Jeroen Dijsselbloem: 'Het wantrouwen in de politiek is terecht'
Auteur: Hugo Logtenberg
|
21-04-2008
|
Deel dit artikel
Jeroen Dijsselbloem legde als voorzitter van de parlementaire onderzoekscommissie de mislukking van alle vernieuwingen in het onderwijs genadeloos bloot. Als PvdA-Kamerlid viel hij eerder op door zijn strijd tegen seksistische videoclips en gewelddadige games. Hoe een grijze muis moraalridder werd.
Jeroen Dijsselbloem (42) herinnert zich de omslag nog goed. Als PvdA-Kamerlid nam hij deel aan een debat over integratie op een hogeschool, een paar jaar geleden. Het ging over Nederlandse verworvenheden, zoals de gelijkwaardigheid van man en vrouw, de acceptatie van homoseksuelen, de seksuele moraal. Totdat een jonge moslim opstond en de behandeling van autochtone vrouwen aan de kaak stelde: de legalisering van prostitutie, de commercialisering van seksualiteit. "Waarom wordt alles verkocht met een saus van seksualiteit?"
'Dat was een beslissend moment voor me', zegt Dijsselbloem, terwijl hij koffie serveert in zijn modern ingerichte woning in Wageningen.'Hij maakte een punt waarvan ik dacht: daar moet ik iets mee.'
De moraalridder Dijsselbloem was geboren. Jarenlang was hij een onopvallend Kamerlid op het Binnenhof ('In mijn beginjaren was ik inderdaad een grijze muis'). Maar sinds hij de verscherpte integratieopvattingen van zijn partij verwoordt ('Vrijblijvend integreren is er niet meer bij') en ten strijde trekt tegen seksistische MTV-clips en tv-programma's als De Gouden Kooi, krijgt hij profiel. Met zijn recente voorzitterschap van de parlementaire onderzoekscommissie naar onderwijsvernieuwingen vestigde hij definitief zijn naam. De belangrijkste conclusie 'De overheid heeft haar kerntaak, het zeker stellen van deugdelijk onderwijs, ernstig verwaarloosd' miste zijn uitwerking niet.
Na aanvankelijk alleen bijval te hebben geoogst, klinkt nu enige kritiek. 'Broddelwerk', oordeelde hoogleraar bestuurskunde en partijgenoot Roel in 't Veld over het onderzoeksrapport, omdat de conclusies niet zouden voortkomen uit de onderzoeksresultaten. Dijsselbloem vindt de kritiek 'vervelend' maar kan deze 'eenvoudig' weerleggen. 'Wij hebben niet zozeer geoordeeld over de prestaties van onze scholen als wel over het falen van de politiek.' En van kritiek op zijn persoon ('Dijsselbloem wílde deze harde uitkomst', concludeerde NRC Handelsblad), ligt hij al lang niet meer wakker, zegt hij. 'Die fase heb ik wel gehad.' Zo doet de uithaal van oud-partijgenoot Marcel van Dam 'Dijsselbloem is de Geert Wilders van de PvdA' - hem glimlachen.
'Van Dam is de representant van het denken van de jaren zeventig. Mijn generatie probeert te leren van de fouten die zij in hun tijd hebben gemaakt, zoals het doorgeschoten gelijkheidsdenken.' En die fouten komen steeds meer aan het licht, stelt Dijsselbloem. 'Het huidige wantrouwen van burgers in de politiek is terecht.'
Wat is het meest ontluisterende verhaal over de onderwijsvernieuwingen dat u is bijgebleven? 'Het verhaal van een schooldirecteur in Deurne. Die had zijn school begin jaren negentig bij het ministerie van Onderwijs aangemeld om te experimenteren met de "tweede fase"; een onderwijsvernieuwing waarbij leerlingen in het voortgezet onderwijs leren om zoveel mogelijk zelfstandig te werken. Na een jaar zagen docenten en leerlingen al dat het een ondoenlijke opdracht was. Leerlingen moesten zoveel werkstukken schrijven dat ze overbelast raakten; leerkrachten kregen de stapels papier niet weggewerkt. Het was te veel, te breed en te zwaar voor zowel de leraar als de leerling. Voorafgaand aan de diploma-uitreiking door de toenmalig onderwijsminister Tineke Netelenbos meldde die schooldirecteur in een gesprek onder vier ogen zijn bevindingen aan haar. Daarop keek Netelenbos hem aan en sprak de legendarische woorden: "Maar meneer, u gelooft uw leerlingen toch niet?" Weg was het argument. Het was meteen het einde van het gesprek met Netelenbos.' 'Het politieke belang ging voor het belang van het kind', zei u bij de presentatie van uw bevindingen. In 2005 trok u naar aanleiding van uw eigen praktijkonderzoek al een soortgelijke conclusie over de ouderenzorg: 'De sector gaat kapot aan voortdurende ingrijpende beleidswijzigingen.' Knikt instemmend. 'Ook in de zorg is de vraag gerechtvaardigd: is het product, het leveren van zorg, er beter op geworden door alle beleidswijzigingen die de politiek heeft bedacht? Het antwoord is, net als bij het onderwijs: nee. Waarom het dan toch gebeurt? Ministers staan zich voor op grote veranderingen die ze hebben doorgevoerd en in de Tweede Kamer worden fundamentele discussies over de vraag: wat verwachten we eigenlijk van de zorg of het onderwijs?, nauwelijks gevoerd. Terwijl de kerntaak van de overheid is: maak aan scholen duidelijk wat de essentie is van wat kinderen moeten leren. Dat kinderen in de eerste klassen van de middelbare school bij de invoering van de basisvorming vijftien vakken kregen, is daarvoor exemplarisch. Er is totaal geen focus. Bovendien bemoeide de politiek zich te veel met hoe er les werd gegeven. De verantwoordelijke bewindspersonen stonden nog net niet zelf voor de klas, maar het scheelde weinig.'
U had enig inlevingsvermogen verwacht van die verantwoordelijke bewindspersonen voor de docenten en leerlingen die het betreft, stelde u bij Pauw & Witteman. Hoe verklaart u dat dat niet gebeurde? 'Het heeft me zeer verbaasd. Het was dé kans voor mensen als Tineke Netelenbos en Jo Ritzen [voormalig PvdA-ministers van Onderwijs; HL] om, zonder afstand te doen van de keuzes van toen kanttekeningen te maken bij hun beleid. Gewoon eerlijk te zeggen wat er niet goed is gegaan. Dat zat er niet in. Veel bestuurders uit die tijd leven nog altijd op het afkalvende eiland van het eigen gelijk dat is afgedreven van de werkelijkheid. Het is een bestuurlijke elite die vooral veel contact heeft met elkaar en niet weet wat er speelt in klaslokaal 3B.'
In de categorie kerntaken van de overheid die door voortdurende ingrijpende beleidswijzigingen kapot gaan, hoort ook de Belastingdienst. 'Absoluut. Dat is ook een treffend voorbeeld van hoe eindeloze politieke ambities een geoliede overheidsmachine volledig hebben doen vastlopen. De zorgtoeslag, de huurtoeslag, de Belastingdienst moest het er, ondanks forse bezuinigingen, allemaal bij doen. Het resultaat: ontevreden burgers die tot twee keer toe hun aangifte moesten invullen omdat hun eerste aangifte verkeerd is verwerkt.' Het wantrouwen in de overheid en de politiek is nog nooit zo groot geweest. 'Ja. De belangrijkste oorzaak is dat de politiek te snel aan de grote knoppen van stelselwijzigingen gaat zitten draaien, terwijl vaak de afstelling, door te draaien aan kleine knoppen, volstaat. Dat is niet gebeurd, met als gevolg een enorme onvrede die heeft geleid tot het huidige wantrouwen in de politiek. En die is terecht. De Haagse politiek is druk met zichzelf en niet met de oplossing van de problemen die mensen ervaren. Onze grootste uitdaging als Kamerleden is de gewoontes 'te doorbreken die ervoor zorgen dat er een Haagse werkelijkheid bestaat. Anders is het wantrouwen pas het begin van een veenbrand.'
Dijsselbloem leunt achterover, zucht en zegt: 'Soms vrees ik dat we nog een electorale revolutie nodig hebben, zoals in 2002 met de opkomst van Fortuyn, voordat het besef van disfunctioneren doordringt. Die dreiging hangt met Wilders en Verdonk voelbaar in de lucht.'
Hoe verklaart u dat de drie traditionele grote partijen, CDA, PvdA en VVD, niet in staat zijn die dreiging weg te nemen? 'Het is een misverstand te denken dat alleen die drie het tij moeten keren. Het raakt alle partijen. Het besef dat de politiek het maatschappelijk wantrouwen moet overwinnen leeft nog nauwelijks. Ook binnen de PvdA kan en moet dat beter, hoewel ik vind dat we met mensen als de Amsterdamse wethouder Lodewijk Asscher laten zien dat we over bestuurders beschikken die echt weten wat er speelt onder mensen.'
Uw oudere zus zegt over u: 'In huiselijke kring is Jeroen veel vrolijker en spontaner dan als ik hem op televisie aan het werk zie.' Wat doet de politiek met mensen dat hun inlevingsvermogen verdwijnt en ook uw gemoed aantast? 'Dat laatste valt wel mee, maar ik hoor het vaker. Docenten van mijn oude middelbare school, waar ik onlangs was om het onderzoeksrapport te bespreken, vonden mij zo serieus geworden. Dat is het effect van politiek op een mens. Je torst het leed van de wereld met je mee. De verantwoordelijkheid dat leed te verminderen, maakt je serieus. Maar met mijn inlevingsvermogen is niets mis, bezweren vrienden en familieleden me.'
Uw strijd tegen seksistische MTV-clips en gewelddadige videogames maakt u niet veel jovialer. Wat is uw motivatie om te pleiten voor herwaardering van de publieke moraal? 'Het komt niet voort uit mijn katholieke opvoeding of uit het feit dat ik zelf vader ben. Ik maak me oprecht zorgen als ik om me heen kijk. In het openbaar vervoer aanschouw ik het gedrag van mensen, ik houd me als Kamerlid bezig met de integratie van allochtonen en hoor waar zij tegenaan lopen, en ik hoor de verhalen van ouders die worstelen met de door media en games bepaalde omgeving waarin hun kinderen opgroeien. Balkenende heeft gelijk met zijn roep om herstel van normen en waarden. Hij maakt het alleen nooit concreet.' U wel. U wilt Manhunt 2, een gewelddadige computergame waarin het doel is zoveel mogelijk mensen op bloedige wijze om zeep te helpen, laten verbieden. 'Het is een zéér gewelddadig spel. Ik vind dat je als politicus, om zowel principiële als praktische redenen, zo lang mogelijk moet proberen te voorkomen iets te verbieden. Of het nu gaat om het filmpje van Wilders of deze game. Laat ik bekennen dat ik in het geval van Manhunt 2 die grens niet goed heb bewaakt. Het verzoek aan de minister van Justitie van de SGP, het CDA en de ChristenUnie om dat spel te verbieden, hadden wij als PvdA niet moeten steunen.'
Maar u wilt voorkomen dat kinderen worden blootgesteld aan deze vorm van agressie? 'Ja, door de makers van deze games, die daar overigens heel veel geld mee verdienen, op hun verantwoordelijkheid te wijzen. Daarnaast moeten ouders zich bewust worden waar hun kinderen naar kijken en zorgen dat hun kinderen andere rolmodellen hebben dan alleen de seksistische rappers uit de MTV-clips of een bloeddorstige moordenaar uit een videogame.'
U werd door collega's genoemd als mogelijke opvolger van fractievoorzitter Jacques Tichelaar, toen hij vanwege zijn ziekte terugtrad. Maar u heeft zich niet gekandideerd. Waarom niet? 'Die ambitie heb ik niet. De vrije rol die ik nu heb, waarin ik me duidelijk kan uitspreken, koester ik. Dat is het mooie aan de rol van volksvertegenwoordiger. Toch is het waarschijnlijk mijn laatste periode in de Tweede Kamer. Als het kabinet de rit uitzit, ben ik elf jaar parlementariër geweest en is het tijd voor iets anders. Ik zou graag een organisatie willen gaan besturen. Een ministerie? Wellicht. Het gevaar dat de mensen die daarover beslissen mij te outspoken vinden, bestaat. Dat neem ik op de koop toe.' Opnieuw lachend: 'En dat voor een voormalige grijze muis!'
Fotografie: Duco de Vries
Wellicht ook interessant:
Meer artikelen in de rubriek: Weekblad archief
Reageer, print of deel dit artikel
|