Olaf Olafsson: 'Ik ben toevallig topman'
Auteur: Daphne van Paassen
|
02-10-2007
|
Mail dit artikel
Hij is romanschrijver én vicepresident van mediagigant Time Warner. Puur bij toeval, beweert de IJslandse Amerikaan Olaf Olafsson. 'Ik geloof niet in carrièreplanning.'
Hij staat bijna onbeholpen in de nauwe serre van Hotel de Filosoof in Amsterdam, met zijn handbagage al bij zich - een tas die meer in de buurt komt van een rieten mand dan van een zakelijke koffer of zelfs maar een weekendtas. De boomlange, wat jongensachtige IJslandse auteur Olaf Olafsson (45) is maar een paar uur in Nederland om zijn nieuwe boek Vergiffenis te promoten en vliegt over een paar uur terug naar zijn woonplaats New York. Zijn ruim bemeten kantoor daar op de twaalfde verdieping van de glazen Time Warner toren aan Columbus Circle doet weinig recht aan het clichébeeld van een tochtig zolderkamertje waar een schrijver in alle eenzaamheid aan zijn boek zit te schaven: clubfauteuils, een enorme flatscreen aan de muur, een glimmende vergadertafel en een wijds uitzicht over de verkleurende boomtoppen van Central Park. Olaf Olafsson leidt dan ook een dubbelleven. 's Ochtends staat hij tegen vijf uur op, schrijft een uur of vier aan zijn zeer literaire romans en tegen tienen verschijnt hij op kantoor om als vicepresident strategieën uit te denken voor de toekomst van het mediaconglomeraat (o.a. CNN, Time, Warner Bros, provider AOL). 'Behoorlijk schizofreen, eigenlijk.' Maar het is een combinatie waar deze toevallige topman, die eigenlijk tegen wil en dank het bedrijfsleven in struikelde, zich het prettigst bij voelt. 'In wezen doe ik ook in beide beroepen iets vergelijkbaars.'
Ik had verwacht dat de man die bij Sony de Playstation introduceerde en die bij Time Warner lange tijd de baas was van de digitale-mediapoot, een echte 2007-roman zou schrijven. Snel, hip, nietsontziend berichtend over corporate schandalen en ten minste gepubliceerd als e-book. 'Ik houd van papier. Als papier gisteren was uitgevonden, zouden we het een fantastische technologie noemen. Je kunt het overal mee naartoe nemen en lezen, in bed en op het strand, je zit nooit zonder batterijen, kunt het onder alle hoeken lezen, het is makkelijk te produceren tegen lage kosten; het is een fabuleuze technologie! Al die voorspellingen over de teloorgang van het boek - onzin.'
En dat zegt de man die jarenlang het hoofd van de digitale media was. 'Heel eerlijk gezegd heb ik weinig met de nieuwe media. Ik ben veel meer gehecht aan de oude. Ik ben ook geen gadget-man. Het gaat mij om de inhoud, om dat waar je je tanden in kunt zetten. De nieuwe technologie heeft alleen maar invloed op hoe de inhoud tot je komt. Ze verandert de inhoud niet. Verhalen worden niet interactief verteld, hoezeer goeroes ons ook willen doen geloven dat dat gaat gebeuren. Hoe nemen mensen verhalen tot zich? Via boeken, films, televisieshows. En die beginnen allemaal met iemand die een pen pakt of letters typt op een computerscherm.'
Zijn games niet een vorm van interactieve verhalen? 'Ik vind ze eigenlijk te primitief om verhalen genoemd te worden.'
Stelt u dat niet teleur? U bent ooit binnengehaald om de content van Time Warner aan nieuwe technologieën te koppelen. 'Niet echt. Toen ik opgroeide in de jaren zeventig waren er speelhallen waar ik stiekem heen ging mijn vader was schrijver en hield ons verre van televisie en ander vermaak. En dan gooide we een munt in een machine waarmee we konden doen alsof we een auto bestuurden. Games zijn het volgende stadium van dat soort spellen. Niet meer en niet minder.'
Hoe bent u in vredesnaam aan de top gekomen in de nieuwe-mediawereld? 'Totaal per ongeluk. Ik had nooit het plan om een zakenman te worden. Dat waren gezette mannen in pakken, met dikke sigaren en grove omgangsvormen. Ik wilde schrijver worden. Mijn vader was schrijver en ik voelde en voel dezelfde innerlijke drang om te schrijven.'
Waarom ging u dan natuurkunde studeren? 'Aanvankelijk wilde ik literatuur studeren. Ik had een beurs gekregen voor een Amerikaanse universiteit in de buurt van Boston en dacht: dat is een geweldig aanbod. Ik ga een paar jaar in de States studeren en keer dan terug naar IJsland. Maar toen ik het curriculum van letterkunde bekeek, zag ik dat ik zo'n beetje alles al gelezen had. Ik wilde altijd al meer van natuurkunde en wiskunde weten. Net als schrijven is de natuurwetenschap een manier om erachter te komen hoe de wereld in elkaar steekt.'
En toen dacht u aan het eind van uw studie: ach, dan word ik ook maar meteen zakenman? 'Zo tegen het eind van mijn studie was ik meer met mijn eerste boek bezig dan met de studie. Ik wilde stoppen, dacht: waar heb ik een PhD voor nodig als ik toch niets met het vak ga doen? Maar mijn professor zei: "Je maakt een fout. Vandaag bezoekt iemand de campus en die zal je dat laten inzien. Kom kennismaken." Dat bleek de president-commissaris van Sony te zijn die me na het gesprek een baan aanbood. Ik was stomverbaasd, maar dacht: voor een schrijver is het goed om verschillende werelden te kennen. Ik doe het gewoon een paar jaar. Ik ben een toevallige zakenman.'
Wat is zo inspirerend aan het bedrijfsleven? U zit er niet voor niets nog steeds. 'Schrijven is een zeer solitaire bezigheid. Je bent alleen met je personages en raakt heel erg door hun wereld opgeslokt. Sommige schrijvers prefereren het om altijd in die wereld te zijn. Ik heb afwisseling nodig. Ik heb het geprobeerd: alleen schrijven. Maar na drie, vier uur schrijven ben ik uitgeput. Niet in de zin dat ik niets meer kan doen, helemaal niet. Er komt alleen niets meer uit mijn pen.'
Maar een bedrijf leiden gaat nog best? 'Ik put dan uit een ander vat. Ik vind het prettig met slimme mensen samen te werken en na te denken over problemen en over welke kant we morgen op moeten met het bedrijf. Dat lijkt ook wel een beetje op schrijven. De hoofdpersoon in een boek moet zich ontwikkelen, evolueren. Een bedrijf ook. De tijd verandert en dat doet wat met de personages, met de producten van je bedrijf.'
In Vergiffenis is de hoofdpersoon een oude, zeer succesvolle, maar verbitterde en verharde zakenman, Petúr Petúrson, die als jongeman op weg van IJsland naar New York, net als u deed, zijn naam veramerikaniseert tot Peter Peterson. Probeert u zichzelf iets te vertellen met dat boek? 'Misschien is het wel een waarschuwing aan mijzelf!'
Voor wat? 'Waar het in Vergiffenis om gaat is de filosofische vraag of je schuldig bent aan iets misdadigs dat je van plan was, maar dat anders heeft uitgepakt. In hoeverre ben je wie je bent door bepaalde gebeurtenissen? Wie zou je zijn geweest als die gebeurtenissen niet hadden plaatsgehad, en maakt het dan nog uit of ze echt gebeurd zijn of dat je dat alleen maar dacht?'
Hoe ontstaat zo'n idee voor een boek? 'Het is moeilijk om achteraf te bedenken hoe een boekidee ontstaat. Het kan een zin zijn, een gebaar, een gedachte. Vaak komen er dingen samen. Vergiffenis bijvoorbeeld begon met iemand die ik zag in een restaurant in New York waar ik wel eens na werktijd kwam. Een oud Franse bistro, Jean Lafitte geheten, op de hoek van 15th Street en 6th Avenue. In het boek laat ik Peter Peterson er met zijn vrouw borrelen. Ik zag daar ooit een oude man. Hij zat daar alleen maar aan een tafeltje bij het raam. Ik zat te wachten op een paar mensen en bedacht: wat gaat er door die man heen? Wat heeft-ie meegemaakt? En voor ik het wist begon ik een leven bij hem te verzinnen. Dat komt dan samen met zo'n filosofisch idee over schuld dat ik ooit wilde onderzoeken.'
U doet veel research voor uw romans. Dat gaat toch moeilijk in die ochtenduurtjes. 'Ik doe lang over een boek. Mijn laatste kostte me drie jaar aan onderzoek. Daarna begin ik pas met schrijven. Maar voor research hoef je niet altijd op pad. Het is ook boeken lezen en je oren openhouden. Je bent een dief die altijd kijkt: wat kan ik gebruiken? Overal pik je goede verhalen op, situaties, karakters. Ik maak aantekeningen en die leggen het fundament voor het boek. Want het zijn die weetjes, die historische details die een verhaal echt maken.'
Bent u nooit bang voor plagiaat? 'Nee.'
Maar het overkwam u een paar jaar geleden. 'Excuse me?'
U werd in 2002 beschuldigd van plagiaat. 'Nou, beschuldigd... er was iemand die had ontdekt dat ik een historische anekdote had gebruikt die de fantastische schrijver over voedsel M.K. Fisher in een van zijn boeken noemde. Het ging om een halve pagina en ik had zijn zinnen niet letterlijk overgenomen. Je kunt in al mijn boeken honderden echo's van andere boeken horen.'
Waar wordt research plagiaat? 'Plagiaat is als je ergens iets onveranderd uithaalt. Toen McEwan onlangs van plagiaat werd beschuldigd voor zijn boek Atonement, reageerde de beroemde schrijver Kazuo Ishiguro met: als dit plagiaat is kunnen we allemaal wel van plagiaat worden beschuldigd. Dan zijn Tolstoi en zelfs Shakespeare ook in de problemen. Maar ik ga nu in mijn nieuwe boek misschien toch een lijst van gebruikte literatuur opnemen. Het vervelende is dat je daarmee de ervaring van de lezers verknoeit. Je neemt iets van het mysterie weg.'
Uw romans zijn bijna traditioneel. Waarom schrijft u eigenlijk over het verleden en niet over het nu? 'Dat geeft me ruimte. Mij als persoon: ik kan mijn businessleven en schrijversleven zo beter scheiden. Maar ook in de roman zelf geeft het me de mogelijkheid om ontwikkeling te beschrijven en te spelen met het idee dat wie we nu zijn, wordt bepaald door wat we hebben meegemaakt.'
Als u nu kijkt naar wie ú bent geworden, bent u dan niet verbaasd? De meeste mensen die zo'n topbaan willen, plannen hun carrières nauwgezet. 'Mensen denken dat dat moet. Dat is wat ze je leren op businessschools: dat je over vijf jaar precies moet weten waar je in het bedrijf wilt zijn. Ik geloof niet in carrièreplanning. Ik geloof überhaupt niet in het plannen van je leven. Het veronderstelt dat je weet hoe de wereld er over vijf jaar uitziet. Mensen die plannen, doen oogkleppen op en zien zo niet wat er om hen heen gebeurt. Ze zien de mogelijkheden die zich voordoen niet. Om succesvol te zijn moet je enkel een open mind hebben.'
CV
Geboren als: Ólafur Jóhann Ólafsson, 1962, Reykjavik (sinds 1982 Olaf Olafsson) Schrijver van: o.a. Vergiffenis, De nacht in, De thuisreis (dat dit jaar wordt verfilmd door Liv Ullman). Woont: 'Met mijn vrouw en drie kinderen in New York.' Uren slaap: 'Het hangt ervan af, iets tussen de vijf en zeven uur.' Reist naar het werk: 'Per taxi, tien minuten naar mijn kantoor, of een minuutje met de trap naar mijn studeerkamer.' Gadget: 'Ik ben geen gadgetman.' Website: 'Heb ik niet.' Onmisbare krant of tijdschrift: 'Ik scan 's ochtends de New York Times, maar ik kan zonder.' Hoeveel e-mails per dag: 'Zo'n honderd.' Welk boek leest u: 'Een boek over het restaureren van schilderijen, als research voor mijn nieuwe boek.' Welke muziek luistert u nu: 'Duke Ellington, Prelude to a kiss ik luister meestal naar jazz.'
Wellicht ook interessant:
Meer artikelen in de rubriek 'Weekblad archief'
Reageer, print of deel dit artikel
|