Profiel Ronald Plasterk: De man die alles kan
Auteur: Kees Versluis
|
18-10-2006
| Reacties: 2
|
Mail dit artikel
Hij is de toekomstige minister van Onderwijs in het komende kabinet-Bos, voorspellen velen. Maar is columnist, PvdA-ideoloog en topwetenschapper Ronald Plasterk daar niet veel te arrogant, eigenwijs, spijkerhard en misschien zelfs te oppervlakkig voor? 'Het woord bescheidenheid kent hij niet.'
Schrijft iedere week een lange column in de Volkskrant. Declameert zondagochtend, tweewekelijks, zijn gesproken politieke analyse in het tv-discussieprogramma Buitenhof. Is een van de belangrijkste opstellers van het PvdA-verkiezingsprogramma. Is adviseur van de Nationale Conventie, een club die de kloof tussen burgers en politiek probeert te dichten. Presenteert en passant de Nationale Rekentoets (twee weken geleden). En is evenmin te beroerd even tussendoor tientallen romans te lezen als juryvoorzitter van de Libris literatuurprijs (2004). En dan hebben we het slechts over de nevenactiviteiten van Ronald Plasterk (49). Want vijf dagen in de week is hij directeur van het Hubrecht Laboratorium in Utrecht (waar zo'n 160 wetenschappers onderzoek doen naar de ontwikkelingsbiologie van dieren) en is hij tegelijk hoogleraar ontwikkelingsgenetica aan de universiteit in dezelfde stad. Daarnaast is hij ook nog eens een echte familieman, die zijn weekenden goeddeels met zijn gezin doorbrengt. Tussendoor vindt hij tijd om zeer regelmatig met zijn grote vriendenschare (van vroegere studievrienden tot Paul Witteman) telefonisch bij te kletsen of te overleggen over zijn columns. 'Als je hem belt, heeft hij altijd tijd voor je', zegt er een. Ronald Plasterk is de laatste jaren langzaam maar gestaag bekende Nederlander geworden. De man is een volstrekt uniek fenomeen, zeggen velen. De laatste homo universalis van de Lage Landen, de man die veel kan en nog veel meer wil kunnen. Die in een uur meer doet dan een ander in twee dagen, en dan nog stukken beter ook. Hoe hij dat voor elkaar krijgt? Hij is in de eerste plaats bijzonder intelligent, maar dat zijn er meer. 'Hij is waanzinnig efficiënt', zeggen collega's en vrienden die Intermediair heeft gesproken. Ook veel gehoord: 'Hij leest extreem snel.' En: 'Hij heeft een enorme gave razendsnel de kern van een zaak te doorgronden, ook als hij er maar weinig van af weet.'
Toekomstig minister
Het is een publiek geheim dat Plasterks naam wordt genoemd als toekomstig minister, liefst van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. Als zijn partij -de PvdA- na de verkiezingen van 22 november in de regering komt tenminste. Na de vorige verkiezingen in 2003 zong Plasterks naam ook al rond, maar toen liepen de coalitie-onderhandelingen tussen PvdA en CDA al in een vroeg stadium vast. Officieel ontkent Plasterk overigens dat hij ministeriële ambities heeft, al is hij daar niet altijd even stellig in. Op het Hubrecht Laboratorium speculeren ze in ieder geval wel over een ministerspost. 'Met die optie wordt hier intern rekening gehouden', zegt Christine Mummery, hoogleraar ontwikkelingsbiologie aan het Hubrecht Lab. Toch is het de vraag of zo'n ministerschap een goed idee is. Dat heeft niets te maken met Plasterks kwaliteiten, maar alles met zijn karakter. Wordt Plasterk niet te veel gedreven door de obsessieve ambitie overal de beste in te willen zijn, in plaats van door politiek engagement? Is hij niet veel te eigenzinnig en arro-gant? Is de columnist die keihard tegenstanders neersabelt met zijn pen, wel in staat tot diplomatie en politieke compromissen? En bovenal: stort de man, die op tien borden tegelijk wil schaken, straks niet in?
Publiek figuur
Tien jaar geleden had buiten de moleculaire biologie nog vrijwel niemand van Plasterk gehoord. Hij was destijds onderzoeksleider aan het Nederlands Kanker Instituut in Amsterdam. Dat deed hij bijzonder goed. Een decennium geleden -Plasterk was toen pas 39- had hij al vijf publicaties op zijn naam staan in de twee beste wetenschappelijke tijdschriften ter wereld: Nature en Science. Dat deden maar weinig Nederlandse wetenschappers hem na. 'Toch kende ik 'm niet', zegt Martin Enserink, destijds wetenschapsredacteur bij Intermediair, 'toen mijn oog een keer viel op een geschreven stukje van Plasterk in het ziekenhuismagazine van de VU.' Niet slecht, vond de wetenschapsredacteur, en hij pakte de telefoon: of Plasterk voortaan niet in Intermediair tweewekelijks een column wilde schrijven. Het zou het begin worden van Plasterks carrière als publiek figuur. Toeval, die ontdekking? Nee. Vanaf zijn kinderjaren staat Plasterks leven in het teken van ambitie en gedrevenheid. Als enige jongetje uit de Haagse nieuwbouwvolksbuurt De Venen belandde hij op het gymnasium. Daar hield hij in zijn agenda lijstjes bij met benodigde proefwerkcijfers voor een negen op zijn rapport. 'IJver en plichtsbesef, en jezelf niks verbeelden, die deugden stonden bij ons thuis hoog in het vaandel', zei hij ooit in een interview met Psychologie Magazine. Plasterks ambitie beperkte zich niet louter tot hoge cijfers. Op alle terreinen wilde hij excelleren. Als hoofdredacteur van de schoolkrant maakte hij interviews met grote namen. Zo ging hij samen met zijn leraar maatschappijleer Hans Janmaat (de latere voorman van de Centrum Partij) op bezoek bij KVP-staatsman Norbert Schmelzer voor een goed gesprek.
Studietijd
Intelligentie en gedrevenheid kenmerkten ook zijn studietijd. Hij werd in 1977 het jongste lid van het bestuur van de Leidse studentenvereniging Augustinus doordat hij 'opviel door zijn scherpe opmerkingen tijdens ledenvergaderingen', zegt oud-bestuursgenoot Max Borghols. Zo'n jaartje besturen betekende destijds voor bijna iedereen een jaar stoppen met studeren. Niet voor Plasterk. 'Hij was de enige die gewoon doorstudeerde', zegt Borghols. Voor het Leidse biologenblad Kameleon tekende hij tussendoor cartoons. 'Ook dat deed hij zeker niet slecht', vertelt Frank Steenkamp, destijds hoofdredacteur van het blad. Plasterk speelde ook nog eens gitaar in zijn zelf opgerichte band, met name nummers van zijn idolen Bob Dylan en Neil Young. Niet alle leden van Augustinus waren overigens even blij met het bestuur waarin Plasterk zat. 'Het bestuur was, anders dan de vereniging, nogal links progressief. We werden weggezet als een marxistische bende', zegt Borghols. Uiteindelijk liep een deel van de Augustijnen zelfs weg en richtte de nieuwe vereniging Quintus op, omdat het bestuur-Plasterk te veel politieke bijeenkomsten belegde, avonden voor de armen organiseerde en niet leden (hbo'ers bijvoorbeeld) binnenliet. Plasterk werd in die dagen overigens ook officieel lid van de PvdA. 'In die tijd had je drie groepen binnen de PvdA in Leiden: de carrièristen, de idealisten en de alcoholisten. Ronald hoorde bij de eerste groep, ik bij de laatste', vertelt Borghols.
Geen feestbeest
Hoe zeer hij ook opging in het studentenleven, Plasterk zorgde er wel voor dat zijn persoonlijke ontwikkeling er niet onder leed. Slempen en nachtenlang doorzakken deed hij niet. 'Hij was geen feestbeest en geen drinkebroer', aldus Borghols. 'En hij grapte dat hij staatssecretaris van Volksgezondheid wilde worden om het roken te verbieden.' Die matigheid kenmerkt Plasterk overigens nog steeds. 'Na afloop van een vergadering doorzakken doet hij niet', zegt dichter en literatuurcriticus Arie van den Berg die in 2004 met Plasterk in de jury van de Libris literatuurprijs zat. 'Eén glaasje rosé en hij was weg.' Zonder tijdverlies vloog Plasterk door zijn studie heen. Een paar jaar later in 1984 promoveerde hij als eerste cum laude bij hoogleraar Piet van de Putte, een van de pioniers in een nieuw revolutionair vakgebied: de genetica. 'Hij had een scherp oog voor zaken die wetenschappelijk in the picture waren, en kon op zo'n terrein heel snel resultaten boeken', vertelt Van de Putte. Daarnaast maakte hij als broekie van 25 politieke carrière in de Leidse gemeenteraad. 'Hij was heel rechttoe, rechtaan', zegt toenmalig PvdA-wethouder Dick Tesselaar. Toen hij na twee jaar weer vertrok, naar Amerika, werd hij overstelpt door blijken van waardering. 'Ik baalde echt dat hij wegging, want hij was een goed politicus', vertelt Fred Kuijers, als VVD'er destijds een van de politieke rivalen van Plasterk die op de 'linkerflank van de PvdA' zat. Toen werd het tamelijk stil rond Plasterk. Eerst in Amerika en Engeland, daarna aan het Nederlands Kanker Instituut in Amsterdam zwoegde de jonge bioloog dag en nacht in het lab. Hij wist dat hij de leeftijd had dat hij baanbrekend onderzoek moest doen, dat het erop of eronder was als wetenschapper. Zijn politieke vriendin Marie van Rossen (nu burgemeester van Alkmaar) tipte hem eens over een vacature voor een hoogleraar genetica, herinnert ze zich. 'Een hoogleraar moet veel bestuurstaken vervullen. Ik wil nu onderzoek doen', zei Plasterk. Dat hoogleraarschap komt wel, wist Plasterk. Eerst wetenschappelijk uitblinken, nu hij daar nog alle tijd voor had.
Huishouden
Hij had, en heeft, daarbij het geluk dat zijn vrouw thuis het huishouden doet en de kinderen verzorgt. Na verschillende eerdere dames 'Plasterk had eigenlijk altijd een relatie, als het uitging had hij altijd direct weer een nieuwe', aldus Borghols trouwde hij met Els uit Twente. Geen carrièrejaagster, maar iemand die twintig uur per week bij de Kinderbescherming werkt, en daarnaast het huishouden doet en klaar staat voor zonen Wouter en Willem. Haar eigen achternaam Beumer verruilde ze voor die van Plasterk. 'Ik heb de indruk dat Plasterk zelf geen enkele bijdrage levert aan het huishouden. Hij maakt daarin een wat hulpeloze indruk', vertelt de echtgenote van Plasterks studievriend Jan van Coeverden. En toen, in 1996, belde Enserink dus met dat verzoek om een column te schrijven. Het was of Plasterk erop had zitten wachten. Normaal levert een nieuwe columnist na nachtenlang ijsberen weifelend een eerste versie in. 'Plasterk leverde onmiddellijk zes columns aan. Dan heb je er vast een paar, zei hij', vertelt Enserink. Al vrij snel kreeg Plasterk wekelijks zijn vaste plek in Intermediair. Op verzoek van Hans Wansink, chef van de opiniepagina, stapte hij in 1999 over naar de Volkskrant en kort daarna kreeg hij ook een gesproken column in Buitenhof. Ook haalde Plasterk de banden met de PvdA verder aan. Hij trad toe tot de Werkgroep Partijpolitieke Processen, een elitair-intellectueel praatclubje met invloedrijke journalisten als Bart Tromp en Willem Breedveld. Toen Plasterk in 2000 ook nog eens directeur werd van het Hubrecht Laboratorium was hij definitief invloedrijke Nederlander geworden.
Enorme geldingsdrang
Waar hij ook aan begint, Plasterk moet en zal er de beste in worden, zeggen verschillende bekenden van de bioloog. Zo was hij lange tijd een fervent hardloper. 'Bij de lunch had hij het voortdurend over dat lopen', vertelt collega Christine Mummery. Hij trainde net zo lang totdat hij de marathon van New York kon lopen, het allerhoogste wat Plasterk betrof. Daarna had hij het er nooit meer over. Hij ging tennissen. 'En ook daarin wil hij weer de beste zijn', aldus Mummery. 'Het is inderdaad een man met een enorme geldingsdrang', vertelt Enserink. Rob van Lint, oud-fractievoorzitter van Links Leiden, herkent dat: 'Het woord bescheiden-heid kende hij destijds niet.' PvdA-europarlementariër Max van den Berg: 'Hij vindt het prachtig om in de belangstelling te staan.' Die dominantie en dat superioriteitsgevoel vallen niet bij iedereen in goede aarde, vertellen meerdere mensen. 'Er waren vroeger studenten die met hem wegliepen, maar er waren er ook die een gloeiende hekel aan hem hadden', herinnert Plasterks promotiebegeleider Van de Putte zich. 'Hij had overal gelijk een mening over die hij ook ventileerde.' Zo was er volgens Van de Putte een Belgische studente die door Plasterk begeleid werd en op een gegeven moment per se bij hem weg wilde. 'Ze vond dat hij haar vernederde. Hij was inderdaad erg dominant, al heb ik daar zelf nooit moeite mee gehad.' Plasterk heeft zijn oordeel over mensen snel klaar, zeggen intimi. En valt dat verkeerd uit vooral minder intelligente en hardwerkende wezens moeten daarvoor vrezen dan is het bijna onmogelijk dat hij dat nog bijstelt.
Columns
Ook in zijn columns kan Plasterk personen afbranden. Vrijwel al Plasterks vrienden vinden dat hij daarin regelmatig te ver gaat. 'Zelf zegt hij dat hij dat doet om discussie los te maken', zegt Mummery. 'Maar persoonlijk vind ik dat hij te gemakkelijk personen aanvalt in plaats van hun standpunten. Dat hij daar weinig moeite mee heeft, komt waarschijnlijk onder meer doordat hij niet gevoelig is voor wat anderen van hem denken.' Het ongenadigst getroffen door Plasterks scherpe pen is Heleen Dupuis, Eerste-Kamerlid voor de VVD en tot voor kort hoogleraar ethiek in Leiden. Plasterk maakte haar onder meer uit voor 'warhoofd' en 'academisch opgeleide Catherine Keyl'. Volgens Plasterk was de mening van professor Dupuis over ontwikkelingen in de genetica niet interessanter dan die van een willekeurige taxichauffeur. Ethiek is helemaal geen wetenschap, vindt Plasterk. 'Ik had zoiets nog nooit meegemaakt', reageert Dupuis. 'Plasterk begrijpt niets van ethiek, en beslist daarom dat het dus onzin is. Zo ontzettend dom.' Emeritus-hoogleraar klinische genetica Hans Galjaard deelt Plasterks afkeer van ethici totaal niet, zegt hij. 'Die vergelijking met die taxichauffeur was een belediging, vond ik.' Hij verklaart Plasterks tirades tegen Dupuis en andere ethici uit angst voor een mogelijke politieke rem op wetenschappelijk onderzoek naar erfelijkheid. 'Plasterk is een doener, die wil progress. Dat geldt voor de meeste wetenschappers. Bij jongens in het lab moet je nou eenmaal niet aankomen met theoretische ethiekverhalen.' Plasterk is geen man van de reflectie, van het afgewogen, voorzichtige oordeel, zeggen sommigen. Geen denker zogezegd, en enige neiging tot oppervlakkigheid kan hem niet ontzegd worden. 'Je hebt wetenschappers die eerst 95 tot 100 procent zeker willen zijn over een hypothese, voordat ze publiceren. Plasterk is niet zo', zegt Christine Mummery. 'Hij was destijds heel snel en goed', zegt Van de Putte. 'Maar zijn tanden zetten in onderzoek waarvan niet duidelijk was dat het op korte termijn resultaten zou opleveren; dat had hij minder.' Dat heeft destijds wel eens tot 'wetenschappelijk ongelukjes' geleid, erkent Van de Putte, zoals een iets te vroege publicatie in het wetenschappelijk tijdschrift Cell, die achteraf niet bleek te kloppen.
Kritiek
Het is voer voor de critici die vinden dat Plasterk te veel hooi op zijn vork neemt, dat een wetenschapper niet tegelijk politicus en columnist kan zijn. Die kritiek irriteert Plasterk, zeggen sommigen. Die columns schrijft hij in een half uurtje, beweert hij zelf. Hans Galjaard zat twee weken geleden naast Plasterk bij een diner. 'We hadden het erover dat veel mensen ten onrechte denken dat nevenwerkzaamheden zo veel tijd kosten. Promovendi goed begeleiden, daar ben je veel meer tijd mee kwijt.' Daarom was Plasterk ook zo dolblij met de Prix Louis. D., een belangrijke Franse wetenschapsprijs, die hij vorig jaar kreeg, zegt de Alkmaarse burgemeester Marie van Rossen. 'Vanwege de erkenning voor zijn werk, maar ook om zijn criticasters de mond te snoeren.' Toch, zelfs Plasterks goede vriend en vroegere baas Piet Borst, die superlatieven tekort komt om zijn ontzag te beschrijven, meent dat Plasterks vele nevenwerkzaamheden invloed hebben op zijn wetenschappelijke prestaties. 'Hij is slim en origineel genoeg om een Nobelprijs te winnen als hij zich honderd procent zou inzetten voor de wetenschap. Maar zo zit hij niet in elkaar.' Sommige criticasters zien hun angst dat Plasterks overvolle agenda wel tot fouten moet leiden, bevestigd door zijn blunders in een recente column in Buitenhof. Daarin ging hij tekeer tegen de islamcritici Ayaan Hirsi Ali, Afshin Ellian en Sylvain Ephimenco. Hun anti-islamstandpunt kwam voort uit hun streng-islamitische opvoeding, betoogde Plasterk. Maar Ellian komt uit een liberaal-islamitisch nest en Ephimenco is van (niet erg strenge) katholieke huize. Plasterk is een 'knoeier', een 'beunhaas' en een 'babbelaar', reageerde Ephimenco kwaad.
Brave verdediger
Plasterks steeds verdere inlijving in de PvdA is een ander punt waarop de kritiek aanzwelt. Kan dat wel voor een onafhankelijk columnist? Zelf ziet hij het probleem niet. Tijdens het referendum over de Europese grondwet ging hij bijvoorbeeld hard tegen de officiële PvdA-partijlijn in. Maar dat was ook gelijk de laatste keer dat hij iets vervelends over de PvdA zei, terwijl VVD, CDA en zelfs D66 sneer op sneer krijgen. 'Dat D66 met Balkenende is gaan regeren vond Plasterk verraad', verklaart jeugdvriend Jan van Coeverden dat laatste. 'Qua onafhankelijkheid loopt Plasterk tegen zijn grenzen aan', zegt Marcel van Dam, die overigens zelf onlangs in Plasterks column voor demagoog werd uitgemaakt toen hij Bos' plannen aanviel om de aow te fiscaliseren. Hans Wansink, gelauwerd politiek commentator van de Volkskrant, is nog stelliger. 'Hij is de laatste tijd te veel een brave verdediger van Wouter Bos geworden.' Door mee te schrijven aan het PvdA-verkiezingsprogramma is hij niet onafhankelijk meer, vindt Wan-sink. 'Hij heeft de plicht zijn lezers duidelijk te maken waar zijn politieke loyaliteit ligt. Dat heeft hij tot nu toe nagelaten.' Ook bij Buitenhof is Plasterks politieke betrokkenheid een punt van discussie geworden. 'Maar hij heeft tegen mij gezegd dat hij nu niet meer actief is voor de PvdA en geen adviezen meer verstrekt aan Wouter Bos', laat Buitenhof-eindredacteur Corinne Hegeman weten. Is dat zo? Twee dagen na Hegemans uitspraak verdedigde Plasterk het partijprogramma op het PvdA-partijcongres. Bovendien zit hij minstens tot de derde week van oktober in de financiële commissie onder leiding van Ferd Crone, laat partijvoorzitter Michiel van Hulten desgevraagd weten. 'Klopt', zegt Ferd Crone. 'Een intensief clubje.'
Politieke carrière
Maar goed, wordt Plasterk over een paar maanden minister van Onderwijs, dan zijn die discussies voorbij, want dan moet hij zijn columns hoe dan ook opgeven. Is iemand die politieke collega's 'demagoog' noemt of 'academische opgeleide Catherine Keyl' werkelijk geschikt voor een beroep waar je je eigen standpunt doorgaans voor je moet houden? De meningen blijken verdeeld. Ondanks zijn impulsiviteit en eigenwijsheid is Plasterk diplomaat genoeg om in een coalitie (met in zijn ogen ongetwijfeld een aantal dommeriken) te functioneren, zeggen de meesten. 'Zolang hij intern maar zijn kritiek kan uiten, kan hij zich prima schikken naar de meerderheid', denkt Marcel van Dam. 'Het zou goed zijn als hij het deed, want hij kan de analyse terugbrengen in de politiek.' Ook Hans Wansink is enthousiast. 'Hij zou een goede minister van Onderwijs zijn.' Piet Borst vindt zelfs dat Plasterk er 'geknipt voor is'. Anderen twijfelen echter. 'Hij zou het kunnen, maar ik raad het hem niet aan', zegt europarlementariër Max van den Berg. 'Ronald, blijf bij je leest', vindt de voormalige Leidse PvdA-wethouder Dick Tesselaar. En klinisch geneticus Hans Galjaard verwijst naar een vermeende uitspraak van voormalig ARP-politicus Wil Albeda: 'Een dokter die minister wordt, daar komt nooit wat van terecht.' Plasterk moet doorgaan met waar hij goed in is, vindt Galjaard: onderzoek en jonge mensen opleiden.' Zoals te verwachten, gelooft VVD'er Heleen Dupuis het minst in een politieke carrière van Plasterk. 'De hemel verhoede dat hij minister wordt.'
Wellicht ook interessant:
Meer artikelen in de rubriek 'Weekblad archief'
Reageer, print of deel dit artikel
Reacties op dit artikel:
Karel | 19 oktober 2006 (15:45)
Van alle windbuilen die er in het Nederlandse opinie en column circuitje rondlopen, is Plasterk wel de grootste.
In zijn kruistocht tegen de EU-Grondwet debiteerde hij regelmatig niet alleen de grootst mogelijke onzin (waarvoor hij dan ook keer op keer gecorrigeerd werd, zonder dat hij daar zich schijnbaar iets van aantrok), ook liet hij zich in dat debat van zijn kleinste kant zien, welke is het klein-burgerlijke "lekker met z'n alle onder een warme deken achter de dijken" denken.
Die kleine ziel wordt inderdaad ook nog eens gedemonstreerd door zijn hetze tegen, met name, Ayaan Hirsi Ali. Dat was puur op de vrouw spelen, waarbij hij het onvolledig citeren van Hirsi Ali en andere streken om zijn puntjes te maken niet schuwde. De bron van die hetze kan -in het geval van een schijnbaar intelligente man als Plasterk - niet anders verklaard worden dan door een kinderachtige jaloezie en de verongelijktheid van het jongetje dat door het mooiste en slimste meisje van de klas niet gezien wordt.
Zijn oppervlakigheid wordt hierboven terecht ook genoemd. Plasterk is het type dat op basis van een Google search zijn meningkjes en columnpjes in elkaar flanst. Die columns moeten dan vervolgens door Volkskrant redakteuren in fatsoenlijk nederlands gezet worden want zelf een foutloze en grammatikaal goed lopende zin schrijven kan hij niet.
Plasterk als Minister van Onderwijs is daan ook een gotspe.
Menno van der Beek | 2 november 2006 (17:59)
Sonnet,
voor Ronald Plassterk
De bioloog. De cynicus. De meester
van de gekoelde blik, die ons de boodschap brengt
der objectieve wetenschap. En even streng
als onontkoombaar ons zijn lessen leest.
En het kan heel snel gaan. Want gisteren
was hij gewoon een hele slimme vent
en nu een hoofd van de TV, dat wordt herkend,
en wie weet, straks, wordt Ronald nog minister.
Voor wie niet bang is voor een beetje pijn
voor wie de voortekenen lezen kan
voor wie een geest zoals de zijne heeft
zal de conclusie onontkookmbaar zijn
(en zeker hier. Vooral in nederland):
'the paths of glory lead but to the grave'
|