Een manische natie
Auteur: Paul van der Kwast
|
28-06-2006
| Reacties: 1
|
Deel dit artikel
Samen juichen, treuren of weeklagen: de eens zo nuchtere Nederlanders doen niets liever meer. Ontzuiling en globalisering hebben een volk zijn houvast ontnomen en stuurloos gemaakt. Komt dat ooit nog goed?
Opleuken
Bijna tienduizend euro trok de gemeenteraad van Gouda er voor uit, maar dan heb je als voetballiefhebber ook wat: de Zuid-Hollandse gemeente reikte in de aanloop naar het wereldkampioenschap voetbal veertig 'WK-basispakketten' van tweehonderd euro per stuk uit aan behoeftige bewoners. In zo'n pakket zitten wimpels, een vlaggenlijn en andere al dan niet oranje versierselen. Doel was de Gouwenaren te stimuleren bij het opleuken van hun wijk tijdens het voetbalkampioenschap. Met dank aan de belastingbetaler. Ook in de gezondheidszorg krijgen creatieve denkers dezer dagen alle ruimte. In Friesland zijn de eerste oranje rollators al aan slecht ter been zijnden ter beschikking gesteld. Ideetje van de plaatselijke vestiging van het Groene Kruis. Ziekenhuizen willen niet achterblijven: het oranje gips is niet aan te slepen, desgewenst voorzien van stickers met daarop de tekst 'Ik houd mijn poot stijf.' Is dit nu het land dat altijd zo prat ging op zijn soberheid en zijn nuchterheid? Het land dat noeste en degelijke werkers als Willem Drees en Wim Kok op handen droeg, en waar de zeis korte metten maakt met alles wat boven het maaiveld uitsteekt?
Dode mus
Niet alleen voetbal maakt van Nederlanders rare, oncontroleerbare wezens, ook andere uitingen van collectieve idiotie, treurnis of vreugde trekken de laatste jaren de aandacht. Na de moord op Pim Fortuyn leek het wel alsof niet een mens, maar een messias was heengegaan. Massaal richtten mensen gedenkplaatsen en monumentjes op; graf en huis van de vermoorde politicus ontwikkelden zich ras tot bedevaartsoorden. Radeloze rouwenden zeiden Nederland niet langer een rechtsstaat te vinden en betoogden dat Fortuyn eigenlijk was vermoord door linkse politici.
Bij grote, maar ook bij kleine tragedies reageert Nederland buiten proportie. Eind vorig jaar schoot een toezichthouder een mus dood. Want die mus had in zijn eentje 23 duizend dominostenen omgegooid. Die stenen stonden met ruim vier miljoen andere dominostenen opgesteld in een hal, in een poging het Guinness Book of Records te halen met het creatief laten omvallen van een recordaantal steentjes. Niet zodra was de mus dood, of de bevolking kwam in beweging. Niet alleen maakten alle media uitvoerig gewag van de slachting, er werd ook een condoleanceregister voor het beestje opgericht (www.do-demus.nl). De schutter werd met de dood bedreigd. Het musincident of beter: de collectieve manie die na de dood van het vogeltje ontstond haalde zelfs de BBC en CNN.
Buitenlandse media is het niet ontgaan dat de Nederlander de laatste tijd extremer reageert op gebeurtenissen. Over de uitvaart van André Hazes de kist met daarin het stoffelijk overschot van de Amsterdamse volkszanger werd in de Amsterdam Arena op de middenstip gezet, beweend door tienduizenden fans schreef de Belgische krant De Standaard: 'Dit is een nieuw bewijs van een onderaards Nederlands emotiereservoir zo groot als de gasbel van Slochteren.'
Identiteitscrisis
'De natie is gedesoriënteerd, we verkeren in een duidelijke identiteitscrisis', zegt Peter Jan Margry van het Meertens Instituut, dat onderzoek doet naar de Nederlandse volkscultuur. Margry verklaart de extreme reacties op de dood van Fortuyn en Hazes en de gekte rondom het voetbal uit een zoeken naar gemeenschappelijkheid en nationale identiteit, uit een behoefte aan gedeelde symbolen en rituelen van Nederlandsheid. Vanwaar die plotseling opgekomen behoefte? Margry: 'De kiem daarvan ligt in de jaren zestig, toen de gevestigde orde zijn dominante rol in de samenleving verloor na een opstand van studenten, vakbonden en andere revolutionairen. Een van de slachtoffers van de revolutie was de Kerk, die zijn leidende rol in de samenleving verloor. Daarmee ver-dwenen ook allerlei rituelen. Kennelijk hebben mensen toch behoefte aan symbolen en rituelen, zoals dat tot uiting komt in de voetbalgekte, maar ook in het breed gedragen fenomeen van de stille tocht.'
Nieuwe rituelen
Nieuwe rituelen werden bedacht, bestaande rituelen werd nieuw leven ingeblazen. Zoals Koninginnedag, vroeger een tamelijk gezapige familiedag, waarop de hele familie het slaapverwekkende defilé op de buis gadesloeg, afgewisseld met een potje koekhappen of een bezoekje aan de plaatselijke braderie. Tegenwoordig is het in veel steden een groot volksfeest, met keiharde muziek, eten en drank, veel drank. Hoogstens de kleur van sommige kleren, pruiken en andere versierselen doet nog in de verte denken aan het koningshuis. Ook Bevrijdingsdag mag zich in een toenemende aandacht van feestvierders verheugen, waarbij net als bij Koninginnedag de aanleiding voor die heugelijke dag bijzaak is geworden. Nationale symbolen gaan inmiddels ook vlot over de toonbank. Vorig jaar werd 'Neerlands Glorie' gelanceerd, een merk waaronder binnenkort tal van Hollandse producten als glazen potten met erwten en pakken hagelslag aan de man moeten worden gebracht. De tijd is er rijp voor, nadat jarenlang marketinggoeroes ons bezworen dat alleen global brands de toekomst hadden.
Niet typisch Nederlands
Nu is deze toenemende behoefte aan nationale rituelen en symbolen geen typisch Nederlands fenomeen; ook elders bloeien de nationale sentimenten op. Dat moet, zeggen sociologen, gezien worden als een reactie op de globalisering en de toenemende invloed van de Europese Unie. Die Unie is kennelijk een maatje te groot om zich mee te kunnen identificeren, zodat Europeanen toch maar liever voor hun eigen land kiezen.
Collectieve depressie
Maar toch, nationalistische sentimenten mogen dan in meer landen de kop opsteken, Nederlanders geven zich er wel erg snel en massaal aan over. Als we blij zijn, organiseren we meteen een volksfeest. En als er iets ergs is gebeurd, is het vaderland volledig van slag. Na de aanslagen in metro's en een bus in Londen vorig jaar juni, waarbij tientallen doden vielen, braken in Groot-Brittannië hier en daar racistische opstootjes uit. Maar de reacties waren lang zo heftig niet als die in Nederland na de moord op Theo van Gogh. Zelfs de moskeeën waren toen niet veilig. Zelfs op het economische vlak mogen Nederlanders graag overreageren en met zijn allen als blinde kippen achter elkaar aan rennen: nergens in Europa werd de internet- en beurshype eind jaren negentig zo intens beleefd als in Nederland. Terwijl de huizenprijzen omhoog schoten, zetten de eigenaren de overwaarde om in leningen, om er vervolgens aandelen en zelfs opties mee te kopen. De Nederlandse economie was de beste ter wereld, zo maakten we onszelf wijs. Oud-vakbondsman Wim Kok was de held van ondernemend Nederland en uit de hele wereld kwamen politici, wetenschappers en journalisten het poldermodel bewonderen. Nog geen jaar later zat Nederland in een diepe, collectieve depressie. Nergens duurde de economische recessie zo lang en was zij zo diep als in de eerste jaren van deze eeuw. Somberheid was ook troef in de politiek: het Paarse kabinet, dat tot eind jaren negentig haast unaniem werd bejubeld, viel van zijn voetstuk, niet in de laatste plaats dankzij felle columns, speeches en discussies door Pim Fortuyn. Paars zou er een zooitje van hebben gemaakt en politici waren leugenaars en wereldvreemde mooipraters, zo vonden opeens miljoenen Nederlanders.
Zuilen
De verklaring voor de heftigheid waarmee de Nederlander is gaan reageren, ligt al evenzeer in de jaren zestig. In bijna de hele westerse wereld werd in die jaren de heersende elite van haar voetstuk gestoten. Maar er was, zo denkt Margry, een belangrijk verschil tussen Nederland en andere landen: veel Nederlanders leefden tot die tijd in de eerste plaats in hun eigen zuil en pas daarna in Nederland. Elders in Europa hadden ze geen zuilen, of speelden zij niet zo'n grote rol, maar in Nederland gingen katholieken vooral met katholieken om, waren ze lid van de Katholieke Radio Omroep, kochten hun vlees bij de katholieke slager en hadden een katholieke dokter, en bij protestanten was het al niet anders. Gemeenschappelijke waarden en een gezamenlijke elite, mensen en organisaties die over de grenzen van hun eigen zuil gezag hadden, waren er nauwelijks. Toen de zuilen verdwenen, werd het volk aan zijn lot overgelaten. Margry: 'En zo veranderde Nederland binnen korte tijd van het meest religieuze land van Europa, met binnen de zuilen duidelijke normen en waarden, in het meest ontkerkelijkte land met bovendien de meest losse normen en waarden. In andere landen bestonden er veel meer diepgewortelde nationale waarden.'
Bang en onzeker
Een aantal maatschappelijke ontwikkelingen heeft het gevoel van onzekerheid de afgelopen paar jaar verder aangewakkerd. Door immigratie is de bevolkingssamenstelling van veel wijken veranderd, wat heel wat mensen bang en onzeker heeft gemaakt. Ook economische zekerheden als levenslange baangarantie voor ambtenaren verdwenen. En uit onderzoek van Henriëtte Prast, onderzoeker bij De Nederlandsche Bank en hoogleraar economie, blijkt dat het vertrouwen van Nederlanders in grote organisaties snel is afgenomen. Oorzaken zijn volgens haar onder meer de bedrijfsschandalen bij Ahold, de voorkennisschandalen en de voortdurende (dreiging met) ingrepen in de sociale zekerheid, pensioenen en de hypotheekrenteaftrek. 'Daardoor is er veel meer onzekerheid in de samenleving, wat ertoe heeft geleid dat meningen en sentimenten veel meer fluctueren en mensen veel heftiger reageren.' Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) beschreef en onderzocht eind vorig jaar in Voorbeelden en nabeelden de reacties in de samenleving op een aantal gebeurtenissen die leidden tot 'collectieve dramatische expressie van door groepen burgers beleefde emoties', zoals de dood van André Hazes en het wereldkampioenschap voetbal. Ook constateren de onderzoekers van het SCP dat bij grote rampen als de vuurwerkramp in Enschede of de tsunami van tweede kerstdag 2004 mensen sneller en massaler dan vroeger in beweging komen om hun solidariteit te tonen. 'Die is spontaner en persoonlijker dan veel oudere vormen van verbondenheid, maar ook vaker ingegeven door de emoties van het moment en daarmee oppervlakkiger.' De onderzoekers verklaren deze snel oplaaiende emoties onder meer uit het feit dat 'de maatschappelijke en culturele elites steeds minder controle hebben; er is geen his master's voice meer'.
Moet kunnen
Wie een positieve kijk op de ontwikkelingen heeft, zou kunnen zeggen dat de Nederlandse maatschappij met het verdwijnen van de dominante invloed van een betweterige elite is gedemocratiseerd. Het volk en niet een paar politici, dominees en geleerden bepaalt immers wat kan en wat niet kan, wat mooi is en wat lelijk. Een kroonprins die op een sportfestijn staat te hossen: moet kunnen. En een inburgeringcursus die aanstaande immigranten laat zien dat het heel gewoon is dat Nederlandse vrouwen op het strand topless zonnen: uitstekend. Open en tolerant volkje als we zijn. Zoals Jos de Beus, hoogleraar politicologie aan de Universiteit van Amsterdam, het formuleert: 'Sinds eind jaren zestig heerst in Nederland de consensus over het principe "vrijheid-blijheid".' Een wat kritischer blik op het verschijnsel is evenzeer denkbaar. Dan heet het dat Nederland ten prooi is gevallen aan simpelheid en oppervlakkigheid. Dat Nederland niet alleen letterlijk, maar ook figuurlijk het platste land van Europa is. Dat we een stuurloos land zijn geworden, dat schiet van himmelhoch jauchzend als er een voetbalwedstrijd is gewonnen naar zum Tode betrübt als een volkszanger is overleden. De media spelen in de hele hype-cultuur een nauwelijks te overschatten rol. Kranten, tijdschriften en tv, maar ook het internet. De concurrentie tussen kranten en televisiezenders die vechten om hun bestaan leidt vaak tot incidentenjournalistiek, tot het uitvergroten van gebeurtenissen, waarbij een kritisch analyse vaak ontbreekt. Lezers, kijkers en luisteraars moeten zelf maar onderscheid maken tussen hoofd- en bijzaken.
In de war
Glijdt Nederland aldus steeds verder stuurloos af in de richting van euforie en somberheid? Is Nederland een manische natie geworden? Politicoloog De Beus: 'We zijn geen manische, maar een panische natie. Momenteel zitten we in een overgangsfase waarbij de politieke en culturele elites in de war zijn. Bij de affaire rond Hirsi Ali, waarbij minister Verdonk dreigde haar het Nederlanderschap af te nemen, was de politieke bovenlaag duidelijk uit het lood geslagen. Politici zijn bang voor het volk en passen hun mening na elk opiniepeilinkje aan. Ze durven hun eigen ideeën niet aan het volk uit te dragen. Ook in cultureel opzicht laat de elite steeds meer haar oren hangen naar de laagcultuur. Musea moeten worden opgeleukt om n-g toegankelijker te worden voor jongeren: waanzin! Ik ben helemaal niet blij met die triomf van de laagcultuur.' Toch is De Beus niet pessimistisch, omdat Nederlanders volgens hem uiteindelijk altijd streven naar de consensus. Die consensus bleek de afgelopen decennia bijvoorbeeld heel duidelijk in de politiek. Waar in veel landen communisten, fascisten, liberalen en socialisten tientallen jaren naast elkaar leven, met elk hun eigen gesloten wereldbeeld, zijn in Nederland de verschillen altijd marginaal geweest. De meest linkse partij, de SP, heeft geen wezenlijk andere visie op het kapitalisme dan de rechtse VVD. En de liberalen hebben geen wezenlijk ander idee over de gewenste verzorgingsstaat dan GroenLinks. Dat is in veel landen wel anders. In Frankrijk leven miljoenen ouderwetse communisten die het liefst de hele economie in staatshanden zouden brengen. Ook in Groot-Brittannië, Duitsland en andere grote landen is de consensus ver te zoeken. 'In andere landen is dat niets bijzonders, maar Nederlanders zijn nu in paniek omdat er geen consensus over de consensus is', zegt De Beus. 'Die consensus geldt niet alleen in de politiek, maar ook in maatschappelijk opzicht. Na de jaren zestig gold dat alles moest kunnen wat niet expliciet verboden was. Inmiddels vinden we bijna allemaal dat dit principe te ver is doorgeschoten, maar we weten niet wat er voor in de plaats moet komen. We zijn op zoek naar een nieuwe consensus, een nieuwe gemeenschappelijke identiteit, nieuwe waarden.' Nederland is in de war. De voetbalgekte is een onschuldige vorm van het zoeken naar zekerheid in een samenleving die zich in een steeds grotere en anoniemere wereld probeert te handhaven. Maar deze positieve gekte kan razendsnel omslaan in onzekerheid, in somberheid. Als De Beus gelijk krijgt en onze obsessie met de consensus sterker is dan onze primitieve sentimenten, zullen de meeste Nederlanders over een paar jaar wel weer op één lijn zitten. Maar dat is niet meer het Nederland van de vrije seks en drugs, van het 'moet kunnen'. De revolutie van de jaren zestig is dan definitief voorbij. De Beus: 'Nederland zal er over een paar jaar rustiger bij liggen dan nu. Maar ook conservatiever.'
De symptomen
Pim Fortuyn Bij de uitvaart van Pim Fortuyn stonden tienduizenden rouwenden langs de weg. Zo'n 150 duizend mensen bezochten zijn tijdelijke graf in Nederland, en nog eens duizenden bewezen hem de laatste eer bij zijn definitieve graf in Italië. 'Sommige mensen hebben het gevoel dat zij een kind hebben verloren' berichtte het Algemeen Dagblad.
Recessie Alle westerse economieën hadden de eerste jaren van deze eeuw te maken met een kwakkelende economie, maar nergens was het pessimisme zo groot als in Nederland. De recessie was hier langer en dieper en de beurskoersen daalden harder dan elders. Grootste boosdoener van de economische teruggang was het volledig ingestorte consumentenvertrouwen.
Beurshausse Nederlandse aandelen stegen in de hype-jaren negentig met bijna vijfhonderd procent in waarde. Dat is aanzienlijk meer dan de verdubbeling van de wereldindex.
André Hazes De uitvaartceremonie van de Amsterdamse zanger André Hazes in 2004 in de Amsterdamse Arena werd door zo'n veertig- tot vijftigduizend mensen bijgewoond. Thuis volgden 8,1 miljoen mensen de helft van de bevolking het spektakel op de tv. De uitzending was meteen de best bekekene van dat jaar.
Voetbal 8,3 Miljoen Nederlanders keken onlangs naar de voetbalwedstrijd Nederland-Ivoorkust. In 1998 keken zelfs 11,7 miljoen mensen, zijnde driekwart van de bevolking, naar Nederland-Brazilië, maar dat was dan ook de halve finale van het toenmalige wereldkampioenschap. Vergelijkende cijfers over de voetbalgekte in andere landen zijn er niet, maar nergens anders worden hele wijken zo uitbundig met crêpepapier en vlaggetjes versierd als hier.
Huizenprijzen Tussen 1992 en 2002, het jaar waarin de economie begon te haperen, stegen de huizenprijzen in Nederland met zestien procent per jaar. In de meeste Europese landen was dat vijf tot tien procent per jaar. In de jaren negentig werden huizen soms ongezien gekocht, zo bang waren kopers niet te kunnen meedoen met de collectieve koopmanie.
Meer artikelen in de rubriek Weekblad archief:
Reageer, print of deel dit artikel
Reacties op dit artikel:
Johan Sinnema | 3 juli 2006 (10:21)
Een prachtig artikel waarin de grote lijnen treffend worden weergegeven van de ontwikkelingen van het Nederlandse volk van de afgelopen tientallen jaren. Sommige mensen spreken in dit verband van de overgang van het Vissentijdperk met zijn autoriteit en zijn verzuiling naar het tijdperk van de Waterman met zijn tendensen van Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap.
Gevestigde leiders als de kerk, etc voldoen niet meer maar een nieuwe koers is nog niet onmiddelijk zichtbaar. Dit veroorzaakt tijdelijke chaos zoals gebruikelijk bij grote overgangen. Definitieve oplossingen zijn er nu niet en alles wat de regering kan doen is proberen om dit grootschalige veranderingsproces zo goed mogelijk te begeleiden op een praktische en creatieve manier, met als uitgangspunt dat veranderingen in zo'n situatie de enige stabiele factor vormt.
|