Trainen voor goud: met de boot naar Beijing
'Goede kans dat wij goud winnen'
Auteur: Kees Versluis
|
03-06-2008
|
Mail dit artikel
De mannen lichte vier zonder stuur trainen op de Amsterdamse Bosbaan keihard voor Beijing. Tot de Spelen volgt Intermediair de roeiers op de voet. Van het honger lijden, de onderlinge ruzietjes tot het slapen in de 'zuurstoftent'.
Aflevering 1: lichte jongens
Wie toekomstige medaillewinnaars in het wild wil zien, moet in deze tijd op de Amsterdamse Bosbaan zijn. Bijna alle roeiers die naar Beijing gaan, zijn daar dagelijks aan het trainen. Ze roeien de twee kilometer lange baan in strak tempo op en neer, bijgestaan door hun fietsende coach met megafoon, die, als de roeiers even aanzetten, hun tempo nauwelijks kan bijhouden.
'Er is een goede kans dat wij goud winnen', zegt Marshall Godschalk, een van de heren lichte vier zonder stuur. Tweemaal daags twee uur zijn de mannen daarom op het water van de Bosbaan te vinden, tenzij ze in het buitenland aan een wedstrijd meedoen of in het nieuwe Olympisch Trainingscentrum aan het gewichtheffen zijn. Daar, aan de noordoever van de Bosbaan, verblijven ze ook de overige uren van de dag. Op hun stretcher bijkomend van de zware training of napratend over wat er goed ging en wat niet.
Rond de 25 zijn ze alle vier. Ze zijn allemaal aan het afstuderen. Sommigen zijn daar al twee jaar mee bezig, want Olympisch roeien is zo tijdrovend dat je vrijwel geen tijd hebt om er iets naast te doen. 'Ik lees af en toe een paar bladzijden voor mijn scriptie fiscaal recht', zegt Gerard van der Linden. 'Heel misschien dat ik binnenkort tentamen doe in het allermakkelijkste vakje van de studie, maar ik weet zelfs niet of ik daar genoeg tijd voor heb.' Want alles is nu gericht op de Spelen. Hun vriendinnen klagen regelmatig over gebrek aan aandacht.
De andere kanshebbers op goud - de Engelsen, Amerikanen, Fransen en misschien wel de Chinezen - zijn bang voor hen. Want de Hollanders staan bekend om hun formidabele techniek. De vier lachen om een verhaal dat hen onlangs ter ore kwam: de Chinezen zouden hen met de camera hebben opgenomen en hun bewegingen met de computer hebben geanalyseerd. Een raster over de beelden, alle hoeken en standen van armen, benen en riemen tot op de graad nauwkeurig gemeten. Op zoek naar de geheimen achter de 'Dutch technique'. 'Hoe gebogen we onze riemen houden en dergelijke zou ons volgens de Chinezen heel erg bezighouden', lachen ze: 'Maar met dat soort details zijn we totaal niet bezig.' Deze Spelen hebben de lichte vier zonder stuur met een traditie gebroken: juist fysiek zijn ze ijzersterk.
Pas sinds maart zijn de heren lichte vier bij elkaar. Ze zijn overgebleven van de acht roeiers die bondscoach Susannah Chayes vorig jaar selecteerde. Twee vielen er in februari af, opnieuw twee in maart. De laatsten zijn nu reserve en trainen ook op de Bosbaan. 'Ik was even helemaal ziek toen ik hoorde dat ik niet bij de definitieve vier zat', zegt een van de twee. Hij maakt zich geen illusies dat hij straks in Beijing toch nog in actie komt. Want wie geselecteerd is voor de Olympische Spelen, zal zijn plekje hooguit afstaan als hij bijna dood is. Bovendien: het zijn ijzersterke jongens, die hebben niet zo snel een griepje.
Dat ijzersterke zie je er aan de buitenkant niet direct aan af. Voor roeiers zijn ze alle vier aan de kleine kant. 'Lichte' vier, het adjectief zegt het al. Gemiddeld mogen ze niet meer dan zeventig kilo wegen straks bij de Spelen. Nu zijn ze nog twee, drie kilo te zwaar, dat moet er dus nog af. Een diëtist heeft een afslankschema voor hen opgesteld. Iedere ochtend staan ze op de weegschaal; ze eten afgemeten porties. 'Eigenlijk hebben we een permanent hongergevoel', zegt Van der Linden. Hoe eten precies hun gewicht beïnvloedt, hebben ze door schade en schande wel geleerd. Arnoud Greidanus: 'Ik had pas een pan broccolisoep voor mezelf gemaakt. Was ik de volgende ochtend anderhalve kilo aangekomen, doordat zout vocht vasthoudt.'
's Avonds slapen ze overigens thuis. Wel zo prettig als je de hele dag op elkaars lip zit. Twee wonen in Amsterdam, de andere twee (Greidanus en Godschalk) hebben ook een tijdelijk kamertje in de hoofdstad. Om tien uur liggen ze steevast op bed, onder de 'zuurstoftent' wel te verstaan. Die zorgt voor zuurstofarme lucht, waardoor het lichaam meer rode bloedlichaampjes aanmaakt. Doorzakken of een druppel alcohol zijn doodzonden. Dat voelen ze dagen later nog; de trainingstijden lopen in zo'n geval direct terug.
Na de Spelen is het eerste wat ze doen een biertje pakken. Ook dan niet te veel, want sommigen willen er misschien in 2012 in Londen weer bij zijn. Ofwel: opnieuw vier jaar trainen, op tijd naar bed en matig eten en drinken. Ivo Snijders is er daarom zeker van dat hij na Beijing stopt. Management consultant of adviseur ruimtelijke ontwikkeling wil hij dan worden. En eindelijk af van die idiote zeventig kilo. Gewoon weer tachtig zoals vroeger.
Fotografie Mark van der Zouw
Ivo Snijders
Leeftijd: 27 Studie: sociale geografie, UvA Ambitie: consultant ruimtelijke ontwikkeling Roeiverening: Nereus, Amsterdam Fort: mentaal zeer stabiel, zit daarom 'op slag'
Arnoud Greidanus
Leeftijd: 26 Studie: scheikundige technologie, TU Delft Ambitie: consultant duurzame energie Roeivereniging: Proteus-Eretes, Delft Fort: gaat in de sprint 'dieper' dan ieder ander
Gerard van der Linden
Leeftijd: 26 Studie: fiscaal recht, UvA Ambitie: advocaat Roeivereniging: Nereus, Amsterdam Fort: explosief door uitzonderlijk hoge zuurstofopname
Marshall Godschalk
Leeftijd: 24 Studie: bedrijfskunde, Northeastern University in Boston Ambitie: ondernemer Roeivereniging: Northeastern University Fort: de allersterkste
Wellicht ook interessant:
Meer artikelen in de rubriek 'Weekblad archief'
Reageer, print of deel dit artikel
|