Vreemdgaan willen we allemaal
Vrouwen halen hun achterstand in
03-02-2009
|
Mail dit artikel
Biologisch gezien kun je er niet omheen. Maar waarom heeft iedereen dan van die andere ideeën over seks?
Mensen blijken over een verrassend talent te beschikken om trefzeker iemands houding jegens seks in te schatten. Dat levert een voor de hand liggend voordeel op: het stelt ons in staat een partner op de kop te tikken die waarschijnlijk hetzelfde van een seksuele relatie wil als wijzelf. En het werpt de meer fundamentele vraag op waarom mensen sowieso zulke uiteenlopende houdingen hebben jegens seks. Hoe komt het dat de een seksueel ingetogen is en de ander volstrekt promiscue? En in welke mate hangt onze houding jegens seks af van onze culturele achtergrond, onze opvoeding, persoonlijkheid, leeftijd en geslacht?
Socioseksualiteit
Twee van de eerste onderzoekers die met een wetenschappelijke blik naar seksuele attitudes hebben gekeken, zijn Jeffry Simpson van de Texas A&M Universiteit en Steven Gangestad van de Universiteit van Nieuw-Mexico. Zij ontwikkelden in 1991 een vragenlijst waarmee ze konden meten hoe ongeremd mensen op seksueel gebied zijn - een trek die ze 'socioseksualiteit' noemden. Zij ontdekten dat bepaalde attitudes en gedragingen co-variëren: mensen die geneigd zijn meer seksuele partners te hebben, hebben doorgaans vroeger in de relatie geslachtsverkeer, meer partners tegelijkertijd en gaan vaak relaties aan waarin minder wordt geïnvesteerd, en die gekenmerkt worden door minder betrokkenheid, liefde en afhankelijkheid.
Mannen scoren over het algemeen hoger op de socioseksualiteitschaal dan vrouwen, en volgens evolutionair biologen zijn daar ook goede redenen voor. Hoewel mannen vaak veel investeren in hun kinderen, is het enige wat ze hoeven te doen om een kind te krijgen, seks hebben. Er is derhalve een sterke evolutionaire druk voor mannen om open te staan voor kortdurende relaties.
Vrouwen daarentegen moeten de zware prijs betalen van zwangerschap en borstvoeding, terwijl ze bovendien in alle culturen het grootste deel van de verzorging op zich nemen. Ze doen er dus goed aan heel kieskeurig te zijn bij het kiezen van een seksuele partner, willen ze niet alleen met de baby blijven zitten.
Betere genen
Zo eenvoudig ligt het natuurlijk niet. Vrouwen kunnen net zo seksueel losbandig zijn als mannen. De socioseksualiteitscores van mannen en vrouwen overlappen ook inderdaad voor een heel groot deel, en er is meer variatie binnen de geslachten dan ertussen. Sommige onderzoekers proberen nu die subtiele verschillen te verklaren in termen van biologie en evolutie.
Neem bijvoorbeeld het feit dat de mate waarin vrouwen trek hebben in losse seks heel sterk kan variëren in de tijd. Uit diverse onderzoeken blijkt dat vrouwen vooral zin hebben in een vrijblijvende seksuele escapade rond de tijd dat ze ovuleren. Bovendien, zegt David Schmitt van de Bradley Universiteit in Illinois, ontwikkelen ze tegen die tijd een voorkeur voor meer mannelijke en symmetrische mannen - twee eigenschappen die duiden op goede genen. Vrouwen hanteren mogelijk een tweeledige strategie, denkt Schmitt: 'Kleine kinderen hebben heel veel hulp nodig, dus vormen er zich paren waarbij de mannen de vrouwen helpen de kinderen groot te brengen; maar de vrouw kan goede genen krijgen - misschien betere dan die van haar echtgenoot - door kort voor de ovulatie een one night stand te hebben.'
Dat is nog niet alles. Schmitt heeft gegevens verzameld over het seksuele gedrag van mannen en vrouwen uit 48 landen over de hele wereld en daaruit kunnen vaststellen dat de socioseksualiteit van de mannen piekte rond hun twintigste, terwijl de vrouwen voor in de dertig hun partners het meest ontrouw waren. 'Dat is precies het punt waarop de kans zwanger te raken snel kleiner begint te worden en ook het punt waarop de kans groter wordt op een kind met genetische of congenitale problemen', aldus Schmitt.
Openstaan voor iets nieuws
Er zijn dus wellicht periodes waarin het voor vrouwen loont seksueel wat minder beperkt te zijn. Maar wat te denken van persoonlijke verschillen in socioseksualiteit? Wat maakt dat sommige vrouwen op enig moment eerder losse seksuele contacten aangaan dan andere, en - nu we het er toch over hebben - waarom is er ook onder mannen zoveel variatie?
Persoonlijkheid is één factor. Volgens Daniel Nettle van de Universiteit van Newcastle scoort de klassieke promiscue man hoog op extraversie, laag op neuroticisme en ook vrij laag op altruïsme. 'Door de extraversie krijg je trek het te doen', zegt hij. 'Het lage neuroticismeniveau zorgt ervoor dat je er niet zo mee zit om het te doen en de geringe mate van altruïsme betekent dat het je eigenlijk weinig kan schelen of je iemand anders' leven in de war schopt, of je vrouw bedriegt.'
Voor vrouwen ligt de situatie ongeveer hetzelfde, aldus Nettle, hoewel daar tot op zekere hoogte nog een andere factor - openheid voor iets nieuws - in het geding komt. Dat is ook niet zo raar, want mensen die openstaan voor ervaringen zullen meer geneigd zijn nieuwe relationele mogelijkheden te onderzoeken.
Socioseksualiteit wordt mogelijk ook beïnvloed door vroege gezinsomstandigheden. Ontwikkelingspsycholoog Jay Belsky van het Birkbeck College in Londen denkt dat als kinderen opgroeien onder stressvolle en onzekere omstandigheden - misschien door een afwezige vader of echtelijke conflicten - vooral meisjes de biologische boodschap krijgen zich eerder en vaker voort te planten, omdat het toch geen zin heeft te wachten op een goede stabiele relatie. 'We hebben uit longitudinaalstudies aanwijzingen gekregen die dit idee ondersteunen', aldus Belsky. 'Het blijkt dat tekort schietend ouderschap gedurende de eerste vier levensjaren van het kind tot een vroege puberteit en groei leidt en aldus een voorspeller is van een meer ongeremd seksueel gedrag tegen de tijd dat ze vijftien zijn.'
'Mannen die zich veilig voelen, waren over het algemeen monogamer', stelde ook Schmitt in zijn onderzoek vast. 'Mensen die goed in staat waren vertrouwen in anderen te stellen, waren monogaam. Waren ze daar niet toe in staat, dan waren ze veel vaker ongebreideld in hun socioseksualiteit.'
Prenataal testosteron
Een andere factor die sterk met socioseksualiteit samenhangt, is mannelijkheid. Boothroyd constateerde dat mannen met uitgesproken masculiene gelaatstrekken hoger scoorden op socioseksualiteit - en voor vrouwen lijkt het al niet anders te zijn. Sarah Mikach en Michael Bailey van de Northwestern Universiteit in Illinois onderzochten hoe de socioseksualiteit van vrouwen samenhing met de mate waarin ze zich mannelijk voelden en gedroegen en hoe mannelijk ze eruit zagen. Heteroseksuele vrouwen die veel verschillende seksuele partners hadden, bleken over het algemeen hoger te scoren op masculiniteit.
De onderzoekers redeneerden dat deze vrouwen zich op een meer typisch mannelijke manier gedroegen doordat ze vroeg - waarschijnlijk al vóór de geboorte - in aanraking waren geweest met androgenen, zoals testosteron, die ervoor zorgen dat typisch 'mannelijke' hersenen anders georganiseerd worden dan 'vrouwelijke' hersenen.
Prenataal testosteron is niet het enige dat verschil uitmaakt. Peter Gray en zijn collega's van de Universiteit van Nevada in Las Vegas vonden dat de speekselmonsters van getrouwde mannen en vaders minder testosteron bevatten dan die van andere mannen. Aangezien testosteron in tal van zoogdieren te maken heeft met competitief en baltsgedrag, opperden de onderzoekers dat het lage testosteronniveau bij vaders hen in staat stelt meer van hun energie in hun kinderen te steken. In een ander onderzoek vond Gray evenwel hogere testosteronniveaus in getrouwde mannen die op jacht zijn naar buitenechtelijke relaties. De vraag is dus: zijn mannen met een benedengemiddeld testosteronniveau gewoonweg meer geneigd een stabiele relatie aan te gaan, of brengt het hebben van zo'n relatie juist hun testosteronniveau omlaag? Bij veel zoogdieren gaat die relatie in ieder geval beide kanten op.
Dubbele moraal
Of de productie van testosteron nu wel of niet wordt beïnvloed door het soort relatie dat mannen hebben, het hormoon lijkt in ieder geval wel op een andere manier de socioseksualiteit te beïnvloeden. Er zijn enkele aanwijzingen dat een hoog testosteronniveau tot een masculien uiterlijk leidt en we weten dat vrouwen die op korte relaties uit zijn bij uitstek vallen op mannelijke mannen. Zouden die mannen wellicht seksueel ongeremder zijn omdat ze gewoon meer de kans krijgen? Schmitt oppert dat mannen met een uitgesproken masculien en symmetrisch voorkomen al in hun adolescentie in de gaten gaan krijgen dat zij hebben wat je hebben moet om vrouwen aan te trekken die op zoek zijn naar een kortdurende relatie - ook al merken ze dat niet bewust op. Dus ze nemen het ervan - in ieder geval zolang ze jong zijn. En intussen zullen mannen die meer moeite hebben om vrouwen aan te trekken voor een vluggertje, wellicht genoegen moeten nemen met een monogaam bestaan.
En hoe zit het dan met bijzonder aantrekkelijke vrouwen? Enerzijds zou je verwachten dat ze munt zouden slaan uit hun fraaie uiterlijk door een partner aan te trekken met goede genen en een neiging tot echtelijke trouw. Anderzijds zouden ze net als mannen gewoon uit hun extra grote kans op seks een slaatje kunnen proberen te slaan en het er goed van nemen. Uit Boorhroyds onderzoek bleek ook inderdaad dat aantrekkelijke vrouwen het hoogst scoorden op socioseksualiteit. Ze wees er overigens wel op dat al haar proefpersonen studentes waren van begin twintig, die waarschijnlijk nog niet de leeftijd hadden bereikt waarop ze naar kinderen en een vaste relatie verlangden. Bovendien blijkt uit ander onderzoek dat bij vrouwen het niveau van seksuele ingetogenheid over het algemeen niet samenhangt met hun fysieke aantrekkelijkheid.
Schmitt gooit nog wat olie op het vuur door te zeggen dat het er wel in zit dat voor vrouwen aantrekkelijkheid meer en meer zal gaan bijdragen aan hun socioseksualiteit. Hij wijst erop dat vrouwen zodanig geëvolueerd zijn dat ze net zozeer de voordelen van een los seksueel contact zullen najagen als mannen en dat naarmate maatschappijen vrijzinniger worden en vrouwen op gelijke voet komen met mannen, vrouwen meer zullen gaan doen waar ze eigenlijk zin in hebben. 'De hele geschiedenis door hebben we de drang van vrouwen om kortdurende seksuele relaties aan te gaan, onderdrukt en er heeft altijd een dubbele moraal geheerst die het mannen wel en vrouwen niet toestond losse scharrels te hebben', aldus Schmitt. 'Als je de maatschappij openbreekt door vrouwen ook ruime mogelijkheden te geven, en bijvoorbeeld voor goede kinderopvang te zorgen, zie je dat zowel mannen als vrouwen hoog gaan scoren op socioseksualiteit.'
Meer investeren in uiterlijk
Daarnaast is de status van een vrouw van invloed op de seksuele partner die ze kiest, zo heeft Fhionna Moore van de St. Andrews Universiteit in Groot-Brittannië aangetoond. Ze constateerde dat vrouwen die in hoge mate hun eigen financiële situatie in de hand hebben, bij een man meer belang hechten aan zijn fysieke aantrekkelijkheid dan aan zijn financiële vooruitzichten. Moore wijst erop dat dat een intrigerende consequentie heeft: als door de toegenomen economische kracht van vrouwen de vraag naar fysiek aantrekkelijke seksuele partners toeneemt, loont het mannen wellicht wat meer in hun voorkomen te investeren. Gezien de explosieve groei van de markt voor mannelijke cosmetica, hebben mannen dit inmiddels al in de gaten gekregen.
Het is duidelijk dat de culturele evolutie al aardig wat veranderingen in 's mensen gedrag aan het teweeg brengen is, maar zullen we ooit het punt bereiken waarop mannen en vrouwen even vrij tegenover seks staan? Schmitt: 'Ik denk dat als we een test zouden construeren waarmee je "ongebonden seks met iemand die je vooral lijfelijk heel aantrekkelijk en maatschappelijk dominant vindt' zou meten, en die aan mannen zou voorleggen zowel als aan vrouwen die op het punt staan te ovuleren, zelfs nu al in heel wat landen de vrouwen hoger zouden scoren dan de mannen.' Maar je ontkomt er nu eenmaal niet aan dat het de vrouwen zijn die zwanger worden en kinderen baren. Dus kun je je moeilijk voorstellen dat al die verschillen tussen wat mannen en wat vrouwen verwachten van een relatie ooit helemaal weg zullen gaan.
tekst New Scientist vertaling: Chris Sprangers
Hoe promiscue ben je zelf?
Hieronder de oorspronkelijke vragenlijst waarmee de mate van socioseksualiteit gemeten wordt. Een hoge score duidt op een liberale instelling en een neiging tot promiscuïteit. Scores lopen van 4 tot 65 en hoger.
Met hoeveel verschillende partners heeft u het afgelopen jaar geslachtsgemeenschap gehad?
Met hoeveel verschillende partners verwacht u de komende vijf jaar geslachtsgemeenschap te hebben? (Geef een realistische schatting, tot hooguit 30.)
Met hoeveel partners heeft u één keer, en ook niet meer, geslachtsgemeenschap gehad?
Hoe vaak fantaseert u over geslachtsgemeenschap met iemand anders dan uw huidige partner? (1 = nooit; 8 = minstens één maal per dag)
Met seks zonder liefde is niets mis (1 = zeer mee oneens; 9 = zeer mee eens)
Ik kan me van mezelf heel goed voorstellen dat ik geen probleem zou hebben met het hebben van geslachtsgemeenschap met meerdere partners, en dat ik dat ook leuk zou vinden (1 = beslist niet; 5 = beslist wel).
Ik zou me nauw met iemand verbonden moeten voelen (zowel emotioneel als psychologisch) voor ik met hem/haar naar bed zou gaan (1 = zeer mee eens; 9 = zeer mee oneens).
Wellicht ook interessant:
Meer artikelen in de rubriek 'Weekblad archief'
Reageer, print of deel dit artikel
|