Met positief denken red je het niet
Invloed van psyche op ziekte schromelijk overschat
14-11-2007
| Reacties: 7
|
Deel dit artikel
Gemoedstoestand en gezondheid beïnvloeden elkaar, maar anders dan velen denken. Zo heeft iemands psychische gesteldheid nauwelijks invloed op het ontstaan en verloop van kanker. En auto-immuunziekten en hart- en vaatziekten beïnvloeden juist de hersenen en daarmee de stemming.
Hebben onze gedachten invloed op onze gezondheid? Volgens de grote schare aanhangers van de bestseller The Secret wel. Sterker: onze gedachten zouden de werkelijkheid en daarmee ook onze gezondheid bepalen. Kanker zou zelfs een gevolg zijn van negatieve gedachten een nogal belastend idee voor mensen met deze ziekte en bovendien aantoonbaar onjuist.
Het overschatten van de rol die onze geest speelt bij ziekte is hardnekkig. Al zeker twintig jaar verschijnt een gestage stroom boeken met titels als De zin van ziek zijn, Genees jezelf! en Heel je lichaam. Uitgangspunt is steevast dat ziekte het product is van een bepaalde verstoring van de psyche. 'Positief denken' zou daarom de sleutel zijn tot genezing.
Nu zijn er inderdaad verbanden tussen gemoedstoestand en gezondheid. Zo bleek jaren geleden al uit een Amerikaans onderzoek dat de griepprik minder goed aansloeg bij verdrietige en sombere mensen; hun immuunsysteem draaide kennelijk op een lager pitje. Niemand zal griep echter een psychosomatische ziekte noemen.
Medisch onbegrepen klachten worden door artsen nogal eens afgedaan als iets dat 'tussen de oren' zit. 'Dat is de ergste kreet die ik ken', zegt Cobi Heijnen, hoogleraar psychoneuro-immunologie aan de Universiteit Utrecht en gespecialiseerd in stress. 'Daarmee laat je patiënten met reële klachten verschrikkelijk in de steek'.
In het stressonderzoek is de laatste vijftien jaar duidelijk geworden hoe zeer lichaam en geest samenhangen: hersenen, hormonen en afweersysteem vormen één groot netwerk, waarvan de delen elkaar op allerlei manieren beïnvloeden. Zo leidt langdurige blootstelling aan stresshormonen tot duidelijk waarneembare veranderingen in de hersenen en het immuunsysteem. Bij ratten bleek toediening van stresshormonen vlak na de geboorte op langere termijn te leiden tot hoge bloeddruk, nierproblemen, hormonale veranderingen, afwijkingen aan hart- en bloedvaten en veranderingen in het immuunsysteem. Dat verkorte het leven van de ratten met een kwart.
Stress kan dus ziek maken. Het verergert daarnaast ook veel kwalen, zonder er direct de oorzaak van te zijn. Dat geldt bijvoorbeeld voor auto-immuunziekten, zoals multiple sclerose en reuma. Heijnen: 'Je krijgt geen immunologische afwijkingen door stress. Maar er is wel een verband andersom: van lichaam op hersenen.' Zo komen bij reuma ontstekingsfactoren in het bloed. Deze 'boodschapperstofjes', cytokinen, dringen door tot de hersenen en beïnvloeden daar rechtstreeks hormonale systemen, gevoelens en gedrag. Ze veroorzaken niet alleen hoofdpijn en spierpijn, algehele malaise, een lagere pijndrempel en extreme vermoeidheid, maar ook depressie. Dit mechanisme is bij dieren overtuigend aangetoond, aldus Heijnen. 'De depressieve klachten bij auto-immuniteit werden lang afgedaan als een psychisch gevolg van de pijn. Maar vooral door de komst van een nieuwe generatie reumamedicijnen - de zogeheten cytokine-antagonisten (TNF-Alpha remmers) - dringt het inzicht door dat dit niet klopt. Ze remmen lokale ontstekingen, maar hebben ook een positief effect op vermoeidheid, pijnbeleving én stemming.'
Bij alle chronische ontstekingsziekten: hart- en vaatziekten en - opmerkelijk - ook bij depressie, beïnvloeden cytokinen de hersenen. Ze veroorzaken daar de productie van nog meer cytokinen en via een nog onbekend mechanisme - een (ernstiger) depressie. 'Daarvoor kun je antidepressiva geven, maar je kunt ook die cytokinen beïnvloeden.'
Heijnens hypothese is dat bij medisch onverklaarbare klachten als het chronische vermoeidheidssyndroom (cvs) een ontregeling van het immuunsysteem een ontregeling in de hersenen veroorzaakt. Daarom gaat ze nu bij mensen met cvs-klachten proberen de cytokineproductie in de hersenen te remmen. Ze doet dit samen met haar collega Lorenz van Doornen, hoogleraar gezondheidspsychologie aan de Universiteit Utrecht. 'Dit is echt een nieuwe stap', zegt Van Doornen. 'Lange tijd was het uitgangspunt dat de hersenen het lichaam sturen, maar nu komen we tot het inzicht dat het wel eens omgekeerd kan zijn: de hersenen monitoren voortdurend of er ergens iets mis is in het lichaam en hoe ze zich daaraan moeten aanpassen.' Iedereen kent dit terugkoppelingsmechanisme van het lichaam richting hersenen zelf van een griepje. Bij koorts ben je katterig en moe; je lichaam probeert energie die het nodig heeft voor herstel te sparen.
De hersenen maken soms echter fouten bij het monitoren. Het idee wint terrein dat onverklaarbare chronische pijn, zoals posttraumatische spierdystrofie (blijvende pijn na herstel van letstel), verklaard kan worden door een schakelfout in het brein. Het pijngeheugen in de hersenen blijft dan actief, terwijl het lichamelijke probleem al voorbij is. Dat biedt aanknopingspunten voor nieuwe, op de hersenen gerichte, behandelwijzen.
De omkering van het perspectief - door van het lichaam naar de hersenen te kijken in plaats van andersom - leidt ook tot een nieuwe interpretatie van onderzoeksuitkomsten. Zo is in recent onderzoek van de Tilburgse hoogleraar medische psychologie Johan Denollet een relatie aangetoond tussen depressie en hartinfarcten. Hartpatiënten die zich vaak zorgen maken, geïrriteerd zijn of een slecht zelfbeeld hebben - 'type D'-personen - hebben vier keer zoveel kans om binnen zes tot negen maanden een hartaanval te krijgen, of zelfs te overlijden, dan zorgelozer patiënten. Er bleek ook een negatief effect op het immuunsysteem, de bloedstolling en het hartritme.
Van Doornen: 'De eerste verklaring is dat zorgelijke en zwartkijkende mensen meer kans hebben op een infarct. Maar wij denken nu dat het deels andersom is. Aderverkalking zorgt ervoor dat het immuunsysteem actief wordt, de hersenen detecteren de signaalstofjes van de ziekte en máken vervolgens somber.' Dit idee wordt ondersteund door onderzoek waaruit blijkt dat de kans op hart- en vaatproblemen niet afneemt wanneer patiënten voor hun depressie worden behandeld. De depressie is dus niet de oorzaak van de ziekte, maar het gevolg.'
Horen bij bepaalde ziektes bepaalde persoonlijkheden? is de titel van een lezing die Van Doornen dit najaar zal houden. 'Ja', is zijn antwoord, maar 'persoonlijkheid' is vooral een fysiologisch begrip. 'Ik ben een materialist. Ik zie psyche en hersenen als één ding. De genen bepalen voor vijftig procent persoonlijkheidskenmerken als stressbestendigheid en neuroticisme. Opvoeding, ervaringen en de hoeveelheid stresshormonen in de baarmoeder bepalen de andere helft.'
Naar mogelijke verbanden tussen persoonlijkheid en ziekte wordt al langer onderzoek gedaan. Van mensen met cvs is bijvoorbeeld bekend dat ze vaak zeer precies, gedreven en ambitieus zijn. Heijnen: 'Het boeiende is echter dat veel gestresste, ambitieuze en neurotische mensen zo'n ziekte niet krijgen. Naar ons idee spelen dus ook immunologische afwijkingen een rol. Immuunactiviteit en stress versterken elkaar, want ze hebben eenzelfde effect op veel hersendelen.'
Ook tussen kanker en persoonlijkheid werden jarenlang verbanden verondersteld. Mensen van het 'type C' - passief, meegaand, geremd in het uiten van negatieve gevoelens - zouden meer kans hebben om kanker te ontwikkelen. Maar alle onderzoeken naar mogelijke verbanden tussen kanker en psyche ten spijt: er is niet of nauwelijks een verband. Vechtlust, wanhoop, optimisme of acceptatie hebben geen invloed op het ontstaan van kanker of het ziekteverloop, aldus psychofysioloog Bert Garssen. Hij is hoofd wetenschappelijk onderzoek bij het Helen Dowling Instituut in Utrecht, dat in 1988 zelfs werd opgericht om de relatie tussen psyche en het ontstaan en verloop van kanker te ontrafelen. Het Instituut richt zich inmiddels op het zo goed mogelijk omgaan met de ziekte.
'Als de relatie tussen immuunsysteem en kanker perfect was, bestond er geen kanker', aldus Garssen. Het immuunsysteem moet afwijkende cellen opsporen, maar de meest voorkomende tumoren wekken weinig of geen immuunreacties op doordat ze mutaties ondergaan. Daarnaast groeien sommige kankercellen zo snel, dat het immuunsysteem het niet kan bijhouden. En soms zijn tumoren ingekapseld en daardoor ongrijpbaar voor het immuunsysteem.
Garssen heeft tot nu toe ongeveer tachtig langlopende internationale studies vergeleken en vond geen verband tussen psyche, gedrag en kanker. Ook niet bij kankersoorten die door een virus veroorzaakt worden, zoals baarmoederhalskanker.
Wat Garssen wel vond, was een mogelijke invloed op het verloop van kanker van hopeloosheid en repressie. Hoe hopelozer, of hoe meer patiënten geneigd zijn negatieve emoties niet te uiten, hoe slechter het gaat. Terwijl mensen die hun ziekte volledig negeren, een wat beter perspectief lijken te hebben.
Patiënten reageren wel eens geïrriteerd op de uitkomsten van zijn literatuuronderzoek, merkt hij. 'Mensen willen graag een verklaring hebben voor het leed dat ze overkomt. Bovendien is het natuurlijk prettig om te denken dat je invloed kunt uitoefenen op je ziekte. Anderzijds is het ook belastend, als dat niet lukt. Maar helaas: je voorstellen dat het immuunsysteem een legertje is dat oprukt richting tumor haalt niets uit.'
De invloed van het immuunsysteem op kanker is dus niet groot. Toch is het idee dat gedachten invloed kunnen hebben op andere ziekten niet zo vreemd. Het hormonale systeem en immuunsysteem worden namelijk wel degelijk beïnvloed door psychologische factoren. Het gaat daarbij echter niet om gedachten, maar om gedrag. 'Mensen kunnen ander gedrag aanleren. Daarmee verander je mogelijk ook hun hele fysiologische patroon', zegt Heijnen. Cognitieve gedragstherapie blijkt effectief bij ongeveer zeventig procent van de cvs-patiënten, zo hebben wetenschappers van het Nijmeegse Kenniscentrum Chronische Vermoeidheid ontdekt. Stressmanagement door middel van bijvoorbeeld yoga en meditatie, blijkt eveneens heilzaam bij stressgerelateerde kwalen. Een methode als mindfulness (aandachttraining) heeft een positief effect op depressie, chronische pijn, hartklachten en maagdarmproblemen.
'Positief denken' kan ook zo'n ontspannende werking hebben. Maar menen dat we onszelf kunnen 'herprogrammeren' tot gezondheid - en mensen daarmee ook verantwoordelijk maken voor hun ziekte - is een brug te ver. Heijnen: 'Er zijn zoveel van die believers... Die hardnekkige onzin heeft mijn vakgebied zo geschaad. Het is mensen beduvelen met een illusie van maakbaarheid.'
Tekst Elke van Riel Illustraties Leendert Masselink
Wellicht ook interessant:
Meer artikelen in de rubriek: Weekblad archief
Reageer, print of deel dit artikel
Reacties op dit artikel:
Ellen | 18 november 2007 (19:50)
"Cognitieve gedragstherapie blijkt effectief bij ongeveer zeventig procent van de cvs-pati�nten, zo hebben wetenschappers van het Nijmeegse Kenniscentrum Chronische Vermoeidheid ontdekt"
Deze 70% geeft een vertekend beeld. Ten eerste onderzoeken ze daar chronische vermoeidheid en niet uitsluitend ME/CVS (en daar zit een groote verschil tussen). Veel physiologsiche, psychologische en psychiatrische aandoeningen geven ook vermoeidheid en alle vermoeiden worden door dit kenniscentrum allemaal op 1 grote hoop gegooid.
ME/CVS is inmiddels een verzamelnaam geworden voor mensen met vage klachten, doordat de criteria steeds meer opgerekt worden. Echte ME/CVS-pati�nten worden hierdoor minder serieus genomen en door (keurings)artsen gedwongen tot CGT. En helpt dat niet? Dan wil je gewoon niet genezen, zo wordt geredeneerd.
Ten tweede kan het wel effectief zijn (het kan ook de levenskwaliteit verbeteren van mensen met kanker en HIV/AIDS), maar dat betekent niet dat het pati�nten kan genezen.
Correct geformuleerd wordt het: CGT kan een bepaald gedeelte van de pati�nten met ME/CVS helpen beter met hun klachten om te gaan.
Een goed artikel, jammer dat alleen bovenstaande opmerking niet beter gecontroleerd is.
Ellen | 18 november 2007 (20:12)
Naast de verkeerde cijfers die het Nijmeegs Kenniscentrum voor Chronische Vermoeidheid geeft (zie voor een kritische noot: http://hetalternatief.org/Aktueel-2007-025.htm), staat er nog een verkeerde aanname in over ME/CVS:
"Van mensen met cvs is bijvoorbeeld bekend dat ze vaak zeer precies, gedreven en ambitieus zijn."
Ook dit is onjuist en in studies al vele malen ontkracht. Deze aanname stamt nog uit de jaren '80 van de vorige eeuw toen ME/CVS ook wel Yuppie Flu werd genoemd.
Ik kan verder nog het artikel van Jason et al (Chronic Fatigue Syndrome: the need for subtypes) aanraden: http://www.cfids-cab.org/MESA/Jason-7.pdf
Drs. Guido den Broeder | 18 november 2007 (21:18)
Hoewel de titel anders suggereert, zijn de uitspraken die in het voorbijgaan in dit artikel worden gedaan over CVS weer de bekende, niet door enig wetenschappelijk onderzoek ondersteunde kreten:
- "onverklaarbare klachten";
- "precies, gedreven en ambitieus";
- "CGT effectief bij zeventig procent".
Rob Arnoldus | 20 november 2007 (20:29)
Daar waar het gaat om de opmerkingen over ME/CVS. Ik beperk me tot een aantal kritische kanttekeningen.
Hoewel zo langzamerhand bekend mag worden verondersteld dat er onder de noemer "CVS" een heterogene patientengroep schuil gaat, worden in dit artikel toch voor iedereen geldende remedies gepresenteerd.
Het gebruik van de modekreet "medisch onverklaarde klachten", of een variant daarop, suggereert ten onrechte dat er een gemeenschappelijke etiologie achter deze klachten schuil gaat. Dat is echter niet het geval. Veeleer is er sprake van een modieuze projectie van door artsen, beleidsmakers en verzekeringsgeneeskundigen beleefde onlustgevoelens.
Het artikel blinkt niet uit door consistentie.
De gesuggereerde omwenteling in de richting van een afscheid van het vigerende "positief denken" wordt niet ondersteund door de vermelding van de succescijfers van de CGT behandeling. Het succes van deze behandeling wordt immers primair opgehangen aan de C.
Opvallend is het ontbreken van serieuze informatie over het ziektebeeld ME/CVS. Denk hierbij aan de ernstige objectiveerbare inspanningsintolerantie waar ME/CVS patienten mee kampen.
Laten we - hoe dan ook - positief blijven denken. Een eerder in Intermediair verschenen artikel, waarin de redactie een poging deed om ME/CVS aan de orde te stellen had de onverklaarbare, maar toch veelzeggende, titel: "Ziek of Gek?".
Dean | 25 november 2007 (13:33)
Best een aardig artikel. Iemand die tegen de stroom in durft te gaan. Daar is moed voor nodig. Toch enkele kritische noten.
Allereerst is het opvallend dat psychologen zich bezig gaan houden met het immuunsysteem. Daarnaast begeven ze zich ook op het vakgebied van de neuroloog. Eigenlijk lijkt het erop dat psychologen misbruikt en geconfronteerd worden met het opruimen van de vuile was die een ander toebehoort.
Het voordeel van onbegrepen lichamelijke klachten af te schuiven op dat 'het tussen de oren zit' is dat de druk bij de pati�nt word gelegd. Op deze wijze worden pati�nten schulgevoelens aangepraat en volkomen belachelijk gemaakt. Verder blijven relevante onderzoeken uit. Het is echt een grof schandaal dat anno 2007 artsen hun verantwoordelijkheid niet nemen voor deze groep. Er is sprake van een arrogantie ten top immers men stelt dat als een arts 'niks' kan vinden er ook geen ziekte of afwijking bestaat.
Er wordt hier een behoorlijke redenatie fout gemaakt. Een recent voorbeeld is de maagzweer die veroorzaakt zou worden door stress. Nu blijkt dit door een bacterie veroorzaakt te worden. MS was voordat men dit kon waarnemen op de MRI ook een onbegrepen hysterische aandoening. Voorbeelden genoeg. Het blijkt dat de geschiedenis zich maar blijft herhalen en dat deze mensen niets maar dan ook niets hiervan hebben geleerd.
In het artikel komt overigens naar voren dat 70% van de CVS-pati�nten baat zou hebben bij CGT therapie. Vermeld dient te worden dat deze 70% niet onderbouwd wordt met wetenschappelijke literatuur hetgeen niet erg wetenschappelijk overkomt. Toch mag men klaarblijkelijk van dit percentage spreken. Zo wordt het vanzelf een waarheid omdat iedereen gaat denken dat het de waarheid is. Ook dient aangemerkt te worden dat er ongeveer 50% (zo blijkt uit een Engelse enqu�te) sterk aftakeld op deze CGT therapie. Hier hoor je deze onderzoekers niet over.
psycholoog Roos | 5 februari 2008 (10:35)
Onder psychologie valt ook psychofysiologie en neuropsychologie Dean, dus dat de psychologen misbruik maken van het gebied die voor de neuroloog bestemd is lijkt me een opmerking uit de mond van een leek.
marina lobelle | 5 februari 2008 (22:13)
Ik ken een vriendin met stofwisselingziekte en die bleef positief denken en ze leeft nog steeds. Ze heeft een sterk karakter en als je je zelf sterk opstelt kan het best een goede uitweg zijn voor nog langere leven.
Een vriendin met alvleesklierkanker bleef ook positief en ze was erg optimistisch.
Maar ze was later toch dood gegaan.
Ze werd niet ouder dan 63 jaar.
Mijn vriendin met stofwisselingziekte daar tegen is 30 jaar geworden. En die patienten zijn er ook die niet ouder worden dan 20 jaar en dan hebben ze het gehad.
Ze blijft toch door vechten en ze is heel dapper. Ik heb veel respect voor haar.
|