

Merel Pit (29, iPhone) kan zich niet eens voorstellen dat haar collega's bij Sdu uitgevers zich aan haar smartphonegebruik ergeren. ‘Ik vind die smartphone hartstikke handig. Ik kan meteen checken of ik op een bepaalde dag ergens heen kan, ik zoek informatie op die ik direct inbreng en ik had laatst bijvoorbeeld foto's gemaakt van een bepaalde congresopstelling die ik kon laten zien op mijn iPhone.' Zelf kan ze zich niet aan collega's ergeren, want ze is op haar baas na de enige met een smartphone.

Bij ING hebben bijna alle collega's van Alice van de Geest (38, iPhone) een telefoon van de zaak. De content manager ergert zich af en toe wel degelijk. ‘Ik vind het niet kunnen als je telefoon in de vergadering niet op de trilstand staat. Een e-mail checken vind ik ook iets anders dan een e-mail tikken. En als iemand een presentatie houdt in een kleine groep vind ik het zelfs onbeschoft om op je mobiel te kijken.'

Gedragsregels zijn overdreven

Ondanks het feit dat vijftig procent zich soms ergert, vindt de overgrote meerderheid van de ondervraagden (71 procent) het overdreven om gedragsregels op te stellen.

Onbegrijpelijk, vindt etiquettedeskundige Lilian Woltering (heeft een BlackBerry). Ze geeft aan werknemers van multinationals trainingen zakelijke etiquette en wenselijk gedrag op de werkvloer. Het gebruik van smartphones staat bij haar trainingen in de top drie van ergernissen. En terecht, vindt ze. ‘Het ís onbeleefd iets anders te gaan doen als je in gezelschap bent. Je gaat toch ook geen krant lezen terwijl iemand tegen je praat?' Maar minstens zo erg: het is inefficiënt. Het is volgens haar inmiddels genoegzaam bekend dat we helemaal niet in staat zijn tot multitasken. We kunnen goed schakelen, maar echt twee dingen tegelijk doen, is bijna onmogelijk als het om zaken gaat als luisteren en lezen. ‘Als we met onze telefoon bezig zijn, verslapt onze aandacht voor wat er besproken wordt.' Bij Macaw is het inmiddels een running gag om degene die zit te pielen met zijn telefoon een vraag te stellen over wat er zojuist is gezegd.

Woltering is rigoureuzer: Weg dat ding! ‘Gewoon op "stil" en in je tas. Of geef hem desnoods aan een collega die niet vergadert als je een heel belangrijk telefoontje verwacht. Maar eigenlijk heeft iedereen al een eigen secretaresse via de voicemail op zijn telefoon.

Ergernis het hoogst bij:
1. Vergaderingen (89 procent)
2. Gewone werkzaamheden (23 procent)
3. Borrels (18 procent)
4. Pauze (17 procent)


Onderzoek naar onbewust gedrag

Toch is het wegstoppen van mobieltjes misschien niet zo effectief. In zijn boek Payback beschrijft Frank Schirrmacher het inmiddels in wetenschappelijke kringen beroemde koekjesexperiment. Een groep proefpersonen kreeg voor ze een reeks vraagstukken moesten oplossen te horen dat ze niet van de versgebakken, geurende chocoladekoekjes mochten eten die op tafel stonden. Ze moesten hun honger stillen met radijsjes. Een controlegroep mocht zich wel te goed doen aan de koek. De eerste groep bleek slechter te presteren en gaf eerder op. Blijkbaar put afblijven van iets lekkers mensen geestelijk uit.

Als informatie-obesen zou het ons wel eens op eenzelfde manier kunnen uitputten als we van onze BlackBerry (ook wel crackberry) af moeten blijven, denkt Schirrmacher.  ‘Als je niet opneemt terwijl je je telefoon hoort overgaan, zou het goed kunnen dat je gedurende de rest van de vergadering inderdaad de hele tijd zit te denken: wie zou dat geweest kunnen zijn? Was het belangrijk?', zegt Ruud Custers (heeft geen smartphone), die aan de Universiteit Utrecht onderzoek doet naar onbewust gedrag. Onlangs verscheen van hem een artikel in Science over de laatste stand binnen dat onderzoek. Daaruit blijkt dat mensen veel minder vaak bewust iets doen dan ze zelf denken. Mensen zijn geneigd te zeggen dat ze eerst iets besluiten en het dan doen, maar tal van experimenten laten zien dat het omgekeerde veel vaker voorkomt: een cue of signaal in de omgeving zet gedrag in gang en pas daarna bedenkt de betreffende persoon een reden voor zijn handelen. Zonder zich van die volgorde bewust te zijn overigens. Het is automatisch gedrag, een simpele stimulus-respons-reactie, die sterker wordt naarmate hij vaker wordt beloond.

Alice van de Geest overkomt het regelmatig dat ze opgenomen heeft voor ze het weet, in een situatie waarin ze bellen eigenlijk tactloos vindt. En met haar veertig procent van de ondervraagden van het Intermediair-onderzoek die instemden met de stelling: ‘Het gebruik van smartphones tijdens afspraken is onbeleefd, maar zelf doe ik het ook.'

Overigens is die tegenstrijdigheid volgens Custers ook sociaal-psychologisch te verklaren. Uit onderzoek blijkt dat mensen negatief gedrag van anderen doorgaans aan persoonlijke eigenschappen toeschrijven, maar negatief gedrag van zichzelf aan de situatie. ‘Van jezelf weet je: deze klant móet ik wel nemen, hoewel ik natuurlijk eigenlijk vind dat je in gezelschap et cetera, et cetera. Van een ander zie je de situatie niet en denk je dat hij het maar normaal vindt om zijn gezelschap zo te schofferen.'

Nerveus als de telefoon niet binnen handbereik is

Dat de een meer moeite heeft zijn mobiel een poosje niet te raadplegen dan de ander, verklaart Custers uit nieuw onderzoek dat uitwijst dat onbewust gedrag dat getriggerd wordt door signalen van buitenaf ook versterkt wordt door innerlijke motivatie. Als mensen bijvoorbeeld hun netwerk of het binnenhalen van klanten heel belangrijk vinden, en ze associëren dat met het gebruik van hun telefoon, kan het zien van die telefoon veel eerder onbewust gedrag - het automatisch checken van Facebook, het lezen van een sms van een klant - in gang zetten. Het zien van een telefoon maakt dan een beloningssignaal los in het brein, dat ervoor zorgt dat de geassocieerde respons (checken) ook metterdaad omgezet wordt in actie.

Leidt dat niet tot verslaving? Van de respondenten uit het Intermediaironderzoek wordt bijna acht procent regelmatig en vijf procent altijd nerveus als hij zijn mobiel niet onder handbereik heeft. Volgens Gert-Jan Meerkerk (heeft geen smartphone), onderzoeker bij het Ivo, een instituut dat onderzoek doet naar onder meer internetverslaving, bestaat die kans wel, maar is ze niet zo groot. ‘Verslaving staat bijna nooit op zich - er zijn meestal ook andere problemen die met de verslaving verdoezeld worden. Bovendien spreekt men pas van verslaving als iemand ontwenningsverschijnselen vertoont als hij niet bij zijn smartphone kan én als iemand er geen weerstand aan kan bieden terwijl zijn omgeving hem herhaaldelijk waarschuwt en hij het zelf eigenlijk ook niet meer vindt kunnen. Er zullen in Nederland vast een paar mensen te vinden zijn die dat hebben, maar van een groeiende verslaving is geen sprake.'

Wie toch zijn gebruik wil terugschroeven (bijvoorbeeld omdat het bedrijf beslist dat er een soort etiquette moet komen of omdat men zichzelf voor-neemt een hoffelijk mensch te worden), komt er niet met: ‘Als je je er maar bewust van bent, dan gaat de rest vanzelf.' Dat werkt niet bij ‘geautomatiseerd gedrag'.

Wat wel werkt, is nieuw automatisch gedrag kweken, zo blijkt uit onderzoek. Bijvoorbeeld door een als-dan-plan te maken. Dus niet zeggen: ‘In de kroeg vind ik het ongepast om mijn mobiel op te nemen, dus dat doe ik niet meer.' Dat is een voornemen, geen stappenplan, zegt Custers. Effectiever is een zogenoemde implementation intention, waarbij je je allerlei concrete (verleidende) situaties voorstelt en daar gewenst gedrag aan koppelt. Bijvoorbeeld: ‘Als mijn telefoon gaat in gezelschap, vraag ik me vanaf nu altijd af of het op dat moment acceptabel is de telefoon op te nemen, daarna check ik of het een belangrijk persoon is en dán beslis ik of ik moet opnemen.'

Het kan even duren voordat nieuw gedrag is ingesleten. Maar aan de andere kant: er zijn oefensituaties genoeg.

Illustratie: Joost Overbeek / Overburen

Florentine geeft advies over smartphonegebruik

De collega die tijdens vergaderingen zijn smartphone raadpleegt, zorgt voor ergernis. Florentine adviseert: mag ik mijn smartphone gebruiken tijdens de vergadering?


Regels voor het gebruik van smartphones

56 % vindt dat de smartphone opgeborgen moet zijn tijdens vergadering.
25 % vindt dat alleen noodzakelijke telefoontjes mogen worden gepleegd.
38 % vindt dat dringende telefoontjes beantwoord mogen worden tijdens vergaderingen, maar mailen en sms'en niet.
7,5 % is voor een smartphone-break.


Wellicht ook interessant:
Meer artikelen in de rubriek
'Werketiquette'

Reageer, print of deel dit artikel

  • Reageer (2)
  • Print
  • Share/Bookmark Mail dit artikel
Reacties op dit artikel:
Paul Berk | 24 september 2010 (13:48)

Je moet jezelf wel heel belangrijk vinden, als je denkt dat de wereld niet een vergadering lang zonder jou kan.
;-)

Smartphoneclub.com | 4 februari 2011 (17:51)

Goed om hier blijvend onderzoek naar te doen. Wellicht dat de volgende generatie smartphone gebruikers hier helemaal geen aanstoot aan neemt.

Het kan enige tijd duren voordat je reactie geplaatst wordt.

Het is de redactie van Intermediair toegestaan om de inhoud van de reactie met naam en toenaam te hergebruiken in de print uitgave van Intermediair.

Reacties worden niet direct op de site geplaatst. De redactie controleert vooraf of de reactie aan een aantal voorwaarden voldoet. Deze voorwaarden zijn:

  • Reacties dienen betrekking te hebben op de inhoud van het betreffende artikel of onderwerp.
  • Reacties mogen geen beledigingen, bedreigingen, al dan niet fictief, aan het adres van de andere sitebezoekers of aan prominente personen bevatten.
  • Uitingen van geweld, racisme, anti-semitisme, het zwartmaken van individuen, groepen of organisaties worden niet getolereerd.
  • De reactie moet kort en bondig zijn (maximaal 1.000 karakters), te lange reacties worden niet geplaatst.
  • Het plaatsen van persoonsgegevens zoals telefoonnummers en adressen in de tekst van de reacties is niet toegestaan.
  • Links naar websites en reclame voor producten en/of diensten worden niet geplaatst.
  • Reacties die volledig in hoofdletters zijn getypt en/of vol staan met uitroeptekens en vraagtekens worden niet geplaatst.
  • Reacties die vol staan met taalfouten worden niet geplaatst.

De redactie behoudt zich het recht voor om reacties aan te passen, in te korten of te verwijderen. De redactie gaat niet in discussie over geplaatste of verwijderde reacties.


Ik ga akkoord met de voorwaarden

Zoek in vacatures voor hoogopgeleiden: