Microsoft zoekt, Google vindt
De wankele erfenis van Bill Gates
21-05-2008
| Reacties: 1
|
Mail dit artikel
Microsoft probeert van alles om zich Google van het lijf te houden. Tot nu toe zonder veel succes. 'Soms moet je op een andere manier gaan denken, zoals de software gratis weggeven.'
Het is moeilijk voor te stellen dat Microsoft een probleem heeft. Negentig procent van alle computers draait op de besturingssystemen Windows XP en Vista. Van de jongste versie van Microsoft Office zijn vorig jaar 71 miljoen licenties verkocht. Microsoft verdiende in 2007 veertien miljard dollar netto: meer dan een miljard per maand. Geen vuiltje aan de lucht toch?
Toch lijken ze op het hoofdkwartier van Microsoft in Redmond, in de staat Washington, in paniek te zijn: het bedrijf maakt de afgelopen tijd rare sprongen. In mei vorig jaar deed het de grootste aankoop uit zijn geschiedenis. Het trok zes miljard dollar uit voor het internetbedrijf aQuantive. In oktober betaalde het 240 miljoen dollar voor 1,6 procent van Facebook, een zogenoemd sociaal netwerk, te vergelijken met het Nederlandse Hyves. Volgens analisten was dat heel veel geld voor zo'n klein aandeel. Een paar maanden later kondigde Microsoft aan zoekmachine Yahoo te willen overnemen. Die deal ketste begin mei af - Microsoft laatste bod was 47,5 miljard dollar - en analisten vragen zich sindsdien af: wat zullen ze in Redmond nu bedenken om hun toekomst veilig te stellen? 'Nietsdoen is geen alternatief, ze moeten echt radicale stappen nemen', zegt Yuri van Geest, internetstrateeg en medeoprichter van SPRXmobile.
Microsoft heeft de top in zicht en daarna kan het - als er niets verandert - alleen maar bergafwaarts gaan. De onderneming met zijn 78 duizend werknemers dreigt iets soortgelijks mee te maken als IBM in de jaren tachtig. IBM was een reusachtig bedrijf geworden dankzij de verkoop van personal computers, maar die dominante positie werd langzaam overgenomen door een andere onderneming: Microsoft. Software werd belangrijker dan hardware, en IBM verzuimde daar snel genoeg op in te spelen. Ironisch genoeg overkomt Microsoft nu hetzelfde. De softwaremarkt verschuift van pc's naar internet, en internetreus Google is daar veel beter op toegerust dan Microsoft.
Hoe de softwaremarkt verandert, kun je bijvoorbeeld zien als je naar Zoho.com surft. Daar verschijnt een rijtje programma's op het scherm: Zoho word processor, Zoho spreadsheets, Zoho presentation tool, Zoho organizer. Het zijn toepassingen die sterk lijken op die van Microsoft Office. Met dit verschil: het goedkoopste Office-pakket kost 169 euro, de programma's van Zoho zijn gratis. Bedrijven als ThinkFree (ThinkFree.com) en OpenOffice (OpenOffice.org) bieden vergelijkbare software aan. En dan is er nog Google Docs, de gratis kantoorsoftware van de grote rivaal uit Californië.
Het gevaar is duidelijk: waarom zouden consumenten nog betalen voor software die ze ook gratis kunnen krijgen? Ook voor Microsofts grootste winstmaker, Windows, zijn er gratis alternatieven. De bekendste is Linux. Bovendien heeft Microsofts nieuwste besturingssysteem, Windows Vista, het moeilijk. Er is veel kritiek op en de concurrentie, zoals Apple, wint marktaandeel.
Een belangrijke trend is niet alleen dat je via het internet gratis aan software kunt komen, maar dat de programma's ook steeds vaker vanaf het internet draaien. Zoho is webbased: in plaats van dat de gebruiker het programma downloadt en installeert op de pc, hoeft hij het programma alleen maar online 'aan te roepen'. Van Geest: 'Er is een revolutie gaande waarin alles verschuift van de desktop naar het web, ook besturingsystemen. Binnen een paar jaar heb je alleen nog een terminal nodig.'
Wie wil groeien als bedrijf, moet op het internet zijn. Daarom wil Microsoft-topman Steve Ballmer dat binnen vier tot tien jaar een kwart van Microsofts omzet online wordt behaald. Uit advertenties om precies te zijn, wat dat is dé manier om online geld te verdienen. Microsoft verwacht dat het bedrag dat adverteerders online spenderen binnen drie, vier jaar zal verdubbelen tot tachtig miljard dollar.
De groei wordt veroorzaakt doordat adverteerders geld dat eerst naar de traditionele media ging (kranten, tijdschriften, radio, tv) richting internet schuiven. Dat doen ze niet alleen omdat de consument steeds meer tijd online spendeert, maar ook omdat ze online gerichter kunnen adverteren.
Microsoft en Google ontlopen elkaar niet veel als het gaat om unieke bezoekers op hun sites. Maar wel als het gaat om advertentie-inkomsten. Microsoft verdient dit jaar naar verwachting 3,3 miljard dollar met online advertenties, Google 22 miljard.
Google is heer en meester op de plek waar adverteerders het meest gericht op consumenten kunnen schieten: de zoekmachine. Niet voor niets is 'googelen' een werkwoord, en 'Windows Live Searchen' niet. Microsofts zoekmachine trekt te weinig bezoekers, ondanks jaren schaafwerk en miljardeninvesteringen. Volgens een meting in december van het bureau comScore wordt nog geen drie procent van de wereldwijde zoekopdrachten bij Microsoft uitgevoerd, tegen meer dan zestig procent bij Google. De achterstand wordt steeds groter: hoe meer Google gebruikt wordt, hoe beter de zoekmachine in staat is gebruikers te helpen met relevante zoekresultaten.
Google heeft ook op twee andere gebieden een grote voorsprong. Eén: het heeft een gigantische klantenkring onder adverteerders opgebouwd. Twee: de onderneming is gekoppeld aan een enorm netwerk van sites van derden die Google de advertentieverkoop laten verzorgen. Google breidt die componenten nog steeds uit, bijvoorbeeld met de aankoop van het advertentienetwerk DoubleClick vorig jaar.
Ook Microsoft was in de race voor dat bedrijf. DoubleClick, een intermediair tussen adverteerders en goedbezochte sites, had de strategische positie van Microsoft aanmerkelijk kunnen verbeteren. Toen Google er met de buit vandoor ging, keek de leiding van Microsoft in paniek om zich heen. Andere advertentienetwerken waren ook al weggekaapt door concurrenten, bijvoorbeeld door Yahoo. Microsoft zag zich daarom genoodzaakt alles uit de kast te halen om een van de weinig overgebleven interessante overnamekandidaten binnen te halen, aQuantive. Het betaalde de hoofdprijs: zes miljard dollar. Terwijl ook niet alle onderdelen van aQuantive even bruikbaar zijn voor Microsoft. Van Geest: 'Een groot onderdeel van aQuantive richt zich op uit het bouwen van websites, maar Microsoft levert instrumenten aan klanten om websites te bouwen. aQuantive beconcurreert dus klanten van Microsoft.'
En nog steeds was het belangrijkste probleem van Microsoft niet opgelost: voldoende eyeballs op de juiste plaatsen. Vandaar Yahoo. Als een zoekmachine cash oplevert, wat is er dan logischer dan de op Google na (dat zelf inmiddels niet meer te betalen is) populairste search engine ter wereld over te nemen? Die bovendien interessante eigendommen heeft, zoals de fotosite Flickr.com en een gratis mailservice.
Microsoft-topman Ballmer schreef een geïnspireerde brief naar zijn Yahoo-evenknie Jerry Yang. In de brief noemde de opvolger van Gates vijf keer het woord dat het belang van de fusie volgens hem onderstreepte: schaalgrootte. Ballmer opende de onderhandelingen met een al verre van kinderachtig bod van 44, 6 miljard dollar, 62 procent meer dan het bedrijf op dat moment op de beurs waard was. In zijn eindbod deed hij daar nog eens drie miljard bovenop.
Maar tot ieders verbazing wees Lang de avances van Microsoft van de hand. Hij wilde nog minstens vijf miljard extra. Wat zo mogelijk tot nog grotere verbazing leidde, was dat Microsoft niet bereid was dat relatieve beetje extra neer te leggen, en wegliep van de onderhandelingstafel. Een ramp voor Microsoft?
'Volgens mij is het beter zo. Als Yahoo en Microsoft waren samengegaan, hadden ze twee jaar verloren door integratieprocessen', zegt Van Geest. Afgezien hiervan is de afstand van Yahoo tot de nummer één-zoekmachine wel erg groot. Maar door het mislukken van de fusie is de plek van Google voorlopig onbedreigd. Alleen als Microsoft met een veel betere zoektechniek op de proppen komt - waar het al jaren mee dreigt - zou het Google nog op zoektechniek kunnen verslaan.
Microsoft verwacht ook dat gebruikers in de nabije toekomst op een andere manier op het internet zullen gaan zoeken; dat ze niet meer voor alle zoekopdrachten naar één, algemene zoekmachine gaan, maar naar gespecialiseerde zoekmachines. Microsoft kocht bijvoorbeeld Medstory, een search engine voor informatie over gezondheidszorg. Een bekender voorbeeld van een gespecialiseerde zoekmachine is YouTube, dat zich toelegt op video. Helaas voor Microsoft is deze nichezoekmachine al in handen van Google.
Misschien moet Microsoft zich maar helemaal toeleggen op sociale netwerken, sites waar mensen een profiel aanmaken en met andere gebruikers kunnen communiceren. Een terrein waar het aanvankelijk ook de slag heeft gemist. Ton Wesseling, internetstrateeg, verbonden aan Ilse Media: 'Met bijvoorbeeld Hotmail heeft Microsoft lange tijd goed verdiend, maar ze hebben hun kans verspeeld. Ze hebben niet ingezien dat internet draait om communicatie, wat ze doen is te statisch.'
Voorbeelden zijn MySpace, Facebook, LinkedIn en het Nederlandse Hyves. Deze sites trekken veel bezoekers en kunnen net als zoekmachines adverteerders helpen de boodschap bij de juiste persoon te krijgen. De sociale netwerken weten veel van hun gebruikers, en ook handig: ze weten ook wie de vrienden van hun gebruikers zijn. Wesseling: 'Search rules momenteel, social networks will rule.' Volgens Wesseling zullen sociale netwerken op termijn voor een deel de functie van zoekmachines overnemen. 'Ik ben gestopt met het zoeken van informatie naar bijvoorbeeld een nieuwe videocamera via Google. Ik vraag het aan mijn sociale netwerk, van Hyves tot Twitter.'
Microsoft heeft nu een aandeel van 1,6 procent in het populaire sociale netwerk Facebook en mag de advertentieverkoop van Facebook doen buiten Amerika. Zo'n deal maakt Microsoft als partij interessanter voor online-adverteerders. Maar ook hier moet Microsoft zijn meerdere erkennen in Google. De zoekmachine mag de advertentieverkoop voor heel de wereld doen voor MySpace, dat ook nog eens een stuk groter is dan Facebook.
Microsoft is Google wel de baas op het gebied van banners, de 'klassieke' advertenties in de vorm van 'vakjes' op websites. Dat kan de softwarebouwer helpen, omdat de markt voor banners met de komst van meer video in advertenties waarschijnlijk zal groeien. Maar met de aankoop van DoubleClick laat Google ook op dit terrein Microsoft niet met rust.
Google lijkt de betere papieren te hebben om de titanenstrijd te winnen. De onderneming is een kind van het internettijdperk. Microsoft is logger en lijkt nog te veel te redeneren volgens de denkpatronen van de oude economie, waarin overnamekandidaten pas overnamekandidaten zijn als ze zelf een behoorlijke omvang hebben bereikt. Van Geest: 'Alle interessante startups zijn overgenomen door Yahoo of Google. Microsoft zou moeten investeren in groeikernen, niet in bedrijven die al gearriveerd zijn.'
Maar schrijf Microsoft nog niet af. De onderneming combineert een ijzeren wil om te winnen met een belangrijk wapen: een geldkist zonder bodem. Volgens een telling eind vorig jaar had het bedrijf alleen al in cash 21 miljard dollar. En dan is er nog de populaire software. De softwaremaker zou zijn corebusiness online kunnen inzetten om bezoekers te lokken, maar moet dan wel een levensgroot offer maken: het zou de winst uit de verkoop van softwarepakketten moeten schrappen. Raymond Spanjar, mede-oprichter van Hyves: 'Als gevestigde partij hebben ze veel te verliezen. Maar soms moet je op een andere manier gaan denken, zoals de software gratis weggeven.'
Als Microsoft ondanks alles toch plaats moet maken voor een nieuwe nummer één, dan is dat geen schande, vindt Wesseling. 'Microsoft heeft het heel lang volgehouden. Met de stap van DOS naar Windows hebben ze de grafische revolutie gewonnen, en met MSN en Hotmail hebben ze het ook heel lang volgehouden op internet. Dat is ongelooflijk knap.'
Tekst Mischa de Bruijn Illustarties joost overbeek / overburen
Wellicht ook interessant:
Meer artikelen in de rubriek 'Weekblad archief'
Reageer, print of deel dit artikel
Reacties op dit artikel:
Jeroen v.d. P. | 2 juni 2008 (20:08)
Of Google echt nummer 1 is mag je je afvragen. Voor wat de zoekmachine betreft zeggen de cijfers van wel, maar de overige diensten zijn nog niet overtuigend. Daarnaast heb ik de indruk dat de zoekmachine van Google door commerciele druk steeds slechter wordt. Soms beginnen de eerste intressante links zelfs pas op de tweede pagina. De eerste drie links zijn per definitie van de sites die Google het meest betaald. Het beroemde Google earth moet het inmiddels ook afleggen tegen Live maps: deze laatste is actueler, scherper en heeft een betere interface. Mijn inziens heeft Microsoft veel meer potentie voor volledig geintegreede toepassingen. Die wordt het bedrijf echter afgenomen door de mededingingsautoriteiten. Deze leggen Microsoft enorme boetes op en spelen daarmee Google in de kaart. Of Google wellicht in aanmerking moet komen voor een boete kan de politiek waarschijnlijk niet beoordelen. Google geeft sowieso nooit openheid van zaken en vooruit lopen op de algemene digitale kennis van de politiek is niet al te moeilijk. Deze strijd is zeker nog niet gestreden.
|