Ambtenaren Onderzoek 2006: ambtenaren negatief over gemeenteraden
Auteur: Door Thijs Peters en Evert de Vos |
21-02-2006
|
Mail dit artikel
Gemeenteambtenaren ergeren zich groen en geel aan het populisme en de incompetentie van gemeenteraadsleden, zo blijkt uit onderzoek van Intermediair. Hun wethouders waarderen ze daarentegen wél.
Voor alles diploma nodig, niet voor politiek
Hoogopgeleide ambtenaren zijn uiterst kritisch over het functioneren van gemeenteraadsleden, zo blijkt uit onderzoek van Intermediair. Aan dit onderzoek deden ruim vijfhonderd, veelal hogere ambtenaren mee die werkzaam zijn bij de lokale overheid. Ruim veertig procent van hen geeft de gemeenteraadsleden een vijf of lager. Het gemiddelde rapportcijfer komt uit op een magere 5,6. De lokale ambtenaren ergeren zich aan incompetentie en populisme, aan vriendjespolitiek en de grote aandacht voor details. 'Er heerst een hoog stoeptegelgehalte', aldus een van de deelnemers. Het overgrote deel (71 procent) van de ambtenaren zou het dan ook een uitstekend idee vinden als toekomstige raadsleden eerst verplicht een cursus zouden volgen alvorens in de bankjes plaats te nemen. 'Nieuwe raadsleden hebben vaak geen benul van wat de gemeente doet en waarover zij moeten beslissen', meldt een ambtenaar. 'Je hebt tegenwoordig voor alles een diploma nodig, behalve voor het ouderschap en voor de politiek. Net die twee bezigheden waar je de grootste rampen kunt veroorzaken', mailt een ander. De negatieve beoordeling van de raadsleden contrasteert met de hoge waardering voor de wethouders. De medewerkers van de gemeente geven hun hoogste baas gemiddeld een 6,9 als rapportcijfer. Slechts tien procent krijgt een echte onvoldoende. De wethouders van ChristenUnie en PvdA scoren het hoogst met een 7,3. De gezagsdragers van D66 -- toch bij uitstek een bestuurderspartij -- komen er met een 6,4 het slechts vanaf. De ambtenaren vinden voor het overgrote deel dat wethouders goed naar hen luisteren en dat ze voldoende kennis van zaken hebben. Het wethouderschap is een zware baan, dat weten de ambtenaren als geen ander. 'Het besturen van een stad is een serieuze zaak.' 'Hij/zij moet een manager pur sang zijn met een grote ervaring in een politieke omgeving.' De angst voor incompetente leiders zit echter diep. Slechts een kwart van de ondervraagden is voorstander van een rechtstreeks door de bevolking gekozen burgemeester. Of, zoals iemand het formuleert: 'Je moet er toch niet aan denken dat SBS-Ton (van Royen, red.) het hier voor het zeggen krijgt.'
Dualisme niet positief beoordeeld
De ambtenaren zijn sowieso bestuurlijk nogal behoudend, zo blijkt uit het onderzoek. De afgelopen zittingsperiode is bijvoorbeeld in de gemeenteraden het zogeheten dualisme ingevoerd. Dit betekent dat wethouders niet meer zelf in de gemeenteraad zitten en dat ze ook niet meer uit die raad gekozen hoeven te worden. Tegelijk heeft de raad een meer controlerende taak gekregen. Een meerderheid van de ondervraagde gemeenteambtenaren (zestig procent) vindt dit nieuwe dualisme maar niks. Opmerkingen hierover: 'B&W bestuurt en de raad roept maar wat.' 'Nog meer gedonder en onrust in de raad.' 'Wethouders missen steun uit hun eigen fracties.' De invloed van de raad is minder geworden, concludeert een deelnemer. 'Raadsleden weten minder wat er speelt. 'De minderheid die het dualisme wel positief beoordeelt, meent echter: 'De raad begint steeds meer te profiteren van de versterkte positie.' En: 'De raad heeft meer lef gekregen.' De ambtenaren zijn sterk verdeeld over de schaalgrootte van gemeenten. Precies de helft is van mening dat nog meer gemeenten moeten worden samengevoegd omdat dit de daadkracht van het bestuur bevordert. Veertig procent echter vindt het welletjes: de kleine gemeenten die er nu nog zijn, hoeven niet groter te worden. Bij het beantwoorden van deze vraag maakt het overigens niet uit of de ondervraagde zelf in een grote of een kleine gemeente werkt. Over één ding zijn alle lokale ambtenaren het roerend eens: het rijk wentelt de problemen af op de gemeenten. Of zoals iemand het formuleert: 'De rijksoverheid laat wel bevoegdheden naar de gemeenten gaan, maar het geld komt doorgaans niet mee.' Ook over de Onroerend Zaak Belasting (OZB) heerst eensgezindheid: het is een slechte zaak dat die afgeschaft wordt. En landelijke kopstukken kunnen hun gezicht beter maar niet laten zien in de gemeentelijke verkiezingscampagnes, vindt tachtig procent van de ambtenaren. Want: 'Partijen moeten in de verkiezingsstrijd de plaatselijke problematiek gebruiken en niet te veel kijken naar de landelijke politiek.'
Links en rechts in evenwicht
Het onderzoek rekent ook af met de mythe dat het overgrote deel van de ambtenaren links zou zijn. Vooral rechtse gemeentebesturen hebben nogal de neiging te mopperen op hun -- naar hun idee grote groep - linkse ambtenaren. Die ambtenaren zouden volgens hen een rechtser gemeentebeleid frustreren, omdat ze het daar niet mee eens zouden zijn. Deze veelgehoorde klacht blijkt niet terecht. Ongeveer eenderde van de ambtenaren (31,9 procent) is uitgesproken links en van plan bij de komende gemeenteraadsverkiezingen op PvdA, GroenLinks of SP te stemmen. 'Rechts' -- VVD, CDA, ChristenUnie, Leefbaar en SGP -- kan onder de ambtenaren op 28,7 procent rekenen. Links en rechts houden elkaar dus redelijk in evenwicht. Bovendien blijken er ook onder ambtenaren -- net als onder de 'gewone bevolking' -- heel wat zwevende kiezers te zijn: bijna een kwart weet nog niet wat hij gaat stemmen. Er zijn verder enkele opvallende verschillen met de rest van de bevolking. Zo scoort GroenLinks (10,9 procent) zeer goed bij de overheidsdienaren en doet het CDA (7,1 procent) het opvallend slecht. Het is overigens niet zo dat de geënquêteerden een wethouder van de eigen politieke kleur hoger waarderen. PvdA-ambtenaren geven gemiddeld net zo'n hoog cijfer aan VVD-wethouders als aan PvdA-gezagsdragers. De politieke achtergrond van een wethouder lijkt voor de ambtenaren geen grote rol te spelen. Een ambtenaar zegt: 'Hij is de wethouder. Hij wil iets en dat moet worden uitgevoerd. Zo hoort het. Dat ik dat niet altijd leuk vind, is een ander verhaal.' De deelnemende ambtenaren zijn overigens erg tevreden met hun baan. De inhoud van het werk wordt met een mooie 7,8 gewaardeerd. Ook de mogelijkheid om werk en zorg te combineren (7,4) en het salaris (7,0) scoren goed. Opvallend negatief zijn de deelnemers over hun carrièrekansen bij de lokale overheid. Dit aspect wordt met een 5,8 gewaardeerd en eenderde van de ondervraagden geeft hiervoor zelfs een onvoldoende. Het is een duidelijk waarschuwingssignaal voor de gemeenten. De jonge, ambitieuze, hoogopgeleide werknemer heeft het nog wel naar zijn zin, maar verwacht de komende jaren niet of nauwelijks vooruit te komen. Zeker als de arbeidsmarkt de komende tijd weer aantrekt, zullen vooral de beste krachten hun heil elders gaan zoeken. Zonder maatregelen dreigt een uittocht van gemeentelijk talent.
Bijna kwart ambtenaren twijfelt nog over stem Wat stemmen ambtenaren straks? PvdA 18,4% VVD 17,1% GroenLinks 10,9% CDA 7,1% Lokaal 7,7% D66 4,5% ChristenUnie 3,0% SP 2,6% Leefbaar 0,9 % SGP 0,2% Stemt niet 2,8% Weet niet 24,8% Bron: Intermediair-onderzoek gemeenteambtenaren ChristenUnie en PvdA leveren beste wethouders Beoordeling wethouders Partij Rapportcijfer ChristenUnie 7,3 PvdA 7,3 Leefbaar 7,1 GroenLinks 7,0 CDA 6,8 VVD 6,8 Lokaal 6,6 SGP 6,6 SP 6,6 D66 6,4 Bron: Intermediair-onderzoek gemeenteambtenaren Verantwoording onderzoek We hebben in totaal vijfduizend mails verstuurd aan abonnees van Intermediair die bij een gemeente werken. Hiervan heeft ruim tien procent aan het onderzoek deelgenomen. Het zijn overwegend hogere ambtenaren in schaal negen tot en met dertien. De gemiddelde leeftijd is 36,7 jaar, 65 procent van de deelnemers is man. Ze werken bij zowel grote als kleine gemeenten, verspreid over het hele land.
Meer artikelen in de rubriek 'Weekblad archief'
Reageer, print of deel dit artikel
|