De bedrijvenrechter heeft het druk
Auteur: Florentine van Lookeren Campagne
|
22-08-2007
|
Mail dit artikel
De Ondernemingskamer krijgt het steeds drukker. Van eenmanszaakje tot aandeelhoudersclub tot ABN Amro: bij een conflict stappen ze liefst naar de bedrijvenrechtbank. 'Gewone rechters baseren zich op stokoude economische theorieën.'
Op 3 mei steekt Peter Paul de Vries, directeur van de Vereniging van Effectenbezitters, in een Amsterdamse rechtszaal zijn vuist in de lucht. Hij viert de overwinning van de aandeelhouders op het bestuur van ABN Amro, dat haar Amerikaanse dochter LaSalle wil verkopen. De Ondernemingskamer heeft daar zojuist een stokje voor gestoken. Over zo'n ingrijpende verkoop zouden aandeelhouders zich vooraf moeten kunnen uitspreken, luidt het oordeel. Nog geen week eerder, 27 april, is de Vereniging naar de Ondernemingskamer gestapt. Meteen de volgende dag, een zaterdag, houdt deze zitting en de donderdag erop volgt de uitspraak. Een besluit met enorme consequenties, zowel voor de bedrijfstop als de werknemers van de bank. Wat is dat voor organisatie, die Ondernemingskamer, die zo'n verkoop kan tegenhouden? Die commissarissen benoemt bij Stork? Die KPN beveelt de jaarrekening aan te passen? Die wanbeleid constateert bij Laurus? En die met enige regelmaat wordt teruggefloten door de Hoge Raad? Want het vervolg van het ABN Amro-verhaal is bekend: de bank legde zich niet bij de uitspraak neer en stapte naar de Hoge Raad, de enige beroepsinstantie die de Ondernemingskamer heeft. Op vrijdag 13 juli werd het oordeel van de kamer door de Hoge Raad vernietigd. 'Bij ons komen geen záken binnen, maar ondernemingen', is de filosofie van voorzitter Huub Willems van de Ondernemingskamer. 'Het recht is er niet omwille van zichzelf, het is er voor organisaties die met de wet worden gediend.' De Ondernemingskamer is het onderdeel van het gerechtshof van Amsterdam waar aandeelhouders, ondernemingsraden en directeuren hun onderlinge geschillen kunnen uitvechten.
Het oordeel wordt doorgaans snel geveld. En dat is wat bedrijven nodig hebben, vinden deskundigen. De afgelopen jaren heeft het instituut zich ontwikkeld tot de 'kortgedingrechter van het bedrijfsleven'. Bij het ene bedrijf benoemt ze een tijdelijke bestuurder, bij het andere houdt ze een aandelenemissie tegen, bij een derde geeft ze opdracht tot een enquête naar wanbeleid. Lang was de Ondernemingskamer een stil zijstraatje in het Nederlandse rechtsstelsel waar voornamelijk het jaarrekeningrecht werd uitgeoefend. In de jaren tachtig kwam daar het enquêterecht bij, waarmee aandeelhouders of ondernemingsraden konden vragen om een onderzoek naar mogelijk wanbeleid bij een bedrijf. Echt bekend werd de Ondernemingskamer toen zij in 1994 de bevoegdheid kreeg 'onmiddellijke voorzieningen' te treffen: maatregelen waarmee de rechter rechtstreeks kan ingrijpen in de gang van zaken in een onderneming. Sindsdien kunnen aandeelhouders en ondernemingsraden bij deze rechtbank in beroep gaan tegen besluiten van een bedrijf of vragen om naleving van de Wet op de Europese ondernemingsraden. De rechtbank is de enige in haar soort in Europa; daarbuiten kent alleen de Amerikaanse staat Delaware zo'n instantie. Haar snelheid en deskundigheid hebben de Ondernemingskamer populair gemaakt. De enkele zaken uit de beginjaren waren in 2006 uitgegroeid tot ruim honderdvijftig zaken die leidden tot ruim tweehonderd uitspraken. 'We stappen liever naar de Ondernemingskamer dan naar de gewone rechter', aldus Paul Coenen, advocaat en hoofd juridische zaken van de Vereniging van Effectenbezitters (VEB). 'De Ondernemingskamer heeft verstand van het vennootschapsrecht, van het bedrijfsleven, ze weegt belangen van stakeholders mee, is creatief. En ze is een veel groter machtsmiddel. Een gewone civiele rechter kan oordelen: u voert een overeenkomst niet uit. De Ondernemingskamer zegt: u voert wanbeleid.' Andersom bekeken is de Ondernemingskamer misschien juist zo populair omdat de rest van de Nederlandse rechtspraak dat niet is. Coenen: 'De VEB heeft in 2005 juridische actie ondernomen tegen het 2002 failliet gegane KPNQwest. Om aan meer informatie te komen over dat bedrijf zijn we een jaar later ook begonnen met een voorlopig getuigenverhoor bij de rechtbank in Den Haag. Daar zegt de rechter aan het begin van de zitting: "De rechtbank heeft het druk, u heeft anderhalf uur en ik heb nog meer te doen." Dat is het niveau van de enkelvoudige kamer in Den Haag. Bij de Ondernemingskamer kun je op ieder uur van de dag aankloppen.'
Praktische oplossing
De uitspraak over LaSalle illustreert het belang van de Ondernemingskamer voor het Nederlandse vestigingsklimaat, zegt de Amerikaan Joe McCahery, hoogleraar corporate governance. 'De kwaliteit van de uitspraken van de Ondernemingskamer, de snelheid waarmee de bedrijven zekerheid kunnen krijgen en verder kunnen met hun bedrijfsvoering, werken in het voordeel van Nederland.' Volgens McCahery hebben de laatste tijd veel investeringsmaatschappijen de weg naar deze rechtbank gevonden. De Ondernemingskamer reikt praktische oplossingen aan, zegt Hans Schenk, hoogleraar economie aan de Universiteit Utrecht. 'Het recht is zich de afgelopen jaren in toenemende mate gaan bemoeien met het bedrijfsleven, maar gewone rechters baseren zich daarbij op stokoude economische modellen en theorieën die economen al achter zich gelaten hebben. De Ondernemingskamer is bijzonder omdat zij zich juist niet baseert op die oude inzichten, maar zich laat informeren over de laatste stand van zaken.' Bij toerbeurt spreken telkens twee lekenrechters mee. Zij staan op een vaste lijst van twaalf accountants, hoogleraren en commissarissen. In 75 tot 80 procent leiden de uitspraken tot een maatschappelijk gezien goede uitkomst, vindt advocaat Marius Josephus Jitta. Hij voerde namens het Italiaanse modeconcern Gucci het woord bij de Ondernemingskamer in de eerste grote zaak over de zeggenschap in een onderneming. Josephus Jitta vindt dat het werk van de kamer niet erg juridisch van aard is. 'Traditioneel beoordeel je de kwaliteit van de rechtspraak door te bekijken of de afwegingen redelijk of begrijpelijk zijn. De vraag is hoe je het beleid van een onderneming met alle facetten die daarbij horen, moet beoordelen. Ondernemingen hebben veel verschillende stakeholders: crediteuren, leveranciers, klanten, werknemers. Het bestuur moet met die belangen rekening houden. Of het dat goed gedaan heeft, laat zich niet op een goudschaaltje wegen. De ene handeling is niet redelijker of billijker dan de andere.' De advocaat omschrijft de Ondernemingskamer als een 'stamoudste', die partijen naar een oplossing brengt. In haar streven naar die praktische oplossing zoekt de kamer de grenzen op van de wet en soms schiet ze eroverheen. Maar dat valt haar eigenlijk niet te verwijten, meent Josephus Jitta, omdat de wetgeving niet meer van deze tijd is. Die bevat veel 'open normen', die zo ruim zijn omschreven dat de rechter ze zelf moet invullen. Tegen die invulling kunnen bedrijven in hoger beroep gaan, maar vaak laten ze dat achterwege. Een uitspraak van de Hoge Raad kan anderhalf jaar op zich laten wachten. Bedrijven gaan liever verder met de nieuwe situatie die de uitspraak van de Ondernemingskamer heeft opgeleverd. En zo vult de Ondernemingskamer vaak de gaten in de wet met jurisprudentie.
Modernisering
Voorzitter Willems en de zijnen zullen het de komende tijd nog drukker krijgen. Niet alleen worden de zaken zwaarder een beursgenoteerde vennootschap vergt meer tijd dan een eenmansbedrijf maar als gevolg van een recente wetswijziging mogen nu ook andere instanties naar de bedrijvenrechter stappen. Pensioenfondsen en zorginstellingen zijn weliswaar geen ondernemingen, maar de deelnemersraad van een pensioenfonds en de cliëntenraad van een zorginstelling kunnen nu de Ondernemingskamer bijvoorbeeld om een enquête naar wanbeleid vragen. Dat zit advocaat Josephus Jitta niet lekker. 'Ach, denkt de wetgever, de Ondernemingskamer coacht partijen wel naar een oplossing. Maar daarmee loopt de wetgever weg voor zijn verantwoordelijkheid. De Ondernemingskamer wordt gebruikt als panacee.' Volgens de advocaat is de kamer in het licht van die uitbreidingen toe aan modernisering. Met al die grote zaken wordt de werkdruk eenvoudigweg te groot. 'Daarmee gaat een deel van de waarde van de procedure de snelheid verloren.' De Ondernemingskamer zou kunnen fungeren als een hoger-beroepsinstantie, suggereert de advocaat, met een lagere civiele rechter die de bulk van het werk doet.
Stroperigheid
Een willekeurige zittingsdag, zonder camera's en met maar één journalist in de zaal. Een klein softwarebedrijfje de rand van faillissement heeft ruzie met een van zijn twee aandeelhouders. Voorzitter Huub Willems luistert naar de advocaat van de aandeelhouder als een leraar naar een slechte spreekbeurt, streng de zaal in kijkend om iedereen te dwingen op te blijven letten. Dan grijpt hij in. 'U zegt dat de bestuurder andere mogelijkheden had om financiering te regelen dan een aandelenemissie. Heeft u dat achteraf eens voorgelegd aan een bank? Was er een reële mogelijkheid die u heeft onderzocht?' Nee, moet de advocaat toegeven. 'U zegt dat de bestuurder een leverancier betaalt voor diensten die hij niet krijgt. Welke diensten zijn dat dan precies?' Dat weet de advocaat niet. Ook de aandeelhouder, die het woord krijgt, kan het niet uitleggen. 'Dan kunt u dat ook niet zo zeggen', reageert Willems geïrriteerd. De tegenpartij krijgt het woord, met het verzoek het kort te houden. Willems: 'Het heeft geen zin om te herhalen wat we al gelezen hebben. U mag er niet van uitgaan dat we hier volstrekt onvoorbereid gaan zitten met het idee: nou, we zijn benieuwd wat ons vandaag weer te wachten staat.' Dit is de man ten voeten uit, zegt iedereen die met voorzitter Huub Willems te maken heeft: kritisch, goed voorbereid en met evenveel aandacht voor een klein softwarebedrijfje als voor ABN Amro. Vrijwel niemand kan iets onaardigs over hem zeggen. 'Nobel', noemt VEB-advocaat Coenen hem zelfs. Willems zelf speelt de lof door naar 'zijn' Ondernemingskamer. Hij is trots op haar prestaties. 'De stroperigheid van het proces van rechtspraak in Nederland is een probleem, dat is niet meer van deze tijd. Nederland mag blij zijn dat er zoiets is als een Ondernemingskamer.' Hoeveel invloed heeft zijn rechtbank? Willems: 'Ons kompas is de wet, de codes en het ongeschreven recht. Wij vinden het kompas niet uit, wij spelen mee in het vastleggen van de contouren.' Dat de wet veel 'open normen' heeft, vindt hij geen reden om die wet dan maar aan te passen. 'Open normen zijn makkelijk te voegen naar maatschappelijke ontwikkelingen en doen recht aan de situatie in individuele zaken. We werken al honderd jaar met open normen. Neem de onrechtmatige daad, dat is "een daad die in strijd is met het maatschappelijke verkeer". Iedere dag zitten rechters uit te maken wat het maatschappelijke verkeer is. Bij ons gaat dat ook zo. Dat wordt dan wet. Dat is geen probleem, dat is ons werk. Als de Hoge Raad een andere opvatting heeft dan wij, zoals bij de verkoop van LaSalle, dan is dat maar zo. De vraag in de zaak-ABN Amro was een vraag die zich niet eerder heeft voorgedaan. Die vraag is nu beantwoord. Helder. Klaar.'
Wellicht ook interessant:
Meer artikelen in de rubriek 'Weekblad archief'
Reageer, print of deel dit artikel
|