De strijd om de klimaatverandering
Nog twaalf jaar te gaan
Auteur: Astrid Smit
|
21-11-2007
| Reacties: 1
|
Mail dit artikel
Over twee weken gaat de wereld zich op Bali bezinnen op maatregelen om de opwarming van de aarde tegen te gaan. Wat kan dat opleveren? De discussie over het hoe en waarom van de klimaatverandering duurt intussen voort. Lang niet alles is duidelijk, maar een scheiding tussen zin en onzin valt wel te maken. Deze week speciale aandacht voor de onzin.
Nederland twijfelt niet meer aan de noodzaak de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. Met grootste plannen gaat het begin december naar de klimaattop van de Verenigde Naties in Bali. Daar zal ons land samen met de rest van Europa voorstellen om de uitstoot van broeikasgassen in 2020 met twintig procent te reduceren ten opzichte van 1990. En elk decennium dat daarop volgt moet de uitstoot met nog eens tien procent terug, vindt Europa, zodat we in 2060 op een reductie van minstens zestig procent zitten. Dit alles om te voorkomen dat de aarde niet verder zal opwarmen dan twee graden en daarmee onomkeerbare gevolgen zoals het smelten van de Groenlandse ijskap worden vermeden.
Het zal moeilijk worden. Het verdrag van Kyoto kwam pas na zeven jaar praten en onderhandelen tot stand. Vijfenvijftig belangrijke broeikasuitstotende landen beloofden vijf procent minder broeikasgassen uit te stoten ten opzichte van 1990. Rusland sloot zich in 2004 als laatste aan. De Verenigde Staten heeft tot op heden nog steeds niet getekend. Het Verdrag van Kyoto geldt slechts tot 2012. In Bali gaat het om het 'post-Kyoto - tijdperk'.
Is het voorstel van Europa wel realistisch en haalbaar? Ja, vindt Pier Vellinga, sinds kort Programmadirecteur Klimaatverandering bij de Wageningen Universiteit en Research Centrum en al decennia betrokken bij internationaal klimaatbeleid zoals het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC). 'We hebben nog twaalf jaar te gaan. Tegen die tijd zijn er voldoende technologieën rijp waarmee we deze doelstelling kunnen halen. We kunnen dan bijvoorbeeld kooldioxide opslaan onder de grond, biomassa aanwenden voor transportbrandstof en op grote schaal gebruik maken van aardwarmte.' Economisch ziet hij ook geen barrières. 'De olieprijs is de afgelopen jaren vervijfvoudigd tot honderd dollar per vat en bijna niemand die daar iets van in zijn portemonnee merkt.' De bereidheid om tot maatregelen is nu ook groter dan in 1997, aldus Velllinga. 'Ik denk dat iedereen - mede dankzij The Unconventient truth van Al Gore - nu wel doordrongen is van de noodzaak tot maatregelen.'
Ook Rob van Dorland, voorzitter van het Platform Communication on Climate Change waarin zes wetenschappelijke instituten in Nederland zich hebben verenigd, is hoopvol gestemd. 'Alleen al met het laag hangend fruit zoals energiebesparing kunnen we al een eind komen. Landen moeten zich willen inspannen. En zelfs de VS ziet in dat olie steeds schaarser wordt en is hard op zoek naar alternatieve energiebronnen.'
Maar het Milieu en Natuurplanbureau (MNP) liet vorige week een somberder geluid horen. Bij de presentatie van hun tweede Duurzaamheidsverkenning stelde het dat de consumptie in het Westen de komende decennia zal blijven groeien en daarmee de uitstoot van broeikasgassen. De internationale doelen om klimaatverandering tegen te gaan zullen waarschijnlijk niet worden gehaald, aldus het MNP.
De klimaatconferentie in Bali wordt dus spannend. Zal Europa de andere landen zover krijgen om de uitstoot van broeikasgassen vergaand te reduceren na 2012? Op Bali worden slechts de standpunten verkend en als het meezit intenties uitgesproken. Pas in 2009 komt het er werkelijk op aan. Dan verlangen de Verenigde Naties handtekeningen van de deelnemende partijen.
Lekker warm
4 mythen en 2 halve waarheden over het klimaat
Mythe: het is bij ons te koud, een beetje extra warmte is juist lekker
Wat zal de opwarming van het klimaat voor ons betekenen? Het ligt er maar aan waar je woont, hoe lang je leeft, wat je doet voor de kost en voor je ontspanning - en of je je wat aan de toekomst van je kinderen, of van de mensheid als geheel, gelegen laat liggen.
Zo'n beetje ieder deel van de planeet, met uitzondering van Antarctica, is sinds 1970 warmer geworden. Gletsjers smelten weg, de lente komt vroeger en het leefgebied van tal van planten en dieren is naar de polen aan het opschuiven.
Voor de meeste mensen heeft dat weinig uitgemaakt. We hebben misschien wat meer hittegolven moeten uitzweten, maar de winters zijn milder geworden. Ook de komende twee decennia mogen we een wisselend beeld verwachten. De rekening voor de verwarming zal omlaag gaan, die voor de airconditioning omhoog. Er zullen wat meer doden vallen door hittegolven, maar minder door de kou.
Dat klinkt helemaal niet zo erg, en voor de meeste mensen zal het dat ook niet zijn. In koelere regionen zullen de voordelen misschien wel groter zijn dan de nadelen, al naar gelang hoe je het bekijkt. Rijke mensen en landen zullen zich bij de meeste veranderingen op korte termijn kunnen aanpassen. Door de bank genomen zal de landbouw aanvankelijk meer gaan opbrengen. Sommige gebieden zullen evenwel hinder gaan ondervinden, en snel ook: Afrika zal het het zwaarst krijgen; daar zullen de landbouwopbrengsten, naar men nu voorziet, al in 2020 gehalveerd zijn.
Echt penibel wordt het als de temperatuur stijgt naar zo'n drie graden boven het huidige niveau, wat in het meest pessimistische scenario al vóór het eind van deze eeuw het geval kan zijn. Meer dan de helft van alle soorten wordt dan met uitsterving bedreigd. De landbouwopbrengsten zullen in de meeste plekken op aarde terugvallen. Miljoenen mensen zullen met overstromingen te kampen krijgen. Hittegolven, periodes van droogte, overstromingen en bosbranden zullen een nog zwaardere tol eisen.
Als we de gevolgen van de opwarming willen overzien, moeten we twee factoren in ons achterhoofd houden. Allereerst zullen zelfs landen die aan de ernstigste directe gevolgen ontsnappen de economische en politieke consequenties ondervinden van wat elders gebeurt. Het tweede punt is dat er een hiaat zit tussen de toename van de broeikasgassen en hun volledige uitwerking op het klimaat. Zelfs als de toename van CO2 morgen zou stoppen, zou de aarde nog tientallen jaren doorgaan met opwarmen.
Een nog langer hiaat ligt er tussen de opwarming en het volledige effect daarvan op het zeewaterpeil. De IPCC (Intergovernmental Panel on Climate Change) voorspelt een stijging van hooguit 0,6 meter tegen het jaar 2100, maar dat zal slechts het begin zijn. Drie miljoen jaar geleden, toen de temperatuur twee tot drie graden hoger lag dan nu, stond het zeewater 25 meter hoger - meer dan genoeg om New York, Londen, Tokio en Shanghai (en Utrecht; vert.) onder water te zetten. Een vergelijkbare opwarming zou tot een even zo grote stijging van het zeewaterniveau kunnen leiden. De IPCC gaat ervan uit dat daar eeuwen mee gemoeid zullen zijn, maar er zijn er ook die denken dat het veel sneller zou kunnen gebeuren, als gevolg van de catastrofale ineenstorting van de ijskappen.
Halve waarheid: wat de mens aan CO2 in de lucht brengt, is maar een schijntje van wat de natuur zelf levert
Het klopt inderdaad dat de CO2 -uitstoot als gevolg van menselijke activiteit gering is vergeleken bij wat de meeste natuurlijke bronnen leveren. Uit ijskernen blijkt evenwel dat het CO2-niveau in de atmosfeer de afgelopen half miljoen jaar redelijk stabiel tussen de 180 en 300 ppm (parts per million) is gebleven, en sinds het begin van de industriële revolutie ineens omhooggeschoten is naar 380 ppm.
Hoe kan dat? Het antwoord luidt dat de natuurlijke bronnen in evenwicht worden gehouden door natuurlijke opname ('sinks'). Bij het vergaan van organisch materiaal komen enorme hoeveelheden CO2 vrij, maar groeiende planten nemen weer net zoveel op. Dat het CO2-niveau is toegenomen, komt doordat er ieder jaar net even meer van het gas in de atmosfeer belandt dan natuurlijke sinks kunnen opnemen.
Hoe kunnen we zeker weten dat wij voor die extra CO2 verantwoordelijk zijn? Dat kan op een paar verschillende manieren worden aangetoond. Fossiele brandstoffen bevatten bijvoorbeeld bijna geen koolstof-14, doordat deze onstabiele isotoop, die gevormd wordt als kosmische stralen de atmosfeer treffen, een halfwaardetijd van zesduizend jaar heeft. Vrijwel alle koolstof-14 in een fossiele brandstof is tegen de tijd dat wij de brandstof verstoken, vervallen, waardoor de daarbij vrijkomende CO2 bijna geen koolstof-14 meer bevat. Studies van jaarringen van bomen hebben laten zien dat het aandeel koolstof-14 in de lucht tussen 1850 en 1954 ongeveer twee procent is gedaald (na 1954 hebben kernproeven weer nieuwe grote hoeveelheden in de lucht gebracht).
Tot slot is ook de stelling dat vulkanen meer CO2 uitstoten dan de mens, pertinent onjuist. Het CO2-niveau neemt na grote vulkaanuitbarstingen nergens toe. Naar schatting zijn alle vulkaanuitbarstingen op land bij elkaar goed voor slechts 0,3 gigaton CO2 per jaar - ongeveer een honderdste van wat de mens uitstoot - en die uitstoot wordt gecompenseerd door de koolstof in oceaansedimenten die onder de tektonische platen wordt geschoven.
Mythe: het kooldioxideniveau begon pas te stijgen toen de aarde al was gaan opwarmen, dus de CO2 heeft die opwarming niet veroorzaakt
Uit de ijskappen die Groenland en Antarctica bedekken zijn honderdduizenden jaren oude ijsmonsters getrokken. Uit die ijskernen blijkt dat aan het eind van de meest recente ijstijden het CO2-niveau in de lucht vaak pas toenam nadat de temperatuur al een tijdlang was gestegen. Over het precieze tijdverloop bestaat wat onzekerheid - onder meer doordat de lucht die in de ijskernen is ingevangen jonger is dan het ijs zelf - maar het lijkt erop dat er soms wel achthonderd jaar of meer tussen heeft gezeten.
Die stagnatie maakt in ieder geval duidelijk dat de CO2 de aanvankelijke opwarming aan het eind van die ijstijden niet in gang heeft gezet. Maar dat heeft ook nooit iemand beweerd. Het idee dat meer CO2 in de atmosfeer de planeet opwarmt, is daarmee niet weerlegd.
Dat wil niet zeggen dat er een perfecte correlatie bestaat tussen temperaturen en CO2-niveaus in het verleden. Op het klimaat zijn nog tal van andere factoren van invloed; en als er in deze factoren grote verschuivingen optreden, verdoezelt dat het verband tussen CO2 en temperatuur.
Hoe komt het dan wél dat gedurende de laatste miljoen jaar of zo de aarde voortdurend heen en weer is geslingerd tussen ijstijden en warmere periodes? Al heel lang heeft men het erop gehouden dat dit komt door variaties in de aardbaan de Milankovitch-cycli - die de hoeveelheid en de plaats van inval veranderen van de zonne-energie die de aarde bereikt. Deze cycli corresponderen met de meeste maar niet alle - klimaatovergangen. Hun directe invloed op opwarming of afkoeling is evenwel gering en kan de temperatuurwisselingen niet geheel verklaren.
Dit zou kunnen betekenen dat een of ander feedbackeffect de aanvankelijke temperatuurveranderingen versterkt. Het ijs zelf is voor die rol een sterke kandidaat. Toen de uitgestrekte ijskappen begonnen te krimpen, zal er minder van de energie van de zon terug de ruimte in zijn gekaatst, waardoor de opwarming kan zijn versneld.
De mogelijkheid dat CO2 ook een rol in dit proces speelt, is meer dan een eeuw geleden voor het eerst geopperd. Uit de ijskernen blijkt dat er gedurende de afgelopen half miljoen jaar een opmerkelijke correlatie bestaat tussen CO2-niveaus en temperatuur. Een ijstijd heeft er ongeveer vijfduizend jaar voor nodig om tot een eind te komen, en afgezien van de stagnatie in het begin, gaan temperatuur en CO2-niveau op zijn minst zo'n dikke vierduizend jaar daarvan samen omhoog.
Wat lijkt te zijn gebeurd aan het eind van ijstijden, is dat een aanvankelijke opwarming als gevolg van een verandering in de baan van de aarde tot de uitstoot van meer CO2 in de atmosfeer leidde, waardoor het nog warmer werd, wat weer tot meer CO2 leidde, enzovoort. En doordat de ijskappen inkrompen, steeg de temperatuur nog meer.
Waar kwam die extra CO2 dan vandaan? Alles lijkt erop te wijzen dat die uit de oceanen kwam. Het gas is slechter oplosbaar in warmer water, dus als de zeeën opwarmen, laten ze CO2 los de lucht in. Dit kan evenwel maar een deel van de extra uitstoot verklaren.
Hoewel CO2 in de ijstijden slechts een bijrol zal hebben gespeeld, zijn er verder terug in de tijd voorbeelden te vinden waar een opwarming aan een toename van het CO2-niveau te danken is geweest. Wat de ijstijden ons vertellen, is dat de temperatuur het CO2-niveau kan beïnvloeden en dat het omgekeerde ook kan. Momenteel nemen de oceanen veertig procent op van de CO2 die we extra uitstoten. Als ze zelf ook CO2 gaan afgeven in plaats van het op te nemen, zal het weinig meer uitmaken of de mens zijn eigen uitstoot terugdringt.
Halve waarheid: in het verleden is het ook warmer geweest, dus waarom al die stampij?
Alles wat we denken te weten over de temperatuur op aarde van vóór zo'n 150 jaar geleden is een schatting, een reconstructie gebaseerd op bewijs uit de tweede hand - zoals ijskernen en een handvol aannames. Hoe verder terug we kijken, hoe groter de onzekerheden.
Het staat buiten kijf dat de aarde uitschieters heeft gekend die warmer waren dan het tegenwoordig is. In een paar gevallen - maar niet in alle - hebben we een goed begrip van de factoren die bij die klimaatvariaties een hoofdrol hebben gespeeld.
Van 750 tot 580 miljoen jaar geleden is de aarde in de greep geweest van een ijstijd die extremer was dan alles wat er sindsdien nog is geweest. Mogelijk is zelfs de hele planeet bij vlagen met ijs en sneeuw bedekt geweest - de 'Sneeuwbal Aarde'.
Na deze diepvriestijd waren er lange periodes waarin zowel het niveau van broeikasgassen als de temperatuur hoger was dan vandaag de dag, al bestaan er grote onzekerheden omtrent de details. De warmste periode was waarschijnlijk het Paleocene-Eocene Thermische Maximum (PETM), zo'n 55 miljoen jaar geleden. Gedurende deze periode, die samenviel met massale uitsterving, kan de temperatuur op aarde in een tijdsbestek van een paar duizend jaar vijf tot acht graden zijn opgelopen. De Noordelijke IJszee haalde de 23 graden.
De isotoopniveaus in fossiel plankton laten zien dat de opwarming was veroorzaakt door het vrijkomen van gigantische hoeveelheden methaan of CO2. De nieuwste theorie is dat dit gekomen is door koolsteenlagen die werden verhit door de lava van een reusachtige vulkanische uitbarsting. Dat was dus, met andere woorden, een voorbeeld van een catastrofale opwarming van de aarde doordat er in een kort tijdsbestek op grote schaal fossiele koolstof in de atmosfeer wordt gebracht. De warme periode duurde 200 duizend jaar.
Gedurende de afgelopen paar miljoen jaar heeft de aarde afwisselend ijstijden en interglaciale periodes doorgemaakt. Deze periodieke omslagen lijken te zijn uitgelokt door schommelingen in de aardbaan, met variaties in de hoeveelheid invallende zonne-energie als gevolg.
Tussen de ijstijden in zijn er diverse warme hoogtepunten geweest, met name het Riss-Würm interglaciaal rond 125 duizend jaar geleden. De temperaturen lagen toen mogelijk één tot twee graden boven de huidige; het zeewaterpeil lag vijf tot acht meter hoger dan nu.
Na de laatste ijstijd hebben we nog een piek gehad, zo'n zesduizend jaar geleden, het Holocene Klimaat Optimum. Deze opwarming lijkt toch vooral streekgebonden te zijn geweest, en de temperaturen lagen waarschijnlijk niet veel hoger dan in de afgelopen decennia - als ze al hoger waren.
En dan nog: betekent het feit dat het in het verleden warmer is geweest, dat we ons over toekomstige opwarming niet druk hoeven te maken? De zee stond tijdens voorgaande warme periodes wel tientallen meters hoger genoeg om heel wat metropolen onder water te zetten.
Halve waarheid: Antarctica wordt kouder en de ijskappen worden dikker
Het is duidelijk dat het Antarctisch schiereiland, dat vanaf het land naar buiten steekt, warmer is geworden. Aanvankelijk dacht men dat het binnenland ook was opgewarmd, maar in 2002 bleek uit een analyse van de gegevens over de jaren 1966 tot 2000 dat het was afgekoeld.
Dit is geen bewijs, zoals sommigen beweren, dat de aarde niet aan het opwarmen is. Klimaatmodellen voorspellen geen uniforme opwarming van de hele planeet, en bijna alle andere delen van de aardbol worden warmer.
Antarctica dankt zijn afkoeling aan het aantrekken van de wind die over het continent cirkelt, waardoor warmere lucht het binnenland niet kan bereiken. Verwarrend genoeg lijkt die hogere windkracht veroorzaakt te worden door een afkoeling in de bovenste lagen van de atmosfeer, als gevolg van het gat in de ozonlaag boven de pool - wat weer het gevolg is van de uitstoot van cfk's. Als de ozonlaag zich de komende decennia herstelt zoals we verwachten, zouden de circulaire winden kunnen afnemen, waarna de temperatuur snel zal oplopen.
Dat werpt de vraag op wat er gebeurt met Antarctica's ijskappen, die genoeg water bevatten om het zeewaterniveau een catastrofale 61 meter te doen stijgen. Dwars tegen alle verwachtingen in wordt in het laatste IPCC-rapport nog steeds voorspeld dat de opwarming van de aarde tot een verdikking van de ijskap zal leiden gedurende de komende eeuw, waarbij zwaardere sneeuwval eventuele dooi meer dan zal compenseren.
Het is niet eenvoudig erachter te komen wat er nu precies gebeurt met het ijs. Een recente studie op basis van satellietmetingen van de zwaartekracht op het continent wijzen erop dat terwijl de ijskappen in het binnenland van Antarctica dikker worden, er nog meer ijs wegsmelt aan de randen, wat per saldo op een verlies uitkomt.
Bij de meest recente voorspelling die de IPCC doet over de stijging van het zeewaterpeil - twintig tot zestig centimeter tegen het eind van de eeuw - wordt ervan uitgegaan dat het tempo waarmee ijs aan de randen van de ijskappen op zowel Groenland als Antarctica verloren gaat, op het huidige niveau blijft. Er zijn onderzoekers die dit een onrealistische aanname vinden en denken dat het tempo waarmee ijs verloren gaat, omhoog zal gaan, en groter zal zijn dan een eventuele toename in de sneeuwval, waardoor het zeewaterpeil veel sneller zal stijgen. Wat er gaat gebeuren, kan niemand met zekerheid zeggen.
Mythe: in de Middeleeuwen was het warmer dan nu; er stonden wijngaarden in Engeland
Er liggen opnieuw bloeiende wijngaarden in Engeland, waarschijnlijk meer dan tijdens het zogeheten Middeleeuws optimum. Als dat een accurate indicatie van de temperatuur is, zou het nu dus nog warmer moeten zijn dan toen.
Met historische anekdotes omtrent het klimaat moet je voorzichtig zijn. De vorstfestijnen die in Londen gehouden werden toen de Thames dichtvroor, worden soms aangehaald als bewijs van hoe koud het was ten tijde van de Kleine IJstijd, die duurde van 1500 tot 1850. Maar dat de Thames dichtvroor was in niet onbelangrijke mate te danken aan het feit dat de rivier langzamer was gaan stromen door de instorting van de oude London Bridge in 1831. Daarom vroor de rivier ook niet opnieuw dicht in 1963, de op twee na koudste winter sinds 1659.
Om na te gaan hoe de gemiddelde temperatuur op aarde door de eeuwen heen veranderd is, hebben klimatologen langetermijngegevens nodig van zoveel mogelijk delen van de wereld. Daarom zijn ze ook gebruik gaan maken van indicatoren als de jaarringen in bomen. Er zijn inmiddels een stuk of tien temperatuurreconstructies opgesteld voor het Noordelijk halfrond die teruggaan tot v--r 1600. Daaruit blijkt dat er ongewoon warme periodes zijn geweest van ongeveer 900 tot 1300, maar de details variëren.
Er zijn aanwijzingen dat er zich op het Zuidelijk halfrond gedurende ongeveer dezelfde periode zowel warme als koude periodes hebben voorgedaan. Daaruit zou je kunnen opmaken dat het Middeleeuws optimum deels een regionaal verschijnsel was, veroorzaakt door de herverdeling van de warmte over de wereldbol en een kleine stijging van de gemiddelde temperatuur op aarde.
Uit de reconstructies en andere aanwijzingen blijkt dat de planeet nu warmer is dan hij tijdens de Middeleeuwse periode ooit geweest is. Waar het echt om gaat, is evenwel niet hoe warm het nu is, maar hoe warm het in de toekomst gaat worden. Zelfs de reconstructies die de meeste variaties vertonen, doen vermoeden dat de gemiddelde temperatuur tot aan de jaren tachtig van de vorige eeuw binnen een nauwe bandbreedte is gebleven. Die band hebben we nu verlaten en we klimmen snel.
Vertaald uit New Scientist Illustraties Bas van der Schot
Wellicht ook interessant:
Meer artikelen in de rubriek 'Weekblad archief'
Reageer, print of deel dit artikel
Reacties op dit artikel:
Frans Galjee | 27 november 2007 (18:22)
Graag wil ik reageren op het artikel: ?Wat is waar? - Mythen en halve waarheden over het klimaat?, zoals beschreven in de Intermediair no 47 van 23 november 2007. De laatste tijd lijkt het over niets anders meer te gaan dan over het klimaat en de veranderingen die daarin optreden. Begrippen als duurzaam of groen en CO2 neutraal om enkele te noemen worden zelfs in advertenties gebruikt en misbruikt. Klimaat is een echte hype geworden met alle gevolgen van dien. Voor- en tegenstanders van Al Gore strijden om hun waarheid en het lijkt er tegenwoordig sterk op dat we leven in een tijd dat religie als wetenschap wordt onderzocht en helaas wetenschap als religie wordt beleden maar vooral ook een rol speelt in politiek belang. Een storm of een warme dag in de winter en iedereen ziet hierin direct weer een bewijs dat het klimaat een verkeerde richting in gaat en de mens daaran schuldig is. In deze tijd dat het voorspellen van het weer voor enkele dagen vooruit al een ondoenlijke zaak blijkt te zijn is men wel stellig in het kennen van de richting waarin het klimaat zich de komende jaren gaat ontwikkelen gebaseerd op, naar klimatologische schaal, een momentopname met ook nog een slechte camera.
Alvorens later dieper op het artikel in te gaan wil ik eerst mijn huidige standpunt in deze kwestie verklaren.
1) Het klimaat verandert en dat doet het al vanaf het ontstaan van de aarde.
2) Ik wil ook aanmenen dat de globale temperatuur stijgt al moet ik daarbij wel aantekenen dat het hierbij van belang is te weten welke tijdsperiode, waarover een temperatuurtrend wordt bepaald, relevant is om een verandering van de globale temperatuur als verbonden met een klimaatsverandering met voldoende zekerheid te kunnen vaststellen. Voorts gaat het hierbij om slechts een geringe temperatuurverandering waarbij, gezien de wijze van meten (lokaal) en de korte periode van meten, het de vraag moet zijn met welke nauwkeurigheid en betrouwbaarheid de verandering van de globale temperatuur kan worden vastgesteld. Meten is ook hier zeker nog niet altijd ook weten! Op de tijdschaal waarop klimaatveranderingen plaatsvinden, meten we dus slechts een zeer korte periode en de indirecte cq afgeleide globale temperaturen uit het verleden zijn wat het zijn namelijk afgeleide temperaturen met de daaraan toe te kennen marge van betrouwbaarheid. Maar goed ook ik wil geloven dat de globale temperatuur stijgt ofschoon het eigenlijk voor deze discussie niet uitmaakt of er sprake is van een stijging of juist misschien een daling.
3) Ten aanzien van de oorzaak van deze stijging van de globale temperatuur kom ik tot de kern van de zaak. Mijn standpunt is dat er inderdaad een relatie is tussen CO2 in atmosfeer en de globale temperatuur. Echter mijn mening is ook dat deze relatie op een wisselwerking berust van een grote, en vooral nog voor groot deel onbegrepen, complexheid en daarbij tevens onder invloed staat van veel andere factoren die maken dat deze relatie niet eenduidig of bekend is. Het stellen dat de globale temperatuur stijgt als gevolg van de toename van CO2 in de atmosfeer is te kort door de bocht, is wetenschappelijk nog niet voldoende onderbouwd en wordt ook niet altijd gestaafd door de afgeleide waarnemingen uit het verleden. Men weet gewoon nog te weinig af van de CO2 cyclus in interactie met land- en zeeorganismen en eigenschappen en de invloed van de fotochemische processen in de atmosfeer. Toch is er steeds weer die stelligheid waarmee vanuit de huidige wetenschap en politiek, en deze twee zaken zijn helaas ook niet meer als onafhankelijk te zien, dit eenvoudige verband wordt aangehangen namelijk de globale temperatuur stijgt ten gevolge van de stijging van CO2 in de atmosfeer. Tot zover is er eigenlijk ook nog niets aan de hand omdat, al hoewel door de mens nog onbegrepen, de natuurlijke processen gewoon hun gang gaan en klimaat veranderingen doorgaan.
4) Echter nu kom ik tot de kern ervan en waardoor het, indien juist, ook terecht als een probleem of naderende ramp wordt gezien. De heersende mening is, en Al Gore adverteert deze boodschap, dat de mens met het verbranden van vooral de fossiele brandstoffen bezig zoveel CO2 in de atmosfeer te pompen dat de hoeveelheid CO2 de balans verstoort van het natuurlijke gedrag van CO2 in de CO2 cyclus. Dit zou kunnen maar zoals hiervoor aangegeven weten we er nog te weinig van en wellicht is er een andere nog niet gevonden oorzaak te vinden voor de stijging van het CO2 gehalte in de atmosfeer. Rekenmodellen zijn heilig verklaard ondanks de erkende hieraan geldende beperkingen. Resultaten van onderzoek moeten vooral het heersende beeld bevestigen want er wordt inmiddels veel geld verdiend aan al die zaken die met bestrijden van de klimaatverandering te maken hebben. Conclusies van rapporten lijken al te zijn geschreven nog voor onderzoek ook daadwerkelijk heeft plaatsgevonden. En erger nog maatregelen worden bestudeerd als bijvoorbeeld injecteren van a�rosolen in atmosfeer en zaaien van ijzerdeeltjes in oceanen waarvan in deze situatie van te weinig kennis er effecten mogen worden verwacht die men niet had bedoeld en het middel erger kan zijn dan de kwaal. De geschiedenis laat daarvan genoeg voorbeelden zien. We wachten af maar er is een ander veel belangrijker punt hier op te voeren.
5) Waarom richt de aandacht zich bij het onderzoek naar de invloed van de mens op de effecten op het klimaat en niet op de problemen waarvan we de feiten wel kennen en dagelijks kunnen vaststellen en ik doel hiermee op de huidige energiecrisis. Fossiele brandstoffen als veruit de belangrijkste verschaffers van onze energie zijn niet alleen een mogelijk probleem voor ons klimaat maar raken vooral ook op en er zijn nog geen duurzame alternatieven voorhanden ook niet op termijn van 10 tot 20 jaar. Met de opkomende economie�n als China en India en het gegeven dat steeds moeilijker te winnen en vooral vuilere velden moeten worden aangeboord zorgt er in ieder geval voor dat de uitstoot van CO2 de komende jaren alleen maar sterk zal gaan toenemen mede ook paradoxaal vanwege de inzet op energiebesparingen en ontwikkeling en inzet van alternatieve duurzame alternatieven. Interessant is in de discussie, die zeker weer zal losbarsten over de inzetpotentie van alternatieve bronnen, deze te beoordelen naar de EIoEO verhouding (en verloop ervan in tijd) van de (EI) energie (vaak fossiel ) die nodig is in gebruik van de energiebron van wieg tot graf tot die energie die schoon wordt opgewekt (EO).
Helaas en heel ironisch eigenlijk maar met het uitputten van de grote en gemakkelijk toegankelijke gas- en olievelden en de verschuiving naar moeilijker bereikbare en vooral vuilere velden (zoals de exploitatie van de Canadese teerzanden) maar ook met de overgang naar duurzame energiebronnen is er dus een milieuschade te verwachten die van dezelfde of zelfs groter schaal is dan de milieuschade gekoppeld aan het kunnen blijven exploiteren van de oorspronkele velden zo die onuitputtelijk zouden zijn. Kortom ontkoppel toch klimaatonderzoek en energieonderzoek van elkaar en richt de aandacht vooral op deze laatste omdat daar er problemen zijn die opgelost moeten worden op de meest korte termijn.
Echter tot zo ver mijn mening en dus als redelijk neutraal toeschouwer van deze klimaatsoap begon ik hoopvol aan het lezen van het artikel dat licht zou doen schijnen over de zin en onzin van de klimaatproblematiek.
In de inleiding onder de titel: ?nog twaalf jaar te gaan? stelt Pier Velinga dat over twaalf jaar er voldoende technologie�n rijp zijn waarmee doelstelling van 20% reductie in CO2 uitstoot tov 1990 gehaald kan worden. Hij noemt opslag van CO2 ondergronds, inzet van biomassa en benutting van aardwarmte. Mijn oordeel is dat dit een zeer optimistische kijk is op de ontwikkeling van technieken (ondergrondse opslag) die nog in kinderschoenen staan of waaraan nu al twijfel (biomassa) bestaat over toekomstige grootschalige energie-economische (EIoEO) inzetbaarheid. Ook zijn opmerking over de economische gevolgen van de olieprijs is niet genuanceerd want zal een hogere olieprijs inderdaad de wens van ontwikkeling van duurzame alternatieven vergroten diezelfde hoge olieprijs zal als gevolg van vraag en aanbod juist die ontwikkeling van nieuwe bronnen gaan frustreren om reden dat huidige behoefte bij voorrang gedekt zal worden ten koste van de beschikbaarheid van olie en gas voor de ontwikkeling en inzet van duurzame energiebronnen. Dit dan alles nog los gezien van de doorwerking van de hoge olieprijs in andere grondstoffen en voedingsmiddelen wat een negatief effect zal gaan hebben op de ontwikkeling van de economie waardoor minder geld zal gaan naar dure projecten van onderzoek of van subsidiering van toepassingen.
Ook zijn collega Rob van Dorland is optimistisch maar zet daarbij vooral in op energiebesparing. Het optimisme van beide heren is gezien hun functie begrijpelijk maar mi niet realistisch.
In het tweede deel van het artikel onder de titel: ?lekker warm? worden de 4 mythen en 2 halve waarheden behandeld. Ik zelf zou, om het artikel wat meer objectief te houden, aan de te behandelen onderdelen niet de kwalificaties mythen of halve waarheden hebben opgehangen.
Maar goed mythe 1, dat het bij ons een beetje warmer gaat worden en dat dat lekker is, vind ik niet echt van belang. Belangrijker vind ik dat, bij het lezen van de andere items wat als mythe of halve waarheid wordt gepresenteerd, het gestelde door juist de eigen nadere uitgebreide beschrijving ervan niet wordt bevestigd of voldoende wordt bewezen. Wat ook opvalt is, dat als er een onduidelijkheid wordt gemeld niet passend bij heersende visie, er wel direct een nog onbewezen of vermoedde mogelijke oorzaak wordt aangedragen die wel past binnen de heersende visie. Heel duidelijk is dat de ook door mij geconstateerde onbekende wisselwerking tussen globale temperatuur en CO2 gehalte in de atmosfeer, zo essentieel in de klimaatdiscussie, dit in feite in de beschrijving van het desbetreffende item wordt bevestigd. Men weet het niet en men vermoedt maar wat en stelt ook vragen. Dat laatste is goed want twijfel is de basis voor voortschrijdend inzicht en kennis. Nee, het geheel kan ik beoordelen als een matige poging duidelijkheid te geven richting de heersende mening terwijl met de behandeling van de verschillende punten juist het tegenovergestelde lijkt te worden bereikt. Tegenstanders van Al Gore zullen dankbaar zijn met dit artikel waaruit de uitgedragen stelligheid van de heersende mening op geen enkele wijze in verhouding staat tot de aangedragen feiten en onderbouwing. ?An inconvient thruth? van Al Gore kan op deze wijze net zo goed worden gezien als ?a convient lie?. Blijft bestaan dat de discussie en zorg dient te gaan over de energieproblemen van nu en niet over vermeende klimaatellende van straks want als er op een gegeven moment geen stroom meer is of geen warmte dan maakt niemand zich meer druk om het klimaat en zijn we met deze huidige discussie belangrijke tijd kwijtgeraakt.
|