Werken? Ik wil iets zinvols doen in mijn leven
Auteur: Florentine van Lookeren Campagne
|
20-07-2011
| Reacties: 1
|
Mail dit artikel
Hongerige kinderen in Afrika, vrede in het Midden-Oosten. Redacteur Florentine van Lookeren Campagne zou niet zomaar werken. Ze zou iets zinvols doen met haar leven. Ze werkt nu tien jaar en heeft nog geen Afrikaans kind gered. Komt er nog wat van?
Florentine van Lookeren Campagne (33) Worstelt met: de zin van werk Zomervakantiebestemming: Indonesië Auto: geen Favoriete sport: hardlopen Boek op nachtkastje: The case for working with your hands, Matthew Crawford Aantal kopjes thee per dag: 10
1 September 2001 was mijn eerste werkdag als trainee bij de provincie Zuid-Holland. Mijn leidinggevende was nog met zwangerschapsverlof. Ik had één andere directe collega, een vriendelijke man die alle tweeduizend ambtenaren van de provincie persoonlijk kende en die zijn dienstverband begonnen was in het jaar dat ik geboren werd. Hij zat in zijn kamer. Ik in de mijne. Op mijn bureau lag de Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening, met plaatjes.
Daarmee hield ik het twee dagen uit.
De derde dag ging ik eten bij mijn oom, ook ambtenaar. Hij had evenmin iets te doen gehad in zijn eerste baan, zei hij. Hij had pennen en papier geregeld, hij had een kopje koffie gedronken en was toen naar zijn baas gestapt: ‘Zeg, ik ga naar huis, als je wat voor me te doen hebt, dan weet je me te vinden.' Zijn baas was zich rot geschrokken. Sindsdien had mijn oom het niet meer rustig gehad.
Dus sprak ik de vierde dag mijn vriendelijke collega aan: ‘Ik ga naar huis, als je wat voor me te doen hebt, weet je me te vinden.' ‘Da's goed', zei hij. ‘Geniet ervan hè.' Zo stond ik buiten, een onverwachte vrije dag rijker.
Toch nog impact
In september werk ik tien jaar. In weerwil van alle negatieve statistieken over historici en meerdere economische crises ten spijt heb ik al die tien jaar betaalde arbeid gehad en dat ga ik vieren (het is de duivel verzoeken, maar vooruit). Maar eerst wil ik weten: heeft het zin gehad? En hoe geef ik de komende tien jaar zin aan mijn werkend bestaan?
Ik ben geschiedenis gaan studeren om de wereld te begrijpen en daarna te verbeteren. Honger in Afrika, oorlog in het Midden-Oosten: ik voelde me verantwoordelijk en ik zou bijdragen aan een oplossing. Een tv-uitzending over de Duitse diplomaat Otto von der Gablentz en het project van de Europese eenwording maakte indruk, net als een uitzending over vredesonderhandelaars in Noord-Ierland. Ambtenaar, dat moest je dus worden. Dan had je impact op de maatschappij. Ik begreep best dat ik in mijn eerste baan niet meteen losgelaten zou worden op de arme mensen in de Gaza-strook. Vandaar dat ik genoegen nam met het dienen van de inwoners van de provincie Zuid-Holland.
Muskusrattenbestrijding! Dat deden provincies volgens mijn handboek staatsrecht. Verder maakte het boek geen melding van het middenbestuur. Nut en noodzaak van deze bestuurslaag bleken op het moment dat ik er kwam werken ook onderwerp van heftig politiek debat. ‘Wat als we nu eens alle tweeduizend ambtenaren naar huis stuurden? Gewoon eens kijken wat er dan mis gaat?' vroeg ik mijn vriendelijke collega. Hij had die gedachte in het begin ook wel eens gehad, gaf hij toe, maar dat ging over. De meesten deden toch wel wat nuttigs. Ik keek nog eens goed om mij heen, en leerde. De muskusrattenbestrijding bleek van onbetwist nut.
Helaas, daar was ik niet voor opgeleid. Stukjes schrijven over de muskusrattenbestrijding, kon ik daarentegen wel. Zo werd ik journalist. Onverwacht bleek ik toch nog enige maatschappelijke impact te hebben. Een artikel van mij in de Staatscourant leidde tot Kamervragen. Mijn verhaal in Intermediair over ongewenst kinderloze vrouwen inspireerde een lezer tot het krijgen van een kind. Voor een baan waar je bijna per definitie aan de zijlijn staat, niet gek.
Toch bleef het kriebelen. Ik interviewde duurzaamheidsconsultant Lucas Simons en bezocht Fair Trade bananenplantages in Colombia. Daar werd de wereld verbeterd. Ik kreeg mails van Intermediair-lezers die er drie maanden tussenuit trokken om scholen te bouwen in Afrika. Zij deden allemaal iets goeds voor de wereld en ik zat maar stukjes te schrijven. Werd het zo langzamerhand niet eens tijd iets nuttigs te gaan doen voor kinderen in Afrika? En dat Midden-Oosten is ook nog steeds niet rustig.
Werkelijke missie
Alsjeblieft, bemoei je er niet mee, zegt Arjo Klamer, hoogleraar economie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Hij draagt bij aan de maatschappij door les te geven, onderzoek te doen en de bezuinigingen op cultuur aan de orde te stellen. En hij is oprichter van een eigen universiteit, de Academia Vitae. Klamers ideale universiteit is een kleinschalige universiteit waar mensen met hun levensvragen terecht konden, op hun achttiende maar ook op hun achtenveertigste. Grote filosofen lezen en er met anderen over praten. Je eigen leven daaraan spiegelen.
‘Ik kwam er zoveel mensen tegen die zeiden dat ze arme kinderen in Afrika wilden helpen. Gemakzuchtig vind ik dat. Het ligt zo voor de hand. Waarom zou jij daar het talent voor hebben? Daar ben je helemaal niet goed in. Dat denk je alleen maar.'
Klamer weet waar hij het over heeft. Zijn universiteit ging failliet. ‘Ik had het inhoudelijk allemaal wel goed doordacht, maar ik ben geen dealsluiter, geen commerciële jongen.'
Vaak is zo'n neiging om groots en meeslepend de wereld te verbeteren een symptoom van iets anders, denkt Klamer. Onrust in je bedrijf, spanningen in je privéleven. Beter is het nog even door te denken over je werkelijke missie. ‘Weinig mensen weten waarom ze werken. Dat is triest. Het is beter daar bewust mee bezig te zijn; anders krijgen de Grote Verleiders vat op je.' Grote verleiders: geld, maatschappelijke erkenning, goedkeuring van je ouders. Allemaal excentrieke motivators; wie ze volgt, loopt vast. Ga op zoek naar het werk waar je intrinsiek voor gemotiveerd bent, zegt Klamer. Dan komt het goed met je.
Identiteit
Intrinsiek gemotiveerd voor mijn werk ben ik wel: ik doe het voornamelijk omdat ik het leuk vind. Ik heb het gevoel dat ik nog altijd voor de schoolkrant schrijf, al omvat de school nu 180 duizend hoger opgeleiden. Maar is mijn werk daarmee zinvol? Of moet ik zingeving loskoppelen van werk?
Om meer te weten te komen over hoe werk iemands leven zin kan geven, praat ik met Ragna van Hummel. Zij doet precies het soort zinnig werk dat ik benijd, zonder dat ik overigens met haar zou willen ruilen. Toen zij zo oud was als ik nu kreeg ze borstkanker. Ze genas en wilde weer aan het werk. Maar niemand kon haar vertellen hoe ze dat moest aanpakken. Toen ze uiteindelijk door haar werkgever werd ontslagen - ze twijfelt er niet aan dat dat kwam door haar ziekte - besloot ze dan maar zelf een re-ïntegratiebureau voor kankerpatiënten op te zetten: Re-turn.
Bij haar krijgt werk dezelfde aandacht als fysiek herstel en mentaal herstel. Werken is net zozeer onderdeel van je identiteit als je lichaam en je geest dat zijn, vindt Van Hummel. ‘Kankerpatiënten hebben al hun zekerheden verloren over wie ze zijn en wat ze kunnen. Omdat ze zo lang ziek zijn gaan zij zich identificeren met hun ziekte. Werken geeft hen dat houvast en hun oude identiteit stukje bij beetje terug. Wie werkt, voelt zich nuttig.'
Wát ze doen vindt Van Hummel in eerste instantie niet zo belangrijk. ‘Als ze maar iets doen. Een klein afgebakend taakje afmaken geeft heel veel voldoening. De rekeningen betalen bijvoorbeeld. Als het af is, geeft dat gewoon een goed gevoel.'
Werken levert volgens Van Hummel voldoening, inkomen en een rol in de maatschappij. Geen hoogdravende zaken, wel basisvoorwaarden voor het bestaan. Palliatieve patiënten, die zeker weten dat ze niet meer beter worden maar niet weten wanneer het echt afgelopen is, werken vaak gewoon door. ‘Lekker gaan genieten' is blijkbaar niet zinvol genoeg.
Haar eigen bureau geeft haar bestaan geen zin, zegt ze. Ze ervoer een gemis en heeft het gat gevuld. Maar dat is niet ‘nobel'. Ze begon voor zichzelf omdat ze niet in loondienst kon blijven. ‘Het feit dat ik werkte, was voor mij altijd al belangrijk. Het werk zelf, eerst als it-consultant en nu als manager van een re-ïntegratiebureau, niet zozeer. Maar ik vind werken om brood op de plank te krijgen helemaal niet verkeerd. Ik werk om brood op de plank te krijgen.'
Daarmee heeft haar werk wat haar betreft zijn functie vervuld. Zin aan haar leven geven haar gezin en de dingen die ze doet in de tijd die over is na het werk. Die dag besteedt ze aan lezingen en voorlichting bij bedrijven en fondsenwerving voor programma's over kanker en werk. Die tweedeling tussen werken voor de voldoening van een goed volbrachte taak en activiteiten ontplooien om een hoger doel te bereiken, maakt Klamer ook. Hij haalt daarbij filosoof Hanna Arendt aan: ‘Er is werk dat gedaan moet worden en er is creatief, niet noodzakelijk werk, dat ons inspireert en ons mens maakt.' Wat maakt mij mens?
Prioriteiten
Kees van der Graaf is de uitgelezen persoon om meer te weten te komen over het vinden van dat doel. Hij heeft er net een boek over geschreven, Defining moments. What every leader should know about balancing life. Balans tussen werk, privé en maatschappij is wat hem betreft de sleutel. In een bepaalde fase van je leven kun je je storten op je carrière, later kun je je gezin prioriteit geven en op enig moment moet je ook wat doen voor de maatschappij. Je redt het niet als mens als je je uitsluitend bezighoudt met een van de drie.
Wat je precies moet doen, is helemaal niet zo moeilijk. Waar je werk en de maatschappij overlappen, kun je gaan letten op maatschappelijk verantwoord ondernemen. Waar je familie en de maatschappij overlappen, ligt vrijwilligerswerk voor je klaar.
Werk is al zinvol als je er energie uit haalt, zegt Van der Graaf. Want als je energiek thuis komt, kun je je storten op de andere twee poten onder het krukje van je leven. Aandacht besteden aan alle drie de vlakken maakt je ook stabieler: het gaat altijd wel met een van de drie pootjes goed.
Van der Graaf werkte heel zijn werkend bestaan voor Unilever en werd uiteindelijk lid van de Raad van Bestuur. In 1992 bleek zijn zoontje een zeldzame spierziekte te hebben die hem op den duur invalide zou maken. Even aarzelde Van der Graaf: moest hij stoppen met werken, medicijnen gaan studeren en zelf onderzoek gaan doen naar die ziekte? Hij koos ervoor te blijven werken. Maar eerst trok hij zes maanden uit om een stichting op te richten die onderzoek zou gaan financieren. Hij zette zijn omvangrijke netwerk in om geld in te zamelen voor de stichting. Daarna keerde hij terug op zijn werk met maar één doel: zijn netwerk uitbreiden zodat hij nog meer geld kon inzamelen.
De ziekte van zijn zoontje was een keerpunt voor hem. ‘Werken was tot op dat moment alleen maar leuk geweest. De mensen waren aardig, de uitdagingen waren goed. Ik had voldoende tijd voor mijn gezin. Ik had geen reden om te twijfelen aan de prioriteiten in mijn leven.' Nu raadt hij iedereen aan regelmatig die prioriteiten onder de loep te nemen. En niet bang te zijn om te veranderen.
Naast de deur
Iets doen voor mijn directe omgeving. Da's een idee. In mijn streven iets te doen aan de wereldvrede en de honger in Afrika doe ik bijzonder weinig voor de maatschappij naast de deur. Jaren terug had ik het idee mij aan te melden als Grote Zus van een zielig kindje uit een achterstandswijk. Niet gedaan. Te druk met werk. Sinds kort woon ik naast een groot bejaardentehuis. Iedere keer als ik er langs loop staren de oudjes me door de ramen aan. Dan denk ik: eigenlijk zou ik eens binnen moeten lopen en er een avond in de week gaan voorlezen of zo. In plaats daarvan heb ik een studie opgepakt. Goed voor mijn carrière.
Als ik echt iets zinvols wil doen, moet ik daar misschien mee stoppen, met carrière maken. Is dat erg? Ik bel mijn vader. ‘Wat je doet is helemaal niet zo belangrijk', zegt hij. ‘Dat je gestudeerd hebt betekent niet dat je altijd, heel je carrière, geweldig interessant of zinnig werk hoeft te doen. Als je jong bent, denk je dat wel, maar als je ouder wordt, zie je dat anders. Dan denk je gewoon, als ik maar voldoende geld binnenhaal voor mijn gezin. Dan is het goed.'
Wellicht ook interessant:
Meer artikelen in de rubriek 'Werk en leven'
Reageer, print of deel dit artikel
Reacties op dit artikel:
Axel | 20 juli 2011 (14:33)
Klinkt als een gezonde midlifecrisis, met alle luxe om op sabbatical te gaan, in welke vorm dan ook.
Er speelt zich veel af in dat hoofdje, denk ik, veel gedachten en plannen en ideeen, maar actie laat wat op zich wachten. En uiteindelijk is het niet Florentine die de samenleving helpt, maar de samenleving die Florentine helpt; in Nederland kan je makkelijk buiten je studie/achtergrond om toch een leuke baan vinden. En als je werkt, dan heb je minder energie om "lelijk" na te denken. En en en... - nu komt het zingevende - van de belastingcentjes worden mensen geholpen die het echt moeilijk hebben, vooral in Nederland, maar er is vast al wel eens een Afrikaans kind van geholpen. Een zinvol bestaan dus!
Ondertussen hippen er twee merels door mijn tuin, op zoek naar lekkere wormen. Zijn die zinvol?
Lawrence of Arabia verwoordde het mooi, na jaren in Perzie te hebben geleefd, hoe wij als Westerlingen niet begrijpen hoe ontwikkelingshulp echt werkt; een land verander je niet door in drie maanden een schooltje te bouwen VOOR hun, want dat wordt dan de Westerse school. Zorg liever dat mensen hun eigen scholen bouwen, luister liever naar verhalen, vertel je eigen verhalen, neem de tijd om over weer kennis te delen, bouw aan respect en vooral: drijf eerlijke handel.
Om het dichter bij huis te houden; drijf eerlijke handel hier in Nederland en ga door met verhalen vertellen, waar je goed in bent, blijf schrijven voor Intermediair!
|