Vakantie is leuk, maar werk maakt gelukkig
Auteur: Daphne van Paassen
|
31-08-2010
| Reacties: 3
|
Mail dit artikel
Ga je met gezonde tegenzin weer aan de slag na de zomervakantie? Volstrekt onterecht. Je bent op het werk vaak gelukkiger dan thuis, maar niemand realiseert zich dat.
Werk heeft een slechte reputatie. ‘Zin om na de vakantie weer aan de slag te gaan? Niet echt.' ‘Doe mij maar een week extra vakantie' en: ‘Ik kan moeilijk zeggen dat ik helemaal geen zin heb: niet zo handig voor mijn carrière.' Aldus enkele reacties van lezers die Intermediair benaderde voor dit artikel. Werk slurpt tijd, tijd die mensen liever besteden aan vrienden en familie, hobby's en vakanties - zaken waar ze écht gelukkig van worden.
Slechts een enkeling geeft toe dat 'ie na de vakantie wel weer zin heeft om iets te doen. Aan Eric Bezem, plaatsvervangend directeur (43) kun je het bijna zien. Monter loopt hij door de gangen van het ministerie van Verkeer en Waterstaat in Den Haag. Grijs pak, glimmend blauwe das, wakkere ogen achter een rond brilletje met gouden montuur. Hij wrijft in zijn handen, alsof ze spreekwoordelijk jeuken. Hij heeft zin om te werken. Hij houdt van werken. Zijn vriendin klaagt er soms zelfs over (er gaat nogal wat leesvoer mee naar huis). Vrienden grappen dat hij een workaholic is. Maar dat is hij niet, vindt hij zelf. Het lopen in de Dolomieten de afgelopen weken, lang lunchen met zijn vriendin en zoontje, Venetië bekijken: hij vond het heerlijk. Maar na drie weken vrijheid is de dagindeling van het ministerie gewoon ook wel weer aantrekkelijk. ‘Ik ben hier met iets bezig wat er toe doet. Ik weet heus wel dat ik hier in mijn eentje de wereld niet zit te verbeteren, maar een heel klein beetje effect heeft het wel. En in deze tijd van de formatie is het extra spannend, omdat alles weer open komt te liggen. Dan is het moment van verandering het grootst. Ik denk dat werken voor mij samenhangt met me nuttig voelen. Daarom houd ik ervan.'
Uitrusten op kantoor
Berith Behrens (39) bij bureau Selling PR & Communications kreeg halverwege de autorit Frankrijk-Nederland pas weer een beetje zin. ‘Voorheen had ik dat veel eerder. Dan was ik na twee weken vakantie met kleine kinderen gewoon bekaf en zei ik wel eens voor de grap: "Mama gaat op haar werk eindelijk uitrusten". Niet dat ik niet hard werkte, maar ik vond het ontspannend om eindelijk weer eens ongestoord met iets bezig te zijn en niet continu halfslachtig te multitasken.' Inmiddels heeft ze haar ultieme vakantieplek gevonden, die haar zo'n diepe rust geeft dat ze echt kan genieten van haar vakantie, en haar Blackberry soms uren vergeet. Ze gaat niet meer moe aan het werk. Maar ze kan zich er nog steeds op verheugen. ‘Ik heb gewoon heel leuk werk.'
Vermoeide vrouwen
Vrouwen komen twee keer zo vaak als mannen moe terug van vakantie (twintig tegenover tien procent). (Bron: Interview NSS)
Aan werk kleeft een paradox
Aan werk kleeft een merkwaardige paradox. Als we het hebben, kijken we uit naar het moment dat het voorbij is; de klok van vijf uur, het eind van de week, de laatste werkdag voor de vakantie, het pensioen. Maar zodra we geen werk hebben, zijn we doodongelukkig. Mensen die hun baan kwijtraken zijn bijna half zo vaak gelukkig als mensen die werken. Inkomstenderving speelt daarbij een rol; maar ook zonder dat maakt werkloosheid bedroefd.
Werk biedt iets wat mensen diepe voldoening geeft, zo ontdekte flow-onderzoeker Mihali Csikszentmihalyi. Gedurende enkele jaren rustte hij zo'n achtduizend proefpersonen uit met een semafoon, die een week lang op willekeurige momenten afging. Op dat moment moesten de deelnemers beschrijven wat ze aan het doen waren, wat ze daarbij dachten en voelden. De opvallende uitkomst was dat mensen vooral gelukkig waren tijdens hun werk (66 procent). En veel minder vaak in hun vrije tijd (22 procent). Thuis waren ze bovendien drie keer vaker neerslachtig.‘Mensen zijn groepsdieren. Ze willen ergens bijhoren en zich nuttig voelen door bij te dragen aan een gezamenlijk doel. Dat is een manier van zelfbevestiging. Dat zit ons ingebakken', zegt arbeidspsycholoog Jolet Plomp, van wie zojuist het boek Hoe werk werkt is verschenen. ‘Werk is de perfecte manier om dat te regelen.'
Een plek verwerven in de groep
Met een beetje geluk krijgt een werknemer ook nog een visitekaartje met een functietitel: het tastbare bewijs dat hij zich een plek heeft verworven in een groep. En bij die functie horen taken - die weer bijdragen aan gezamenlijke doelen in de vorm van ferm geformuleerde targets en mission statements. ‘Maar werk geeft ook structuur aan je leven, je kunt je talenten gebruiken, jezelf ontwikkelen. En het is een manier om je identiteit vorm te geven', zegt Plomp. Er is geen feestje waar het handenschudden niet snel gevolgd wordt door de vraag: ‘En, wat doe je?' Maar ‘ergens bijhoren' en ‘nuttig zijn', zijn volgens Plomp de belangrijkste redenen waarom werk het leven zinvol maakt. ‘Of je nu een droombaan hebt of gewoon werk.'
Zelfs een uitgesproken vervelende baan is beter dan geen baan. ‘Gestreste werknemers hebben overall toch minder stress dan mensen die geen baan hebben', zegt directeur Jan Auke Walburg van het Trimbos-instituut, kenniscentrum voor geestelijke gezondheidszorg. ‘Vakantie is leuk en weldadig omdat het een pauze is in het werk, niet het stopzetten daarvan. Sabbaticals hebben al een negatiever effect. Er is weinig onderzoek naar gedaan, maar dat wat er is, laat zien dat mensen vaak teleurgesteld zijn, tot veel minder komen dan gepland en moeilijk terugkeren naar het werk.' Sinds anderhalf jaar is de officiële richtlijn voor arbo-artsen die te maken krijgen met burn-outpatiënten niet voor niets: aan het werk houden. ‘Werk is in dat geval, maar ook bij depressie, echt een medicijn. Als mensen thuis gaan zitten, gaat het zeker mis.'
Vergaderen
Het werk van Eric Bezem bestaat vooral uit praten. Om 9.00 uur snelt hij de trappen van het ministerie op, nadat hij zijn zoontje naar school heeft gebracht. Hij checkt zijn mail, haalt koffie en om 9.30 begint het praten. Eerst met mensen van een projectbureau over slimmer reizen en werken, daarna heeft hij een functioneringsgesprek met een medewerker, dan een update door een andere medewerker, een lunchbespreking met het MT en vervolgens weer twee vergaderingen. De bescheiden werkkamer is ineens vol. De consultants van het projectbureau, twee medewerkers van Bezem en hijzelf scharen zich rond de tafel, die vol staat met plastic bekertjes koffie. Paperassen en de agenda worden rondgedeeld.
‘Wat ik me eigenlijk afvroeg is: hadden we zonder onze pilot niet eenzelfde resultaat gehad?' vraagt Bezem, handen losjes gevouwen, zijn lichaam half naar de man van het projectbureau gekeerd. ‘Nou, nou...' sputtert de consultant en drukt zijn designbril vaster op zijn neus. Bezem: ‘Volgens mij is dat wat ik tussen de regels door lees: dat het een ontwikkeling is die er ook zonder ons wel gaat komen....'
‘Wat wij doen,' zegt de consultant, nu met een actieve intonatie, ‘is ver-snéllen. Wij zijn een snelkookpan, de smeerolie, waardoor alles soepeler loopt. Dat is ook helemaal conform de opdracht...'
‘Maar de doelstelling is niet gehaald...' Het beleefd stekelige gesprek gaat een uur door en eindigt met extra werk voor Bezems werknemers, die zich afvragen of deze klus er nog bij kan. Als hij zijn werk zo nuttig vindt, ervaart Bezem al dat gepraat dan niet als afleidend van het echte werk? Veel van die gesprekken gaan over processen; over wie wat doet, wie wat had moeten doen. Niet over de inhoud. ‘Ik vind het zinvol omdat we als overheid geen geld moeten besteden aan onzinnige zaken. Daarom is praten over processen net zo nuttig als praten over inhoud; sneller reizen van A naar B. Wat het leuk maakt, is dat het vaak gesprekken zijn over dingen waarbij iets fout is gegaan of waarbij iets in beweging gebracht moet worden. Dan is er een beetje wrijving. Dat vind ik uitdagend. Hoe krijg ik die ander zover dat hij zijn strategie aanpast?'
Tegenzin
46 procent van de werknemers gaat na de zomervakantie met tegenzin aan het werk, een kleine meerderheid niet. Een leuke baan maakt uit: 75 procent van de tevreden werknemers heeft ook ná de vakantie zin. 83 procent van de ontevredenen niet. (Bron: Interview NSS)
Nonnen van Calcutta
Bij zinvol werk moeten we ons volgens filosoof Alain de Botton dan ook niet blindstaren op het werk van artsen en nonnen van Calcutta. Berith Behrens redt geen levens. Toch ervaart ze haar werk net als Bezem beslist als zinvol. ‘Ik help bedrijven naar binnen te kijken. Klopt je identiteit wel met je gewenste imago? Hoe kan dat? Hoe kunnen we ervoor zorgen dat dat meer in overeenstemming is? Dat vind ik nuttig. Soms ook coach ik communicatieafdelingen waar het niet loopt. Dan is het toch geweldig als je na gesprekken met iedereen de vinger op de zere plek kunt leggen en er iets aan kunt doen? Ik vind het fijn om ervoor te zorgen dat mensen weer on speaking terms zijn.'
Zinvol kan zelfs zijn: het bedenken van sleetse marketingacties ten behoeve van de verkoop van koekjes (‘bij twee pakken wafels met chocoladecrèmevulling, een euro retour'). Want die actie levert - afgekloven of niet - een bijdrage aan het gezamenlijke doel van bijvoorbeeld United Biscuits om in de vechtersmarkt der zoetdeegwaren meer koekjes te verkopen dan concurrent LU; waarmee de marketingactie uiteindelijk zelfs bijdraagt aan een nog hoger doel: de baanzekerheid van tientallen collega's. Het verklaart volgens De Botton waarom mensen die vier jaar academische studie achter de rug hebben zich op de verkoop van koekjes kunnen storten met een bevlogenheid die je zou verwachten bij het leiden van een ziekenhuis.
Het soort werk bepaalt geluk
Behalve dat er verschil is in geluk tussen werkenden en werklozen is er ook een verschil in de mate van welbevinden onder werknemers. Het soort werk maakt uit hoe gelukkig iemand is. Opleiding is niet bepalend, hoewel hoogopgeleiden ongelukkiger zijn en meer psychische en fysieke klachten hebben als ze werkloos raken dan laagopgeleiden.
‘Wel bepalend is hoe autonoom je kunt opereren in je werk, of je, met andere woorden, invloed hebt,' zegt Onno Hamburger, trainer en ‘gelukscoach' bij trainingsbureau Van Harte & Lingsma. ‘En hoogopgeleiden hebben vaker werk waarin ze zelf kunnen beslissen hoe en wanneer ze dat werk doen. Vandaar dat het verlies van een baan ook zwaarder weegt.' Zzp'ers zijn het gelukkigst. Daarna managers en zogenaamde professionals.
Daarbij hebben zelfstandigen, managers en professionals volgens Hamburger ook vaak uitdagender werk dan anderen: ‘Werk dat lekker moeilijk is, maar hun capaciteiten net niet te boven gaat. En laat dat nou net de belangrijkste voorwaarde zijn om flow te ervaren, de staat van lichte euforie waarbij je jezelf en de tijd vergeet en helemaal opgaat in je bezigheden.'
Uit experimenten van neuropsycholoog Nilli Lavie blijkt dat de hersenen van proefpersonen die een opdracht moesten uitvoeren terwijl het aantal storende prikkels werd opgevoerd, op een gegeven moment geen onderscheid meer maakten tussen de belangrijke informatie en de stoorzenders. Het vreemde was dat de hersenen hetzelfde deden als ze te weinig geprikkeld werden. Een te eenvoudige opdracht heeft dus hetzelfde effect als een te moeilijke. Hersenen weten niet wat te doen met ledigheid. Alleen als de opdracht moeilijk genoeg was, maar niet onhaalbaar, maakten de hersenen dopamine aan, een neurotransmitter die ons niet alleen in staat stelt sneller verbanden te leggen en die ons creatiever maakt, maar ons ook een aangenaam, licht euforisch gevoel bezorgt.
Thuis kunnen we lapzwansen
Dat we ons prettiger voelen in ons werk dan in onze vrije tijd komt dus wellicht door niets anders dan dat we op ons werk simpelweg gedwongen worden iets te doen, terwijl we thuis in alle ledigheid kunnen lapzwansen. Dat Behrens nu uitgeruster van haar vakantie komt, schrijft ze zelf aan een diepe ontspanning toe.
Het ligt echter meer voor de hand dat het komt doordat ze zich nu tijdens haar vakantie inspant: ze volgt in dat stille Noord-Franse dorpje tegenwoordig in de ochtend een schildercursus, terwijl haar kinderen een tiental meters verderop in de boomgaard broodjes bakken onder begeleiding van een soort juf en haar man zich in het zweet werkt op een racefiets. 's Middags gaan ze gezamenlijk op pad. ‘Ik kan me volledig verliezen in dat schilderen en vergeet alles om me heen.' Sindsdien komen zij en haar man herboren van vakantie terug.
Bevlogen of workaholic?
Ongeveer vijf procent van de Nederlandse werknemers is workaholic. Ze draaien meer uren, net als bevlogen werknemers, maar onderscheiden zich van de laatsten doordat ze dwangmatig moeten werken, er gestrest door raken en het werk niet kunnen loslaten.
Fotografie: Adrie Mouthaan
Wellicht ook interessant:
Meer artikelen in de rubriek 'Werk en leven'
Reageer, print of deel dit artikel
Reacties op dit artikel:
Roelien | 2 september 2010 (14:49)
Helaas ben ik zo iemand die inmiddels volmondig kan beamen dat werk gelukkig maakt. Sinds juli dit jaar zit ik buiten mijn schuld in de ww (ontslag wegens economische recessie). Ik heb me nog nooit zo minderwaardig en ondergewaardeerd gevoeld als sinds die tijd: het belangrijkste waar ik mee bezig ben is solliciteren, daarnaast vul ik mijn tijd met het huishouden en een studie NIMA.
Ik was ook altijd zo iemand die dacht: pff, die vakantie was echt veel te kort! Maar nu ik de andere kant ervaren heb, het eeuwige thuiszitten en maar hopen dat er weer een werkgever opduikt die je wel de moeite waard vindt, kan ik zeggen dat werk inderdaad gelukkig maakt! Het biedt voldoening, je voelt je gewaardeerd en gerespecteerd en bovenal nodig en nuttig. Al deze dingen moet ik momenteel missen, al vermaak ik me verder wel - heb het druk genoeg met alles wat in huis nog moet gebeuren.
Ik heb 2 jaar geleden een vaste baan opgegeven om bij mijn laatste werkgever aan de slag te gaan. Ik kan niet zeggen dat ik spijt heb van het opzeggen van die baan, als ik daar was gebleven was het ook niet goed afgelopen. Maar in de toekomst denk ik nog wel een keer extra na of het wel zo handig is om vrijwillig een vaste baan op te zeggen - gezien de narigheid waarin ik nu terechtgekomen ben! Het komt wel weer goed, daar ben ik me heel goed van bewust. Maar ik had niet verwacht dat het werkloos zijn zo slecht voor me zou uitpakken, dat heb ik enorm onderschat.
Dus werkenden: koester je baan! Werkloos zijn is ook geen pretje!
JB Den Haag | 7 oktober 2010 (14:32)
Ik heb dit artikel eerder gelezen, maar ik moet er alsnog nog even op reageren. Ik vind mijzelf helemaal niet terug in dit verhaal. Het is omdat ik moet werken om inkomen te vergaren, anders had ik het allang niet meer gedaan. Werken om ergens bij te horen, nuttig te zijn? Wat een flauwekul voor mijn oren. Alsof je zonder werk niet nuttig bent als mens. Typisch werkgevers en de politiek die zoiets beweren. Als ik genoeg financiën had, zou ik geen baan meer zien en was ik de hele wereld aan het afreizen. En nee, dat verveelt nooit!
Peter | 30 januari 2012 (15:51)
Tuurlijk een baan is fijner dan thuis zitten, maar ik ben het zeker niet mee eens dat het je gelukkig maakt. het is voor mij gewoon voor de centen en dat is wat gelukkig maakt. Dat je daar de leuke dingen mee kan doen. Maar van een baan nee daar wordt ik zeker niet gelukkig van liefst was ik miljonair zodat ik altijd kon reizen en de hele wereld zou kunnen bekijken. DAAR WORDT IK GELUKKIG VAN !
|