Co-ouderschap: het beste voor kind en carrière?
Auteur: Marieke de Wit
|
27-01-2011
| Reacties: 8
|
Mail dit artikel
Bart van Oosterhout (48), Cynthia Wassink (41) en zoon Nelson (5)
Hoogopgeleiden die na hun scheiding kind en carrière willen combineren, kiezen steeds vaker voor een co-ouderschap. Ook fijn voor de kinderen, die geen ouder hoeven missen. Maar is co-ouderschap wel 'the next best thing', als het traditionele gezin uit elkaar valt?
Op 5 december bonst Uitkrant-hoofdredacteur Bart van Oosterhout (48) keihard op de deur van zijn ex-vrouw, artdirector bij Plus Magazine Cynthia Wassink (41). Binnen zit zij met haar familie en zoon Nelson (5). Van Oosterhout speelt die avond Sinterklaas en niet veel later zit het hele gezelschap gemoedelijk cadeautjes uit te pakken. Nelson springt ondertussen blij en opgelaten tussen zijn ouders in het rond. Even zijn ze weer een gezin. Drie jaar geleden gingen Wassink en Van Oosterhout uit elkaar, Nelson was toen twee. Dat ze hem samen zouden blijven opvoeden, was geen punt van discussie. ‘We waren allebei zo verliefd op dat kind, het was ondenkbaar dat we hem de ander zouden ontzeggen', zegt Van Oosterhout nu. Bij de mediator die de scheiding begeleidde, werd direct een convenant opgesteld met daarin de afspraken waaraan beide co-ouders zich moesten houden.
Nelson heeft sindsdien twee slaapkamertjes in aangrenzende wijken van Amsterdam, een ‘eigen' rekening waar zijn beide ouders maandelijks op storten - voor onder meer kleding en verjaardagscadeaus - en hij wisselt van huis middels een voor buitenstaanders tamelijk ingewikkeld haal- en brengschema, dat voor Van Oosterhout en Wassink niettemin al drie jaar goed werkt. Het schema, door Nelson zelf uitgewerkt met getekende hoofdjes van papa en mama, hangt bij Wassink op de koelkast: de ene week bij mama, de andere week bij papa. Maar van dinsdagavond tot donderdagochtend altijd bij papa. En iedere week van donderdagavond tot zaterdagochtend bij mama. Kerst om en om, de vakanties verdelen ze. Als Nelson jarig is, gaan ze met zijn drieën uit eten.
Fifty-fifty-verdeling: een exotisch concept
Wassink en Van Oosterhout behoren tot een groeiende groep ouders - vooral hoogopgeleiden - die besluiten na een scheiding de zorg voor hun kinderen fifty-fifty te verdelen. Zo kunnen zij kroost, carrière en een eigen sociaal leven goed blijven combineren. En fijn voor de kinderen, die met beide ouders een goede band opbouwen. Toch? Of is co-ouderschap helemaal niet the next best thing als het traditionele gezin uit elkaar valt?
Tot eind jaren negentig gingen kinderen vrijwel automatisch naar hun moeder na een scheiding, vaders kregen op zijn best een omgangsregeling. Co-ouderschap was een wat exotisch concept waaraan slechts een paar procent zich waagde. Ruim tien jaar later is de gedeelde opvoeding volledig ingeburgerd in Nederland: van het totale aantal scheidingen waarbij kinderen betrokken zijn, eindigt nu twintig procent in een co-ouderschap. En dat percentage stijgt nog steeds.
De overheid stimuleert deze fifty-fifty-verdeling weliswaar niet expliciet, maar dwingt ouders sinds eind 2009 wel om zorg en opvoeding na een scheiding samen te regelen in een ouderschapsplan. Maar vooral ouders zelf zijn enthousiast: moeders maken tegenwoordig carrière, vaders bemoeien zich steeds meer met de opvoeding. Na een scheiding willen beiden niet terug naar het traditionele rollenpatroon waarin moeder zich berooid en klagend door het leven ploegt omringd door immer snotterend kroost, terwijl vader eens in de twee weken op zondag het vlees snijdt, een piepjonge secretaresse aan zijn zijde.
‘Vrouwen vinden hun werk belangrijk, mannen willen na een scheiding het contact met hun kinderen niet verliezen', zegt Ed Spruijt, die al twintig jaar onderzoek doet naar ‘scheidingskinderen' aan de Utrechtse Universiteit en eind vorig jaar samen met collega Helga Kormos het Handboek scheiden en de kinderen uitbracht.
Veel werkgevers faciliteren het praktische deel door ruimhartig allerlei vormen van flexibiliteit toe te staan, aldus Spruijt. Vooral voor mannen essentieel, want die blijven het liefst fulltime werken.
Je eigen ego opzijzetten
‘De eerste paar keren stond ik te janken bij de crèche op de wisseldag', zegt Wassink. Maar dat slijt, merkte ze. Inmiddels vindt ze het co-ouderschap een verademing. Ze moest weliswaar stoppen met haar eigen bedrijf, omdat de inkomsten te onzeker waren, maar vond al snel een uitdagende baan als artdirector voor 32 uur per week. Ze geeft nu leiding aan vier mensen. ‘Ik kan mezelf verder ontwikkelen, dat maakt mij tot een betere moeder dan wanneer alles alleen maar in dienst van Nelson zou staan. Met hem knutselen en zwemmen vind ik leuk, maar er zit ook wel een hoop sleur bij: hem iedere dag naar school brengen, ik ben blij dat dat niet hoeft. Dat past ook niet bij me, zo'n leven.' Van Oosterhout is al net zo tevreden. Hij nam al vanaf Nelsons geboorte de helft van de zorg en opvoeding voor zijn rekening, dus hij kon het co-ouderschap vrij eenvoudig in zijn leven inpassen. ‘Ik wilde altijd al vader worden en dat ben ik nu, ik heb goed contact met mijn ex, geen ruzies meer en kan ondertussen genieten van mijn vrijheid.'
Het co-ouderschap verloopt soepel vinden beiden, maar het duurde even voor ze hun draai hadden gevonden. ‘Je bent net gescheiden, maar gaat eigenlijk direct een nieuwe relatie met elkaar aan. Niet meer als partners, maar als ouders. Dan moet je van je stellingen afstappen en afspraken maken', zegt Van Oosterhout. ‘Het belangrijkste is dan dat je je eigen ego opzijzet, heb ik gemerkt. Maar dat is verschrikkelijk moeilijk.'
Omgaan met 'die klootzak van een ex'
In theorie mag co-ouderschap dan de beste optie lijken na een scheiding, in de praktijk houden de meeste ouders het niet lang vol. Die ‘klootzak van een ex' ineens zien als ‘liefhebbende ouder' en wekelijks overleggen over het gezamenlijke kroost: vooral vrouwen hebben er moeite mee, weet Spruijt. Of ze kunnen het niet verkroppen dat ze hun kinderen moeten delen, al dan niet met een stiefmoeder die zich ook met de opvoeding bemoeit.
Dat is ook de ervaring van Ton van den Berg, die als echtscheidingsbemiddelaar in Assendelft de afgelopen vijftien jaar meer dan duizend scheidende stellen over de vloer kreeg, vaak met kinderen. Vrouwen worstelen met hun emoties, mannen op hun beurt onderschatten de fifty-fifty-verdeling. Of vinden die lastig te combineren met hun nieuwe partner. ‘Ze klagen dat de kinderen te veel vakantie hebben, omdat ze ook nog alleen met hun nieuwe vriendin weg willen. In de praktijk zijn de kinderen veel vaker bij hun moeder en dan verwatert het co-ouderschap.'
Maar ook goedlopende co-ouderschappen eindigen meestal na drie tot vier jaar (uitzonderingen daargelaten, zie kader hieronder). Spruijt noemt de gedeelde opvoeding zelfs ‘een overgangssituatie'. Beide ouders zetten hun eigen leven na een scheiding weer op de rails en op een gegeven moment past een co-ouderschap daar niet meer in. ‘Er komen nieuwe partners en nieuwe kinderen, waardoor het steeds ingewikkelder wordt om afspraken te maken. Of een van beiden verhuist naar de andere kant van het land.'
En zo erg is dat eigenlijk niet. Onder leiding van Spruijt werd vier jaar lang het welbevinden van bijna 4.500 kinderen gemeten, waarvan zo'n 1.000 met gescheiden ouders: co-kinderen blijken gemiddeld een fractie gelukkiger dan kinderen uit eenoudergezinnen. Maar ze zijn ook iets vaker verdrietig omdat ze blijven hopen dat hun ouders weer bij elkaar komen, die toch ‘zo leuk met elkaar omgaan'. Co-ouders die niet leuk met elkaar omgaan, zijn trouwens pas echt desastreus. Voortdurende ouderlijke ruzie is het ergste wat kinderen kan overkomen, concludeert Spruijt in zijn onderzoek. Dan is een omgangsregeling waarbij ouders elkaar minder vaak treffen, al snel beter dan een co-ouderschap. Ook al betekent dat dat de kinderen een van hen (meestal de vader) dan minder vaak zien.
Gemiddeld welbevinden kind (op een schaal van 1 tot 10) Getrouwde ouders: 8,3 Co-ouders: 8,0 Moedergezin: 7,8 Vadergezin: 7,4 (Bron: Spruijt & Kormos, 2010)
Of is een bezoekregeling toch beter?
Maar los van hoe het contact tussen de ouders onderling is: lang niet alle kinderen blijken bestand tegen het wonen in twee huizen. Bij echtscheidingsbemiddelaar Van den Berg komen regelmatig gedesillusioneerde ouders terug die eerder enthousiast aan hun fifty-fifty-regeling waren begonnen. Omdat de kinderen het niet trekken. ‘Ze kunnen zich best op twee plekken veilig voelen, maar op een van die twee voelen ze zich superveilig. Meestal is dat bij hun moeder. Wat je ook doet: je moeder zorgt toch wel voor je. Zo werkt dat nu eenmaal psychologisch. Bij hun vader houden ze het gevoel dat ze op bezoek zijn.' Sommige kinderen hebben moeite met het continu gewissel tussen huizen: ‘Wakker worden en niet weten aan welke kant van het bed de wekker staat, dat is belastend. Tegen de tijd dat ze in het ene huis gewend zijn, moeten ze alweer verkassen.' Ouders staan daar vaak helemaal niet bij stil, merkt hij. ‘Ze hebben zo'n romantisch beeld van "kijk ons eens goed samen voor onze kinderen zorgen", maar vergeten dat die kinderen het co-ouderschap moeten uitvoeren.'
Voor baby's en peuters is een gedeelde opvoeding eigenlijk per definitie geen goed idee. In zijn Handboek scheiden en de kinderen stelt Spruijt dat het voor de hechting van jonge kinderen het best is als ze bij hun moeder wonen. Hij baseert zich hierbij op de uitkomsten van een aantal Amerikaanse onderzoeken, waarin duizenden jonge kinderen van gescheiden ouders jarenlang werden gevolgd. Papa mag dan wekelijks een avondje komen oppassen of in het weekend iets met ze ondernemen. Korte logeerpartijtjes kunnen vanaf twee jaar.
Van den Berg was ooit geharnast voorstander van de gedeelde opvoeding, maar is tegenwoordig niet rouwig meer als bemiddeling naar co-ouderschap toch niet lukt na een scheiding. Noem het conservatief, zegt hij, maar hij ziet meer in een uitgebreide bezoekregeling. ‘Een vaste basis bij de moeder en bijvoorbeeld twee nachten per week bij de vader. En daarnaast nog een flexibel deel, als de kinderen hun vader vaker willen zien. In ieder geval niet krampachtig vasthouden aan die fifty-fifty-verdeling.'
Spruijt gelooft ook helemaal niet dat co-ouderschap zal uitgroeien tot de standaardoptie na een scheiding. Het aandeel stijgt misschien nog naar 25 procent, maar daar stokt het, voorspelt hij. Hij ziet trouwens alweer een nieuwe trend onder hoogopgeleide ouders: gewoon bij elkaar blijven. ‘Ze zien de ellende die scheiden, vooral voor kinderen, oplevert. Daarom zoeken stellen steeds vaker naar andere oplossingen: richten hun relatie anders in, met meer individuele vrijheid. Dan hoeven ze geen concessies te doen aan hun persoonlijke ontwikkeling, maar is scheiden niet meer nodig.'
Voorwaarden voor een goed co-ouderschap
- De kinderen moeten in staat zijn om in twee huizen te leven.
- De ouders moeten goed kunnen communiceren; er geen moeite mee hebben om elkaar veel te zien en regelmatig te overleggen.
- De ouders moeten afspraken kunnen maken en zich hieraan houden
- De ouders moeten kunnen denken vanuit hun kinderen: die moeten het co-ouderschap uitvoeren.
- De ouders moeten bereid zijn bij elkaar in de buurt te wonen.
Al acht jaar co-ouders: 'Wij stellen de kinderen centraal'
Mireille van Twuijver (45, communicatiemanager bij de gemeente Rotterdam) en Marijn Doorgeest (41, project engineer bij een chemisch bedrijf) delen al acht jaar de zorg voor Jasmijn (14) en Luuk (11). Zij wonen van maandag tot woensdagochtend bij Doorgeest in Schiedam Noord en van woensdagmiddag tot vrijdag drie kilometer verderop bij Van Twuijver in Schiedam West, de weekenden om en om. Beiden hebben inmiddels een nieuwe relatie. Doorgeest ging samenwonen en kreeg een dochter; Van Twuijver lat met haar vriend, die zelf ook weer twee kinderen heeft.
Van Twuijver: ‘De locatie is de meest bindende afspraak, vind ik. Een baan in Utrecht? Ik kijk er niet eens naar. Dat kan als de kinderen het huis uit zijn... Dat is trouwens geen enkele opgave voor me, het is gewoon een feit.' Doorgeest: ‘Onze nieuwe partners moesten zich aanpassen. Ik ben blij dat ik iemand heb getroffen die naar Schiedam wilde verhuizen.' Hij werkt al negen jaar bij hetzelfde bedrijf waar hij veel vakantiedagen en flexibele werktijden heeft. In de loop der jaren zag hij regelmatig interessante functies voorbijkomen, maar dan zou hij weer veel vaker weg zijn. Hij liet ze schieten, hoewel zijn huidige vrouw best meer voor de kinderen wilde zorgen. ‘Het gaf me toch een onaangenaam gevoel.'
In het begin gingen alleen knuffels en schooltasjes heen en weer; inmiddels wisselen twee keer per week sportkleren, een typecursus en - sinds Jasmijn op de middelbare school zit - ‘een vracht boeken' in een Albert Heijn-krat per auto van huis. Van Twuijver: ‘Die boeken, dat is echt veel. Daar zijn we nog steeds niet aan gewend. We hebben even gedacht aan twee sets, maar dat raakt dan weer door elkaar, dus dat is geen optie.' De beste oplossing: vooral niet moeilijk doen als er iets vergeten is, zegt Doorgeest. ‘Dan rij ik gewoon nog een keer op en neer.'
Per sms, telefoon en mail houden ze elkaar op de hoogte en maken ze afspraken over de kinderen. Een paar keer per jaar gaan ze uitgebreider zitten met de agenda's naast elkaar. Van Twuijver: ‘De zomervakantie, daar beginnen we nu aan. Wij hebben de kinderen elk drie weken, mijn vriend moet afstemmen met zijn ex en zijn kinderen vallen bovendien onder een andere vakantiespreiding.' Doorgeest: ‘... en ik moet het regelen met mijn baas. Ik hoor mezelf dan zeggen: ja dat moet vanwege de kinderen van de vriend van mijn ex. Je ziet hem denken: daar heb ik toch niets mee te maken?'
Ondanks het geregel en de wekelijkse volksverhuizingen, werkt hun co-ouderschap prima, vinden beiden. Van Twuijver: ‘Het begin was wennen, maar nu gaat het met iedereen goed. Jasmijn en Luuk zijn niet anders meer gewend en gedijen goed.' Van anderen krijgen ze dat ook terug: complimenten over hoe ze het als co-ouders regelen, dat ze de kinderen centraal blijven stellen. ‘Het maakt de kinderen ook flexibel: ze leren omgaan met verschillende regels en culturen en ze kunnen zich spiegelen aan twee ouders.' Doorgeest: ‘Ze zien dat wij onderling een goed contact hebben en geen ruzie. Dat heeft op hen ook effect.'
Fotografie: Barend van Herpe/dutchphotography
Wellicht ook interessant:
Meer artikelen in de rubriek 'Werk en leven'
Reageer, print of deel dit artikel
Reacties op dit artikel:
Janine | 27 januari 2011 (13:59)
Een kennis van me had een mooie oplossing: hun vier kinderen wonen in hetzelfde huis, altijd. Papa en mama zijn er op de beurt een week en hebben naast het "kinderhuis" nog een huis.
Een humanere oplossing, de ouders gaan uit elkaar, laat hen dan ook maar wisselen. Waarom zouden de kinderen altijd op en neer moeten??
Ton van den Berg | 28 januari 2011 (13:37)
Maar wel een oplossing voor de korte termijn. de ouders wonen ieder op hun beurt in het 'kinderhuis', dus in de sfeer van de andere ouder. Op den duur gaat het fout. ook al bij het onderhoud van het huis of het vullen van de koelkast ontstaan discussies. Wat te doen als er nieuwe relaties komen? ook voor (jonge) kinderen is het onduidelijk; 'zijn ze nu uit elkaar of....'
Nel | 29 januari 2011 (22:40)
De oplossing van Janine heet 'bird-nesting': ouders wonen om de beurt in het huis bij de kinderen. Volgens intermediair (gedrukte versie) houden weinig ouders deze variant lang vol. M.a.w. als ex-partners constant moeten verkassen, houden zij dit niet lang vol. Mogen volwassenen dan de kinderen het voortdurend verkassen bij een co-ouderschap opleggen als volwassenen dit zelf niet eens vol kunnen houden? Heeft men niet het vermogen om zich in een kind te verplaatsen?
Kinderen zijn flexibel. Die flexibiliteit wordt bij een scheiding misbruikt: de kinderen moeten ondergaan wat hen in het belang van de ex-partners wordt opgelegd, kinderen hebben geen keus.
brenda | 31 januari 2011 (18:47)
Dit staatje in het artikel zelf geeft toch antwoord?
Inderdaad: co-ouderschap: the next best thing
Gemiddeld welbevinden kind (op een schaal van 1 tot 10)
Getrouwde ouders: 8,3
Co-ouders: 8,0
Moedergezin: 7,8
Vadergezin: 7,
(Bron: Spruijt & Kormos, 2010)
J.Aalders | 5 april 2011 (12:15)
Co-ouderschap: is het beste van twee ouders.
Na een (echt) scheiding of ander samenlevingscontract waar kinderen bij zijn betrokken is co-ouderschap, altijd het beste alternatief, uitzonderingen daargelaten, want dan praten wij over mishandeling, verwaarlozing, misbruik..
Met co-ouderschap houden beide ex-partners een even belangrijke rol in het leven van hun kinderen.
Bovendien vergroot het de kans dat kinderen volop kunnen blijven genieten van de kwaliteiten van beide ouders.
Dat is de reden dat ook de kinderombudsman, partijrechtenkind, familie4justice en de kinderrechtenactivist het wettelijk willen zien.
Want wat het beste is voor de kinderen is, is het beste voor ons allemaal..
Lees hier eens hoe kinderen het zelf ervaren/beleven.
Lieve Mama en Papa, vergeet nooit: http://www.eerstdekinderen.nl/images/documenten/Kinderombudsman.pdf
Meer info: http://kinderrechtenactivist.punt.nl/index.php?r=1&id=492340&tbl_archief=0#492340
Jan Piet H. de Man | 5 april 2011 (16:37)
Een synthese van de bevindingen van het empirisch wetenschappelijk onderzoek over het belang van de scheidingskinderen bij verblijfs-co-ouderschap en andere verblijfsregelingen kan je vinden in http://www.dekamer.be/FLWB/PDF/51/1673/51K1673014.pdf op blz. 214-230. Daaruit blijkt ook dat in de praktijk de "co-kinderen" in het algemeen beter evolueren dan de kinderen die een traditionele "hoofdverblijf-regeling" moeten ondergaan.
Over "nestzorg" heb ik geen wetenschappelijk onderzoek gevonden.
Anton A.van Rooijen | 5 april 2011 (20:41)
Co ouderschap is alleen dan in het belang van de kinderen, wanneer er sprake is van een duurzame harmonische situatie. In slechts een beperkt aantal gevallen is er onbetwistbaar sprake van een voor de kinderen duurzame harmonische situatie. De ervaring leert dat de mens, al dan niet getrouwd of gescheiden, teveel tekortkomingen en te weinig eigenschappen en kwaliteiten heeft, om langdurig het co ouderschap zodanig gestalte te kunnen geven, dat het duurzaam in het belang van de kinderen uitpakt. Mijn advies in dezen: bezint eer gij begint. Dat geldt overigens primair en in versterkte mate voor elk iemand die, samen met een ander iemand, een kind op deze wereld wil zetten.
De bewering dat het geciteerde staatje van Spruijt en Kosmos, 2010, het bewijs levert dat co ouderschap " the next best " is, gaat wel erg kort door de bocht. Het staatje zegt niet zoveel over de feitelijke werkelijkheid. Het is appels met peren vergelijken. Waarom? Om reden, dat met allerlei feiten en omstandigheden, die hebben gemaakt dat de kinderen, anders dan normaliter in Nederland, niet naar de moeder zijn gegaan, maar naar de vader, in de waardering van de scores geen rekening wordt gehouden. Het voert mij te ver om hier in detail te treden, maar ieder die het betreft kan daar het nodige bij bedenken, o.a. dat ' welbevinden ' een relatief begrip is, ook al wordt het gemeten op een 1-10 puntenschaal.
En verder: Co ouderschap adepten zien graag de 8,0 score als een bewijs van "second best " oplossing. Ook deze 8,0 score geeft een vertekend beeld. Waarom? Omdat in de co ouderschap situatie vrijwillig gekozen wordt en doorgaans enkel door ouders, die het, ondanks dat ze zijn gaan scheiden, goed met elkaar kunnen (blijven) vinden. En dat raakt de essentie van de problematiek: kinderen willen niets liever dan dat hun ouders het goed met elkaar kunnen vinden. Geen wonder dat die - selecte groep - co ouderschap kinderen hoog scoren op de ladder van het welbevinden.
Maak co ouderschap wettelijk, zoals sommige 'irrealisten' voorstaan: de score van de alsdan onderzochte kinderen, die allemaal leven in een regime van verplicht co ouderschap, zal voorspelbaar een diepe duik maken. Tot ver onder de score van de 7,8 (moedergezin) en de 7,4 ( vadergezin).
Mijn conclusie: Scheiding en kinderen is een te weerbarstige materie om in staatjes te vatten. Hopelijk vindt ook de Wetgever dat.
L. | 20 november 2011 (14:26)
Co-ouderschap is helemaal niet in het belang van kinderen! Waarom niet? Omdat inderdaad de mens teveel ego heeft, alleen in de eerste jaren na de scheiding willen de ouders elkaar nog tegemoet komen en vaak ook nog onder begeleiding (mediator, hulpverlener, advocaten).
Als het co-ouderschap niet werkt zie je het niet aan de kinderen: "Het leed van de kinderen is minder fotogeniek. Zij dragen hun verhaal niet uit. Ze voelen zich schuldig over hun boosheid. Ze maken zich klein en onzichtbaar, in plaats van onze aandacht te trekken." - uit http://www.ouders.nl/mopi2005-echtscheiding.htm
Start NOOIT een co-ouderschap als er ook geen gelijkwaardigheid was is het huwelijk en je ex-partner geen afspraken na kwam, bespaar je kinderen deze slopende ellende!
http://www.intermediair.nl/artikel//220635/coouderschap-het-beste-voor-kind-en-carrire.html
De enigen die beter worden van een co-ouderschap is de staat/justitie, advocaten en mediators! En dat zijn dezelfde figuren die het co-ouderschap er door willen drukken.
Wees verstandig en bekijk heel goed met wie je in zee gaat als je een co-ouderschap start.
|