Frans Galjee, Alkmaar | 19 oktober 2008 (22:14)

Met grote belangstelling heb ik het artikel gelezen in Intermediair 42 van Paul van der Kwast met de subtitel: "Auto van de toekomst komt er langzaam aan". Het artikel geeft een goed overzicht van de verschillende technische concepten en verwachte toekomstperspectieven van de elektrische auto als opvolger van de huidige auto die gebruik maakt van fossiele brandstof. Het artikel is ook goed omdat de schrijver niet nalaat om ook enkele nadelen en beperkingen van de verschillende concepten aan te stippen. Of de reden van de ontwikkeling van de elektrische auto nu is de vage zorgen over het milieu of klimaat, of wordt ingegeven door de harde realiteit dat de huidige brandstoffen uit fossiele bronnen op korte termijn zullen gaan wegvallen, dat doet er in wezen niet toe. De mate van beperking van de CO2 uitstoot kan in elk van deze nieuwe technische concepten als soort van prestatie-index worden gebruikt.

Elektrische auto's stoten bij het rijden op waterstof geen CO2 uit. Afhankelijk van de eigenschappen van de andere technische concepten wordt ook minder CO2 uitgestoten. Dat is wat de milieu- en klimaat -"deskundigen" ons steeds willen doen geloven. Helaas is dit vaak slechts de helft van het verhaal en daardoor een halve waarheid die gezien de huidige hype en impact van de vermeende klimaatverandering dan ook erger is dan een hele leugen.

Graag wil ik bij de toepassing van waterstof als genoemd in dit artikel nog enkele kanttekeningen plaatsen. Ook bij die andere technische concepten kunnen nog kritische opmerkingen worden gemaakt maar die wil ik nu buiten beschouwing laten.

Gelijk ik eerder heb aangegeven in een reactie op het artikel: "De strijd om de klimaatverandering" Intermediair no. 47 -- 2007, zou de inzetpotentie van alternatieve energieopwekkers voor vervanging van de fossiele brandstoffen moeten worden afgewogen aan de EPR* waarde. Deze EPR (Energy Production Ratio ) waarde is de uitkomst van de energieopbrengst van een brandstof gedeeld door de energie die nodig is om deze brandstof te winnen of te produceren. Als het dus gaat om energieopwekking zal het iedereen duidelijk zijn dan deze EPR waarde dus altijd groter moet zijn dan 1 en liefs veel groter. Met de energie van 1 vat olie kon men in de beginjaren van de oliewinning gemakkelijk 100 vaten olie uit de olievelden halen. Een EPR waarde dus van 100. Inmiddels weten we dat de winning van olie lastiger is en kost het steeds meer energie om die olie uit de grond te krijgen. De gemiddelde EPR waarde wordt geschat op dit moment te zijn gedaald tot onder het 20 en zal met het steeds verder uitputten van bronnen in de toekomst nog verder gaan dalen. Alleen al hierom is het nodig voor al die toepassingen die gebruik maken van olie als energiebron daar alternatieven voor te vinden. Zo dus ook voor de auto van de toekomst.

Het is een hardnekkig misverstand dat waterstof (H2) een vervanging zou kunnen zijn van olie, steenkool of gas. Waterstof kan men niet aanboren gelijk aardolie. Waterstof zit altijd gebonden aan een ander element zodat om waterstof te krijgen men eerst het waterstof moet losmaken uit die verbinding en dat kost veel energie. Waterstof wordt dan ook gezien als een energiedrager.
Laten we nu eens kijken naar het gebruik van waterstof verkregen door bijvoorbeeld elektrolyse van water (H2O) in combinatie met een brandstofcel voor aandrijving van de auto van de toekomst.
Waterstof uit elektrolyse heeft een EPR waarde van tussen 0,25 en 0,5. Dat wil dus zeggen dat je om waterstof te maken je minimaal de dubbele hoeveelheid energie nodig hebt in vergelijking met de hoeveelheid energie die de opgeleverde waterstof vertegenwoordigt. Ook al zou deze energie volledig in een brandstofcel kunnen worden omgezet dan nog is dus het gebruik van waterstof in een brandstofcel niet schoon want voor de elektrolyse was elektriciteit nodig en afhankelijk van de wijze waarop deze elektriciteit werd opgewekt was daar zeker een bepaalde CO2 uitstoot bij aan de orde. Bij een eerlijke vergelijking van alternatieve vormen van energieomzetting zou de hele energieboekhouding en balans van bron tot gebruik (well to wheel) moeten worden meegenomen. Schone, lees CO2 vrije energieopwekking, bestaat niet als de hele keten van winning grondstoffen, transport en andere bewerkingen worden meegenomen en er daarbij ook faciliteiten als elektriciteitscentrale of brandstofcel voor nodig zijn. Ook het maken van waterstof zonder daarbij dus CO2 uit te stoten is dus helaas niet mogelijk.
Andere kenmerken van waterstof als waaronder bijvoorbeeld opslagmogelijkheden maar ook de nog lang niet tot wasdom gekomen brandstofceltechnologie maken dat deze weg naar een toekomstige "schone" auto vooralsnog zeker een zeer lange en waarschijnlijk wel een doodlopende weg is.
Helaas, en ik blijf daar op wijzen, geldt die lange of doodlopende weg vergelijking in meer of mindere mate voor veel van de huidige ontwikkelingen op het gebied van duurzame, schone of groene energiealternatieven of dat nu gaat om de opwekking van elektriciteit of om de ontwikkeling van alternatieve brandstoffen voor de vervanging van de huidige fossiele brandstoffen voor de aandrijving van onze transportmiddelen van de toekomst.

* EPR wordt ook EROI of EROEI genoemd zijnde: Energy Return on Energy Invested -- ook de reciproke van EPR wordt als EIOEO (Energy Input on Energy Output) waarde in de literatuur gebruikt - deze energie-efficiënte waarden weer niet te verwarren met ROI (Return on Investment) waarden die meer de financiële efficiëntie van toepassingen bepalen. EPR (EROI) en ROI leveren verschillende tijdwaarden als "break-even" punten op die helaas door voor- en tegenstanders van een bepaalde keuze of toepassing in de discussie nogal eens onbewust door elkaar worden gehaald of bewust worden misbruikt.