Richard Krajicek (34) staat op van de keukentafel en doet voor hoe hij nog maar een paar jaar geleden iets van de grond moest oprapen; als een oude man, met rechte rug en gestrekte knieën, omdat die gewrichten zeker daags na een zware wedstrijd niet wilden buigen. Zo'n slijtageslag, bij 38 graden en met een virus onder de leden, bracht hem in 1999 de toernooioverwinning in Key Biscane, ook wel het vijfde Grand Slam genoemd, en op de vierde plek van de wereldranglijst. De derde plaats lag daarna binnen handbereik. Sterker: nog een paar goede resultaten en hij zou zelfs de grote Pete Sampras, van wie hij in zijn carrière vaker won dan verloor, van de troon stoten. 'Ik speelde een paar weken lang zoals Roger Federer het hele jaar speelt', zegt hij met een glimlach. 'Ik had al het niveau om iedereen te verslaan, maar toen was ik ook constant genoeg om nummer een te worden.'
Het liep anders. Door een overvol programma, een paar mindere wedstrijden en wéér een knieblessure, zakte hij voor het eerst in jaren uit de toptien. En daar keerde hij niet meer in terug. In 2002 bereikte hij nog de kwartfinale van Wimbledon, het toernooi dat hij in 1996 won, maar in 2003 liet zijn elleboog hem definitief in de steek. Na drie knieoperaties, twee operaties aan zijn elleboog en eentje aan zijn voet stopte Krajicek met toptennis en werd directeur van het ABN Amro World Tennis Tournament. Voor dat toernooi, dat dit weekend voor de derde keer onder zijn leiding begint, contracteerde hij zowel de nummer een van de wereld, Roger Federer, als de nummer twee, Rafael Nadal.
Krajicek komt net uit de fitnessruimte in zijn tuinhuis. Hij loopt nog een beetje mank na zijn laatste operatie, dit keer aan zijn andere voet. 'Was de pees maar helemaal afgescheurd, dan is de operatie simpeler en het herstel sneller.' De Australian Open, het eerste Grand Slam-toernooi van het jaar, volgde hij met een half oog. Net genoeg om de verrichtingen te volgen van zijn halfzusjeMichaëlla Krajicek en zijn publiekstrekker Roger Federer. 'Maar dat komt ook door het tijdverschil, tijdens Roland Garros (de Open Franse tenniskampioenschappen) bijvoorbeeld, wil ik nog wel eens voor een wedstrijd gaan zitten.'
Ten tijde van dit gesprek is zijn halfzusje al uitgeschakeld (na zowel in het enkel- als het dubbelspel de derde ronde te hebben gehaald) en heeft de Zwitserse nummer een van de wereld, die het toernooi uiteindelijk zal winnen (en vorige week alsnog afzegde voor het toernooi in Ahoy'), net alle zeilen moeten bijzetten om zich de Duitser Tommy Haas van het lijf te houden.
'Ik kijk ook wel als liefhebber, maar nu toch voornamelijk als toernooidirecteur. Anders zou ik het interactieve scoreboard van de toernooisite niet in beeld hebben staan, als ik bezig ben met telefoneren en het beantwoorden van mailtjes. Maar nu wel. En als ik dan zie dat Federer aan een vijfde set begint, loop ik wel even naar de televisie om te kijken of mijn eerste geplaatste speler wint.'
'Ach, ik kan me in elk geval meer met hem identificeren dan met Federer; die wint namelijk alles en dat deed ik niet.'
Als je de constitutie had gehad van je leeftijdgenoot Andre Agassi, zou jij dan nu ook nog gespeeld hebben? 'Nee, ik denk het niet. Ik had al gepland om op mijn 32e te stoppen, met dien verstande dat ik ervan uitging dat ik alle jaren daarvoor ook gespeeld zou hebben. Nu lag het wel iets anders, omdat ik er tussendoor bijna twee jaar uit was geweest. 'Het is jammer dat ik geen tweede kans heb gehad om nummer een van de wereld te worden of om nog een Grand Slam-toernooi te winnen. Nu zal ik nooit weten of dat erin gezeten had. Dat ik er intussen wel mee kan leven, komt doordat ik Wimbledon heb gewonnen. Ik denk niet dat ik er anders nu zo relaxed bij had gezeten.'
Voordat je wist dat je gedwongen zou worden te stoppen, wilde je er al op je 32e een punt achter zetten. Waarom zou je dan niet zo lang mogelijk zijn doorgegaan met topsport?
'Op een gegeven moment moet je voor jezelf een horizon stellen, anders is de discipline die nodig is voor topsport niet meer op te brengen, dan ga je je afvragen: hoe lang moet ik dit nog volhouden? 'En misschien had ik als het moment daar was geweest wel gezegd: ik kan het mentaal nog aan, ik plak er nog een paar jaar aan vast. Ik denk het niet, maar ook dat zal ik nooit weten.'
Zien we je ooit nog terug langs de baan als coach?
'Voorlopig niet, niet nu mijn kinderen nog jong zijn. Als tenniscoach ben je toch weer 35 weken per jaar op pad. Maar het lijkt me wel hartstikke leuk, ook omdat ik zelf graag nog een balletje sla. En zeker in Nederland, waar ik toch een naam heb en een beetje respect geniet, wat het coachen makkelijker maakt. Want stel je voor dat alles wat je zegt in twijfel wordt getrokken; dat is heel vermoeiend coachen. Daar zal ik minder last van hebben. Ik merk dat ook als ik met mijn zusje train; ze heeft respect voor mijn prestaties en neemt snel dingen van mij aan.'
Kan je zus nummer een van de wereld worden?
'Tja, dat is nog te vroeg om te zeggen. Maar ik sluit het niet uit. De topdertig, dat gaat zeker lukken. De toptwintig halen, dat wordt de eerste uitdaging. Ze leert in elk geval heel snel. Ik neem wel eens een kwartiertje een bepaald onderdeel van een slag met haar door en dat zie ik dan na een dag of twee al tijdens trainingen terug in haar spel. Dan denk ik echt "wauw", want normaal moet je zulke veranderingen er bij tennis echt in slijpen.'
Tennis nog steeds als passie?
Onlangs won je in de senior tour op het nippertje van de 46-jarige John McEnroe. Je zei daarna dat hij de sport geheel toegewijd is, dat tennis zijn passie is. Is het jouw passie niet meer?
'McEnroe speelt nog vijf keer per week twee uur per dag, omdat hij tennis nog echt leuk vindt. Ik vind tennis ook wel leuk en ik mag nog graag een balletje slaan, maar ik vond vooral de competitie leuk. En ik weet wat het hoogste niveau is en -- en dan komen we weer terug bij de reden waarom ik ook zonder blessures eind 2003 waarschijnlijk gestopt zou zijn -- ik vind het alleen maar leuk om aan de top mee te doen, kreeg er een kick van als ik van Sampras won, een groot toernooi won, daar deed ik het voor.
'Ik hoor vaak mensen zeggen dat ze verlangen naar de geur van het gras of genieten van het volgen van de vlucht van de bal tot het geluid van de slag... Tja, weet je, ik vond het gewoon leuk om te strijden, te winnen, en het liefst met 7-5 in de vijfde set. Dat vond ik gaaf; dat je je tegenstander had overwonnen, de omstandigheden, zoals hitte, luidruchtig publiek en overkomende vliegtuigen en niet te vergeten: je angst om te verliezen, want je bent toch altijd gespannen voor een wedstrijd. Ik vind het nog leuk om af en toe te tennissen, maar een kick krijg ik er niet meer van.'
Een tennisbal perfect raken, daar kun je niet meer van genieten?
'Nee, de kick was het winnen, en dan met tennis. Met andere sporten ken ik mijn plaats. Met golf bijvoorbeeld, wat ik niet zo vaak doe, kan ik wel genieten van een mooie bal, maar ik ben niet zo'n goede golfer. En wielrennen dat doe ik graag, het is een gezellige sport, je kunt een beetje praten onderweg en het is vooral geen belastende sport, wel voor je spieren, maar niet voor je gewrichten.'
Als je vader je als klein kind op een fietsje had gezet, was dan winnen met fietsen je passie geworden?
'Ik denk het wel, willen winnen, dat zit in mij. Ik kan mijn kinderen niet eens laten winnen met spelletjes. Daarom vind ik Memory ook een leuk spel, want daarbij kun je iemand eigenlijk niet helpen, al zou je dat willen. Dus als je wint, dan heb je het ook zelf gedaan. Dat geldt voor hen en voor mij. Maar mijn dochter is net zo erg als ik, of misschien nog wel erger, die houdt het bij. Zij heeft dertien keer gewonnen, mijn zoon elf keer en ik negen keer. Gisteren won ik en dan ben ik ook echt blij.'
Wimbledon deze zomer
Deze zomer speel je op Wimbledon in het gemengd dubbel met je zusje. Dat gaan jullie toch zeker wel winnen?
'Om te beginnen moeten we een wild card krijgen, maar daar ga ik wel van uit. En of we een kans maken om te winnen, zal van mij afhangen. Michaëlla heeft het niveau, maar de vrouw is normaal wel de zwakste schakel. Ik ben nu ongeveer even goed, of misschien iets beter dan Michaëlla, maar ik moet echt veel beter zijn, als we het willen winnen. Ik ga wel een week of vier, zes aan de bak. Dan kunnen mijn service en forehand zeker mee en als ik dan aan het net nog wat kan doen... Veel zal ook van de return afhangen. Maar een paar rondjes moeten we zeker kunnen overleven.'
De kans is groot dat jullie door de Britse pers weer herinnerd zullen worden aan de denigrerende opmerkingen die je bijna vijftien jaar geleden op Wimbledon maakte over het vrouwentennis, de 'vette varkens-affaire'. Heb je Michaëlla daar op voorbereid?
'Nou ja, ik heb gezegd dat het niets met haar te maken heeft, dat ze mij ook niet hoeft te verdedigen. Verder kan ik er niets aan veranderen.'
Begin deze maand verscheen je boek Honger naar de bal, een verzameling interviews met voornamelijk individuele topsporters. En de teamsporters die erin staan, zijn iconen als Frank Rijkaard en Johan Cruijff. Kun je je meer identificeren met individuele sporters?
'Nou ja, misschien. Ik weet wel beter wat er bij een individuele sport komt kijken. Weer in je eentje naar de sportschool, weer in je eentje revalideren... Dat soort dingen. En we zochten bekende sporters en dan kom je al snel bij individuele sporters terecht, omdat die er eerder uitspringen. 'Maar teamsporten hebben mij wel altijd gefascineerd, mensen moeten zichzelf wegcijferen, proberen de mensen op een lijn te krijgen. In mijn carrière draaide alles om mij.'
Heb je daar last van gehad bij je overstap naar de bankwereld, waar je als toernooidirecteur toch mee te maken hebt?
'In het begin wel een beetje. Ik heb moeten leren dat je niet zomaar kunt binnenvallen om ongezouten je mening te geven; dingen bot van tafel kunt vegen waar anderen weken of maanden mee bezig zijn geweest. 'Ik sta niet meer centraal, het toernooi staat centraal, dat moet een succes worden, en daar leveren we allemaal een bijdrage aan.'
Nog meer boeken op komst?
Kunnen we volgend jaar in de weken voor het ABN Amro-toernooi weer een boek verwachten?
'Ja, dat wordt dan een boek met sportquotes, die ben ik nu al aan het verzamelen. Alle ballen verzamelen, gaat dat waarschijnlijk heten. Dat vind ik leuk, steeds het woord ballen in de titel. (Krajiceks zeker voor sportliefhebbers zeer lezenswaardige autobiografie die in 2004 verscheen, heet Harde ballen, ND.)
'Ik heb nu weinig tijd, maar eigenlijk wil ik een boek schrijven waarin ik lessen uit de topsport omwerk tot inzichten die ook in het bedrijfsleven van pas kunnen komen. De titel heb ik al: Harde ballen in het bedrijfsleven.'
De opbrengst van Honger naar de bal gaat naar de Johan Cruyff Foundation. Wat is er mis met de Richard Krajicek Foundation, die sporten in achterstandswijken stimuleert?
'Helemaal niets, daar gaat het prima mee. Maar alle geïnterviewde sporters hebben belangeloos meegewerkt, ik verdien zelf niets aan het boek en zelfs die suggestie wilde ik niet wekken. Bovendien konden we Johan maar liefst twee keer spreken en doet zijn stichting ook goed werk, voor alle sporten. 'Financieel zijn we als Foundation overigens behoorlijk gegroeid. En ik kan er nu ook meer tijd aan besteden. Tot vorig jaar waren er sinds de oprichting in 1997 tien playgrounds voor tennis, basketbal en voetbal klaar gekomen, vorig jaar zijn daar zes bijgekomen, dit jaar gaan we er zeventien aanleggen.
'Maar dat is slechts wat we de hardwarekant noemen, we willen ook toezichthouders op de playgrounds hebben, zodat zestienjarigen die veldjes niet monopoliseren. Daarvoor werken we samen met Regionale Opleidingscentra's die stagiairs, sport- en spelleiders, leveren. En eigenlijk willen we toe naar een opleiding voor gecertificeerd playgroundbegeleider. Ik hoop dat we uiteindelijk een autoriteit worden op het gebied van sporten in achterstandswijken. Wat ik uiteindelijk wil bereiken, is dat als mensen aan sporten in achterstandswijken denken, de naamRichard Krajicek Foundation ze als eerste te binnen schiet. (Hij glimlacht.) Dat zou je een droom kunnen noemen.'
CV Richard Krajicek
Richard Peter Stanislav Krajicek werd op 6 december 1971 geboren in Rotterdam als kind van Tsjechische vluchtelingen. Krajiceks vluchtelingenstatus eindigt in 1975 als hij een Nederlands paspoort krijgt. Hij begint op zijn derde met tennis en speelt op zijn vijfde al iedere dag, iets wat hij bijna dertig jaar lang vol zal houden. Hij haalt de vierde plaats op de wereldranglijst en staat bijna vijf jaar onafgebroken in de toptien. Hij wint zeventien toernooien, waaronder, in 1996, het belangrijkste toernooi ter wereld, Wimbledon. In totaal verdient hij ruim tien miljoen dollar aan prijzengeld. In 1997 richt hij de Richard Krajicek Foundation op, die kinderen in achterstandswijken aan het sporten wil krijgen. In 2003 beëindigt Krajicek, gedwongen door blessures, zijn profcarrière. Harde ballen, zijn autobiografie, verschijnt een jaar later. Aanvankelijk zet hij zich met tegenzin aan het schrijven, maar nu is hij blij met het boek. 'Het schrijven is therapeutisch geweest en ik vind het fijn dat mijn kinderen het later kunnen lezen, dat ze kunnen zien waar ik vandaan kom.'
Begin deze maand verscheen Honger naar de bal, een verzameling interviews met Nederlandse topsporters. Krajicek woont in Muiderberg met zijn vrouw Daphne Deckers en hun kinderen Emma (7) en Alec (5).
Wellicht ook interessant:
Meer artikelen in de rubriek
'Weekblad archief'
Reageer, print of deel dit artikel