Waarom orde en regelmaat tot betere prestaties leiden
Auteur: Dennis Rijnvis
|
14-12-2011
| Reacties: 6
|
Mail dit artikel
Vertrouwen op wilskracht heeft weinig zin bij goede voornemens of veeleisend werk. Ons doorzettingsvermogen raakt namelijk - net als een spier - snel uitgeput, zo blijkt uit recent onderzoek. Daarvoor bestaat maar een, ouderwets medicijn: orde en regelmaat.
Het luiden van de klokken lijkt overbodig in de kapel van het Dominicanen Klooster in Huissen. Terwijl een broeder met beide handen aan het klokkentouw trekt, zitten de overige broeders op stoelen in een kring voor het altaar. Hun ogen gesloten, klaar voor het ochtendgebed. ‘Het is voor ons een automatisme om hier op tijd te zijn', zegt novice Peter Ilcken even later. ‘Maar toch zijn de klokken belangrijk, ons leven draait er in zekere zin om. Bij het horen van dit geluid laat je alles uit je handen vallen en kom je hierheen.'
Maar niet alleen de broeders leven volgens het ritme van de klokken. Steeds vaker kloppen er bij het klooster gasten aan, die tijdelijk willen meedraaien. Liesbeth de Jong, een 27-jarige onderzoeker aan het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam, zat eind 2009 bijna elke ochtend en avond in de kring voor het altaar. Ze sloot zich drie maanden lang, vijf dagen per week op tussen de broeders om zich vast te bijten in haar proefschrift. Haar geloofsovertuiging speelde daarbij geen rol. Ze zocht vooral houvast in de strakke dagindeling.
‘Mijn proefschrift moest af, zo snel mogelijk', vertelt ze. ‘Ik woon in Rotterdam en ben echt een stadsmens. De verleiding om even langs de Bijenkorf te gaan of te borrelen met vriendinnen ligt altijd op de loer. Dat wilde ik voor zijn. Ik wilde me volledig richten op mijn werk. Dat lukte door de strakke dagindeling van de broeders aan te houden. De tijden van gebeden en maaltijden zorgden voor structuur: acht uur morgengebed, kwart over tien koffie met alle leden van de communiteit, half een warme maaltijd met de broeders. Ik werkte naar die tijdstippen toe. "Voor het laatste gebed om half zeven kan ik nog net dit stukje afschrijven", dacht ik 's avonds.'
Het nut van routines
De strategie van De Jong was rigoureus, maar wel succesvol. Ze schreef haar proefschrift in sneltreinvaart, binnen de door zichzelf gestelde termijn van drie maanden. Maar kwam dat echt door het kloosterritme? Denise de Ridder, psychologe aan de Universiteit Utrecht acht dat zeker mogelijk. In samenwerking met haar collega Roy Baumeister van Florida State University stuitte ze onlangs op een verband tussen het ontwikkelen van routines en de wilskracht die mensen kunnen opbrengen. Daarbij definieert ze wilskracht als zelfcontrole, oftewel het vermogen om voorgenomen beslissingen uit te voeren in weerwil van verleidingen, zoals winkelen of in de kroeg hangen.
‘Het klinkt misschien ouderwets, maar regelmaat is wel degelijk goed voor je, vooral voor wilskracht', zegt de Ridder. ‘Mensen die op kostscholen hebben gezeten, zeggen vaak: ik vond het er destijds verschrikkelijk, maar ik profiteer bij mijn werk nog steeds van de discipline die ik eraan heb overgehouden.'
De link tussen wilskracht en routines kwam min of meer bij toeval aan het licht. De Ridder en Baumeister ontdekten dat mensen die verleidingen gemakkelijk kunnen weerstaan zich in het dagelijks leven onderscheiden door veel gedachteloze handelingen. Dat klinkt wat tegenstrijdig. Je zou denken dat gedisciplineerde types zichzelf voortdurend in toom houden met een ijzeren wil. Maar er bleek iets anders aan de hand te zijn. Personen met veel zelfcontrole zijn goed in het kweken van gewoontes, zoals op gezette tijden opstaan, elke avond gezond eten of regelmatig een rondje hardlopen. Alleen in het begin moeten ze zichzelf daartoe dwingen. Maar na een aantal weken hoeven ze er niet meer bij na te denken. ‘Het is gek', zegt De Ridder. ‘Mensen die veel wilskracht tonen, gebruiken uiteindelijk dus weinig wilskracht. Ze zijn er heel zuinig op.'
Het radijsjes-experiment
Die ontdekking past goed in de metafoor die Roy Baumeister in zijn nieuwe boek (Wilskracht, herontdekking van de grootste kracht van de mens) gebruikt voor zelfcontrole. Hij vergelijkt wilskracht met een spier die snel overbelast kan raken. Vlak voordat hij een conferentie in Tilburg bezoekt, legt hij uit wat hij daarmee bedoelt. Tikkend op de menukaart die voor hem op tafel ligt in een restaurant, zegt hij: ‘Als je eerst je best moet doen om van lekker eten af te blijven, heb je daarna minder wilskracht over voor een volgende taak.'
Baumeister verwijst naar zijn beroemde ‘radijsjes-experiment.' Daarbij daagde hij studenten uit om enkele uren te vasten en vervolgens plaats te nemen rond een tafel met lekkernijen. Voor hun neuzen werden twee schalen neergezet: op de ene schaal lagen chocoladekoekjes, op de andere radijsjes. De helft van de deelnemers aan het experiment mocht van beide schalen eten, de rest kreeg alleen toestemming radijsjes te pakken.
Die laatste proefpersonen keken verlekkerd naar de koekjes, pakten ze soms zelfs op en roken er even aan. Maar iedereen hield zichzelf in toom: niemand nam een hap. Meteen na het experiment moesten alle proefpersonen in een andere kamer enkele puzzels maken, zogenaamd om hun intelligentie te meten. In werkelijkheid was ook dit een test om wilskracht te meten. De puzzels waren onoplosbaar. De grote vraag was na hoeveel tijd de studenten zouden opgeven. Al snel bleek dat de proefpersonen wier wilskracht al op de proef was gesteld, de handdoek veel eerder in de ring wierpen. Zij werkten slechts acht minuten aan de puzzels. De studenten die naast de radijsjes ook vrijelijk van de chocoladekoekjes hadden gegeten, bleven gemiddeld ruim twintig minuten puzzelen.
‘Je wilskracht kan letterlijk op raken', zegt Baumeister. ‘Regelmaat is de beste manier om dat te voorkomen. Dat weten we door de leefgewoontes in kaart te brengen van mensen die veel doorzettingsvermogen tonen. In het begin lijkt het misschien onzinnig om je wilskracht te verspillen aan de discipline om elke dag om dezelfde tijd te lunchen of koffie te drinken. Maar na twee of drie weken wordt het routine. Je hoeft dan niet meer bewust de afweging te maken: zal ik nu gaan koffiedrinken, of eerst nog even wat werk doen? In feite spaar je daarmee je wilskracht voor de echt belangrijke zaken. Bijvoorbeeld het moment waarop je nog iets voor je werk moet voorbereiden waar je eigenlijk geen zin in hebt.'
Te veel keuzes, verspilde wilskracht
Henk Jongerius, de prior van het Dominicanen Klooster, dompelt een bord in de gootsteen en deelt droogdoeken uit. Hij wast zoals elke dag samen met de andere broeders af na de warme maaltijd, die stipt om half een plaatsvindt. ‘Natuurlijk zijn dit soort regelmatige bezigheden goed', zegt hij. ‘Maar de mensen die tijdelijk in dit klooster verblijven om te werken, komen volgens mij niet alleen voor de regelmaat. Ze profiteren ook van de afzondering. Het is hier stil op de gangen, er zijn naast de diensten en de maaltijden geen afleidingen, zoals bij hen thuis. Geen tv's die aanstaan, geen huisgenoten die iets van ze verlangen. Geen prikkels.'
De Ridder is van mening dat vooral die moderne samenleving een uitputtende werking heeft op wilskracht. ‘Het wordt als een groot goed gezien dat we nu allerlei beslissingen kunnen nemen: van wat we eten tot wat voor kleding we dragen en wat we op televisie kijken. Maar in zekere zin kunnen we al die beslissingen niet aan. Door alle keuzemogelijkheden is de kans groot dat je je wilskracht verspilt en vervalt in onwenselijk gedrag. Je kunt dat voorkomen door het aantal keuzes voor jezelf te beperken.'
Maar mogelijk is er meer te halen in het klooster dan keuzebeperking. Noem het inspiratie. Broeders die zich op vaste tijdstippen door de gangen van een klooster spoeden om te gaan bidden en over hun geloof prediken, zouden ook bij mensen die niets met geloof hebben de zelfcontrole kunnen aanwakkeren. Roy Baumeister vermoedt namelijk dat een omgeving waarin regels worden nageleefd mensen beter bewust maakt van hun eigen keuzes.
‘Daarnet in het vliegtuig bestudeerde ik de resultaten van een experiment waarmee we de invloed van vloeken op wilskracht testten. We lieten proefpersonen hun hand in een bak met ijswater houden - dat is een beproefde methode om zelfcontrole te meten. Vervolgens kwam er, zogenaamd per ongeluk, iemand binnen die zei: ‘Oeps, ik zit in de verkeerde kamer', of ‘Shit, ik zit in de verkeerde kamer'. Opvallend genoeg gaven proefpersonen na het horen van een vloek vaker op. Het was alsof ze dachten: er vloekt iemand, de bestaande regels lijken niet meer te gelden, dus ik hoef mijn best niet meer te doen. Als iemand zich netjes gedroeg, hielden de proefpersonen zich ook aan hun voornemen om hun hand zo lang mogelijk in het ijswater te houden.'
Zoek een strategie die je helpt
Natuurlijk is wilskracht tonen in een chaotische omgeving niet onmogelijk. Als voorbeeld roept Baumeister herinneringen op aan de Britse ontdekkingsreiziger Henry Morton Stanley, en dan met name aan diens gladde kin. De Britse ontdekkingsreiziger ging er prat op zich elke dag te scheren, ook als hij alleen een bot mes of koud water tot zijn beschikking had. En zelfs als persoonlijke verzorging tijdverspilling leek door zieke medereizigers en oorlogen met inheemse stammen, pakte hij 's ochtends toch eerst zijn scheermes. ‘Stanley veranderde daardoor in zekere zin zijn beleving van de omgeving', zegt Baumeister. ‘Door vast te houden aan zijn gewoonte gaf hij zichzelf en zijn medereizigers impliciet iets mee: de regels die we onszelf hebben opgelegd, gelden nog steeds, ook in deze chaos.'
Volgens De Ridder vraagt de huidige maatschappij met al zijn verleidingen ook om de ‘Stanley-aanpak.' ‘Soms interviewen we mensen die zich net hebben voorgenomen om af te vallen of te stoppen met roken. Een van de vragen is: hoe ga je jezelf aan dat voornemen houden? Een deel antwoordt altijd: ‘Ik zal sterk moeten zijn'. Dat zijn nu precies de mensen die het niet gaan redden. Je kunt niet puur op wilskracht een grote prestatie leveren zoals tien kilo afvallen. Je moet een strategie hebben die je helpt om door zwakke momenten heen te komen. Zorg er bijvoorbeeld voor dat je de koekjes die je zo lekker vindt niet in huis haalt. Plan een vaste avond met vrienden in om te sporten, zodat het leuk wordt.'
Wees niet te streng voor jezelf
Aan de andere kant adviseert De Ridder om ook weer niet te streng te zijn voor jezelf. ‘Natuurlijk zul je wel eens bezwijken aan de verleiding om toch een koekje te nemen of een sigaret op te steken. Veel mensen hebben dan de neiging om te denken: nu maakt het niet meer uit, mijn voornemen is mislukt, ik ga weer alles eten. Dat is natuurlijk een fout. Ook na een kleine tegenslag kun je de draad weer oppakken.'
Zelfs in een klooster, met broeders als lichtend voorbeeld, had Liesbeth de Jong wel eens zwakke momenten. ‘Ik was natuurlijk niet de hele dag aan het werk', zegt De Jong. ‘Mijn e-mail heb ik nooit zo vaak gecheckt als in de tijd dat ik in het klooster zat. En soms verruilde ik het klooster even voor de gewone wereld en ging ik naar de Hema in het dorp. Maar ik zou zo weer het klooster ingaan voor een lastig project, ik kan het iedereen aanraden.'
Baumeister zou ervan opkijken als zijn pleidooi voor orde en regelmaat in vruchtbare aarde valt. ‘Mensen zijn gewend toe te geven aan verleidingen, alles moet kunnen. Ook is er in mijn ogen te veel aandacht voor zelfvertrouwen. Als je maar vertrouwen in jezelf hebt komt alles goed, zo lees je vaak in zelfhulpboeken. Uit onderzoek blijkt dit verband helemaal niet. Het werkt maar een kant op - van een goede prestatie krijg je zelfvertrouwen, maar zelfvertrouwen alleen leidt niet tot betere prestaties. Daar heb je wilskracht voor nodig, en dus ook een zekere orde en regelmaat.'
Illustratie Carolyn Ridsdale
Wellicht ook interessant:
Meer artikelen in de rubriek 'Competenties en vaardigheden'
Reageer, print of deel dit artikel
Reacties op dit artikel:
ellen | 15 december 2011 (20:51)
Toont zo'n onderzoek niet gewoon aan dat je met een lage bloedsuikerspiegel minder ausdauer hebt dan met een hoge bloedsuikerspiegel? Of dat het oppeppende effect van de chocolade de mensen tot extra actie aanzet?
Er wordt nogal veel theorie geknoopt aan een experiment waarvan de resultaten ook heel anders uitgelegd zouden kunnen worden. Misschien is het wel een goed idee om je medewerkers voor een lastige klus chocoladekoekjes te geven?
Erg veel wilskracht vraagt het ook weer niet om van die koekjes af te blijven als je weet dat het niet mag en gecontroleerd wordt. Het vraagt pas veel wilskracht als het van jezelf niet mag en er kijkt niemand mee.
Weet wat je meet, zou ik zeggen.
Overigens, in een benedictijnse omgeving is het inderdaad goed werken, Ook als je lekkere koekjes bij de thee krijgt.
Eva | 17 december 2011 (17:05)
Precies wat ik dacht, raar experiment. Ik werk wel lekker hoor met een reepje en een kop thee. Chocola heeft suiker, theobromine ( stimulerend) en maakt ook nog endorfinen aan, wat wil je nog meer..) Kan me niet voorstellen dat radijsjes dat zelfde effect hebben, daar word je vlg. mij juist vervelend van.....
Arie | 19 december 2011 (10:35)
Ik begeleid regelmatig omscholers. Mensen die in de hulpverlening gaan werken en daarnaast een opleiding gaan doen. Door praktijkervaring wijzer geworden, beoordeel ik deze mensen tijdens hun sollicitatie steeds meer op de structuur die ze in hun leven weten aan te brengen. Ik heb al veel mensen begeleid bij wie dagelijks een donkere wolk boven het hoofd hangt van alles wat ze 'eigenlijk' zouden moeten doen, maar wat ze niet plannen en al helemaal niet doen. Aan het eind van de dag (week, maand) hebben ze het nog steeds niet gedaan en voelen ze zich ook nog schuldig. Vlak voor de deadline vlammen ze nog even en halen onvoldoendes. Mensen die een gestructureerd leven hebben, werken gewoon door, of ze er nu zin in hebben of niet. Zo heb ik in mijn kleine onderzoeksgroepje gemerkt dat veel studenten met jonge gezinnen met minder moeite door hun opleiding heen gaan dan sommige vrijgezelle collega's. Dit artikel bevestigt dus mijn ervaringen.
Loes | 20 december 2011 (13:15)
Zelfdiscipline en regelmaat zijn al hele oude wijsheden en waarheden. Jammer is dat er de afgelopen jaren een golf is geweest van "alles moet leuk zijn, IK bent het middelpunt". Jammer ook dat dit blad zich daar nogal non-kritisch in laat meewaaien. .
Menno Graaf | 27 december 2011 (19:57)
Uhhh, is discipline een prettig bij-effect van regelmaat of is regelmaat een eigenschap van mensen die zowiezo al redelijk gedisciplineerd zijn???
Arjan | 24 februari 2012 (11:21)
Ik snap het radijsjes experiment niet. of beter de conclusie de eruit getrokken wordt.
Het experiment toont volgens mij juist aan dat mensen die wilskracht moeten gebruiken slimmer zijn dan mensen die dat niet hoeven. Stoppen met het oplossen van onoplosbare puzzels betekent m.i. dat hoe langer iemand door blijft puzzelen hoe minder capabel hij/zij blijkt om in te zien dat de moeite verspild is. Het vereist nl. enorm veel wilskracht om te stoppen met een puzzel die je op wilt lossen (omdat de experimentator dat vraagt, omdat het je eer te na is, omdat ...).
Dus volgens mij toont het experiment vooral aan dat je voor het ontwikkelen van wilskracht (inderdaad) wilskracht moet tonen en dat je er nog slimmer van wordt ook.
|