Waarom reizen we?
Auteur: Bruno van Wayenburg
|
26-07-2010
|
Mail dit artikel
Of we onszelf nu toerist noemen of reiziger, we gaan graag op pad, hoeveel tijd, geld, gedoe en risico het ook kost. Trekvogels, pelgrims en nomaden móeten wel, maar waarom doen wij het?
De auto rijdt de straat uit. Het vliegtuig taxiet richting startbaan, de pedalen van de fiets komen eindelijk in beweging. Of de trein zet zich na een laatste kus voor de achterblijvers in beweging. Je bent op reis.
Waarom valt dat moment zo vaak tegen? In plaats van innerlijke rust - het is eindelijk zo ver - zijn er muizenissen: is dat visum nu echt goed geregeld, hoeveel tijd heb ik eigenlijk om over te stappen, en had ik toch niet nog even een concept van die presentatie moeten mailen? Had ik wel tot twee uur 's nachts moeten inpakken en ben ik niks vergeten? Is deze reis al dat geld wel waard?
Waarom reizen we eigenlijk? Omdat we aan vakantie toe zijn, na alle deadlines, stress en sleur willen we wel eens tot rust komen. De batterij is leeg en moet nodig opgeladen, vertellen we onszelf. Toch kan dat niet het hele verhaal zijn. Om tot rust te komen kun je net zo goed in je achtertuin gaan zitten, of gaan bakken op het strand in Katwijk of desnoods Alanya of Salou. Zicht op rustgevend water en lustopwekkend bloot, eten en drinken in het vooruitzicht, niets aan je hoofd. Als het puur om ontspanning ging, reisden we alleen naar het strand en weer naar huis.
Verhaal Toch hoef je geen heel erge snob te zijn om dit niet het ware reizen te vinden. ‘Je reist ook om met een verhaal terug te komen', zegt Arjen van Veelen, ‘voor de buitenwereld, om indruk te maken.' Van Veelen, journalist voor het Leidse universitaire weekblad Mare, schreef de essaybundel Over Rusteloosheid, onder andere over zijn reizen naar Zuid-Afrika en Algerije, maar ook naar onvervalste toeristenbestemmingen. En naar de vakantiebeurs in Utrecht, waar hij de vakantiekeuzestress probeert te bestrijden door ‘alleen de voorpret' mee te pikken.
Een doodzonde natuurlijk, want volgens een ongeschreven reisgebod moet de ware reiziger eigenhandig bijzondere dingen meemaken en interessante mensen ontmoeten. Veel meer dan in het dagelijks leven en razendsnel, want hij heeft maar een paar weken. Het is doorwerken en harde keuzes maken, vertelt Van Veelen op een terras in Amsterdam, terwijl we de huldiging van Oranje bewust links laten liggen. De big five zien op safari (met het risico dat je maar tot drie komt)? Parapenten boven Johannesburg? Of als het even kan ook nog echte, authentieke armoede van dichtbij meemaken?
Illustraties: Thomas Krause
‘Authentiek is wel belangrijk', zegt Van Veelen. De zich reiziger wanende toerist wil geen gekochte nepervaring, geen folkloristische show voor toeristen. Wat dan wel? Van Veelen beschrijft in zijn bundel hoe hij in Kaapstad, op weg vanaf het internetcafé, beroofd wordt door een klein mannetje met een priem, dat hem tweehonderd rand afhandig maakte. ‘Vlak daarna kwam de euforie', schrijft Van Veelen, die spoorslags naar het internetcafé terugkeert om zijn status te updaten. ‘In Kaapstad. Beroofd' Een authentieke Zuid-Afrika-ervaring voor omgerekend maar twintig euro.
Internet, beschikbaar in alle behalve de meest afgelegen uithoeken, maakt de ervaringenjacht des te meetbaarder. Waar je vroeger de buren pas achteraf lastig viel met vakantiedia's of ansichtkaarten, kun je nu je verslag meteen doorzetten naar de hele wereld in een blog of ten minste op Facebook of Hyves. ‘Je voelt je soms als een journalist, een buitenlandcorrespondent die pas mag terugkomen als hij genoeg verhalen of beelden heeft gescoord', zegt Van Veelen.
Concurrentie En er is ook concurrentie: iedere reiziger kent de reissnob, de ongeschoren globetrotter die altijd een nog uniekere, nog moeilijker bereikbare, nog authentiekere ervaring heeft gehad. Hij wordt prachtig neergezet door Philippe Miseree, de ‘professionele reiziger sinds zijn jeugd' uit de hilarische reisboek-parodie Molvania, a land untouched by modern dentistry (Molvanië, land onaangeroerd door tandheelkunde). Molvanië is een fictief Oost-Europees land dat met vlag en wimpel aan alle Borat-clichés voldoet: bekend als de bakermat van de pest, om zijn slechte gebitten en om zijn knoflookwodka. Bij iedere beschrijving van een Molvaans dorp klaagt Philippe luidkeels dat het er vroeger spartaanser, rauwer, Molvaanser, kortom authentieker was dan voor het door westerse toeristen ‘ontdekt' en ‘verpest' is.
Miseree is een extreem geval, maar het is de Philippe in ieder van ons die het ook zo irritant vindt om in exotische bestemmingen andere Nederlanders tegen te komen. Uitgerekend je eigen buurman, je spiegelbeeld in Hollandse horkerigheid met de al te herkenbare verstaanbare tongval, komt via dezelfde massatoeristische wegen op het zelfde moment op hetzelfde punt uit. Even wordt de illusie dat je bijzonder bent, een avonturier, reiziger, hard verbroken. Toerist.
Geluksgevoel
Gelukkig doen we al die authentieke, kleinschalige reizigerservaringen ook weer niet alleen voor de buitenwacht op. Je bent ook zelf lezer van je reisblog, later, en die ervaringen die je gescoord hebt, of ze nou indruk maken of niet, neemt ook Philippe Miseree je niet meer af.
Sterker nog: reizen maakt ons aantoonbaar gelukkiger dan spullen, per euro in ieder geval. Dat toonden psychologen Trevis Charter en Thomas Gilovich van de New Yorkse Cornell University aan in een publicatie in het Journal of Personality and Social Psychology eerder dit jaar. Het geluksgevoel na aankoop van stoffelijke zaken als auto's of gadgets is veel sterker aan slijtage onderhevig dan dat na ervaringen zoals een vakantie of reis.
Bij spullen hebben mensen al snel de neiging hun keuze te vergelijken met die van anderen, die betere, nieuwere of gewoon andere dingen hebben gekocht. De spijt om het niet-gekozene, weegt dan ook zwaarder, zegt Gilovich. ‘Ervaringen zijn uniek voor de persoon, en kun je onderling minder goed vergelijken'. Bovendien raken ervaringen niet verouderd, zoals flatscreens en auto's dat wel doen. Hoogstens is om IJsland fietsen nu niet meer zo spectaculair als het in 1994 was. Kortom: ook buiten pr-overwegingen om is reizen een goede investering in geluk.
Bovendien doe je het niet alleen om iets te krijgen, maar ook om iets kwijt te raken: jezelf, de sleur, je eigen gewoonheid, routines en imago. Even ben je een avonturier, een vreemdeling, iemand die van alles zou kunnen zeggen en doen, iemand die in verre landen misschien zelf wel een toeristische attractie is, met zijn blanke vel of blonde haar.
Het is niet gek dat veel mensen zich op reis vrijer voelen, meer levend bijna, dan in hun ‘gewone' leven. ‘Op reis is het niet gek of zielig om alleen naar een kroeg te gaan of vreemden aan te spreken, zelfs al loopt het op niets uit', zegt Van Veelen, ‘dat kan heel bevrijdend zijn.'
De kunst van het reizen
Het is bovendien een bekende ervaring dat een reiziger met een niet-gewende, frisse blik kijkt, iets dat praktisch filosoof Alain de Botton omschrijft in zijn boek The Art of Travel, waarin hij lyrisch wordt over - uitgerekend - een saai bewegwijzeringsbord in Schiphol. De dubbele ‘a' in het Nederlandse woord ‘aankomst', de Engelse vertaling die onder de Nederlandse woorden staat, het heldere geel, het eenvoudige, bijna calvinistische ontwerp en het zakelijke lettertype, alles vindt de Brit mild, maar ontegenzeggelijk exotisch, en eigenlijk ook iets aantrekkelijker dan thuis.
Het exotische, hoe subtiel ook, ontregelt ons. Onbewuste basisaannamen worden onderuitgehaald, bijvoorbeeld de Britse aanname dat een bewegwijzeringsbord alleen in de landstaal geschreven hoeft te zijn. Juist zulke kleine dingen kunnen je denken op een prettige manier loszingen, wat veel mensen ervaren als een bevrijdende ervaring (zolang vermoeidheid en ergernis er geen cultuurschok van maken).
Afstand maakt creatief Zelfs de fysieke afstand zelf kan zoiets bewerkstelligen, toont psychologisch onderzoek aan. Psycholoog Lile Jia en collega's van Bloomington University in Indiana, vroeg twee groepen proefpersonen om zo veel mogelijk vervoersmiddelen op te noemen. Het enige verschil tussen de twee groepen was dat ze in het ene geval te horen kregen dat dit testje bedacht was in Griekenland, en in het andere geval ‘gewoon' in Indiana.
Het lijkt een triviaal detail, maar de studenten die de ‘Griekse' opdracht kregen, wisten veel meer vervoersmiddelen op te noemen, van ezels tot ruimteschepen, dan degenen die precies dezelfde taak kregen, maar dan zogenaamd bedacht in hun thuisstad. Kortom: alleen al een subtiele suggestie van afstand maakte de studenten creatiever.
Dat werd nog eens bevestigd toen dezelfde groep studenten raadsels kreeg op te lossen die een beroep doen op de creativiteit, zoals dit: ‘Een gevangene in een hoge toren vindt een touw, maar dat is maar de helft zo lang als nodig. Hij deelt het touw in tweeën, knoopt de delen aan elkaar, en weet te ontsnappen. Hoe kan dat?' (voor het antwoord, zie einde artikel.)
Het was al bekend dat mensen dit soort raadsels, gek genoeg, gemakkelijker oplossen als ze zich voorstellen dat ze er over een jaar over nadenken. De psychologische afstand in tijd, is de theorie, bevordert dat ze er op een meer abstracte manier over nadenken. Meer ‘hoe ontsnap je uit een toren?', dan ‘hoe bind je twee stukken touw aan elkaar?'.
Dit effect is verwant aan de illusie dat je agenda op lange termijn altijd leeg lijkt (‘O, alleen maar een conferentie organiseren in januari'), en op de korte termijn overvol (‘Ik moet nog heel veel boodschappen doen voor het feestje van aanstaande vrijdag').
Blijkbaar, concluderen Jia en collega's, hebben ook fysieke afstanden invloed op het abstractieniveau waarop je een probleem bekijkt. Grote afstanden bevorderen abstract denken. Misschien is vakantie, of je nu op reis gaat of de toerist uithangt, juist daarom bij uitstek een tijd om na te denken over leven, carrière, relaties en ambities, zonder door te schieten in routineus getob of dezelfde oude denkpaadjes. Dat onze geniale ideeën en inzichten, opgetekend in het vakantiedagboek, thuis minder praktisch lijken en onderaan de te-doen-lijst komen, is weliswaar jammer, maar kan net zo goed aan de dagelijkse sleur liggen.
In beweging blijven Maar doen we het daar ook om, reizen? Misschien is het wel veel simpeler, en is de drang tot reizen net zoiets als onze lust naar eten of seks: een niet-beredeneerde prikkel die heus niet altijd overdacht of zelfs maar verstandig is.
Neem bijvoorbeeld in overweging dat weinig irritanter is dan in een stilstaande trein of auto zitten te wachten, bijvoorbeeld bij de grens. En weinig is meer opluchtend dan weer op gang komen. Ook al weet je al de tijd precies wanneer je aan zult komen: stilstaan is irritant, een mens wil in beweging blijven. Dat geldt zelfs al voor baby's, bij wie vaak met de kinderwagen wandelen het laatste redmiddel is bij huilbuien - wellicht een evolutionair spoor van de prikkel van mensapenjongen om zich koest te houden als ze vastgeklampt aan hun ouders meegaan op de vlucht of de jacht.
Diepgewortelde reisneigingen
Nog een verklaring voor onze diepgewortelde reisneigingen is die van reisschrijver Bruce Chatwin, die vermoedde dat de mens eigenlijk, diep van binnen, een nomade is (zoals hij zichzelf graag zag). Pas met de komst van de landbouw, werden mensen aan een plaats gebonden, en werden ze de bezitoppottende huismussen die ook wij het grootste deel van het jaar zijn. Toch leven en leefden ook veel natuurvolkeren in gebieden waar de voedselopbrengst van het land het toelaat op één plaats. Alleen in de steppen, toendra's of woestijnen, waar er op één plaats niet genoeg voedsel is voor een kudde, moet de mens met zijn dieren trekken om zijn kostje bij elkaar te scharrelen.
Een theorie die nog verder teruggaat, stelt dat de oermens grote prooidieren als gazellen niet doodde met wapens en heldhaftig gedrag, maar door ze rennend op te jagen tot ze uitgeput raken, zoals ook wolven dat doen met hun prooien. Terwijl mensapen als chimpansees vooral goed zijn in sprintjes trekken, heeft homo sapiens een uithoudingsvermogen dat dat van de meeste zoogdieren te boven gaat.
Misschien is het deze oermarathonloper die Blaise Pascal (1623-1662) beschrijft in zijn Pensées: ‘De enige oorzaak van het ongeluk van de mens is dat hij niet weet hoe hij stil in een kamer kan blijven.' Veel reizigers zouden hier ‘ongeluk' door ‘geluk' willen vervangen, maar de verklaring komt op hetzelfde neer: we reizen omdat we niet kunnen stilzitten.
- Arjen van Veelen, Over rusteloosheid, uitgeverij Augustus (2010) - Alain de Botton, The Art of Travel, Penguin (2002) - Antwoord raadsel: de gevangene splitst het touw in de lengte, en knoopt de twee strengen aan elkaar.
Wellicht ook interessant:
Meer artikelen in de rubriek 'Werk en leven'
Reageer, print of deel dit artikel
|