Sporen van internetwaanzin
Hoe sterk zijn de schouders van Google?
12-12-2007
|
Mail dit artikel
Voorspellingen over een nieuwe wereld, miljarden voor kleine bedrijfjes die verlies maken, rijk worden met 'gratis' diensten - waar kennen we dat toch van?
De internethype van eind jaren negentig had veel weg van een piramidespel. Eenmaal gevallen voor een of andere vorm van gebakken lucht, hadden slachtoffers - beleggers, klanten, leveranciers, werknemers - vaak maar één mogelijkheid aan een strop te ontkomen: het overtuigen van anderen dat er toch echt waarde school in de aangeprezen goederen. Dat lukte meer dan eens wonderbaarlijk goed. De anderen 'stapten in', deden mee, en versterkten de suggestie van groei en bloei.
Is nu iets vergelijkbaars aan de gang? De voorbeelden van gekte zijn er in ieder geval.
YouTube (omzet 135 miljoen dollar) ging eind vorig jaar voor 1,65 miljard naar Google; Facebook (omzet 150 miljoen) is na een aandelentransactie met Microsoft theoretisch 15 miljard dollar waard; wederom Google betaalde eerder dit jaar 3,1 miljard voor een digitaal advertentiebureau.
Netwerksites zoals classmates.com en LinkedIn bereiden intussen een beursgang voor. Beleggers worden warm gemaakt met vergezichten. 'We're a small company, but we believe it when we say we are changing the world', meldt de website van LinkedIn. Voor Xing (de Duitse pendant van LinkedIn, beursgenoteerd sinds december 2006) wordt momenteel 200 miljoen euro betaald, tien keer de omzet, veertig keer de winst.
De eerste mislukkingen zijn ook al genoteerd: eBay betaalde eind 2005 2,6 miljard dollar voor telefoonsensatie-in-de-dop Skype, maar heeft op die overname inmiddels 1,4 miljard afgeschreven.
Netwerken
Alsof er niets is geleerd, sinds 2000. 'Nee hoor, dat is niet waar', zegt Elderd Land, investeringsmanager ict bij GIMV, de grootste investeringsmaatschappij van België. GIMV heeft 155 miljoen euro uitstaan in de ict-sector. 'Toentertijd deden we alles, zonder leidend principe. Nu zijn we veel selectiever.'
Dat zeggen ook andere marktkenners. Sake Bosch van Prime Technology Ventures, met een beheerd vermogen van 180 miljoen de grootste Nederlandse participatiemaatschappij voor technologiebedrijven: 'Ja, de markt is aangetrokken en we hebben de afgelopen maanden enkele deelnemingen met veel succes verkocht. Maar de gekte die hier en daar in de Verenigde Staten heerst, zien we niet in Europa. Bovendien zit er in de investeringen meer focus dan voorheen.'
Wat is dan die focus, of dat 'leidende principe' van investeringen? 'Op elk moment alles naar je toe kunnen halen', zegt Bosch, 'daar gaan we naartoe, dat is de trend. Continu met alle mensen in je netwerk in contact staan, via computer, via telefoon, via tv. Toepassingen die zich daarop richten maken een goede kans.'
'Niemand zal betwisten dat internet nu een veel grotere plaats in ons leven inneemt dan in 2000', aldus Land. 'En dat is gebaseerd op de interactiviteit die nu mogelijk is. Dat neemt alleen maar toe, de markt groeit. Wij richten ons op de bedrijfsmatige toepassingen die daarop anticiperen: overal toegang bieden, synchronisatie...'
Het is dus niet voor niets dat de netwerksites (Facebook, Hyves, YouTube) in het middelpunt van de belangstelling staan. Ze zijn razendsnel opgeklommen in de ranglijsten van drukst bezochte sites, iedereen kent ze, het bereik is fenomenaal.
Maar wat dan nog? Was 'bereik' niet hét schijnargument van de eerste internethype? Geweldig, als dagelijks miljoenen consumenten je site bekijken maar waar komt het geld eruit?
Het antwoord dat nu wordt gegeven, is het antwoord dat ook tijdens de eerste hype werd gegeven: advertenties. Bereik maakt een site aantrekkelijk als advertentiemedium en als distributiekanaal. Alleen is er een probleem. Elderd Land: 'Als alle plannen die aan ons worden voorgelegd worden gerealiseerd, dan moet de advertentiemarkt de komende jaren een enorme groei doormaken. Ik denk niet dat dat gebeurt. Dus zullen er plannen in het water vallen.' Tom Paffen van de participatiemaatschappij Capital-C Ventures ziet het probleem. 'De verhalen van nu lijken tot op zekere hoogte wel wat op de verhalen van toen.'
Maar er zijn een aantal zaken veranderd. 'Voorheen investeerde de markt in het kopiëren van elk goed idee, vanuit de gedachte dat er ruimte genoeg was. Dat is dus niet zo. Het blijkt dat er oligopolies ontstaan rondom een enkele of een paar dominante aanbieders: Google bij de zoekmachines, YouTube voor de videosites, nu Facebook in de sociale netwerken. Vroeger is veel geld gegeven en verloren gegaan aan clubs die dachten rijk te worden met het kopiëren van een idee. Daar is het toen misgegaan. Maar dat is nu afgelopen.'
Google-hausse
De partijen die als winnaars uit de bus komen, hebben in ieder geval twee kenmerken gemeen. Ze bestrijken de wereldmarkt, niet alleen een lokale markt, en ze lenen zich voor specifieke advertenties. Sake Bosch: 'Op de netwerksites van nu geven klanten veel gegevens prijs. Dat geeft de mogelijkheid heel gericht advertenties te verkopen.'
Wat niet wil zeggen dat dat ook zal gebeuren. Onlangs protesteerden tienduizenden Facebook-gebruikers tegen het systeem Beacon, dat door de netwerksite wordt gebruikt om de internetaankopen van abonnees bij te houden. Die gegevens worden dan getoond op hun persoonlijke pagina's zichtbaar voor geïnteresseerden. Abonnees die daar niet van zijn gediend, kunnen zich afmelden voor Beacon, maar blijkbaar werkte dat onderdeel van het systeem niet goed. Enkele gebruikers werden woedend toen ze erachter kwamen dat hun kerstcadeautjes - verrassingen - toch op hun site stonden vermeld. Daarop werd een actiegroep opgericht en die boekte vorige week succes: Facebook maakte bekend dat Beacon nu alleen nog wordt ingeschakeld als gebruikers daar vooraf nadrukkelijk voor hebben gekozen.
Analisten wisten meteen te melden dat dit incident gevolgen zal hebben voor de financiële waarde van Facebook.
Maar het tast het principe van de potentiële winstgevendheid van sites zoals Facebook niet aan, vindt Paffen, verantwoordelijk voor 35 miljoen euro aan investeringen in ict-bedrijven. 'Het laat onverlet dat het mogelijk is dergelijke sites te gebruiken als distributiekanaal voor andere diensten. Dat is ook de motivatie van Microsoft om een belang te nemen in Facebook. Dat bedrijf heeft, door met name de opkomst van Google, geen andere keuze dan zijn bereik op internet fors uit te breiden.'
Daarom kan de huidige hausse ook de Google-hausse worden genoemd. Volgens analist Tim Poulus van Iris (Robeco/Rabobank) is 'Google er bijna in zijn eentje in geslaagd een heel nieuw segment van de advertentiemarkt aan te boren: het veilen van zoektermen en het adverteren bij zoekopdrachten'. Dat mag verklaren waarom de uit zijn voegen barstende zoekmachine (2500 werknemers) zoveel vertrouwen krijgt van beleggers. Die betalen voor de aandelen van het bedrijf meer dan vijftig keer de winst en dat zet het financiële mechanisme in werking dat elke overname door Google waarvoor minder dan vijftig keer de winst wordt betaald, al bij voorbaat een (financieel) succes is. Dat zijn moeilijke omstandigheden om je gezond verstand bij te bewaren. Tekst: Geert Dekker
Fotografie: Leendert Masselink
Hoezo hype?
Loopt het de spuigaten uit met de waardering voor internet- en ict-bedrijven? Als de Amerikaanse beurs Nasdaq als financiële maat wordt genomen, valt dat wel mee. Ja, de afgelopen maanden liepen de koersen flink op - de index, waarin alle ruim drieduizend genoteerde technologiebedrijven zijn opgenomen, steeg tussen augustus en november met 16 procent, tot 2850 punten. Dat is veel. Maar een hype?
Augustus 1998 stond de Nasdaq-index op ongeveer 1500 punten. Nog geen halfjaar later was dat 2500 punten, een winst van 65 procent. Beleggers puften vervolgens een paar maanden uit, maar lieten vanaf oktober 1999 zien dat het nog gekker kon. In minder dan vijf maanden explodeerde de index van 2730 naar 5048 punten (10 maart 2000). Wie toen verkocht, had over die laatste maanden een rendement van 85 procent behaald. Niet zo gek dat velen dat dan ook maar deden, verkopen. Het gevolg was een financiële slachting. Twintig handelsdagen later, op 10 april, had de index 1700 punten ingeleverd. Twee, drie jaar lang hielden de dalingen aan. Dieptepunt: 1140 punten in september 2002. Kijk, dat is een hype.
Wellicht ook interessant:
Meer artikelen in de rubriek 'Weekblad archief'
Reageer, print of deel dit artikel
|