Ben jij klaar voor China?
Auteur: Kees Versluis
|
18-03-2010
| Reacties: 3
|
Mail dit artikel
Nederland liep altijd voorop bij het aanleren van nieuwe wereldtalen. Maar Chinees wil er bij ons niet in; de studentenaantallen dalen zelfs. Tegelijk duiken miljoenen Fransen, Amerikanen en Afrikanen diep in de Chinese studieboeken.
Acht middelbare scholen mogen Chinees als examenvak gaan aanbieden, maakte staatssecretaris Van Bijsterveldt half februari bekend. Een pilotproject. Als het een succes wordt, mogen over een paar jaar mogelijk meer scholieren de basisbeginselen van het Chinees gaan leren.
Het werd een keer tijd, zuchten Nederlandse zakenlieden die veel in China komen. Want anders dan een decennium geleden, begint kennis van de Chinese taal en cultuur essentieel te worden voor wie zaken doet met het Verre Oosten. In het buitenland snappen ze dat al langer. ‘In Frankrijk bijvoorbeeld wordt Chinees al op zo'n 150 basisscholen gegeven', zegt ex-staatssecretaris Annette Nijs, tegenwoordig directeur global initiative van de China Europe International Business School. ‘Het aantal Franse middelbare scholen dat Chinees geeft, is nog eens een veelvoud daarvan.'
Spreek Chinees
De Rotterdamse student Marijn Booman was de afgelopen jaren regelmatig in China. Er is in China sinds de Olympische Spelen in 2008 iets wezenlijk veranderd, zegt Booman. Noem het zelfbewustzijn, een sterk groeiend ego (voor zover je dat woord voor een heel land kunt gebruiken). Het gevolg is dat Chinezen niet langer bereid zijn zich in contacten met het Westen automatisch van het Engels te bedienen. ‘Alleen met Engels kom je er de laatste tijd niet meer', heeft Booman ervaren. Voor hem reden om per september in Rotterdam te beginnen aan de masteropleiding Chinese economy and business, waar - anders dan dit jaar - de Chinese taal een belangrijke plek krijgt in het curriculum.
Nijs heeft dezelfde ervaring als Booman. ‘Tot een jaar of drie, vijf geleden was Chinees niet zo belangrijk als je zaken deed in China. Maar op dit moment zie je dat veel Chinese bedrijven alleen nog mensen aannemen als ze Chinees spreken.' Vooral door de kredietcrisis, waar China nu de reddende engel van de rest van de wereld lijkt, is volgens Nijs het Chinese zelfbewustzijn exponentieel gestegen. ‘Het paradoxale is dat tegelijk honderden miljoenen Chinezen Engels leren, veel meer dan vroeger.'
Andere Chinakenners met wie Intermediair sprak, komen met hetzelfde verhaal. ‘Op academische congressen houden sommige Chinese wetenschappers hun presentatie tegenwoordig gewoon in het Chinees. De rest van het publiek moet zelf maar zorgen dat ze dat begrijpen of weten te vertalen', vertelt bijvoorbeeld de Leuvense hoogleraar sinologie Nicolas Standaert. Zijn Leidse collega Maghiel van Crevel: ‘Sinds de tweede helft van 2009 is er echt iets aan het verschuiven. China eist nadrukkelijk een nieuwe positie. Chinees is een ongelofelijk belangrijke taal aan het worden.'
Zelfs werkgeversorganisatie VNO-NCW is om. Tweeënhalf jaar geleden lieten de werkgevers nog weten dat ‘niemand in het bedrijfsleven zit te wachten op mensen die Chinees spreken'. Nu laat woordvoerder Angélique Heijl weten dat VNO-NCW het Chinese examen op acht middelbare scholen een ‘prima investering' vindt, al mag het niet ten koste gaan van het aantal lesuren Duits. ‘Want al groeit het handelsverkeer met China sterk, de export naar Duitsland blijft voorlopig natuurlijk vele malen groter.'
Mandarijn, Kantonees en Wu
Standaardmandarijn is sinds 1932 de officiële taal van China. Het is een vereenvoudigde versie van het Mandarijndialect dat rond Peking gesproken wordt. Wie Chinees leert, leert tegenwoordig vrijwel altijd dit Standaardmandarijn.
In grote delen van China worden andere talen dan het Mandarijn gesproken. In Hong Kong bijvoorbeeld het Kantonees, in Sjanghai het Wu. Door scholing spreken de meeste mensen in die gebieden tegenwoordig naast hun eigen taal ook het Standaardmandarijn.
Chinees dictee
Op de vroege zaterdagochtend zitten een stuk of twintig mensen (de meesten redelijk jong) in een klaslokaal van de Chinese School Amsterdam. Ze hebben vandaag hun vierde les Chinees. Vanaf het eerste begin onderdompeling in het Chinees, luidt de filosofie van de school. En dus is de Chinese lerares bezig met een Chinees dictee. ‘Dit is het moeilijkste wat er is, onze oren zijn niet getraind om dit te verstaan', fluistert cursist Daniel Witvoet. Hij heeft het over de subtiele uitspraakverschillen die de aanwezigen in Pinyin (geen Chinese symbolen, maar ons Latijnse schrift) moeten opschrijven. Zegt de juf nou xuéshing of guãxìng? Allebei fout, blijkt bij het nakijken. Ze zei guìxìng.
Dertiger Witvoet is venture capitalist. Zijn vriend Wouter Baal naast hem is consultant. Beiden zijn geïntrigeerd door China; mogelijk willen ze er in de toekomst een baan zoeken. Dat Chinees zo moeilijk is - volgens velen heb je zeven jaar les nodig om het een beetje fatsoenlijk te spreken - schrikt ze niet af. Ze weten: zonder Chinees heb je het tegenwoordig moeilijk in China.
Witvoet en Baal zijn uitzonderingen in Nederland. Want hoewel je de laatste jaren de krant niet kunt openslaan zonder te lezen over de snelle opkomst van China; Nederlanders lopen niet warm voor de Chinese taal en cultuur. Zo is het aantal cursisten aan de Chinese School in Amsterdam de laatste jaren zelfs gedaald. In topjaar 2005 had de school 240 leerlingen, vertelt directeur Robert van Deijck. Nu zijn het er 150 tot tweehonderd. Bij Nederlands enige universitaire studie Chinees - sinologie in Leiden - eenzelfde beeld. Jarenlang groeide het aantal studenten, maar de afgelopen jaren is het aantal eerstejaars gedaald van 140 naar ongeveer honderd.
Het is een rare trendbreuk. In het verleden was Nederland altijd een van de eerste landen die zich op een nieuwe wereldtaal stortten. Toen het Duits begin twintigste eeuw sterk opkwam, stortte Nederland zich massaal op die taal. Tot veler ergernis zit het Nederlands nog steeds boordevol germanismen uit die tijd. Hetzelfde gebeurde na de Tweede Wereldoorlog met het Engels.
‘Ik vind het zelf ook verbazend dat er in Nederland zo weinig aandacht is voor de Chinese taal en cultuur', zegt Maghiel van Crevel, hoogleraar Chinese taal en literatuur in Leiden. ‘In de ons omringende landen gebeurt meer.' ‘Ik wil nog niet zeggen dat Nederland de boot gemist heeft, maar er moet nu wel echt wat gebeuren', zegt Nijs.
Schrift
In de Volksrepubliek China wordt gebruikgemaakt van het vereenvoudigde karaktersysteem, dat ongeveer twaalfduizend karakters telt (de meeste Chinezen kennen er overigens hooguit zesduizend). Chinezen in Hong Kong, Taiwan en ook in Nederland gebruiken traditionele karakters, waarvan er in totaal rond de vijftigduizend zijn.
Pinyin Hanyu pinyin is een door de Chinese overheid ontwikkeld systeem om het Chinees weer te geven in het Latijnse alfabet. Ook in de rest van de wereld is het Pinyin de meest gebruikte transcriptiewijze geworden voor de Chinese taal. Als het aan de vroegere partijleider Mao Zedong had gelegen, had het Pinyin het moeilijke Chinese karaktersysteem volledig vervangen.
Chinese nannies
Hoe anders is de situatie in vooral Frankrijk en de Verenigde Staten. Dat laatste land heeft de afgelopen jaren fors geïnvesteerd in Chinese lessen op scholen. Veel Amerikaanse ouders zoeken Chinese nannies, zodat hun kinderen van jongs af aan Chinees leren. Er zijn zelfs elementary schools met speciale Mandarin immersion programs, zodat vijfjarigen in een paar jaar zo goed als vloeiend Chinees leren spreken.
Ook in Azië en Afrika wint het Chinees snel terrein. In Zuid-Korea en Zuidoost-Azië heeft de taal op scholen een belangrijke plaats gekregen; ook in India groeit de belangstelling. En vanwege de sterk toegenomen handelscontacten nodigt China veel Afrikaanse bestuurders uit om een tijdje in China Chinees te komen leren. Naast Frans en Engels lijkt Chinees de derde belangrijke, uitheemse taal te worden op het continent.
Maar wat heb je nou aan het leren van een taal waarvan je op je vingers kunt natellen dat je hooguit de basisbeginselen onder de knie krijgt? ‘Ook met een béétje Chinees win je het hart van je Chinese zakenpartners', antwoordt hoogleraar Nicolas Standaert. De Rotterdamse student Marijn Booman ondervond dat aan den lijve: ‘Toen ik in China mijn Chinese lesboeken opendeed, kwamen Chinezen spontaan naar me toe. Direct contact.' ‘Je toont commitment, dat is heel belangrijk in China, zegt Nijs.
Minstens zo belangrijk is dat wie Chinees leert, en passant veel meekrijgt van de Chinese (zaken)cultuur en manier van denken. ‘Naar mijn mening is dat het waar het in Nederland ernstig aan tekortschiet', zegt Anouk Tso, coördinator van de China Desk van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW). ‘Er is een groot tekort aan kennis van het moderne China, terwijl dat voor bedrijven heel belangrijk is. Hoe onderhandel je met Chinezen en met de Chinese overheid? Hoe kies je in welk gebied je met je bedrijf neerstrijkt? Hoe werkt het Chinese rechtssysteem? Aan zulke kennis is in Nederland veel behoefte. De recente instelling van een leerstoel Chinees recht aan de Universiteit van Amsterdam is een positieve ontwikkeling, maar nog lang niet genoeg.'
Sambal bij?
Vorig jaar telde Nederland 2.078 Chinees-Indische en Chinese restaurants. Dat aantal daalt gestaag; in 2004 waren het er nog 2.204. De provincie met de meeste Chinees-Indische restaurants per inwoner is Zeeland.
(Bron: CBS)
Katendrecht Om een havenstaking te breken haalden rederijen begin twintigste eeuw Chinese havenarbeiders naar Rotterdam die ze huisvestten in barakken op het schiereiland Katendrecht. Lange tijd bleef Katendrecht vervolgens de grootste Chinatown van Europa, vol Chinese restaurantjes en goedkope bordelen.
Chinese Nederlanders
Er is een groep in Nederland waar de kennis van de Chinese taal en cultuur wél in ruime mate aanwezig is: de Chinese minderheid, die wordt geschat op zo'n honderdduizend personen. Hoogopgeleide kinderen van Chinese restauranthouders merken ineens hoe in trek ze zijn bij het bedrijfsleven. Jaarlijks vertrekken honderden van hen naar China omdat ze uitstekende intermediairs zijn tussen Europa en het Verre Oosten.
‘Het beeld van Chinese Nederlanders is enorm veranderd', vertelt Tso, die zelf half Chinees is. ‘Toen ik kind was, vonden mijn vrienden dat wij thuis rare dingen aten. Eten jullie echt geen hond? - zulke vragen kreeg ik. Onze thee noemden ze rivierwater. Nu zijn groene thee en Aziatisch koken hip. Ik word ook regelmatig door mensen en bedrijven gebeld voor tips. Wat ooit met argwaan werd bekeken, is nu een strategisch voordeel geworden.'
Over naar een symposium over duurzaam ondernemen in China, vorige week aan de Rotterdam School of Management. Student Mireille Lockefeer is een van de organisatoren; ze volgt de nieuwe masteropleiding Chinese economy and business. Volgend jaar nog even een master in Londen, daarna denkt Lockefeer aan een baan bij een van de Chinese bedrijven die naar Europa komen. ‘Dat begint nu op gang te komen, en gaat heel hard de komende tijd.'
Haar grootste concurrenten zijn Chinezen die opgegroeid zijn in de Verenigde Staten en Europa, omdat ze zo goed Chinees spreken. ‘Daarom wil ik die taal ook goed gaan leren', zegt Lockefeer. Overigens is ook dat een reden dat je er met Engels alleen in China niet meer komt: de grote aantallen Chinezen uit Europa en Amerika die tegenwoordig terugkeren naar China. Zij hebben twee pre's: de taal en hun vlijt. Je moet als westerling volgens Lockefeer daarom tegenwoordig echt goed zijn, wil je in China een kans maken. ‘Je komt op dit moment zelfs makkelijker binnen bij Harvard dan aan de Fudan University in Sjanghai.'
Chinese taal in de wetenschap
‘Nog een aantal jaren', schat Anouk Tso, coördinator China desk van de KNAW. ‘Dan slaat de balans in de wetenschap om.' Anders gezegd: dan kijken Chinese wetenschappers niet meer met ontzag naar de prestaties van hun collega's in het Westen, maar andersom. Wat daar een belangrijke rol in speelt: de braindrain van Chinese wetenschappers naar vooral de VS in de jaren negentig, is duidelijk op zijn retour.
Daarnaast heeft de Chinese wetenschap een duidelijk voordeel boven de Europese, meent Tso: de strakke organisatie. Europese innovatie-programma's zijn vaak ad hoc: een beperkt budget voor een beperkte periode. Wetenschappers weten op de lange termijn daardoor nooit waar ze aan toe zijn. Geen wonder dat tal van ambitieuze doelstellingen niet gehaald worden. Van de beroemde Lissabon-doelstelling uit 2000 - Europa moet in 2010 de meest dynamische kenniseconomie ter wereld zijn - is bijvoorbeeld niets terechtgekomen.
In China stellen ze ook targets, weet Tso. Het verschil met Europa is dat ze ze wél halen. Kwestie van sterke, centrale regie, van keiharde competitie en van duidelijke keuzes maken: veel geld investeren in vakgebieden waar je goed in bent, zwakke onderzoeksgroepen opheffen.
Vooral dat laatste is in Nederland taboe. Eerlijk delen blijft grosso modo in de Nederlandse wetenschap het uitgangspunt. ‘Het interessante is dat we juist door onze intensieve samenwerking met Chinese partijen leren waar onze sterke kanten zitten in de wetenschap', zegt Tso. ‘Want alleen in die sterke vakgebieden zijn de Chinezen geïnteresseerd, ze houden ons als het ware een spiegel voor.' De drie belangrijkste Nederlandse wetenschapsgebieden volgens de Chinezen: watermanagement, energie-onderzoek (vooral biomassa) en medische technologie.
Ook Tso ziet de Chinese taal oprukken in de wetenschap. ‘Veel Chinese wetenschappers publiceren in het Chinees in Chinese wetenschappelijke tijdschriften.' Ook op congressen in China is het volgens haar gebruikelijk geworden om presentaties in het Chinees te houden.
Wellicht ook interessant:
Meer artikelen in de rubriek 'Werken in het buitenland'
Reageer, print of deel dit artikel
Reacties op dit artikel:
rudolf | 18 maart 2010 (18:40)
Tja, Chinees leren? Waarom? De hele wereld leert Engels, ook in China. Hebben we al een wereldtaal. Lekker makkelijk toch? Verdere mogen we toch wel eens wat kritischer naar China kijken, een land geregeerd door criminelen en moordenaars: gedwongen abortus vanwege de 1-kind politiek; vrouwelijke foetussen die massaal worden weggehaald; het hoogste aantal executies ter wereld per kalenderjaar voor allerlei onzinnige vergrijpen, inclusief economische delicten en gewone diefstal; genocide in Tibet; sweatshops; geen onafhankelijke vakbonden; gewetens- en politieke gevangenen; in naam communistisch maar in de praktijk extreem kapitalistisch; totalitaire regeringsvorm; vervolging van christenen, falun-gong, moslims; onderdrukking van etnische volkeren in de periferie (b.v. Oeigoeren); geen universele gezondheidszorg meer. Geen wonder dat we in onze Amerikaanse Amnestygroep waarvan ik hier in de USA al 15 jaar lid ben maar altijd weer brieven naar China schrijven.
Coen | 18 maart 2010 (20:35)
Ik heb in 2006 een tijdje chinees geleerd, dat ging best aardig, dacht ik tenminste. Ik deed de cursus Rosetta Stone op CD op de PC. En later de gratis cursussen op chinesepod.com.
Todat ik echte chinezen sprak, ze wezen me erop dat mijn uitspraak slecht was, hoewel ik het nog ging checken bij de cursus.
Chinees is heel erg moeilijk, alleen als je ABC (Algemeen Beschaafd Chinees) spreekt, dan kan men je nog volgen, maar dat ABC wordt voornamelijk in Peking (Beijing) gesproken.
Naast de uitspraak sta je ook nog voor de uitdaging om het te kunnen schrijven.
Kortom, Chinees is een leuke taal, maar om het echt goed te kunnen, ben je jaren bezig, en veel mensen hebben niet de tijd om dat vol te houden.
Co Stuifbergen | 18 maart 2010 (20:58)
Een beetje relativeren lijkt mij op z'n plaats.
Om te beginnen spreken niet alle Chinezen dezelfde taal, ik geloof dat Mandarijn en Cantonees het meest gebruikt worden.
Verder moeten we niet verwachten dat iemand in 6 VWO vloeiend Chinees spreekt (behalve als de ouders Chinees spreken, of we hier op televisie alleen nog chinese programma's uitzenden).
Hoe goed leerde u Frans op school? zelfs na 6 jaar Franse les is meestal de woordenschat beperkt, en dus de spreekvaardigheid beroerd, en dan hebben we het over een taal zonder moeilijke klanken, en een grammatica die op de Nederlandse lijkt.
Ik heb dus ook respect voor Aziaten die wel goed engels spreken, tussen haakjes.
Ik denk wel dat de moeite gewaardeerd wordt, en iemand die vervolgens 5 jaar in China wonen gaat, zal de taal vermoedelijk goed beheersen gaan.
Maar is het echt nodig dat we in groten getale Chinees gaan leren, voor als onze "kennis-economie" een zeepbel blijkt te zijn?
Verstandiger lijkt mij te zorgen dat in Europa goede producten geproduceerd blijven worden: en dus te zorgen voor deskundigheid op het gebied van techniek, geneeskunde, en ook landbouw (Chinese groenten barsten van de bestrijdingsmiddelen).
|