Tenminste, dat dachten wetenschappers tot nu toe. Uit onderzoek blijkt nu dat ze zich oriënteren op hooguit zeven naaste vogels in de zwerm. Die conclusie wordt getrokken door onderzoekers die zich in het kader van het EU-onderzoeksproject Starflag bezighoudt met de onderlinge coördinatie in dergelijke formaties.
Al lang vragen wetenschappers zich af hoe vogels in dergelijke grote zwermen zo razendsnel weten te wenden en zich hergroeperen, zonder dat er ook maar twee dieren tegen elkaar opvliegen. De onderzoekers observeerden twee zwermen spreeuwen, één gevestigd op het Termini-station in Rome en één op een locatie net buiten Rome. De zwermen werden vanuit verschillende hoeken gefotografeerd, waarna een driedimensionaal beeld van de groep kon worden opgebouwd. Daarna werden de bewegingen in de zwermen geanalyseerd, en werden de regels die aan die bewegingen ten grondslag zouden kunnen liggen in computermodellen getoetst.