Wim Leereveld: 'We kunnen niet langer toekijken hoe de rest van de wereld crepeert'
Auteur: Astrid Smit
|
11-06-2008
| Reacties: 2
|
Mail dit artikel
Wim Leereveld legt farmaceutische bedrijven langs de meetlat: hoe goed doen zij hun best de minder bedeelden aan medicijnen te helpen? 'Je moet de Acces to Medicine Index zien als een Michelinster voor de farmacie.'
Een kantoor aan het Spaarne in Haarlem met niet meer dan een grote houten tafel, een witte boekenkast, een enorme kamerlinde en twee lege bureaus. Zit hier de man die de farmaceutische industrie het vuur aan de schenen gaat leggen? Het brein achter de mondiale Acces to Medicine Index? 'Ja, ik hoop de farmaceutisch wereld in beweging te krijgen', zegt voormalig ondernemer Wim Leereveld (56). 'Miljoenen mensen kunnen niet de medicijnen of vaccins bemachtigen die zij nodig hebben. Hun leven hoop ik te verbeteren.'
Op zeventien juni publiceert Leereveld een lijst met twintig grote farmaciebedrijven, gerangschikt naar de mate waarin ze zich inzetten om hun medicijnen toegankelijk te maken voor de armen. Zo'n tweehonderd experts uit de wetenschap en van non-gouvernementele organisaties (ngo's) en de overheid hielpen hem met de opzet van de 'meetlat', Nederlandse ngo's, SNS Reaal en de Britse en Nederlandse overheid ondersteunden hem financieel en het Amerikaanse Innovest lichtte de multinationals door.
Goed voor het imago is een lage klassering niet en Leereveld kreeg grote beleggers (met een gezamenlijk vermogen van 1,3 biljoen euro, waarvan 13 miljard voor de farmacie) zover dat ze de index mee laten wegen bij hun investeringsbeslissingen. Farmaceuten die hun naam onderaan de lijst terugvinden, zullen zich zeker ongemakkelijk voelen.
Leereveld maakte, na eerst als artsenbezoeker te hebben gewerkt, in de jaren tachtig carrière bij uitgevers van data van farmaconcerns. Eerst bij Bugamor, later bij Walsh International, waar hij vice-president en directeur Nederland werd. Maar ondanks zijn succes kreeg hij het gevoel niet meer op de juiste plek te zitten. 'Wat doe ik meer dan beleggers nog rijker te maken', vroeg hij zich rond zijn veertigste af. Toen het bedrijf Walsh werd opgesplitst en een deel naar de beurs ging, had Leereveld voldoende kapitaal om te gaan en staan waar hij wilde: werken hoefde niet per se, althans als hij er een niet al uitbundig uitgavenpatroon op nahield. 'Ik hoef geen BMW voor de deur en drie keer per week uit eten.'
Na een aantal jaren als consultant te hebben gewerkt, richtte hij de Stichting Wereldbedrijven op. Daarmee probeerde hij bedrijven die actief zijn op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen in contact te brengen met bedrijven die dat nog niet zijn. Hieruit is het idee voor de ATM voor de farmacie voortgekomen. 'Als je mij een paar jaar geleden had gevraagd of ik dit voor elkaar zou krijgen, had ik mijzelf vijftien procent kans gegeven. Maar het is me uiteindelijk toch gelukt.'
Wat deed u besluiten uw tijd en energie aan de Index te besteden? 'Ik denk dat 9/11 beslissend is geweest. Die dag was ik in Den Haag op een dag over maatschappelijk ondernemen. Vlak voor een lezing van een Rotterdamse ondernemer die scholen bouwde in Kenia, hoorde ik dat de Twin Towers instortten en dat er een gekaapt vliegtuig op weg was naar het Pentagon. We hielden twee minuten stilte. Ik dacht: nu zit ik vast continu met mijn hoofd in Amerika. Maar het tegengestelde gebeurde. Ik bleef gefascineerd door het verhaal van die Rotterdammer. Toen was het voor mij duidelijk: hier ligt mijn hart. Ik moet met mijn kennis iets gaan doen voor ontwikkelingslanden. Wij in het westen kunnen niet meer op een eilandje blijven zitten en toekijken hoe de rest van de wereld crepeert. Het verschil tussen arm en rijk gaat ons een keer opbreken. 9/11 was voor mij daarvoor een bewijs.'
U maakte een draai van honderdtachtig graden. Bij Walsh ontwikkelde u een methode die het farmaciebedrijven makkelijker maakt om het voorschrijfgedrag van artsen te beïnvloeden. Nu werkt u de farmaciebedrijven tegen. Leereveld is even stil. 'Nou, nee. Zo zie ik het niet. Voor mij is die draai hoogstens dertig graden, want ik help die farmaceuten nog steeds. Toen om meer medicijnen te verkopen en dus de bedrijfstak economisch beter te laten functioneren, en nu help ik de farmaceuten met hun sociale bedrijfsstrategie. Die index is absoluut niet uit agressie ontstaan, maar uit de wens de farmacie, die tenslotte over heel veel kennis en macht beschikt, meer te betrekken bij ontwikkelingssamenwerking. Non-gouvernementele organisaties als Oxfam en Artsen Zonder Grenzen proberen al jaren de farmacie te bewegen tot lagere prijzen van medicijnen, of verkorting of opheffing van patenten op medicijnen. In bepaalde landen zijn ze daarin succesvol geweest. Maar nu is er een enorme spanning ontstaan tussen de farmacie en de ngo's: ze zijn beland in een hard, onvruchtbaar gevecht. Omdat ik de farmacie goed ken, als geen ander weet hoe ze functioneren en wie er aan de touwtjes trekt, meen ik hierin een zinvolle rol te kunnen spelen.'
Wat wilt u bereiken met deze index? 'Je moet de index zien als een Michelinster voor de farmacie. We maken een top twintig van de grote farmaciebedrijven, waarin we aangeven hoe die zich inzetten om hun medicijnen beschikbaar te krijgen voor ontwikkelingslanden. Doordat ze bijvoorbeeld medicijnen doneren, hun prijzen verlagen, uitzonderingen voor patenten maken of onderzoeksgeld beschikbaar stellen voor de zogenoemde neglected diseases als slaapziekte, malaria, hiv en tbc. Farmaceuten investeren weinig in deze ziektes, omdat ze er niet veel aan verdienen. In totaal hebben we acht factoren waarop we farmaceuten screenen. Farmaceuten verschillen enorm in hun beleid voor ontwikkelingslanden. Glaxo SmithKline bijvoorbeeld werkt aan een "ontwikkelingsvriendelijk" prijsbeleid voor medicijnen. Ze past in een aantal gevallen de prijs aan het inkomen van het land aan. Of bedrijven investeren juist weer een behoorlijk aandeel van hun onderzoeksgeld in neglected diseases. Met de ATM wil ik inzichtelijk maken welke bedrijven wat doen, zodat de goede bedrijven de waardering krijgen die ze verdienen en de achterblijvers worden gestimuleerd zich meer in te zetten.'
Een zachte dwang voor farmaceuten. 'Ja, zachte dwang. Dat geef ik toe. Ik wil bedrijven niet aan de schandpaal nagelen, want dat werkt volgens mij niet. Maar zo zacht is die dwang nu ook weer niet. Grote bedrijven die laag scoren, voelen zich denk ik toch niet zo prettig na publicatie van onze index. Het is slecht voor hun imago en zij voelen de druk van grote beleggers.'
Denkt u dat de index binnen vijf jaar leidt tot verbeteringen? 'Ja, zeker. Ik denk zelfs eerder. De verschillen tussen de bedrijven die boven en onder in ons lijstje staan, zijn tamelijk groot. Daardoor zal er al snel beweging ontstaan. De index is ontworpen naar analogie van de Dow Jones Sus-tainability Indexes, die bedrijven screenen op duurzaamheid, en het Carbon Disclosure Project, dat bijhoudt hoeveel kooldioxide bedrijven uitstoten. Deze Indexen zijn zeer succesvol. Bedrijven gaan echt hun best doen om bovenaan de lijst te komen.'
Wat is het belang van beleggers om zich achter deze index te scharen? Het verlagen van de prijzen, of onderzoeksgeld stoppen in medicijnen die weinig opleveren, lijkt niet zo gunstig voor de winstgevendheid van een bedrijf. 'Bedrijven die hoog op de index staan, worden doorgaans ook goed geleid, want deze bedrijven zijn in staat complexe problemen op te lossen. Het uitvoeren van een prijsbeleid voor diverse landen of verkorten van patenten is namelijk behoorlijk ingewikkeld. Voor beleggers is het feit dat een bedrijf hoog in de index staat dus een indicator voor goed management, en een bedrijf dat goed gemanaged wordt, is weer een indicator voor winstgevendheid op de lange termijn. Verder doen de bedrijven die investeren in het Zuiden ook enorm veel kennis op over die landen, die op de lange termijn gunstig kan zijn. De verwachting is namelijk dat de landen in het Zuiden - met name in Azië - in de toekomst economisch enorm gaan groeien.'
Bent u niet bang dat bedrijven zich beter gaan voordoen dan ze zijn? 'Maar bedrijven doen nu ook al aan window dressing. En nu kun je als buitenstaander niets checken als bedrijven beweren zich in te zetten voor ontwikkelingslanden. Met de index heb je direct een onafhankelijke maatstaf. Als bedrijven eenmalig goed scoren, bijvoorbeeld door het doneren van medicijnen, komen ze niet hoog op de index, want wij kijken of bedrijven zich structureel en langdurig inzetten en of het beleid tot hoog in het management is ingebouwd.'
Is het niet beter een dergelijke index aan een overheidsorganisatie over te laten, zoals als de World Health Organisation? 'Dan wordt het zeker geen onafhankelijke index. De WHO wordt enorm beïnvloed door belangen van de deelnemende landen en wordt bovendien niet serieus genomen door de farmaceuten. Dat zou een kiss of death zijn.'
Hoe onafhankelijk bent u? 'Ik ben van niemand afhankelijk en probeer ook zo onafhankelijk mogelijk te opereren. Desondanks zijn betrokken partijen enorm achterdochtig. Menig ngo is bang dat ik te veel de belangen behartig van farmaceuten, die op hun beurt vrezen dat ik te veel mijn oren laat hangen naar de ngo's. Vorige week was ik op een grote conferentie over farmacie in Londen. Ik vroeg aan de president van de internationale koepel van farmaceuten - die de komst van de index zeker niet toejuicht - of hij ons final rapport kritisch wilde doorkijken. 'Als je het stuurt, zal ik wel moeten', zei hij. Daarna sprak iemand van een internationale ngo me gelijk aan met de vraag waarover ons gesprek ging. Ik loop echt op eieren.'
Hebben de farmaceuten u onder druk gezet om dit project te staken? 'Nee, dat hebben ze niet gedaan. Ze hebben geen enkel contact met mij gezocht en terecht. Ik weet wel dat een van de beleggers - die ons ondersteunt, maar het tevens opnam voor de farmaceuten - met een van mijn geldschieters, de Britse overheid, heeft gesproken en twijfel is gaan zaaien over de index. Dat heeft zeker een paar maanden vertraging opgeleverd in de financiering.'
Is het moeilijk om u staande te houden in dit mijnenveld? 'Ik heb door dit project vrienden en vijanden gekregen. Er spelen enorme belangen - er gaan miljarden in om - en dat beangstigt me zo nu en dan. De lobby is enorm machtig. Soms denk ik wel eens: waarom stort ik mij hierin, waarom doe ik dit eigenlijk, is het dit mij wel waard? Straks is er een of andere gek die zich in het nauw gedreven voelt en mij het leven flink zuur maakt. Gelukkig is daar tot op heden geen sprake van. En zo gauw ik zoiets zou voelen aankomen, stop ik ook onmiddellijk met dit werk. Dan kies ik voor mijn gezin.'
Fotografie Duco de Vries
http://www.atmindex.org/
CV Wim Leereveld
Geboren: 15 augustus 1951, Haarlem Studie: 'HBS-B, studie andragogie maar na een jaar gestopt' Getrouwd: 'Ja. En een zoon van veertien jaar.' E-mails: 60 per dag Boek: Joris Luyendijk. Een goede man slaat soms zijn vrouw Boek dat iedereen moet lezen: De Macht en de Almacht van Madeleine Albright. Muziek: 'Nauwelijks tijd voor.' Laatst gedanst: 'op een dorpsfeest in Frankrijk, vorig jaar.' Favoriet land: 'Engeland, omdat ik me daar politiek mee verwant voel.'
Wellicht ook interessant:
Meer artikelen in de rubriek 'Weekblad archief'
Reageer, print of deel dit artikel
Reacties op dit artikel:
Co Stuifbergen | 12 juni 2008 (13:28)
Interessant initiatief.
Toch vrees ik dat er bij de toegankelijkheid van medicijnen een aantal zaken meespelen, waar de Access to Medicine Index geen invloed op heeft.
1. patenten
De prijs van een medicijn wordt niet bepaald door de productiekosten.
Dit is normaal, want vaak zijn de ontwikkelingskosten hoog.
Pharmaceutische bedrijven vragen daarom patenten aan.
Gedurende de looptijd van het patent is de fabrikant monopolist.
De prijs van het medicijn wordt dus bepaald door de koopkracht van de patiënt (of van zijn verzekeringsmaatschappij).
2. financiering van onderzoek
Onderzoek is niet gericht op de ernstigste of dodelijkste ziektes, maar op de meest kapitaalkrachtige patiénten.
Dit lijdt bijvoorbeeld tot onderzoeken naar medicijnen tegen obesitas (overgewicht), terwijl dit met een gezonde levenswijze te vermijden valt.
M.i. zou het bedrijfsleven zich moeten beperken de productie van medicijnen, en dient de overheid het onderzoek uit te voeren. Het zou ons opleveren:
- goedkopere medicijnen, dus meer patiënten worden geholpen
- ook rijke patiënten zijn uiteindelijk minder geld kwijt
- onderzoek zal gericht zijn op de beste manieren om ziektes te bestrijden, niet op het promoten van een medicijn.
Overigens worden baanbrekende stappen in het medicijn-onderzoek vaak gezet door de universiteiten.
(voorbeeld: identificatie van het AIDS-virus door Luc Montagnier)
Ton Balke | 7 april 2009 (12:06)
Hallo Wim,
Je krijgt wel een oud koppie
verder alles goed met je ?
groet
Ton Balke
|